Edit|
EditReeks Samenvatting:
Een korte terugblik op Hoofdstuk 1.
Israël is weggevoerd in de Babylonische ballingschap door Nebukadnezar, de koning van Babel, het zou 7 jaar duren, volgens de profetie van Jeremia. 538 v. Chr, dat is Ezra 1:1. Het Perzische rijk heeft Babylon veroverd, door Kores, of Cyrus. Jesaja had het voorzegd, onder de indruk gaf Kores de Israëlieten vrijheid om terug te keren naar Israël. Hoofdstuk 1 is het vrijheidsedict. God verwekt de geest van Kores. Maar ook het hart van de Joden die terug wilden.(vers 5)
Hoofdstuk 2 is misschien wel het moeilijkste hoofdstuk. De teruggekeerde ballingen, die daadwerkelijk gingen. Volksverhuizing. Het is een flinke afstand. 1500km te voet. Ze moeten er 4 maanden over gedaan hebben. 1 miljoen waren ongeveer, slechts 42.360 gaan terug! Onder Zerubabel en Jozua gingen ze (v 2). Zerubabel is uit de stam van David – politiek leider. Hij komt ook voor in Mat 1.12-13, een verre voorvader van de Heere Jezus! Tussen Zerubabel en Hem zijn 14 geslachten (v 17). Het oordeel is tijdelijk (en het is vervuld) maar ook de belofte is vervuld, in Ezra 2.
Van Jozua weten we dat hij hogepriester was. Hij is de priester met de vuile kleren uit Zacharia 3.
70 verzen zijn er in dit hoofdstuk. We lezen niet graag namen en getallen. We moeten het ook niet overslaan.
2:1 Het was een gevangenis voor de Joden. Ze moeten toch vooral Psalm 126 gezongen hebben!
In vers 2 volgen de namen van de leiders. 11 stuks. Nehemia 7 heeft ook zo'n lijst, met kleine verschillen, men zegt dat de ene lijst die was van die mee wilden, en die van Nehemia van die werkelijk gingen.
Er zijn 7 delen.
1. 3-35 : het gewone volk. Vanaf 21: een plaatsnaam, geen afstammelingen, maar inwoners. Micha; al zijt gij klein... (21, Bethlehem). Anatot – daar kwam Jeremia vandaan. (Jer 11, die stad was vervloekt omdat ze Jeremia hadden vervolgd – het is maar een klein aantal).
2. 36-39: de priesters. 4289 in getal = 10% van het totaal. Dat siert ze.
3. 40: de levieten, 74 slechts. De minimum leeftijd gaat later omlaag lezen we in Ezra.
4. 41: zangers - ze konden weer zingen! De harp was van de wilgen af. Drie zangleiders waren er. Heman, Asaf, Ethan (is waarschijnlijk Jeduthun)
5. 42: de poortwachters, ook speciale Levieten. Tempel-politie min of meer. Zij deden de poorten ook dicht en open, bij daglicht. 'Dorpelwachters' (Psalm 84). Komen daar onze tafelwachters vandaan? Het is wel een goed idee. Ook gasten in de gemeente kunnen niet zomaar aan, ze moeten zich aanmelden – niet om ze te keuren, maar om kennis te maken, in een gesprek van hart tot hart.
6. 43-54: Netinim.Tempelknechten, < nathan – 'gegevenen' betekent het. Priesters stonden in het huis des Heeren, hun hulpen waren de Levieten, de Netinim waren de hulpjes van de Levieten. Oorspronkelijk waren dat heidense krijgsgevangenen. David geeft ze voor de dienst van de Levieten. Bij Jozua lezen we ook van de Gibeonieten – houthakkers en waterputters werden ze. Opmerkelijk dat de Netinim kennelijk toch meegetrokken zijn om in die herbouwde tempel te dienen. Het kleinste geringste werk: we hebben ze nodig. Zonder die schoonmaakster was de kansel niet te gebruiken.
7. 55-57: De nakomelingen van de slaven van Salomo, Kanaänieten oorspronkelijk. (2Kron 8)
In het laatste vers komen al die groepen weer terug.
Vers 59, 60 – sommigen konden moeilijk binnen komen. Welk recht hadden ze op het oude erfdeel. Het is belangrijk om te weten of je lid bent van het volk van God. Hoe zit het anders met je erfdeel in het hemels Kanaän.
61. Barzilai was uit de tijd van David. Hij voedde hem toen hij moest vluchten. Zij konden zich in het register niet terugvinden. Geen wettig document. Uw legitimatiebewijs a.u.b.... Wat moet dat betekent hebben! Ze hebben er zoveel voor over gehad, ze denken priesterdienst te gaan vervullen, maar ze staan buiten.
In het Nieuwe Testament lezen we het ook: hebben wij niet in Uw naam geprofeteerd? Ik heb u niet gekend... Jij bepaalt niet of je daar gaat wonen, maar een Ander voor jou.
Maar het oordeel was niet definitief. Hattirsata = `landvoogd`. Uitstel tot voor de hogepriester. Urim en Thummin – de beslissingsstenen, waardoor het besluit van de Heere kenbaar werd. We weten niet precies hoe het gewerkt heeft. God kon via de hogepriesters worden geraadpleegd.
Een ander beslist – de hogepriester maakt het uit. De Heere Jezus is de grote Hogepriester zegt de Hebreeën brief. Hij is gekomen om juist onreinen te reinigen door zijn bloed. Open 1:5 – Hij die ons gewassen heeft en gemaakt heeft tot koning en priester voor God – we waren het niet! Door Hem worden buitengeslotenen binnen gezet. Daardoor alleen komt hun naam te staan in het boek des levens des Lams; Hij beslist en bij Hem, moet ik zijn.
Detail: vers 63 'totdat er een priester komt met urim en tummim' – Onder de Joden is een stroming: kabalisten, zij zoeken naar allerlei betekenissen ook in getalswaarden van Hebreeuwse woorden, waarvan de letters immers ook voor getallen staan. In Openbaringen wordt gesproken over het getal 666, ook in het Grieks hebben letters een getalswaarde.
Het woord priester is 'kohen' (getalswaarde 75); Urim (is 287) en Tumim (526) – bij elkaar 888 – precies de getalswaarde van het woord `Jezus`.
Vers 64. totaal was 42.360 – God heeft ze vermeld in de Bijbel, maar ook allemaal bij name geteld. Hij telt de sterren en kent ze bij name – de haren van ons hoofd, de dagen, en al degenen die terugkeerden. Hij kent degenen die de Zijnen zijn. Zegt het ons niets, al die namen? Ze zijn Zijn eigendom. Ze hebben het verlangen gekregen dicht bij de tempel te wonen. Opgetekend in Gods register. Vermeld in Zijn boek. Dat is al een beloning, zegt Mathew Henry.
Dan is er nog sprake van zangers en zangeressen - gemengde koren misschien wel. Niet Levieten, dus. De lastdieren worden nog vermeld – veel ezels, dus veel armen.
Ze gaven een vrijwillig offer. God had daar zo'n behagen in. Hoe kunnen wij dat doen?
1 Varren der lippen zegt Hebreeën – de lofprijzing. Ook doordeweeks, op de fiets.
2 mededeelzaamheid, gaven
3 Rom. 12: onze lichamen te stellen als een gode welbehaaglijk offer. Je leven, je hart, je energie.
4 Psalm 51: De offeranden Gods zijn een gebroken geest; een gebroken en verslagen hart zult Gij, o God ! niet verachten.