Hst. 1 Toestemming v, koning Kores terugkeer van ballingen vanuit Babel naar Jeruzalem
Hst. 2 Uittocht uit Babel naar Jeruzalem
Hst. 3 Tempelbouw
Hst. 4 Tegenwerking
Lezen: Ezra 4 van vers 1 t/m 5 vervolgens vers 24 t/m Hst. 5 vers 1 en 2.
Alle O.T. geschiedenissen zijn geschreven tot lering en tot onze vertroosting.
Rom. 15: 4 Want al wat te voren geschreven is, dat is tot onze lering tevoren geschreven opdat wij, door lijdzaamheid en vertroosting der Schriften, hoop zouden hebben!
I Kor 10:11 En deze dingen zijn hunlieden overkomen tot voorbeelden; en zijn beschreven tot waarschuwing van ons, op dewelke de einden der eeuwen gekomen zijn.
Hst. 4 Tegenwerking
We verdelen het in:
1 t/m 5 Medewerking geweigerd
6 t/m 23 Tussenstuk, behandelen we na vers 24
vers 24 Hervatting van tempelbouw in het 2e jaar van Koning Darius
vers 1 t/m 5
Laat ons met u bouwen, want wij zullen uw God zoeken.
Wie vragen dat? WEDERPARTIJDERS, worden ze genoemd in vers 1.
Wie zijn zij? Een mengbevolking, voornamelijk Samaritanen. Daarheen gevoerd onder koning Esarhaddon 680-669 v. Chr.
Het antwoord van Zerubabel en Jesua is afwijzend. Vers 3 Het betaamt niet dat, gijlieden en wij onze God een huis bouwen.
Alleen Israëlieten mogen aan de tempel bouwen.
De Samaritanen, diende wel de God van Israël, MAAR…. Niet ALLEEN, zij dienden ook nog hun eigen goden, én… ze dienden Hem op hun eigen manier! Niet op de voorgeschreven wijze. 2 Kon. 17: 33
Het was een aantrekkelijk aanbod, meer mankracht, meer geld ter beschikking, de Tempel sneller gereed.
Ook vanuit het aspect van verdraagzaamheid, samenwerking, het samen aan een doel werken, gemeenschappelijkheid, het klinkt goed!
Maar, hier is iets anders aan de hand! Het gevaar van syncretisme, vermenging van godsdienst, ligt hier op de loer. Daar waren ze o.a. voor naar Babel gevoerd!
Zerubabel en Jesua, hadden het vermogen gekregen de ‘geesten’ te onderscheiden en zagen het grote gevaar, als de Samaritanen meebouwen hebben ze straks ook zeggenschap over de invulling van de Tempeldienst e.d.
Ze doorzagen de listige aanval van de satan.
Toepassing: Waakzaamheid geboden, het onderscheid van geesten, ook t.a.v. het samen op weg, de P.K.N. het beroepen van ouderlingen of voorzitter van jeugdvereniging.
Ook t.o.v. de Islam.
LET WEL! het gaat hier over gemeenteopbouw, niet over evangelisatie of zending.
Zij antwoorden: Wij alleen zullen bouwen, toch zijn ze niet sektarisch! Dat zien we in Hst. 6: 17 als de tempel wordt ingewijd offeren zij 12 geitenbokken, ten zondoffer, voor GANS Israël, ook voor degene die achter gebleven waren in Babel!
Vers 4. Al snel kwam uit dat hun aanbod niet oprecht was. Zij ontmoedigde de bouwers, maakten de handen van de bouwers slap en verstoorden zo de bouw van de Tempel!
Vers 5. Ze huurden zelfs, raadslieden in om hun raad te vernietigen.
Vers 24 en de verzen 1 en 2 van Hoofdstuk 5
Het resulteerde hierin dat de bouw van de tempel ong. 16 jaar stil lag!!! Van 536 tot 520 v Chr. Pas in het 2e jaar van Koning Darius werd de bouw hervat doordat de Heere de profeten Haggaï en Zacharia naar Jeruzalem zond met de boodschap tot herbouw!.
De Israëlieten werden ontmoedigd! Door hun KLEINGELOOF, ‘slappe’handen’, Daardoor een vertraging van16 jaar.
Kleingeloof: Meer angst voor de vijand dan geloof en vertrouwen in God.
Er werd niet verder gebouwd, niet omdat het niet mocht, maar door nalatigheid!
De houding van Zerubabal en Jesua had moeten zijn:
Onze God zal voor ons strijden!
Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?
MAAR!!! GODS WERK GAAT DOOR! ZIJN WERK IS NIET TE KEREN!
Dat is voor ons de les beproeving!
Ps. 138: de Heer is zo getrouw als sterk
Hij zal Zijn werk
VOLEINDEN!
Want ……..In Hst 5 vers 1 en 2 lezen we: Haggaï en Zacharia profeteren, geleidt door Gods Geest: jullie bouwen aan je eigen huis, en zou MIJN Huis dan woest zijn?
Grote behoefte aan zulke mannen!! ( gebed)
Zoals gezegd wordt de bouw aan de Tempel hervat! In het 2e jaar van koning Darius 520 v. Chr.
Dan nu vers 6 t/m 23
Een tussenstuk, dit speelt zich af tijdens de bouw van de muren in de tijd van Nehemia.
Vers 6: tijdens de regering van koning Ahasvéros, ( ten tijde van koningin Esther) 485 tot 465 v. Chr.
Vers 7: tijdens de regering van koning Arthahsasta ( ten tijde van Nehemia) 465 tot 425 v. Chr.
Er gaat een brief met een aanklacht van de Samaritanen naar koning Achasveros. Aanklacht: de aanklager is satan! hij verstoord altijd het werk des Heeren! Bidden om de onderscheiding der ‘geesten’.
Vers 12 t/m 16
Inhoud van de brief:
De Joden die uit uw land getogen zijn, herbouwen de stad Jeruzalem als ook de muren. Het is altijd een rebelse stad geweest, en koning, als de stad en de muren herbouwd zijn, zullen de inwoners, de cijns, de oude impost en de tol niet meer geven. ( zij zullen dus geen belasting meer betalen!)
Kijk het na in de ‘boeken’ en u zult het vinden zoals wij zeggen!
Wij krijgen ons salaris uit het paleis dus het is onze plicht u daarop te wijzen!
Een schijnheilige vertoning.
Vers 18 t/m 21
Antwoord van de koning:
De brief is mij duidelijk voorgelezen.
Ik heb bevel gegeven tot onderzoek en het is zoals u hebt geschreven; het is van oude tijden af, een rebelse stad.
Geef dan nu bevel de bouw te beletten, zodat die stad en de muren niet zal worden opgebouwd, totdat van mij daarvoor bevel gegeven wordt!
Vers 23
Zodra zij het antwoord van koning Arthahsasta ontvangen hadden, gingen zij met haast naar Jeruzalem om de Joden, met arm en geweld, te beletten de stad en de muren te herbouwen.
Maar ook de bouw aan de muren zal worden voortgezet ……. Onder leiding van Nehemia,
WANT!
GODS WERK IS NIET TE KEREN
OMDAT HIJ ER OVER WAAKT!!