Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
lezing 2007-06-07 20:30:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Maranathakring 5e avond - Ezra 5

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Ezr 5 Maranathakring over Ezra

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Bijbelstudie Maranathakring Ezra 5

Hst. 1 Toestemming v, koning Kores voor terugkeer van ballingen vanuit Babel naar Jeruzalem
Hst. 2 Uittocht uit Babel naar Jeruzalem
Hst. 3 Tempelbouw
Hst. 4 Tegenwerking
Hst. 5 Verder

Lezen Hst. 5

Indeling zoals Matthew Henry het heel mooi beschrijft:
vers 1- 5 De Geest verwarmt de harten. ( van de leiders van het volk)
vers 6-17 Dezelfde Geest bekoeld de harten. ( van de tegenstanders)

Wat is er zo in de overgang van hoofdstuk 4 tot 5 aan de hand? Het is het tweede jaar van Koning Darius 520 v. Chr.
De tempelbouw was gestopt! Waardoor?
1e Er kwam tegenstand, bedreiging van de vijand, degenen die in het land van Israël woonde toen de joden terugkwamen uit de ballingschap. (meest Samaritanen)
2e De leiders van het volk miste geloofsmoed! Het vaste geloofsvertrouwen, op de Heere hun God! Want…Als God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?
3e Er kwam traagheid, matheid, slappe handen, men liet zich afschrikken door de tegenstanders.
4e De zelfzucht kreeg de overhand, men ging hun eigen huizen bouwen en verfraaien. Daar ging al hun tijd, geld en belangstelling heen!

En de satan? Die hield zich stil, daar hadden ze geen last van, als je voor jezelf leeft heb je van de duivel geen last!
In Hst. 5 lezen we dat God twee profeten zendt. Haggaï en Zacharia.
God zendt profeten in tijden van geestelijke achteruitgang. Waartoe?
Tot stichting
Tot vermaning
Tot vertroosting

Wat opvalt is dit!
In Ezra 4 vers 24 staat: Toen hield het werk op van het huis Gods, tot het 2e jaar van koning Darius
In Haggaï 1 staat: in het 2e jaar van Koning Darius in de 6e maand, op de 1e dag der maand, geschiedde het Woord des Heeren…
In Haggai 2 lezen we dat men op de 24e van de 6e maand begon men weer met de bouw.
In Zacharia 1 lezen we: in de 8e maand van het 2e jaar van Darius
En in vers 7 op de 24e dag in de 11e maand van in het 2e jaar van Darius.
Dit is dus allemaal in dezelfde tijd! Het 2e jaar van koning Darius!!

Lezen Haggaï 1
Wat is de boodschap, die Haggaï in de Naam des Heeren brengt?
U zegt het is niet de tijd om het huis des Heeren te bouwen.
Is het voor u dan wel tijd dat gij woont in uw gewelfde huizen? En zal Mijn Huis woest zijn?
Let eens op, gij zaait veel, maar brengt weinig in.
Gij eet, maar wordt niet verzadigd
Gij kleed u, maar wordt niet warm
Gij ontvangt loon, maar in een doorboorde buidel.
Het is alles, te kort!
Veel inspanningen en weinig profijt.
Vraagt gij waarom?
Om MIJN HUIZES WIL, het welk woest is, en gij loopt en werkt aan uw eigen huis!
Door uw zelfzucht en egoïsme overkomt u dit.
Daarom onthouden zich de hemelen over u, daarom is er geen dauw en geen vrucht!
IK heb de DROOGTE geroepen!

Wat is de reactie van Zerubabel, Jozua en het volk?
Vr. 12. Toen hoorde Zerubabel, Jozua en al het volk, naar de stem van de Heere hun God en het volk vreesde voor het aangezicht des Heere.
Dit is door de kracht van God, het volk geeft gehoor aan de oproep! Ze buigen voor God!! Dit is een opwekking!!
Vers 13 toen sprak Haggaï, de bode des Heeren, tot het volk: Ik ben met ulieden!
Vers 14 een geweldige tekst!! En de Heere verwekte de geest van Zerubabel en de geest van Jozua én de geest van het GANSE overblijfsel des volks en zij kwamen en maakten het werk in het Huis van de Heere hun God!!
God verwekte de geest van de mensen, zo gaat het in een opwekking, dat kunnen wij niet maken, GOD WEKT OP!!!
Het resultaat is dat ze op de 24e dag aan het werk gaan. 3 weken later… een soort incubatie tijd van de Geest!

In Haggaï 2 geeft de Heere een geweldige belofte.
Vrs. 4 Wie is er die de eerste tempel nog gezien heeft? En wat ziet u nu? Is het niets in uw ogen?
Vrs 5 Maar, wees sterk Zerubabel, en wees sterk Jozua, en wees sterk al het volk, want Ik ben met u.
Vrs 6 Mijn Geest staat in het midden van u!
Vrs 10 De heerlijkheid van deze tempel zal nog groter worden dan de eerste. Ik zal er vrede geven.
In deze Tempel heeft de Meerdere Zerubabel, Jezus Christus, gelopen, de profeten gelezen! Daarom is zijn glorie en heerlijkheid nog groter dan de eerste Tempel!

We kijken even naar Zacharia 1 vers 1
In de 8e maand in het 2e jaar van koning Darius kwam het Woord van de Heere tot Zacharia, zeggende:
De Heere is zeer vertoornd geweest tegen uw vaderen, keer weder tot Mij en Ik zal tot u wederkeren.
In hetzelfde jaar als de Heere tot Haggaí spreekt, spreekt Hij tot Zacharia, en beide profeten gaan naar Jeruzalem en moedigen Zerubabel, Jozua en het volk aan en………ondersteunden hen tijdens de bouw zo lezen we in Ezra 5 vers 2.
Zij ondersteunen hen… de profeet(en) is niet alleen een voorzegger, maar ook een voortzetter!!

Wat heeft dit ons te zeggen in onze gemeente?
De mensen werden geactiveerd door de woorden van de profeten, zij gaven Woorden van de Heere door, dát zijn knechten, ze spreken Woorden Gods ….. daarom en alleen daardoor worden ze opgewekt, door de Kracht van de Heilige Geest, dat is het geheim!
Ook voor onze gemeenten geldt, mensenwoorden doen het niet! Maar de Heere werkt, door Zijn knecht heen! Dán is er verwachting, Dáárom is er verwachting!

Wat spreekt Haggaï voor woorden?
Woorden van vertroosting, bemoediging, maar ook vermaning! Vermaning, zij namen het aan! Bogen ervoor en eronder!

We gaan weer terug naar Ezra 5
Vrs. 3
Daar komt Thathnaï de landvoogd, er komt een inspectie, een onderzoek in Juda en Jeruzalem.
Wie heeft u bevel gegeven dit Huis te bouwen?
Het werk van God wordt weer beproefd!
Wat zijn de namen, van hen die bouwen?
Vrs. 5
MAAR het OOG van de Heere hun God was over hen, en zij beletten hen niet de bouw voort te zetten, totdat er bericht was van de koning Darius.
Ook hier zien we weer, dat als de Heere Werkt, de satan er meteen bij is en alles in het werk stelt om het werk van de Heere te verstoren!

Het OOG des Heeren, waar komen we dat nog meer tegen?
Ps 32:8 Ik zal raad geven, Mijn Oog zal op u zijn.
Ps 38:18 Ziet de Ogen des Heeren is over degenen die Hem vrezen
Ps.101:6 Mijn Ogen zullen zijn op de getrouwen
Op andere plaatsen:
Zijn Oog bewaakt u van omhoog
Zijn Oog slaat mij in liefde gade
Laat Uw Oog open zijn over dit huis dag en nacht!
Zoals een vader en moeder een kind in de gaten houdt, zo zijn de Ogen des Heere op hen die Hem vrezen!!

Vrs 6 - 10
Daar gaat een brief naar de koning Darius, met een eerlijke situatieschets.
Koning het is u bekend dat wij naar Jeruzalem gegaan zijn om een onderzoek te doen naar het Huis van de Grote God!
Het wordt gebouwd met grote stenen en het werk gaat voorspoedig.
Wij hebben gevraagd, wie heeft u bevel gegeven om dit huis te bouwen?
We voegen een lijst met de namen van hen die bouwen
en voegen deze hierbij!

Vrs. 11 – 17
En zij antwoordden:
Wij zijn knechten van de God van hemel en aarde en wij bouwen het Huis dat vele jaren geleden door een groot koning (Salomo) is gebouwd, om de Heere onze God offers te brengen en Hem te aanbidden!
MAAR onze vaders hebben de God des Hemels vertoornd en daarom heeft hij hen overgegeven in de hand van Nebukadnézar de koning van Babel!
Deze heeft het volk weggevoerd naar Babel.
Hier in vrs. 12 horen we een geloofsbelijdenis en een schuldbelijdenis!
Het is niet zo dat Nebukadnézar sterker is dan onze God! Nee, onze vaders hadden gezondigd, het was Gods slaande hand over Zijn ongehoorzame volk!
Dáárom zijn ze weggevoerd!

Toepasssing:
Het H.A. is ook een schuld én een geloofsbelijdenis!
Wij hebben God vertoornd! We moeten niet gering denken over de Toorn van God!
Wij zijn van naturen vijanden van God!
Wij kunnen alleen maar schuilen achter het bloed van het Lam!
Ik klem mij DAAROM aan Golgotha’s Kruis!
De Hitte van Gods Gramschap is daar geblust!
H.A.
Dit brood, is Mijn Lichaam dat voor u verbroken is
Deze rode wijn is Mijn Bloed wat voor u vergoten is!
Eet en drinkt!
Kus de Zoon opdat Hij niet Toorne en u op uw weg vergaat!

Vrs. 13
Maar in het 1e jaar van Kores, koning van Babel, heeft de koning bevel gegeven de Tempel te herbouwen.
Vrs. 14
Ja, de gouden en zilveren vaten van het Huis Gods die Nebukadnézar uit de tempel in Jeruzalem had meegenomen en in de tempel van Babal had laten plaatsen, die heeft koning Kores uit de tempel laten halen en aan Sesbazar gegeven en hij zeide tot hem:
Vrs. 15
Neem de vaten en laat het Huis Gods gebouwd worden op zijn plaats.
Vrs. 17
Nu dan koning, laat er gezocht worden in het schathuis of het inderdaad zo is dat koning Kores toestemming heeft gegeven dit Huis Gods in Jeruzalem te bouwen!
En zendt ons daarvan een bericht!

Edit