Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-01-10 10:00:00 prof. dr. W. Balke (Em. te Den Haag)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mar 1:16-20 Mar 1:1-20 2010-01-10.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.8Mb)
2010-01-10C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.0Mb)
2010-01-10T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.6Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Het is nog maar heel in het begin van het openbare optreden van onze Heiland. Vlak na de doop in de Jordaan. Bijzonder moment – zo was het optreden van Johannes de Doper. Het oude leven gaven velen af in het water en opstanding in het nieuwe leven. Dat was ongehoord. De heidenen, daar was de doop voor – de Joden waren toch uitverkoren? Maar de Heiland ondergaat de doop ook. Bevestigd in Zijn Messiaanse ambt, Deze is Mijn geliefde Zoon, in wie ik al mijn welbehagen heb. Hoort Hem! En de Heilige Geest daalt op Hem neer.
En hij drijft Hem voort, allereerst de woestijn in. Verzocht door de duivel. De rand van de bewoonde wereld. De satan verzoekt. Dat is zijn wezen en zijn gevaar. Hij maakt de zonde aantrekkelijk en verleidelijk. Dat lukte bij Adam wonderwel. Hij heeft sindsdien een gemakkelijk spel met gevallen mensen, maar het lukt hem niet bij de tweede Adam. Hij houdt zich wel vast aan het Woord van God. Daar kan de duivel niet tegen op. Wij moeten ook bidden om bewaard te blijven.
Ook daar is Hij onze middelaar, Hij bindt de strijd aan en overwint hem. Hij is gekomen om alle werken van de duivel te verdrijven. Als kampvechter neemt Hij het op voor Zijn gemeente, Zijn lammeren, die zo gauw prooi zijn van deze duivel.

Hij begint met de prediking van het koninkrijk der hemelen. Hij neemt het werk over van Zijn voorloper. Hij is inmiddels opgepakt door Herodes.
Hij doet het eerst in het Noorden, het Galilea der heidenen. Bij een zee, een haven is altijd bedrijvigheid. Er wordt gevist, mensen aan het werk. Hij ziet Petrus en Andreas, Hij roept hen: volg Mij en Ik zal u vissers van mensen maken. Zouden ze hun broodwinning zo maar in de steek moeten laten? Verder op wordt ook gevist, een groter bedrijf; daar zien we Zebedeüs, met zonen en knechten. Johannes en Jacobus zijn druk bezig. Kom! Zouden ze niet aarzelen misschien? Toch niet: Vader u zult het zonder ons moeten doen. De meester is daar en Hij roept ons. Het dramatische van deze twee momenten wordt in geen enkel evangelie belicht. Vier mensen levens worden totaal en radicaal veranderd.

Er staan vier werkwoorden, twee van de kant van de Heere Jezus: Zien en roepen. En twee van de kant van de discipelen: verlaten en volgen. Niemand merkte de Heere Jezus op. Maar Hij heeft hen gezien. Hij wilde ze hebben en heeft ze geroepen. Onweerstandelijk – Hij heft ze eenvoudig meegenomen. Ze hebben niet gesolliciteerd naar het discipel- en later apostelschap.

Toch hebben ze hierin hun aandeel, ze zijn geen blok hout. Kunnen ze nee zeggen? Ja, dat kan. De rijke jongeling komt naar Jezus – wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven – verkoop alles wat je hebt en geef het de armen – hij bedankt en gaat bedroefd weg. Dat hadden de discipelen ook kunnen doen: bedenktijd, wat wilt u precies? Dat zou toch redelijk geweest zijn. Mogen we eerst overleggen, wat is uw bedoeling en voorwaarden, waar gaan we heen, hoe lang duurt het, wat is het doel? Ze doen niets van dat alles. Ze horen en ze komen.

Verlaten en volgen. Willen ze volgen dan zullen ze moeten verlaten, hun vader, het schip, de netten. Hoe radicaler ze al deze dingen loslaten des te makkelijker zal het zijn om Jezus met hun hart vast te houden. Niemand die de hand aan de ploeg slaat en omziet is bekwaam tot het koninkrijk Gods.

Hoe staat het met zien, roepen, verlaten, volgen in ons eigen leven? We kunnen niet zeggen: dat was voor hun, toen, dat raakt ons vandaag niet. De Heiland staat ook op de drempel van ons leven, in het gewaad van Zijn woord. Hij vraagt: Verlaat alles volg Mij!
Wij zijn bezig met dingen waar we aan vast zitten. De omstandigheden zijn voor ieder mens heel belangrijk. Het gaat om die vier werkwoorden. Verlaten en volgen.

Hij ziet en volgt, wij scheiden dat van elkaar. Zijn verkiezende liefde, zien en roepen zijn direct aan elkaar verbonden. Er is veel gestreden over uitverkiezing en wat zijn er een misverstanden over!
We kunnen er heel onheilig over spreken, ‘als je uitverkoren kom je er en anders niet’. Nee, het is het geheim van Gods liefde. Onmetelijke liefde, wat betekent dat voor u en mij?

1 God is het begin van alle dingen, van de wereld, heelal, Hij is begonnen. Onnaspeurlijk. Dat geldt van het werk van Vader en Zoon. In den beginnen was het Woord. Ook de Heilige Geest, de Herschepper. Vernieuw, herschep ons hart. God is altijd het begin.
Zo is Hij ook in uw en mijn leven begonnen. David: Uw ogen hebben mijn ongeformeerde klomp gezien. Hij zag mij. Zoals Hij Jakobus en Andreas zag. Niemand kan zeggen, de Heere heeft naar mij niet omgekeken. En ook niet: hier ben ik dan zelf maar. Nee, Hij staat aan de drempel van het leven en Hij ziet ons. Hier is uw God, uw God is koning, dat zegt de Heere tot u en mij. Ik zie je! God begint. Aan Hem alleen de eer.

2 Het blijft niet alleen bij zien bij Hem. Hij roept, niet omdat wij zo bijzonder bekwaam zijn, hij roept vier vissers. Wij zouden ze niet hebben uitgekozen, een hele heterogene groep. Een tollenaar, één uit de ondergrondse, zeg maar, eenvoudige visser; geen mensen van naam of stand, of ontwikkeling.
Deze mensen moeten drie jaar later de wereld in, ze moeten een universele beweging op gang brengen, zonder diploma’s. En volstrekt ongeschikt in ons idee. Ze zijn hardleers, na drie jaar hebben ze nog niet begrepen dat het Koninkrijk der hemel gaan aards koninkrijk is. Het is niet van deze wereld. Jacobus en Johannes – toen de Samaritanen het gezelschap niet wilde ontvangen – zeiden, zullen we vuur uit de hemel neerbidden en deze laten verslinden? De zoon des mensen is niet gekomen om de zielen der mensen te bederven maar ze te behouden. Zalig de zachtmoedigen. En ze laten hun meester uiteindelijk in de steek.

Niet omdat ze geschikt zijn, worden ze geroepen, maar omdat Hij ze wil. Zijn genade wil Hij ze bewijzen . Bekwaam maken voor Zijn werk. Onverdiende vrije genade, dat geen enkel aanknopingspunt vindt in iets van de mens.

De Heere roept ons, omdat wij het volstrekt niet waardig zijn, dat is uitverkiezing.

3 De verkiezende liefde van God is een onwankelbaar fundament voor ons geloof en hele leven. Verankerd op die steenrots ligt het volstrekt vast. We vinden niet ons zelf niets in de heksenketel van deze wereld. We kunnen geen minuut vooruitkijken. En vinden geen houvast in onszelf. Dat is de ergernis van het evangelie, dat ligt ons niet. Een harde les om er mee in te stemmen, we zoeken het altijd in onszelf, in onze stemmingen. De ene dag vurig en enthousiast de andere dag alles kwijt.
Stemmingen zijn drijfzand - de enige zekerheid en het vaste fundament is de liefde van de Heere Jezus, Die God die het allerprilste begin van ons leven heeft gezien en ons heeft geroepen en ooit ophoudt met ons te roepen en die eeuwig vasthoudt wat Hij een maal gegrepen heeft, de zekerheid, onwrikbaarheid van het grote geheimenis van de verkiezende liefde van God.

Wij mogen de verkiezing nooit losmaken van de roeping. Geroepen en ook gerechtvaardigd, die heeft hij ook verheerlijkt. Gelijkvormig aan het heerlijk beeld van Christus, in die verkiezende God ligt het eeuwig vast, uit wie en door wie, in wie alle dingen zijn.
Dat leren we uit het hele Woord.

God begint, hij ziet en roept en het ligt vast in zijn liefde.

Wat moeten de discipelen en wij doen als onze Heiland ons roept? Mijn zoon , dochter geef Mij uw hart. Of we weigeren te luisteren en te gehoorzamen of we doen dat ene ding wat ons wordt gevraagd. Volgen. Verlaten. Het hoort bij elkaar, we kunnen pas echt volgen als we bereid zijn het oude leven los te laten. Zij, hun netten verlatende… de harde kant van het eeuwig leven.
Alles midden door kappen – verlaten beteken voor ons, dat we erkennen dat de Heere God met ons oude leven niets kan beginnen. Met onze oude mens. Het doopformulier zegt dat kort en krachtig: “Dit betekent dat wij innig verbonden zijn met deze enige God - Vader, Zoon en Heilige Geest -, Hem vertrouwen en liefhebben met heel ons hart, met heel onze ziel, in heel ons denken en met al onze krachten. Verder, dat wij ons van de wereld afkeren, onze oude natuur doden en in een nieuw, godvrezend leven wandelen”. God dood de oude mensen en schept de nieuwe mens.

Ieder die alles wil meenemen raakt het voetspoor van de Heere Jezus kwijt.
De discipelen krijgen een belofte, vissers van mensen, uitbreiding van het koninkrijk. Het Nieuwe Testament danken wij aan de apostelen. Ze moeten echter wel in dat voetspoor blijven. Ze wilden soms voor de Heere Jezus uit, of naast Hem om nog even te overleggen. Hoe vaak dachten ze niet dat het helemaal verkeerd ging en tenslotte vluchtten ze weg. Volgen d.w.z. in het voetspoor blijven, en dat leidt naar het kruis.
Christus heeft Zijn werk volbracht en verhoogd en verheerlijkt. Hij wil ons betrekken in Zijn sterven en Opstanding!

We mogen zingen met het lied van de Reformatie:

Hoe ook de satan woedt,
wij staan hem voet voor voet,
wij tarten zijn geweld;
zijn vonnis is geveld:
één woord reeds doet hem vallen!

Edit