Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-01-17 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Samuël Doopdienst van Jedidja Anne-Gerte Herwig en Samuël Edmund Wouter Timm

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
1Sam 2:18,19 1Sam 1 2010-01-17.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.3Mb)
2010-01-17C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.4Mb)
2010-01-17T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.6Mb)
Doopdiensten

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Kinderen, ik heb iets meegebracht. Een jasje. Daar ga ik vanmorgen over spreken, over een manteltje. Deze doopdienst gaat over een mantel, de mantel van Samuël. Zijn moeder maakte die voor hem, elk jaar een beetje groter.

Samuël

Zijn gezin
zijn geboorte
zijn groei

1.Zijn gezin

Lang gewacht, stil gezwegen, nooit gedacht, en toch gekregen. Dat kun je zeggen van Hanna, de moeder van Samuël. Hanna, haar naam betekent genade. Maar wat schiet je op met genade als er iets in je leven is dat niet weg wil, dat niet verandert. Hanna had een lieve man, Elkana, maar haar baarmoeder was gesloten. Elk jaar gingen ze naar Silo, naar de tabernakel. Elkana gaf haar een dubbel deel. Maar ze miste een kind en dat stak haar. Kinderloosheid teken van de straf en vloek van God. Schande. Elkana nam een tweede vrouw erbij, niet dat de Heere dat nu goedkeurde, maar hij nam Peninna, een echte pin. Hanna had geen kinderen en Peninna had geen liefde van haar man. Ze merkte wel dat Elkana wel van Hanna hield. Peninna gaat Hanna nu pesten, dagelijks, om haar tot drift te verwekken. Ze maken elkaar het leven zuur. Op zich een welvarend gezin maar niet gelukkig. Alleen de genade van God kan daar iets aan veranderen.
Dan gaan ze weer naar Silo en Hanna huilt en kan niet eten. Elkana probeert haar te troosten, zegt dat hij toch veel meer waard is dan 10 zonen......onhandig! Als er diep verdriet is, zijn wij moeilijke vertroosters. Soms zegt een gebaar dan meer dan woorden, ook al bedoelen we het goed.

Hanna gaat met haar verdriet naar de Heere. Hanna bidt lang. Ze knielde neer en stortte haar hart uit voor de Heere, ze goot haar hart uit voor de Heere. Als een kopje water dat omgekiept wordt. Die weg mogen wij ook gaan, met welke gevoelens u hier ook zit bij deze doopdienst. Wij bidden vaak wel, voeren een gesprekje met de Heere, maar dat is wat anders dan wat hier staat. Hanna vertelt alles en houdt niets achter. Soms hebben we een doorn in ons vlees nodig om zover te komen. Soms moet God als het ware een punaise in onze fietsband duwen, voordat-ie helemaal leegloopt en we echt aan de grond zitten. Hanna doet dit in het huis van de Heere. Ze schaamt zich niet voor haar emoties, ze laat haar tranen de vrije loop.

Wij doen zoiets niet. Wij laten hooguit een glimlach zien, maar daar blijft het bij. Juicht o volken juicht, handklapt en betuigt, onze God uw vreugd, wees te saam verheugd. Ja, maar daarvoor moet je in Israël zijn en niet in de Maranathakerk. Dat durven we niet. Noch bij blijdschap, noch bij verdriet. Hanna laat het wel de vrije loop gaan. Eli echter ziet het, maar wordt boos. Hij vindt dat dit niet hoort in het huis des Heeren. Hij ziet allen haar lippen bewegen en hoort niet haar stem. Mensen horen haar niet; God hoort haar wel!
Alsof God tegen de engelen heeft gezegd: even stoppen met zingen, want Ik wil Hanna horen. Hanna stort haar hart uit, maar vraagt ook iets aan de Heere. Heere, als U mij een zoontje geeft, dan geef ik dat kind aan U terug. Doopouders, dat mag u ook doen in het gebed...

Eli zit op een stoel; hij is ambtsdrager in het huis van de Heere. Kind en knecht van God. Maar hij is niet fijnbesnaard. Hij zit op een stoel en dat mocht helemaal niet. Er hoorden in het Oude Testament geen stoelen in het huis van God te staan, omdat het werk van de priesters altijd maar door ging. Altijd maar offeren, omdat er nooit genoeg vergeving is voor al die zonden. Als de Heere Jezus asl de grote hogeprietser in de hemel terigkomt, dan mag Hij gaan zitten aan de rechterhand van zijn Vader, dan is het werk gebeurd, voldaan.
Eli is niet fijnbesnaard. Hij kijkt Hanna zuur aan, terwijl hij dat bij zijn eigen kinderen niet deed ondanks grove zonden. Een merkwaardige mengeling van ernst en toegeeflijkheid. Ambtsdragers zitten er ook wel eens naast......Ik denk dat hij zich later geschaamd heeft....Hanna wordt er niet boos om, maar zegt gewoon eerlijk waar het op staat. Ik ben niet dronken, maar diepbedroefd. En dan gaat God die Eli toch gebruiken en mag hij die troost volle woorden uitspreken: de Heere zal je geven waar je om gebeden hebt. Hanna's gezicht klaart op, en dat is te zien als naar huis gaat.


2.Samuëls geboorte.
Hanna en het hele gezin van Elkana gaat weer terug naar huis in Rama. Elkana en Hanna hebben gemeenschap met elkaar en ze wordt inderdaad zwanger. De Heere dacht aan haar. Wat een heilig moment. De Heere opent haar baarmoeder. Een jaar later heeft ze een zoon.
Hanna is een vrouw met een levende God.
Die moeder Hanna heeft vreselijk goed voor dat eerste kindje gezorgd. Dat doe je als moeder. Je zorgt voor ze, je kleedt ze leuk aan, en overal waar je komt laat je vol trots je kind zien. En wat ben je trots als je kind een veterdiploma haalt. Of zijn zwemdiploma.

Hanna is ook trots op haar zoon, maar nog belangrijker: ze vergeet haar belofte niet. Ze wil haar belofte aan de Heere graag nakomen. Ze gaat dit kind aan de Heere wijden. Heere gebruikt ud it kind tot uw eer. Dat is mijn gebed geweest en mijn belofte. En als dat kind dat 3, 4 jaar is, zie ik ze gaan, met Samuel aan de hand. Richting Silo, richting Eli. Ze laat aan Eli zien dat God heeft gedaan wat Hij heeft beloofd. In vers 28 staat: daarom heb ik hem ook aan de Heere overgegeven al de dagen dat hij wezen zal. Je geeft je kind over aan de de Heere. Dat is eigenlijk ook dopen. En nu gaat ze hem loslaten. Wat is dat moeilijk voor vaders en moeders. Je kind loslaten. Dat begint al bij het doorknippen van de navelstreng. Dan moeten ze zelfstandig leren ademhalen. Je zou ze hun hele leven willen buidelen, kangaroeën, maar dat gaat niet. Dat wil niet zeggen dat je ze achterlaat, maar dat je ze in Zijn handen legt. Om ze in hun vroegste jeugd over te laten aan de Heere. Je geeft ze aan de Heere terug, ik geef ze aan U Heere.
Ik leg de namen van mijn kinderen in Uw handen.....Hanna doet dat letterlijk, en elke ouder moet dat geestelijk doen.

Misschien moet je er niet aan denken. Vier jaar en dan je moeder dan niet meer zien? Dat is wat geweest. Maar het ligt er maar aan hoe je daarop voorbereid wordt. Met 4 jaar gaan ze bij ons naar school. Als je moeder dan vooraf zegt: gelukkig hoef je nog niet naar school , en dan opeens moeten ze, onvoorbereid, dan wordt het de hele tijd huilen. Maar ik denk dat moeder Hanna Samuël daar heel jong al op heeft voorbereid. Dat ze heeft verteld: dat jij hier op mijn schoot zit, is een gebedsverhoring van God. Ze heeft hem leren zingen, want ze kon goed zingen, denk maar aan Hanna's lofzang. En ze heeft ook verteld: jongen, als jij nu 4 jaartjes bent, dan mag jij naar de Heere God toe. Je kunt niet bij mama blijven wonen, maar je mag bij de Heere wonen en daar is het nog veel mooier en veel fijner. Wat zal mama blij zijn als jij doet wat de Heere van je vraagt. Het doen van de wil van de Heere God is een feest in je leven! Zo wordt hij stapje voor stapje voorbereid......Mam brengt jou daar en ze komt elk jaar weer terug en dan brengt ze voor jou een nieuw jasje mee. Zo heeft ze met Samuël gesproken. Samuël heeft daar begrepen, kijk maar naar vers 28: hij bad aldaar de Heere aan. Dat jochie van 4 gaat op zijn knietjes als hij in de tabernakel komt. Je bent nooit te jong om je knietjes voor de Heere te buigen. Vier jaar, en dan al bekeerd. Mooi he. Want als je je knietjes voor de Heere Jezus buigt, dan ben je bekeerd.

Moeder bracht hem bij de Heere en Samuël buigt zich neer. Waar brengen wij onze kinderen naar toe? Je begint nooit te vroeg...

3.Zijn groei
In onze tekst staat: hij diende voor het aangezicht van de Heere en zijn moeder maakte voor hem een kleine mantel. Hij mag de Heere en Eli dienen en hij groeit ook van jaar tot jaar. Samuel dient de Heere en groeit op, maar het begint altijd met knielen voor de Heere. Je kunt geestelijk willen groeien,maar je moet eerst buigen, je hart overgeven aan de Heere Jezus. Vervolgens mag je dan een heel leven Hem dienen en geestelijk naar Hem toegroeien. Samuel wordt niet vol gepompt met informatie. Wij lopen met onze reformatorische scholen het gevaar er te veel informatie in te pompen en te weinig te spreken over de relatie met de Heere Jezus. Het begint met te knielen voor de Heere. Zo lang je dat nog niet hebt gedaan, ben je geen kind van God. Heb je je hart aan de Heere Jezus overgegeven? Daar moet je antwoord op geven. Hij slaat op hen het oog die nederig knielen. Hij ziet een kind op zijn knietjes liggen en wil daar graag naar luisteren. Bij het Leger des Heils hadden ze vroeger een zondaarsbankje, en na de dienst werden mensen uitgenodigd om daarop te knielen. Dat lijkt op geloofsbelijdenis, dan gaan ze bij ons na hun ja woord ook op hun knieën. Samuel krijgt een linnen lijfrok, een priesterpakje. Samuel helpt Eli in de tabernakel. Ijverig en gehoorzaam. En dan komt zijn moeder en die brengt een jasje voor buiten. Elk jaar weer nodig omdat hij groeide. Hanna was blij dat ze elk jaar dat jasje aan kon doen, en nog blijer dat hij een nieuw hartje had. Elk jaar was hij een stukje gegroeid. Mouwen te krap,etc. Er zat groei in. Geestelijk is dat ook belangrijk. Is er nu geestelijke groei geweest het afgelopen jaar? Het begint met knielen, dat is duidelijk, maar zit er nu ook groei in? Is de Heere groter voor u geworden? Mantelzorg op maat. Ik denk dat Hanna in het jaar dat ze hem niet zag, heel veel voor Samuël gebeden heeft. Een moeder trekt haar kind een jasje aan, een teken van zorg en veiligheid. Zo is het ook geestelijk. Ook jij als ouders moet meegroeien. Die mantel van liefde en zorg moet je wel mee laten groeien, anders zit-ie te strak. Je wil ook graag veel meegeven in de zakken van dat jasje. Een goeie studie, een Bijbeltje, een spaarbankboekje......zo probeer je je kinderen alles mee te geven. Een warme jas als ze die koude wereld in gaan. Een mantel die geweven wordt uit liefde, gevoerd met zorg. Maar vooral een mantel die omzoomd is met gebed. Zo sturen we ze de wereld in. Toch zijn er kinderen die het zo koud hebben, die die mantel van liefde missen. Gelukkig is er nog Gods mantel van Vaderlijke zorg. De Heere Jezus hing naakt, zonder mantel aan het kruis. Opdat Hij de mantel van Gods liefde om jouw naakte schouders zou kunnen leggen. Zo kun je het leven door en het leven uit.

Edit