Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-01-24 10:00:00
ds. E.F. Vergunst (em. te Ridderkerk)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jer 31:3 Jer 31:1-14 Col 1:9-15 2010-01-24.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.9Mb)
2010-01-24C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.0Mb)
2010-01-24T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.0Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
U kent hem wel, Jeremia. Hij jeremieert kennelijk altijd, een Bijbelboek vol klaagliederen. Geen melancholisch mens is hij – hij had er wel reden toe. De nood dwong hem. Ik ben de man die ellende heeft gezien en hij is er aan ten onder gegaan. Eigenlijk is het verbazend dat hij nog iets anders kan dan zijn verdriet uitklagen. Hij kan ook jubelen, zien we vanmorgen.

Hij zingt een blijde lofzang, heel lang. Als je gaat zingen van Gods genade, ja dan blijf je zingen. Hij is er niet gelukkig mee, als hij moet klagen over de gemeente, evenmin als een dominee. Maar God heeft verdriet, weet Jeremia. Als hij straks op de puinhopen zit, is hij een gebroken man, maar vandaag zingt hij en wij delen in zijn blijdschap. Het lied van de bevrijding van het volk van God. Het volk in ballingschap zal stomverbaasd geluisterd hebben. Psalm 126: het leek een droom te zijn. Hoe zou dat weerlozen volk zichzelf kunnen bevrijden van die wereldmacht, Babel. Hoe zou het dan thuis en tot rust kunnen komen – toch de dwaas om te geloven? Maar Jeremia zingt omdat God het zegt. Dat gebeurt. Ze zullen uit de gevangenis van Babel vrijgelaten worden.
Hoe kom je thuis, Jeruzalem is niet naast de deur. En de wolk en vuurkolom was er niet als toen ze uit Egypte gingen. Ja er staat iemand hen op te wachten bij de deur van gevangenis. Hij snelt op hen toe en vat hen bij de hand. Niet koning Cyrus, Kores in de Bijbel. Hij liet het volk gaan, geeft de tempelschatten terug en ze zien verder maar.

Wie is het dan, die het volk thuis brengt? Jeremia zegt het ons. Het volk dat gespaard is, vond genade in de woestijn. Toen God op weg ging, om het volk in Kanaän tot rust te brengen. God haalt Zijn volk zelf op en brengt het thuis, geen weg te zwaar of te moeilijk om een weggelopen mens terug te halen. Geen verlorene kan zover van huis weglopen of z'n vader haalt hem terug.

Daar zingt Jeremia over. Van ver - een grote afstand. Tijden staat cusief – dat staat er niet in de grondtaal. Jeremia heeft het niet over de tijd, maar de afstand tussen God en u – die is groot…. Je kunt er een verrekijker bij halen maar je vindt Hem niet meer. Nee – Hij verschijnt. Zo ver waren zij van God geweken. De afstand was te groot geworden om te overbruggen.

Wij leven in een Babelcultuur. Ver verwijderd van het Jeruzalem dat boven is. De pijn daarover klinkt in het klaaglied van die vereenzaming. Israël ontdekte het in Babel. Indien ik u vergeet o Jeruzalem. .. Ps 137 – de balling klaagt niet over het aantal kilometers, maar over de geestelijke afstand. Jeruzalem, de stad van God. Israël had Zijn liefde verloochend, echtbreuk gepleegd, daar staan we ook niet meer van te kijken, tegenwoordig. Maar God heeft er verdriet over en Hij bestraft het.

Weggestuurd, ver weg van God. De jonkvrouw van Israël - de liefde van God zit daar in – zij heeft het met andere mannen gehouden. Welke man laat dat over zijn kant gaan? God niet. Zijn liefde is zo puur en zo heilig dat Hij dat niet verdraagt. Wie niet horen wil moet voelen; die zal een keer voelen. Wie niet luistert naar de stem van de liefde van God… niemand gaat ongewaarschuwd verloren, zeker niet in de kerk.

Jeremia klaagt – de Heere heeft ons vergeten. Voelt u daar in mee? Hij kan mij in diepte lijden in beproeving, maar ook als hij de rekening presenteert - u moet betalen. Wat kan God dan oneindig ver weg lijken. Een kind mag niet over zijn vader klagen wanneer hij hem tuchtigt als het ongehoorzaam is. Wij hoeven niet te klagen als God zegt, voor een klein ogenblik heb ik u verlaten, maar met grote ontferming zal ik u vergaderen. In een kleinen toorn heb Ik Mijn aangezicht van u een ogenblik verborgen; maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij uwer ontfermen , zegt de HEERE, uw Verlosser (Jes 54:8)
De verwijdering wordt door ons veroorzaakt maar niet opgeheven, dat moet God doen. EN Hij doet het. Als er Eén pijn voor over heeft dan is Hij het. Hij verschijnt uit de verte en gaat op zoek naar zijn volk, niet te begrijpen – zo is de liefde. Menselijke liefde is al niet te begrijpen…
Op weg naar zijn rust, thuis komt het tot rust. Dat geldt allereerst Israël, dat volk heeft nooit veel rust gekend. Dat hoef ik u niet te vertellen. Het zal wel zo blijven of wellicht erger worden, tot wanneer God Zijn oude volk helemaal thuis haalt. In het teken van het nieuwe verbond, daar staat nog iets te gebeuren v 33, 34. In smekingen en geween zal ik ze naar mij toe trekken. Van dat geween hebben gehoord in de Holocaust. Maar Hij brengt het thuis.

De tocht uit Babel was niet zo indrukwekkend als die uit Egypte. Vreugde over de bevrijding uit de slavernij. Maar nu is het heel anders, blijdschap en droefheid. Er is slechts een rest over. Asielzoekers. De ontkomenen aan het zwaard noemt Jeremia ze. Wat kunnen ze uitrichten. Zo gaat het ook vandaag.

God is ook op weg gegaan. Ze vonden genade in de woestijn. Het leven van Gods kerk in deze bedeling is daarmee getekend. Wat God doet en waar. De woestijntocht uit Egypte waar het verbond gesloten werd; de tijd van de eerste liefde, dat eerste. De jonkvrouw van Israël noemt Jeremia ze nog. Wat zullen ze thuis aantreffen? Nee – genade in de woestijn.
De Heer' heeft hun wat groots gedaan (ps 126)

Van ver is de Heere mij verschenen. De bruidegom die op haar bruid wacht. Komt God naar mij toe? Ze zal het uitgehuild hebben aan de borst van de bruidegom – kind ik heb je niet vergeten. Ik heb je liefgehad met een liefde die nooit vergaat. Al het verdriet dat jij Me hebt aangedaan is niet in staat Mijn liefde te blussen. Daarom heb ik je getrokken… wat een ontmoeting, dat is niet te beschrijven.

Daar gaat een meisje, met de duivel op stap. Discussiëren, met de duivel in debat, maar je loopt bij God vandaan - je komt terecht in de angst. Waar zit je, Adam?

Israël in een vreemd en vijandig land sterft van heimwee, maar de Heere is mij verschenen. De verloren zoon komt bij de varkens terecht, en Zijn vader komt terug - in de verte zag hij hen. De Vader keek en zag hem. God ziet hem niet toevallig bij de deur. Hij staat op de uitkijk. Zijn broer stond er niet, hij kende de liefde niet. Druk bezig Zijn vader te dienen. Hij keek niet naar zijn vader of zijn broer. God is liefde en Hij zoekt liefde, hartstochtelijk en oprecht. Je kunt alleen maar verwonderd staan.

Je hebt meelij met de mensen in Haïti, doet wat je kunt – maar heeft u ze lief? Nee – hoe kan dat. Maar dat zegt God. Ontferming en liefde is niet hetzelfde. Hulp zelfs bij schuld, maar God heeft de Zijnen lief, het ondoorgrondelijke geheim. Gods liefde kiest. Hij kiest zijn bruid uit en hij trouwt met haar. Gehuwd maar ook getrouwd – trouw herinnert mij aan God. Ik kan het niet bevatten al helemaal niet als Hij zegt: met een eeuwige liefde – ik was er nog niet eens, maar Hij wist wat ik er van terecht zou brengen…. Laat dat cursieve woord dan toch maar staan – de profeet refereert ook aan de eeuwigheid. Ik kan er niet bij.
Maar daar ligt wel de vaste grond, het gaat boven de tijd uit. Het verdraagt alles, behalve scheiding. Dat die jongen zo lang wegblijft…

Ik heb u getrokken in goedertierenheid. Trekken veronderstelt weerstand. Daar heeft Hij kracht voor nodig gehad! Ik zat nl. vast… Maar liefde overwint. Farao en de goden van Babel konden er niet tegen op en de duivel niet. En Saulus ook niet. Hij ging op zijn knieën. Dan kom je thuis.

God kan hard trekken, dan zeg je wel eens au – maar het is toch Zijn liefde, want Hij wil u bij Zich hebben. U zult het nodig hebben… Zijn genade is in het geding. Hij heeft getrokken in genade, goedertierenheid. Hoe vaak komt het niet in de Bijbel voor.. Dat is de enige reden waarom dat huwelijk in stand blijft, omdat God liefde is en omdat Hij getrouwd is en trouw blijft. Het zal straks blijken, wanneer Israël door het verbond tot het bloed van Christus wordt gebracht. Bij de gemeente die ingelijfd is, is het precies andersom: door het bloed tot het verbond. We zullen de naam van Israël dragen, kinderen van Batavieren en Germanen.
Het heeft Hem heel wat gekost. Genade is niet goedkoop, liefde niet. En ook niet te koop. En niet te verdienen, alleen te genieten, je kunt er mee spelen maar dan verspeel je het. Dat hebben wij gedaan.

Aan Zijn wachten is wel een tijd gesteld. Houd er rekening mee- misschien zegt u wel dat u op God zit te wachten, en hebt niet in de gaten dat God op u wacht?
Die verloren zoon moet toch opstaan en tot zijn Vader gaan, en dan valt het zo mee….gegarandeerd. De vader zei niet: Ga uit mijn ogen, man, je stinkt naar de varkens. Ga je maar eens wassen, zo kom je niet binnen. Maar: mijn kind… zo smerig als hij is. Hij valt hem om zijn hals en kust hem. God kijkt niet naar opgeknapte zondaren. Maar hij kust berouwvolle zondaren.

Edit