Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-02-28 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Uit diepte van ellende 2e Lijdenszondag

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Psa 22:1-6 psa 22:1-32 2010-02-28.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 41.3Mb)
2010-02-28C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 29.2Mb)
2010-02-28T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.7Mb)
Psalm 22 de lijdenspsalm

Edit| EditReeks
Samenvatting:
1 verlaten 2 verstild [3 verklaard 4 vereerd]

Inleiding.
Het is een bijzonder verband waarin deze Psalm staat, er na de herderspsalm en daarna Psalm 24, de Koning der Ere die inrijdt. Het is een soort trilogie. Het gaat over één persoon. Wie Hij was in het verleden, de lijdende; in het heden, de goede Herder en die Hij zal zijn in de toekomst. 22 het kruis, 23 de staf, 24 de koninklijke kroon. Hij stierf, leeft en komt terug voor de Zijnen. Wat een prachtig verband.
Ik zie terug en ik dank hem; ik zie omhoog en ik volg Hem. Ik zie vooruit en ik verwacht Hem terug.

Psalm 22 is het fundament waarop God al die heerlijke zegeningen voor ons baseert. Psalm 22 heeft een indeling van ellende (22 verzen), verlossing (23-24) dankbaarheid (25-32). Een drieluik waarin we deze palm gaan overdenken.

Meer dan alle anderen is dit DE lijdenspsalm. Er is er geen als Psalm 22; hier huiver ik. Hier past alleen eerbied. De sleutel ligt bij de eerste woorden. Waarom verlaat Gij mij. Het lijden van David – maar vooral van Davids grote Zoon. Maar er is ook een omslag. Gij hebt gehoord en Mij verlost. De opstanding. Het is ook al Pasen in deze Psalm. Van lijden tot heerlijkheid. Zo breed is het panorama. Het begin en eind is: mijn God. En: Gij hebt het gedaan – m.a.w. Het is volbracht, in andere woorden.

Het is een profetische psalm. David is de dichter maar het gaat verder dan hem. Hier wordt zo nauwkeurig voorzegd wat eeuwen later op de kruisheuvel zo nauwkeurig wordt vervuld. Profetie die historie werd op Goede Vrijdag. De Geest van Christus inspireert David tevoren om te schrijven over het lijden en de heerlijkheid.
Het is ook een Messiaanse Psalm. Er staan verwijzingen naar Mattheüs in mijn Bijbeltje. Hij wordt verschillende keren aangehaald in het NT.

Op 'Aijelet haschachar', de hinde van de dageraad. Op de wijze van De hinde van de dagenraad. Ook Joodse commentaren noemen dit een Messiaanse betekenis. Hijgend hert. Beeld van een onschuldig lijdende. Achterna gezeten door buffels en stieren van Basan, die het hert kapot willen maken. Aijelet, een beeld van de Heere Jezus. In het Hooglied, de bruidegom wordt daar een ree genoemd, een gazelle. Huppelend over de bergen, Zie mijn geliefde is als een ree en hij kijkt door de tralies – lijden! De bruidegom en Psalm 22 hebben met elkaar te maken, hert en lijden hebben met elkaar te maken, de geliefde die geleden heeft. Een bloedbruidegom die achterna gezeten is door de onrechtvaardige.

5 jaar geleden was ik in Israel, bij rabbijn Brotman, hij noemde dat ook een Messiaanse uitdrukking, als een hert in de dagenraad komt Hij. Als een hert in de mist. Zo zie je Hem en dan is Hij er niet. Dat herken ik in mijn geestelijk leven. Soms zie je Hem en dan is Hij weer weg. Zo is het hier op aarde.
Er staan hier bijzonderheden die je niet in de evangeliën leest. Het is in de ik-vorm. We krijgen hier een blik in het hart van de Heere Jezus; de evangeliën beschrijven wat er gebeurt. Ik lees daar niet wat er in het binnenste van de Heere Jezus omgaat, Psalm 22 zijn Zijn woorden. Ik mag meevoelen in wat Hij voelde aan het kruis. Mensen die spotten. Hun hoofd schudden, sterke stieren van Basan. Dat wordt hier beschreven. Jezus's psalm. Zijn laatste woorden voordat Hij stierf. Dat is heel teer.

1 Verlaten
Mijn God, Mijn God waarom heb Gij Mij verlaten. We openen het linker luik - ellende. Het begint met het vreselijkste. Het middelste kruiswoord is dit vers. De allerverschrikkelijkste fase - de godverlatenheid. Op de Goede Vrijdag. Het ontzettende in Zijn lijden werd hem niet door mensen aangedaan, dat was al erg genoeg op zichzelf. Honden (onreine - heidenen), stieren (rein – de Joodse overheden). En het lichamelijke lijden was niet het ergst. Dat wordt hier óók beschreven. Ook niet het psychische lijden alleen, naakt aan het kruis, zijn klederen verdeeld. Maar dat God Hem verliet – Zijn geestelijke lijden. God liet Hem in de steek. Hij was afwezig, God week en de natuur getuigde ervan, de zon hield op met schijnen. Dat is de hel - als God je loslaat. De vader sloot het oog van Zijn liefde. God keerde Zijn aangezicht van Hem af.

Er is er maar Een die vers 2 echt heeft kunnen zeggen. Daarvoor niet en daarna ook niemand. Stel je voor; straks de verdoemden in de hel – die zullen het ervaren wat dit is. De ongelovigen kunnen dat nu nooit zeggen, al heb jij God los gelaten, God laat jou nu niet los. Ze zullen nooit kunnen zeggen "waarom?" Ze krijgen heel precies de reden te horen, omdat ze in dit leven geen rekening hebben gehouden met God en Zijn zoon. Voor de witte troon zullen ze geoordeeld worden naar hun werken; het is rechtvaardig dat God hen verstoot.

Ook de gelovigen kunnen dit niet zeggen. Zo kun je het wel voelen, maar in werkelijkheid is het niet zo. Er kan een wolk zitten tussen jou en God maar je weet toch, God is er wel. Op het moment dat Hij het volle oordeel over de zonde ervoer, toen was Hij helemaal werkelijk weg. Gods kinderen kunnen soms eventjes dat gevoel krijgen, een kleine zonsverduistering maar nooit helemaal. Bij de Heere Jezus was het een algemene godsverduistering. Bij ons is het eigenlijk een ongeloofsuiting. Je mag het weten, als je het brood in je handen neemt – Hij verlaten opdat wij nimmermeer verlaten zouden zijn.
David is dichter, maar achter Hem is Christus zichtbaar. David was ook wel eens de man van smarten, ook verlaten door mensen. In een kleine mate. Ook op Israel als volk heeft het zo betrekking. Zo lezen de Joden het trouwens. Israël die al zo veel eeuwen de vervolging en smaad en schimp is geweest van de wereld, dat zit er ook wel in.
In de film Shoa gaat het over Treblinka onder andere. Joden kijken naar een enorme stapel Joodse lijken, die verband worden. Dan komt er een moment dat een Joodse overlevende verteld dat hij zachtjes zong, Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij ons… Waar was God, Hij was er niet of toch – voor je gevoel. Daar is al heel wat over geschreven en gepraat.
Het mooiste antwoord is van Elie Wiesel zegt: er waren drie lotgenoten, alle drie opgehangen door de Duisters, twee mannen en één kind. Die twee volwassenen waren al dood, maar het kind vertoonde nog tekenen van leven. Zijn lichaam was niet zwaar genoeg voor de strop. Toen was iemand die vroeg, waar is God nu? In zijn binnenste klonk: Hij is hier, opgehangen aan deze galg. M.a.w. was het present of absent, Hij was er in, in al uw benauwdheden was Ik benauwd. David als beeld van Israël en de Heere Jezus. – Wat moet het voor de Vader hebben betekent?

Toch zien we dat de Heere Jezus zich aan God vastklampt; als mis Ik de zekerheid, Ik blijf zeggen: Mijn God. Ik ben op Uw geworpen van de baarmoeder af. Mijn. Mijn. Dat is geloof. Ook al zie ik niks, en hoor ik niks, ik roep, maar Gij antwoordt niet, toch 'Mijn'. Ik geef de band niet op.
Bijzonder: de Heere Jezus zegt Mijn God, niet meer: Mijn Vader…. Die pijlloze liefde. Vader vergeef het hun, was het nog aan het begin, aan het kruis, maar in drie uren duisternis, was het : Mijn God.
Is er iemand die kan zeggen 'Waarom'? De Heere Jezus was altijd rechtvaardig en onbesmet en rein. De Heere Jezus kom net recht vragen: waarom. Hij geeft ook het antwoord: vers 4. U bent heilig. Daarom , omdat u van de zonde gruwt, omdat u er geen verbinding mee kunt hebben. Een kloof, een scheiding tussen U en de mens.
OP dat ogenblik werd de Heere Jezus tot zonde gemaakt. Heel zijn leven lang zegt de catechismus, maar nee, Hij heeft de toorn van God over de zonde gedragen op dat moment. De Vader is altijd met Mij, zei Hij ervoor, het welbehagen van de Vader rustte op Hem in die 33 jaar. Maar in de drie uur kwam de toorn van God ten volle op Hem neer. Als het zonde offer heeft Hij de schuld ten volle gedragen. De zondebok kreeg alle zonden op zich gelegd, door de handoplegging van de priester. Hij droeg het weg. Hij werd het zondoffer. Dat zonde offer was in het OT een offer dat niet welbehagelijk was. Dat was afschuwelijk voor God, het reine dier werd de plaatsvervanger van al de zonden van het volk. Het werd gedood en verbrand en de resten buiten de legerplaats weggedragen. De zonden vernietigd, uitgedelgd.
God moest Zijn 'handen' van Hem aftrekken. Verre zijnde van Mijn`verlossing – brullen, staat er. Dat is ook zo aangrijpend. Het brullen van een gewoond dier. De leeuw uit Juda's stam die zich kromt van de pijn. Dat kermen en uitroepen. Met grote stemme heeft Hij gekermd en geroepen.

2 Verstillen
Ik roep des daags, van 9 tot 12, van 12 tot 3, des nachts. Onverhoorde gebeden. Ik roep maar Gij antwoord niet. Dat zwijgen kennen wij ook. Als het een beetje hommeles is in het gezin, iemand is chagrijnig. Je zegt op een moment niets meer. Er hangt spanning. Papa zegt iets, mama geeft geen antwoord. Of als puber – of mama is boos en zegt niets meer. Er is iets stuk, er is geen liefde meer op dat moment. Het gaat even niet. Waarom zwijgt de ander – er is wat gebeurd. Soms duurt dat een paar uur, het is erg als het een paar dagen duurt, dan is er echt iets kapot. Daar kun je onder lijden. Zei hij maar eens wat – hij zegt niets meer. En dan geen mensen of vrienden, maar hier staat: u antwoordt niet, dan is er wat kapot. Waarschuwde de Heere nog maar eens. De Heere Jezus heeft dat ondergaan. Saul heeft het ervaren toen hij bewust tegen God in ging. Hij wordt zeer bang, want God is van mij geweken. God zwijgt in Zijn toorn. Ontzettend.
Gods kinderen kunnen ook zo iets meemaken, misschien herkent iemand dat, je hebt een bepaalde zaak bij God gebracht. Je vraagt om de gunst van God en het kwam niet – er was geen antwoord. En je bad weer onder tranen, maar de hemel leek van koper. En je snapte het niet meer. Heere, zo ken ik U helemaal niet. Klopt en je zult worden opengedaan, maar nu doet U het niet… ik merk niets van U, Heere. Je kunt wel brullen. Er hing een mist van droefheid over het paleis van David. Mozes smeekte en bad en kreeg geen antwoord. Paulus had een doorn in zijn vlees – u verhoorde niet. Niet zoals ik wilde.
Kent U God zo niet? Dan bent u gelukkig te prijzen; toch kun je tegen een muur op lopen zodat God zich van een kant laat zien die u niet kent. Bedenk dan: Er is er een die dat doorleefd heeft. En ook al hoor ik niets; ik blijf toch zeggen: mijn God…. Dat is geloof.
[punt 3 en 4 bewaren we voor een volgend maal]

Edit