Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-03-10 19:30:00 ds. C.J. van der Plas (Zwijndrecht) Biddag

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Phip 4:6,7 Phip 4:1-23 2010-03-10.1913.mp3 (Preek, 16kPro, 39.0Mb)
2010-03-10C.195.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.3Mb)
2010-03-10T.191.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.0Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Wie gaat er zonder zorgen door het leven? Een onzinnige vraag, toch? Ze zijn er overal. Zorgen over het bestuur van uw stad Rotterdam. Zoveel commotie rond de uitslag van gemeenteraadsverkiezingen. Zorgen over de situatie in ons land en volk. Wie verwacht er een kabinetscrises in een tijd van recessie? Je verwacht toch verstand in zo'n tijd – dat ze elkaar niet kunnen vinden – onvoorstelbaar, eigenlijk.
Fatsoensregels blijken niet meer te bestaan, de secularisatie neemt hand over hand toe. Zorgen. Niet alleen in ons eigen land. En in je eigen kleine wereld. Je moet maar zonder werk zijn in deze tijd. Je solliciteert, nul op het rekest, keer op keer. Je zult maar zo eenzaam zijn dat je man weggenomen is of vrouw. Je huwelijk zal maar stuk zijn gegaan of dreigen stuk te gaan. Kinderen aan drugs of internet verslaafd. Geconfronteerd met een ernstige ziekte – we kunnen niets meer aan u doen – zo dicht bij kan de dood en de eeuwigheid bij je komen.
Daar mogen we wel zorg over hebben. Zorgen worden niemand bespaard. De een maakt meer mee dan de ander, maar het gaat aan geen mens voorbij. Door de zonde is ons leven een zorgelijk leven geworden. Juist op een dag als deze komt dat sterk naar u toe.

Maar dan klinkt het woord van de levende God: wees in geen ding bezorgd. Je wrijft je ogen uit: hoe kan dat? Het lijkt onzinnig. Het leven is toch een aaneenschakeling van zorgen? Het lijkt geheel vreemd, maar Paulus weet heel goed wat hij schrijft. Dat merk je als je er op let hoe hij het schrijft, hij schuift niet alles weg 'kop op, niet zo somber doen'. Hij schrijft het vanuit het geloof. Dat is de sleutel van de tekst, buiten het geloof om is dit een onzinnig woord. Als we Jezus nog niet kennen als onze Middelaar moeten we eigenlijk zeer bezorgd zijn, hoe durf je nog door te gaan? Hoe staat het met ons – kunnen we Hem niet meer missen of gaan we toch nog aan Hem voorbij? Bid dan op deze biddag om de Heilige Geest. Hij geeft ons een waarachtig geloof in ons hart, waardoor we Christus en al Zijn weldaden mogen aannemen. Neem toch de toevlucht tot Hem, dat mag! Ik lees nergens dat een zondaar niet tot Jezus mag vluchten. Zolang we onszelf handhaven in ongeloof moeten we doodsbenauwd zijn, eigenlijk. Maar als je de Heere Jezus niet kan missen hoeven we uiteindelijk niet bezorgd te zijn. Wees in geen ding bezorgd en Paulus weet heel goed wat hij zegt.

Paulus schrijft dat niet vanuit een riante situatie, maar vanuit de gevangenis in Rome. Van je vrijheid beroofd. Paulus heeft zorgen genoeg. Ieder die de Heere mag vrezen weet veel van zorgen af. Maar we leren toch "nochtans" te zeggen. Ik heb een Vader in de hemel Hij zorgt voor mij.
Het geloof doet ons opzien tot God die alles in handen heeft . Alle zorgen mogen we in Zijn hand leggen. Ook als alle stemmen herteld moeten worden. Geef dat er een stabiele regering mag komen, Heere.
Zorgen over je werk. Gezinszorgen, persoonlijke zorgen. We mogen er op vertrouwen dat de Heere het wel wil maken. We mogen de zorgen van ons leven van ons af zetten – in de geloofswetenschap dat God met alles Zijn wijze bedoelingen heeft. Dat zie ik niet altijd. Gods wezen schijnen ons zo vaak duister. Mogelijk zullen het later begrijpen, of pas in de eeuwigheid.
Wees in geen ding bezorgd. Dat is een diep woord en die diepte wordt pas geleerd in de strijd van het leven. Als alles je een beetje voor de wind gaat kunnen we makkelijk praten. Als er tegenslagen gaan komen, wordt er aan je boompje geschut – heen en weer geslingerd, dan versta je het woord dikwijls niet.

Zorgen in het klein en het groot. Al kunnen we dit woord niet altijd verstaan, laten we ons er toch gelovig aanvast houden. Ook al begrijpen we Gods wegen niet altijd – wat kun je beter doen dan je toevertrouwen aan de Heere en Zijn genade. Immers is mijn ziel stil tot God. In Hem is mijn heil.

Op biddag worden we uitgenodigd om onze bekommernissen op Hem te werpen. Dat doet niets van onze verantwoordelijkheid af. We hebben een taak gekregen, die moeten we waarnemen op de juiste wijze. Dat wil Hij. Op je werk, in je gezin, ook in de kerk. Maar laten we het niet in krampachtigheid, niet met een hart vol angstige zorgen, al zuchtend en steunend. Maar op een gelovige manier. Doen wat je hand vindt om te doen en het aan Hem over te laten. Gods raad zal bestaan en Hij zal al Zijn welbehagen doen.

Maar laat uw begeerte in alles … bekend worden bij God. Al onze begeerten - maak ze bekend aan God. In geen ding bezorgd zijn, is niet een passieve houding. Niet 'ik zie wel hoe het zal gaan'. Nee het is juist actief – je vertelt alles aan Hem – Hij weet alle dingen toch? Ja, beter dan wij. En Hij zal Zijn raad uitvoeren en toch wil Hij dat wij alles bekend maken, Hij wil door ons gebeden zijn. Opdat we Hem eren als God, als de Grote Koning. En in afhankelijkheid van Hem leven.
In alles. Dat schrijft Paulus er met nadruk bij. Daarin schieten we vaak tekort. In grote moeilijkheden hebben we de Heere wel nodig, maar wanneer alles zijn gangetje gaat – het gevaar dreigt van een sleurgodsdienst. Tuurlijk mag je bidden als iemand ernstig ziek is, maar laten we ook bidden voor allerlei dingen die we vaak zo gewoon vinden.
We knielen toch neer voor Gods aangezicht, en bidden voor vergeving van zonden en bescherming in de nacht, die komt en als je op mag staan, het eerste wat we doen is toch wel neerknielen en danken voor Zijn bewaring, en bidden of hij ons wil gedenken in de dag wie voor ons ligt?
Bid voor onze kerk, voor de voortgang van het werk in heel de wereld. De predikant en zijn gezin – ik weet het zeker dat u het doet. Blijf het maar doen. Voor allen die werkzaam zijn in de gemeente voor onze stad land en volk. We worden opgewekt om te bidden . Het is een gebod.

Maar ook een voorrecht dat we het mogen doen. Wat is het erg als je nergens aan doet- waar moeten die mensen naar toe met hun zorgen. Wat kun je meelij hebben met zulke mensen. Wij mogen onze zorgen Hem bekend maken, de Heilige God! En toch in Christus Jezus wil Hij luisteren naar mensen als wij. Zondaars, die het steeds weer verkeerd doen. Is dat geen wonder van ontferming, dat er een levende weg is tot God in het bloed van het Lam?

Al wat ons moeilijk valt. Al je zorgen mag je in het gebed bij God brengen, Hem bekend maken door bidden en smeken, de grote en de kleine dingen.

Dominee, zie iemand jaren geleden, ik bad de Heere voor mijn rij-examen. Mag dat? Ja zeker. We mogen onze ziel voor de Heere uitstorten, de nood van ons land en volk, onze gezin, ons persoonlijk leven. Laten we van dat voorrecht gebruik maken! Zit u hier met een hart vol zorgen? Ik weet niet waar u mee zit, vertel het maar aan de Heere. Dat is beter dan alles op te kroppen in jezelf. Als je een goede vriend hebt – wat ik tegen hem zeg, ik weet - dat blijft tussen ons. Wat kan dat een opluchting zijn. Hoeveel te meer lucht het dan op om je hart uit te storten voor de grote Hoorder der gebeden.

We mogen bidden –maar wil ons gebed God aangenaam zijn, mag een ding niet ontbreken – de danktoon. Met dankzegging – Het is biddag. En er zijn veel zorgen en toch. Is er geen reden om de Heere te danken? Die is er toch altijd? Tel uw zegening één voor één, tel ze alle en vergeet er geen. Als we horen over rampen die anderen treffen. Aardbevingen – wat de mensen daar meemaken. Danken voor ons huis, kleding, voedsel, wat geeft de Heere ons ontzettend veel. In een vrij land- we hebben zorgen over ons land en het komt wel eens op me af als ik naar mijn kleinkinderen kijk. En toch wat geeft de Heere ons nog veel dat we in een vrij mogen wonen; dat we iedere zondag in vrijheid in Gods naam mogen samenkomen. Dat is een wonder, dat we mogen bidden. Wat hebben we een reden om te bidden maar ook om Hem te danken.
Het feit dat we er nog mogen zijn. Hoevelen zijn er niet weggenomen bij die aardbevingen. De Heere maakt nog onderscheid waar geen onderscheid is, zoals we hier zitten zijn we toonbeelden van genade.
Voor mensen als ons gaf God Zijn eniggeboren Zoon. Wat past het ons dan om Hem ootmoedig te danken.
De ware dankbaarheid gaat altijd gepaard met ootmoed en schuldbesef. We verbazen ons dat de Heere naar ons omkijkt. We hebben geen recht op gezondheid. Geen recht op voedsel en kleding. Mensenrechten—recht op dit en dat. Maar in de verhouding tot God hebben we nergens recht op. We hebben geen recht op een samenkomst iedere zondag. Onze zonde, ook de kerkelijke zonden getuigen tegen ons, we zijn op de genade aangewezen. Bij dankzegging moeten we al onze begeerte bij God bekend maken.

Maar de Heere vervult niet onze begeerte altijd zo als wij zouden willen. Soms onthoudt God ons om ons bestwil. Zoals ouders een kind. Zo kan de Heere ons iets onthouden. Dat is niet altijd makkelijk. Paulus weet daarvan. Een doorn had hij – een engel van satan die hem sloeg met vuisten, de Heere nam het niet weg. Mijn genade is u genoeg, zei de Heere.
Zou ieder die God vreest niet een soort doorn in het vlees hebben, iets dat je laag aan de grond houdt. Hij wil ons echt wel het mooiste geven wat we kunnen ontvangen. Sommige zeggen: gezondheid. Dat is zeker een zegen. Maar het is niet het mooiste.

Wat is het mooiste? De vrede Gods. Dat wil de Heere ons geven, En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus. (7)
Hij wil het geven in ons hart. Waar onrust zetelt. Boordevol zorgen. Dat is evangelie. Blijde boodschap. Hoe kan dat, hoe kan het dat de heilige God Zijn vrede wil geven aan zondige mensen? Dat is een heel groot wonder! De naam van Christus moet hier genoemd. Alleen als we het van Hem mogen verwachten, de zaak uit handen geven, steunen op Zijn volbrachte werk, dan alleen hebben we vrede met God. In Christus mogen we door het geloof rust hebben in ons hart.
Hier is die rust nog niet volkomen, maar in de hemel zal die volmaakt zijn. Er blijft een rust over voor het volk van God. Hij heeft het volbracht en daardoor is Hij de Vredevorst. Dan hebben we vrede met God. Dan alleen. Buiten Hem om wacht ons de eeuwige onvrede. Mochten we het dan maar van Hem verwachten. Heere ik kan het niet – maar Uw Zoon heeft het volbracht. Dan mogen we tot Hem de toevlucht nemen, Hij doet niets liever dan vrede te schenken. Wie tot Mij komt zal Ik geenszins uitwerpen.

Dan kun je verder, een nieuw seizoen in, wat de toekomst ook moge brengen – de vrede Gods is zo bijzonder, die gaat alle verstand te boven. Die vrede is ook niet ten volle uit te spreken, die moet je zelf ervaren, om iets van de heerlijkheid daarvan te smaken. Deze vrede Gods bewaart onze harten en onze zinnen, dwz onze gedachten. In Christus.

Het is de vrede van God die ons doet berusten in Zijn wil. Dat berusten gaat niet vanzelf, dat gaat door strijd en aanvechting heen. Door die strijd heen leren we dat Hij en Zijn wegen recht zijn. Ook al begrijpen we het dikwijls niet.
Bewaren voor gevaren van buiten en binnen. Tegen de macht van de duivel en de opstand van je eigen zondige hart.

Mogen we het gelovig van de Heere Jezus Christus verwachten, leven in gebed; elke begeerte Hem bekend maken met dankzegging. Zeg het dan maar:

Doch gij, mijn ziel, het ga zo `t wil,
stel u gerust, zwijg Gode stil.
Ik wacht op Hem, Zijn hulp zal blijken.
Hij is mijn rots, mijn heil in nood,
mijn hoog vertrek; Zijn macht is groot,
ik zal noch wank`len noch bezwijken.

Edit