Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-03-14 10:00:00 ds. H. Penning (em. te Langerak) 4e Lijdenszondag

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mar 14:27-42 Mar 14:27-42 Heb 5:5-9 2010-03-14.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 3.7Mb)
2010-03-14C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 25.4Mb)
2010-03-14T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.6Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Voor de laatste keer heeft de Heere Jezus het Pascha gegeten, Judas ging Hem verraden, driemaal zal Petrus hem verloochenen. En dan de lofzang zingen (eigenlijk onbegrijpelijk), ze gaan naar de hof. Discipelen moeten wachten. En met Hem waken. Zelf loopt Hij nog wat verder en Hij valt neer om tot Zijn Vader te bidden.
Hij werd 'verbaasd' of in huidige termen, van de HSV: ontdaan. Het overvalt Hem plotseling en het schokt Hem bovenmate. Het maakt grote indruk op de discipelen. Zo kennen ze Hem niet. Zij waren bang tijdens de storm op zee – Hij stelde gerust. Hier is Hij bang, doodsbang. Zij zijn er getuigen van. Ze moeten het opschrijven . Ook wij moeten weten wat onze zonden Hem hebben gekost.

Blijf hier en waak. Ik wil niet alleen gelaten worden. Hij is gewoon mens als u en ik behalve de zonde. Hij heeft behoefte aan dat gezelschep. Een wake, als bij iemand die stervende is. Immers, ten dode is Hij bedroefd. Op een steenworp afstand zijn de anderen, maar de drie zijn vlak bij Hem. Waken na Pesach was niet ongebruikelijk – het herinnerde aan de nacht voor de uittocht uit Egypte. Een bange nacht voor Israël.
De Heere Jezus bidt in deze toestand van ontreddering tot God Zijn Vader. Abba, alle dingen zijn voor U mogelijk – neem deze drinkbeker van mij weg. Verschrikkelijk om onverzoend te vallen in de handen van de levende God. Jer 25 spreekt ook over de beker van Gods gramschap. Er zijn bekers van dankzegging, van het nieuwe verbond, maar hier die van de gramschap. Psalm 75 gaat daar ook over. Jeremia moet die beker aan de volken te drinken geven. In Openbaring zien we dat ook. Uw ogen moeten daar voor open! Niet heel Zijn toorn gaat over iemand, wie zal dan bestaan. Alleen Hij heeft dat verdragen. Omdat Hij niet wil dat er iemand verloren ga.

De Heere Jezus sprak er openlijk over - de profetie over het slaan van de herder en de verstrooiing van de schapen. Hij zal terecht komen in de helse smarten van de Godverlatenheid. Mar 10:38 komt dit beeld terug. Kunnen jullie die beker drinken? Lijden en sterven. Het is een door God gewilde straf voor de zonden van de wereld. Jozef was een type van Hem. Zal ik dan zondigen en zo'n groot kwaad doen? Hij kende dat niet.

Zonde is opstand tegen God. Jezus ondervindt aan den lijve wat de gevolgen daarvan zijn. Als gevolg van die last zweet Hij grote druppels bloed. Abba vader – alle dingen zijn U mogelijk. Laat Mij deze beker niet drinken.

De Heere Jezus spreekt God aan in dit uur, zoals de kinderen hun vader. Abba, ons woord voor papa. Aramees. Welke Vader blijft er onbewogen onder – het kind roept om hulp. Papa! U bent toch Mijn Vader?Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Wij mogen God ook zo aanspreken vanwege Zijn lijden en sterven.
Er kunnen zoveel dingen zijn, waar we bang voor zijn. Bang voor de dood, ziekte. Het leven wordt gekenmerkt door lijden, we mogen bidden, Abba, Vader, wees mij nabij. Dat wil hij. Als we Hem als Heer en Heiland hebben erkend en ons leven aan Hem hebben toevertrouwd. Dan verzacht dit toch ons lijden – Hij is onze Vader, die om Christus wil ook van ons houdt. Ons daarom ook bepaalde dingen onthoudt. Maar het is zeker, dat niets ons kan scheiden van de liefde van God.
Als we twijfelen rondom het Avondmaal – denk dan aan je doop, we zijn ook in de Naam van de Vader gedoopt. Als Vader heeft Hij zich aan ons verbonden. Als je voor iets bang bent, of als er grote zorgen zijn – ga naar Hem en leg ze Hem voor: Vader! Ontferm u over mij.

De Heere Jezus doet een beroep op de almacht van God. Bij Hem is alles mogelijk. Dat moeten wij ook. In geval van ziekte of andere dingen; er zijn geen grenzen aan Jezus macht. Hij kan ons gebed echter anders verhoren dan wij graag zouden zien. Hij weet wat goed voor ons is. Dat moeten we leren. Dat moest de Heere Jezus ook leren: Niet wat Ik wil maar wat U wilt. Je voelt de spanning.
Wat wil ik graag en wat wil God? Van nature spoort onze wil niet met Hem. Sommige dingen zijn niet duidelijk. Daar moeten we achter zien te komen.
Jezus zei: Ik kom, O God om Uw wil te doen. Jezus zou het anders willen, maar dan was het voor ons altijd verloren. Dan straks geen eeuwig en nu geen zinvol leven. Maar ondergang.
Drie keer bidt Hij dit gebed en drie keer onderwerpt Hij zich aan de wil van Zijn Vader. Er is geen andere weg dus, om zalig te worden.
God nam Zijn angst voor die dood weg. Een engel was bij hem. Anders hinderde het Hem om Zich vrijwillig te offeren. God moest toch door Zijn vrijwillig offer de wereld met Zichzelf verzoenen. Het Lam van God dat de zonde van de wereld draagt.
Het was even uit beeld waarvoor Hij naar de aarde was gekomen en waaraan Hij zich onderworpen had. Het leek even of Hij Zijn Vader vergat. Hij zegt tegen de discipelen dat ze moesten bidden om niet in verzoeking te komen – dat is Zijn eigen ervaring daar. Gods wil te doen en Zijn vlees - Zijn mensheid, aan de andere kant.

Maar er is geen ander mogelijkheid, dus steeds: niet wat Ik wil, maar wat U wilt.

Ook wij moeten ons onderwerpen, niets kunnen wij aandragen om God gunstig te stemmen. Naar Hem gaan, alleen te vertrouwen op het offer van Zijn Zoon. Onze zaligheid heeft Hem alles gekost, Zijn bloed en tranen. Wat is dat de Vader waard geweest! De onwaardeerbare liefde die Gods Zoon ons toegedragen heeft, zien we hier (Calvijn).

Wij moeten de liefde van Jezus onderkennen. Wij hebben de neiging nadruk te leggen op onze gebedsworsteling en strijd en onze bekering – als we het daar van moeite hebben, dan zou het er slecht uitzien. De discipelen konden ook niet een uurtje met Hem waken. Er moet van onze kant niets bij – we zouden Zijn verlossingswerk aantasten; een grote belediging aan Zijn adres. Hij heeft gehoorzaamheid geleerd.
Gehoorzamen is het moeilijkst als het tegenzit. Dan komt de duivel mee. Heb je ook Mijn knecht Job gezien – 'ja dat is nogal makkelijk' – de Heere Jezus leerde die strijd als de Zondeloze, als degene die recht had op de hemel. Wij moeten het leren als mensen die de eeuwige dood hebben verdiend.
Ps 39 – ik zal mijn mond niet opendoen, want Gij hebt het gedaan.

Bij tegenslag komt onze zondigheid vooral openbaar. We zien de opstand in ons hart. Wat troostrijk om gewezen te worden op Zijn gehoorzaamheid. Hij kwam niet in opstand, Hij ging de weg van het kruis en overwon! Eeuwige zaligheid en dat voor allen.

Daar komt het op aan. Zonder overgave wacht ons de beker van Gods gramschap. Meer dan Zijn genade is niet nodig, minder kan niet. Om daar dan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest de eer van te geven, dat Hij ook in u, in jou, in mij gewerkt heeft, het willen geloven en het zullen geloven; naar Zijn welbehagen.

Edit