Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-03-14 17:00:00 ds. J. Vis (em. te Meerkerk) Waken

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mat 26:40 Mat 26:31-46 2010-03-14.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 3.8Mb)
2010-03-14C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 24.5Mb)
2010-03-14T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.2Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Op het begijnhof in Amsterdam staat een oude kerk, de Engelse kerk. Daar worden nog steeds de middagpauzediensten gehouden. Je komt daar via een poort in de Kalverstraat. Er stond daar een bord met een opschrift: een kwartier voor God. Dat bord was een opsteker. Heerlijk dat in de jacht van ons moderne leven tijd gevraagd wordt voor God. Een enkel ogenblik de lawaaiigheid van het leven laten verstillen. Het is daar stil, net als hier nu. Om plaats te geven aan de levende God. Is dat veel? Het slechts ongeveer 1% van de dag in tijd gerekend. Voor sommige mensen is zelfs dat nog te veel. De Heiland vroeg aan Zijn jongeren: kunnen jullie zelfs niet 1 uur met Mij waken? Hij vraagt dat nota bene aan Zijn discipelen, speciaal aan Petrus, Johannes en Jacobus, 3 van Zijn meest intieme vrienden. Middels de Schriftlezing van vanmiddag wordt het ook gevraagd aan u, jou en mij. Juist in de lijdenstijd. Daarom treft dit verwijt des te dieper.

De discipelen hadden alles achter zich gelaten om Jezus te volgen. Zij hebben het ook volgehouden, want velen verlieten Jezus en haakten af. Maar zij bleven trouw. Jezus vroeg zelfs: willen jullie ook niet heen gaan? Nee, want bij U zijn woorden van het eeuwige leven.... zei Petrus toen.

Jezus koos deze 3 discipelen uit om getuigen te zijn van grote dingen in het koninkrijk van God. De opwekking van het dochtertje van Jaïrus bijvoorbeeld, en de verheerlijking op de berg. En ook nu mogen ze weer mee, de hof der olijven in, de olieperskuip, want dat betekent Gethsémané. Mijn ziel is geheel bedroefd tot de dood toe. Blijf hier en waak met mij. Ze zullen ongetwijfeld trouw met Hem waken......daar heeft de Heiland op dat moment naar Zijn menselijke natuur behoefte aan! Mens van vlees en bloed. Toen J.S. Bach op zijn sterfbed lag, schreef hij een muziekstuk gericht aan zijn vrouw, genaamd “Bist du bei mir” Wij mensen hebben daar behoefte aan op moeilijke ogenblikken van ziekte en sterven. Zo ook de Heere Jezus.

Hij is droevig en zeer beangst. Hij dacht altijd aan de ander, vroeg nooit iets voor zichzelf. Maar nu vraagt Hij iets voor zichzelf, namelijk om met Hem te waken. Ze hebben misschien net als in de Paaszaal gezegd: rabbi, U kunt op ons rekenen, we zetten ons leven voor U in...Maar Jezus heeft hen ook gezegd dat als de herder gegrepen wordt, de schapen niet zullen worden gespaard.....zou dat alles niet genoeg geweest zijn om hen te doen waken? De tegenstanders zijn heel wakker en haasten zich door de nacht.

'T is middernacht maar hoe Hij lijdt,
Zijn jongeren slapen bij die strijd
en derven afgemat in rouw
de aanblik op des Meesters trouw.
(Joh de Heer 280)

Hij vond Zijn discipelen slapend! Hij zei tegen Petrus: kunt u dan niet 1 uur met Mij waken? Dat is aan Petrus gericht, maar ook aan Jacobus en Johannes en de discipelen verderop en ook aan u, jou en mij. Wij hebben het uiteindelijk toch nog volgehouden ondanks alle afval en zwakheid en afvalligheid. Wij weten ons er bij betrokken. Hoe vaak hebben we al lijdenspreken gehoord?
Wat blijkt: het zijn juist kinderen van God, die het Heilig Avondmaal vieren en weten dat ze in de wijnstok moeten blijven, die slapen.
Je zou verwachten dat kinderen van God dag en nacht waken. Te meer als je bedenkt hoe actief de wereld zich druk maakt om goed, geld en bezit.
Maar hoor, daar klaagt een stem: kunt u dan niet 1 uur met Mij waken?
Jezus was maar een steenworp afstand van hen gescheiden, een 40 meter afstand. Hij bad en kermde hardop, luid. Hoe kunnen ze dan slapen? De discipelen hebben geen antwoord op die vraag. De Heere Jezus wel. De geest is wel gewillig. Maar het vlees is zwak. Christus wil hier tot Zijn discipelen en allen die in Hem geloven zeggen: waar de Heilige Geest ons iets anders leert kennen, daar is de Geest. Maar die oude mens laat zich zo geducht gelden. En daarom slapen ze, want het is tegelijk het uur der duisternis. De duisternis niet van de nacht maar van de boze.

Als kind kun je verlangen naar een toekomstig beroep van piloot of straaljager. Of zendeling, om diep in het oerwoud met levensgevaar de opdracht van God te vervullen. Maar bij het volwassen worden gaan we merken dat we in die kleinste dingen al onderuit gaan. We konden niet 1 uur waken.
Kinderen: als je moeder je vroeg om iets te doen, mopperde je. Je zag niet dat de Heere God er achter stond en bedroefd vroeg of je dat niet even kon doen. Even met Hem waken......Je gaat trouw naar de kerk, maar soms wil je even overslaan en uitslapen. Kun je dan niet 1 uur met Hem waken?
Je gaat trouw naar de dienst, maar kun je dan de hele dienst luisteren? Of ben je afgeleid? Kun je dan niet 1 uur met Hem waken?
Het lukt ons nog geen kwartier om onze aandacht gericht te houden op Hem en dat terwijl Hij het zo waard is.

De Heere heeft het recht om ons de eeuwige dood te laten slapen. Maar dat wil Hij niet. Hij houdt ons de spiegel voor om te laten zien wat Hij met ons leven bedoelt. Hij wist wel dat wij zouden slapen. Maar Hij vroeg het om hen te doen zien hoe zwak en kwetsbaar ze waren. Je kunt je niet verschuilen achter “ach dat vlees is zo zwak” want dat vlees dat zijn we zelf.

Het minste dat Hij vragen kon was dat zij wakker bleven, als Hij de helse doodsangsten inging. Maar zelfs dat konden wij niet opbrengen als mensen. Als het op het werk van de verlossing aankomt, dan kunnen we zelfs dat niet. Er is niks van ons bij. In dit hoofdstuk ligt een beschamende les voor ons. Mag ik als zondig mens dan toch op Hem hopen?
Ik die uiteindelijk geslapen heb, juist toen de Heere vroeg om te waken?
Stil maar, het leermoment is nog niet voorbij. Let maar op wat er gaat gebeuren. De discipelen slapen, maar in het allerergste gevaar staat de Heiland nòg voor hen in.
Bij Zijn gevangenneming zegt Hij: als je Mij zoekt, laat dezen dan heen gaan! Zelfs dan waakt Hij nog over hen, als een vervulling van psalm 121, de Bewaarder van Israël die niet sluimert noch slaapt. Hij waakt plaatsvervangend over Zijn discipelen, over hun zielen. Daarom bidden we in de naam van de Heere Jezus die waakte toen wij sliepen, dat God ons dat slapen maar mag vergeven. En daarom bidden we in Jezus' naam:
dat Hij door de Heilige Geest ons wakker maakt en doet waken. Maar vooral bidden we dat Hij zelf over ons blijft waken, anders dan moet ik alleen en ga ik voortdurend onderuit en eenmaal voor eeuwig. Dan mogen we Hem vragen, heel indringend, dat Hij ons doet waken en waakzaam doet zijn iedere dag en elk uur opnieuw. Wij kunnen van uit onszelf geen uur met Hem waken, maar Hij waakt levenslang over ons in het leven ook in de ure van onze dood.
Wanneer door het angstig duister van de hof de dood mij komt halen, wilt U dan waken over mij. Waak dan en bid, opdat u niet in verzoeking valt. Waken en bidden. Woorden die in de lijdenstijd en hier in deze momenten heel vaak aan de orde komen.

In het stadje Heusden aan de Maas, waar dominee Voetius predikant was, was een kerkzegel met daarin alleen maar een afbeelding van een haan: vigilate. Waakt! Dat woord is niet alleen maar voor Petrus bestemd geweest die Hem verloochende. Dat “Waakt!” is een opdracht voor de christelijke gemeente. Niet alleen hier maar ook wereldwijd.
“Om Christus' wil mogen wij het weten: Hij Israëls Wachter sluimert niet, geen kwaad zal u genaken, de Heer' zal u bewaken.”

Edit