Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-03-21 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Nadat ze de lofzang gezongen hadden Heilig Avondmaal

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Psa 22:4,6 Psa 22 2010-03-21.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.5Mb)
2010-03-21C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.4Mb)
2010-03-21T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 14.0Mb)
Psalm 22 de lijdenspsalm

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Psalm 22 gaat over het lijden van de Messias, we hebben het verband gezien tussen de psalmen 22, 23, en 24 en nu het verband tussen 21 en 22. Psalm 21 is de koningspsalm; het gaat over de kroning van de Koning, met een kroon van het fijnste goud. Leven en overwinning krijgt Hij en Zijn regering zal aanvangen in het Messiaanse vrederijk. En dan volgt daarop de lijdenspsalm; wij zouden zeggen dat moet andersom, nee, het begint met de heerlijkheid en dan Psalm 22, Zijn lijden.
Je ziet dat meer in de Psalmen: 68 en 69 precies eender. Psalm 68 is ook een koningspsalm en 69 de lijdenspsalm. Waarom? Er zit daar een diepe les in, ook in verband met het Avondmaal. Het lijkt wel of de Heilige Geest van de Heere zegt: zul je nooit vergeten dat de basis waarop al die zegeningen rusten het Lijden van de Heere Jezus? Vandaar dat psalm 22 zo'n herinneringspsalm is. Het verwijst terug naar wat Christus hier op aarde heeft doorgemaakt en dat mogen we nooit vergeten. Alles wat wij nu als zegeningen mogen ontvangen - de grondslag ligt in het verzoenend sterven. Avondmaal is een herinneringsmaaltijd, we komen samen in Zijn naam en wij gehoorzamen aan een uitdrukkelijk verzoek van de Heere Jezus: doe dit tot Mijn gedachtenis. Dan verkondig je de dood des Heeren, tot Hij komen zal.

Nadat ze de lofzang gezongen hadden
1. Gods heiligheid
2. Israëls hallelujah's

Als er 1 mens geweest is die echt kon zeggen: Mijn God, Mijn God waarom hebt Gij Mij verlaten....dan is het wel de Heere Jezus geweest. Hij heeft dat op het kruis geroepen: Eli, Eli. Ik ga op tot Mijn God en uw God, Mijn Vader en uw Vader. Het geloof mag dat nazeggen. Die God is ook mijn God. Het geloof dat “mijnt” de Heere. Het geloof mag God om Jezus wil mijn God en mijn Vader noemen. We kunnen deze diepte niet peilen, niet begrijpen. 33 jaar lang was Hij de Zoon en welgevallene van de Vader. 33 jaar lang. Maar in die 3-urige duisternis viel de toorn van God op Hem. Er was toen geen welbehagen van de Vader meer. Vers 3 hebben we ook over nagedacht. Ik roep, maar Gij antwoordt niet. 33 jaar lang heeft God Hem wel geantwoord. Vader, ik weet dat U mij altijd hoort. Maar in die 3 uur antwoordt de Vader niet. Toen niet. Later wel. Die 3 uur van Gods toorn is er geen verhoring, maar na 3 dagen wel antwoord: de opstanding, Pasen.
Psalm 22 vers 2:
verlos mij uit des leeuwen muil. En verhoor mij van de hoornen van de eenhoorn. In de NBG51 en HSV en NBV staat daar vertaald -- Gij hebt mij geantwoord.
Eli eli lama sabachtani. Ik zag ooit een dvd met een Bijbelse verfilming van het leven van Jozef. Wat mij daaruit bijbleef, is dit: Jozef wordt verkocht naar Egypte, en komt onschuldig in de gevangenis terecht. Op het moment dat de gevangenisdeur dicht gaat zegt Jozef: Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?

Gij zijt heilig. Dat is het antwoord dat de Messias geeft op Zijn eigen vraag. De Heere Jezus was ook de Heilige, de Reine, de Rechtvaardige. Hij was rein, nooit 1 zonde gedaan. In Psalm 37:25 staat: ik heb nooit gezien de rechtvaardige verlaten… Maar het gebeurt wel op het kruis. Waarom? Omdat de Hij de zonde van de gelovige ging dragen. Plaatsbekledend. Plaatsvervanging, een woord dat door God is uitgevonden. Doordat al dat zondevuil op Hem terecht kwam. Het kruis is een vuilnisbelt. Aan de voet van het kruis ligt al ons zondevuil. Dat is niet alleen aan de voet van het kruis, maar ook over Zijn hoofd uitgestort, op het hoofd van dat heilige Godslam. Zijn hoofd werd bedolven onder mijn ongerechtigheden. Jezus werd het zondoffer. Ik kan het evangelie in 3 woorden zeggen:

Ik voor u

Welk een vriend is onze Jezus, die in onze plaats wil staan. Ik ben bedroefd als ik kijk naar de oorzaak waarom Hij aan het kruis hangt. Maar ik ben zo blij als ik denk aan de gevolgen van wat Hij deed. Heb je je handen persoonlijk op de kop van dat lam gelegd? Je zonden beleden, je hart voor Hem geopend, je tasje vol met vuile was bij Hem neergezet? Een beroep op Zijn genade gedaan? Anders heb je aan het Heilig Avondmaal niets te zoeken.
Als ik hoor naar Zijn klacht: waarom hebt Gij mij verlaten... U hield mij vast, ook al liet de Vader u los. Als ik de geur van het zondoffer ruik.. wat een verschrikkelijke geur... opdat ik lieflijk zou worden gemaakt.

Die paradox is wonderbaarlijk. Wat er in een mens zit, komt eruit. Maar ik zie ook wie God is aan het kruis. Ik zie ook wie de mens is in deze psalm. Ze spotten met Hem. Wat een onvoorstelbare liefde voor zondaren. Toen God de schepping maakte, zag je van Zijn eigenschapen Zijn almacht (de bergen, de sterren, de planeten), Zijn goedheid (de jaargetijden), de wijsheid.
En toen kwam de zondeval. God heeft in die zondeval een aanleiding genomen om de bodem van Zijn hart ten volle kenbaar te maken. In de schepping zag je niet God barmhartigheid, Zijn genade. Want er was geen schuld, geen zonde. In de schepping zag je ook niet zozeer Zijn liefde. Maar bij het kruis stelt Gods Zijn hart volledig open. Hij laat daar Zijn barmhartigheid, Zijn liefde en genade zien. Daar zie ik God in Zijn vlekkeloze heiligheid. Nooit schittert Gods rechtvaardigheid heerlijker dan aan het kruis. Toen Hij het volle vonnis voltrok aan zijn zoon. Nooit zie ik Gods barmhartigheid helderder stralen dan op het kruis, toen Hij Zijn zoon strafte en de zondaar spaarde. Nooit zie ik Gods liefde heerlijker schitteren dan juist toen Jezus stierf. Hij dacht aan mij toen Hij hing aan het hout. Ziet u dat God zichzelf zo heerlijk groot heeft gemaakt dwars door de zondeval heen?

Plaatsvervanging. Heeft u dat nodig? In de Koran zie je geen enkele gedachte van plaatsvervanging. Ook de moderne literatuur zegt wat anders, Hendrik Marsman was christelijk opgevoed en rekende in een gedicht totaal af met zijn christelijke opvoeding. Hij zegt: neem mijn laatste bezit mij niet af, mijn zonden gaan mee in mijn graf. Wat een huiveringwekkende regel.

Die zonden moeten niet op mijn rug blijven liggen. Liggen uw zonden nog op uw rug of mag u zien dat uw zonden zijn overgenomen door de Heere Jezus? Gij zijt heilig. Die heiligheid heeft niet alleen te maken met een afkeer van de zonde. Maar heiligheid is nog veel heerlijker. Heilig, heilig is de Heere der heerscharen betekent meer. Zij bezingen God in Zijn verhevenheid. Schoonheid, verhevenheid. De hoogheid, de pracht van God. Zonde maakt afstootwekkend, maar God is heilig. Luisterrijk. Groots, glorierijk. Gij zijt heilig.


2.Gij troont op de lofzangen van Israël.
God woont onder de lofzangen van Israël, zegt de SV. Hij troont op de lofzangen van Israël. God woont in de hemel; de engelen zingen daar Zijn lof. God woont ook op de aarde. Hij wil graag wonen onder een verlost volk. In de tempel. In de tabernakel stond Zijn troon. De Heere woont tussen de cherubs. De tempel wordt voorgesteld als een paleis, de ark is de troon. God kan wonen op grond van het bloed dat op het verzoendeksel is gesprenkeld. De Heere heeft het zo voorgesteld: het verloste volk uit Egypte brengt hem de lof toe, en de Heere neemt dat aan door op Zijn troon te gaan zitten.
's Nachts zingen de engelen Gods lof in de hemel. Overdag is het de taak van Israël om Gods lof te zingen. Daar uw geheiligd volk van Uwe trouw mag zingen. David had zich uitgesloofd om alvast stenen klaar te leggen voor de tempelbouw. Er kwam ook alvast een Levietenkoor van 4000 zangers en allemaal instrumenten, opdat de glorie wordt toegebracht aan Hem. Daar woont God graag, daar voelt Hij zich thuis. Geven wij de Heere een krukje om op te zitten? Een lofversje? Of bereiden we de Heere een troon door onze lofzangen? De laatste dag van Zijn leven heeft de Heere Jezus gezongen, de lofzang. Toen God Israël verloste uit Egypte was het Zijn verlangen om een heiligdom te hebben in het beloofde land om daar te zijn te midden van zijn volk. De Heere kon die 40 jaar in de woestijn niet wachten. Daarom heeft Hij tijdens de woestijnreis toch al een tabernakel bedacht zodat Hij toch met zijn volk kon zijn en bij hen kon wonen. Het is het verlangen van Zijn hart om te zijn onder een verlost volk.

Maar God is toch heilig. Hij kan niet bij ons wonen. Ja toch, omdat er op Golgotha een offer is gebracht, een zondoffer. De Heere God wil intimiteit hebben met mensen. Waar Hij geprezen wordt, is Hij present. Hij woont graag onder ons. We mogen de Heere bidden, snikken, brullen, klagen, huilen, het mag allemaal. Maar als we God de lof toezingen dan eren we Hem het meest. Vanwege Zijn heilsdaden, de verlossing, Zijn heiligheid, zijn liefde. Zijn barmhartigheid, Zijn genade. Des te meer mogen wij als Nieuwtestamentische gemeente de lof zingen. Praise gaat altijd over de prijs die betaald is, waardoor wij als zondaar verlost zijn. De gemeente mag in het Nieuwe Testament Zijn lof zingen en straks zal het in de hemel gebeuren. Vragen maakt God klein, maar loven maakt God groot.

Onze vaderen hebben geroepen en Hij heeft hen uitkomst gegeven. Zoals God was toen, zo is Hij ook nu. Vindt u dat moeilijk? Heeft u geen reden om Hem lof te zingen? Je kan een loflied zingen om Gods heilsdaden. Maar als Hij vandaag voor u niet te zien is? Als u hebt geroepen en het leek of Hij er niet was? Waar is nu die God die zo goed was voor het voorgeslacht? Die God waarvan mijn opa en oma zo hoog opgaven? Gij antwoordt niet... toen niet misschien. Niet in die 3 uur misschien, maar wel na 3 dagen. De Heere redt misschien niet van het ziekenhuis maar trekt je er dwars doorheen. Hij redt je er misschien niet voor, maar er wel uit.

De Joden lezen Psalm 22 ook in verband met koningin Esther. De Joodse rabbijnen zeggen eigenlijk dit: Esther, het weeskind, van vader en moeder verlaten. Esther moet naar de koning gaan, ongevraagd naar Ahosveros. Op het moment dat ze gaat - kom ik kom, dan kom ik om, maar ik zal tot die koning gaan. Ze legt haar leven in de waagschaal. Vol angst, met het gevoel er alleen voor te staan, mijn God mijn God waarom verlaat Gij mij ... op het moment dat Esther naar de koning gaat was het 15 Nissan, als je terugrekent! De paschanacht, de eerste nacht van Pesach. Laat dat een bemoediging zijn voor hen die zich verlaten voelen, zich eenzaam voelen. Heere waar bent u? Ik kan geen lofzang zingen. Kom ik om, dan kom ik om, maar ik zal tot de koning gaan.

Edit