Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-03-21 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
De man van smarten

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Psa 22:7-12 Mat 27:39-50 psa 22:7-12 2010-03-21.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.3Mb)
2010-03-21C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.9Mb)
2010-03-21T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.5Mb)
Psalm 22 de lijdenspsalm

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Psalm 22 is misschien wel de meest merkwaardige Messiaanse Psalm in het Oude Testament, David schreef het 1000 jaar voor de geboorte van de Heere Jezus. Tot in de details is deze Psalm vervuld toen Christus stierf - wat is dat opmerkelijk. In de Psalm zien we de Heere in het hart. Wat Zijn gedachten en gevoelens waren in de ure waarin Hij hing aan het kruis, die zes uur aan het kruis. De schreeuw van de ziel van de Messais, dat lees je niet zo in het evangelie, in de evangeliën lees je de feiten van het leiden. Hier lezen we van het innerlijk lijden. Daarom is deze psalm zo teer en kostbaar. De eerste zes verzen hebben we gelezen, over de Godsverlating.
Nu de tweede strofe, over wat mensen de Messias hebben aangedaan. De Heere Jezus heeft als het ware een programma gekregen - Hij wist wat Hem zou overkomen. "Moest de Christus niet lijden?"

De man van smarten
1 Maar Ik (7), 2 maar zij (8,9), 3 maar Gij (10-12)

1
Vers 7, maar ik ben een worm en geen man. Het staat tegenover het voorafgaande: op u hebben de vaderen vertrouwd. Zij werden niet beschaamd. God was de waarmaker van Zijn woord. Maar ik ervaar het tegendeel. Je kunt het op David betrekken, maar het gaat verder dan wat David heeft meegemaakt. Ik ben een veldhoen, zegt David elders van zichzelf. Hier gaat het verder. Davids Grote Zoon noemt zich hier een worm. Laat het even bezinken. Het gaat over de Tweede Persoon in het Goddelijk Wezen. De medeschepper van hemel en aarde. Hij die alle dingen draagt door het woord van Zijn kracht. Hij zegt, Hij vergelijkt zich met een worm. In de kribbe ligt een mens, een vleesgeworden God. maar in Gethsemané kruipt een worm en op Golgotha hangt iets dat minder is dan de mens. Een weinig minder dan de engelen - mens geworden, maar in Zijn lijden werd Hij nog minder dan een mens. Ik Ben, kan hij zeggen. Maar - een worm. Dat gaat zo diep. Daar kunnen we alleen met huiver over spreken…

Een worm – we denken dan aan uiterste zwakheid. Nietigheid en machteloosheid. Zijn goddelijke almacht en glans is weg, week en slap. Geen man - niet mens, maar er staat het woord voor man, kracht, een held, die zijn mannetje staat. Zo heb ik de Heere Jezus nog nooit aangetroffen.
En we denken aan weerloosheid - een worm heeft geen wapens. Geen stem - als je hem plattrapt geeft hij geen geluid. Een slang is wat anders... Maar een worm is lijdelijk. Uw lichaam verbroken. Zo was het met de Heere Jezus ook. In Gethsemané zag Hij die toorn en op Golgotha is de voet van God op Hem gaan staan en Hij werd verbrijzeld.
Het is ook vies, verachtelijk. Veracht onder de mensen, geen gedaante, noch heelrijkheid. In het Hebreeuws is het woord (tola) voor worm hetzelfde als voor "scharlaken". Diep rood – het werd gebruikt in het voorhangsel in de tabernakel. Die kleur werd verkregen door een worm (met eitjes) te pletten, dat is een diepe kleurstof, dat krijg je er nooit meer uit.....
Hoe het volk van God ook wordt bedreigd - vrees niet gij volkje Israël, het zal niet ten onder gaan. Veracht door de mensen - ik wou dat ik een scherpere snavel had, dat ik van me af kon bijten, ik wou dat ik niet alleen in de apologetiek maar in de polemiek kon gaan, dat ik kon aanvallen. Dat kan Gods volk vaak niet.

2
Maar zij. Vers 8 en 9. Die kun je precies vinden in Mat 27. De voorbijgangers kijken naar Hem. Laat die God van Hem Hem verlossen. Het is exact vervuld op Goede Vrijdag, op Golgotha.
Het volk, de mensen. Spot is een belangrijk ingrediënt in het lijden van de Heiland. Leedvermaak is een walgelijke zonde. Plezier hebben als een ander pijn lijd. Kronkelend is de Heiland hier en de mensen lachen, ze worden niet stil, maar actief laf en wreed. Dat de mens daar toe in staat is. Wij zijn zo ontaard. In Frankrijk heb je een nieuw TV-spelletje, daar kun je als kijker een deelnemer straffen, als hij een fout antwoord geeft. 4 op de 5 kijkers gaat zo ver tot hij zo'n deelnemer er virtueel dood bij neervalt. Hoe is het mogelijk dat je daar vermaak in hebt, dan moet je losgelaten zijn van God, als je zulke spelletjes leuk vindt. Dat je zo sadistisch bent, je verheugen over het ongeluk van een ander. Hier denk ik aan bij deze verzen.
Laten we eens kijken in de lijdensgeschiedenis - wie heeft er niet gespot. Judas verraadde Hem met een kus. Herodes wilde wel een goocheltrucje zien. Kijk op de Via Dolorosa - laten we koninkje met Hem spelen. Leedvermaak.
Wat ze zeggen tot Hem en over Hem. Als je de tempel in drie dagen afbreekt kom dan eens van dat kruis. Verlos je zelf en ons dan zullen we in je geloven. Ik verwonder me over de wreedheid van een mensenhart, wat er leeft in mij hart! - als er uitkomt wat er in zit. Geen oog heeft medelijden met u. En ook over de liefde van de Heiland, Hij heeft het verdragen. Duizendmaal zij U daarvoor dank en eer. Dit smart mij het meest, dat de ijdele mens u smaad terwijl Uw oog hen minnend gadeslaat.

Gebaren - Je kunt met gebaren zo kwetsen. Lip, tong zouden wij zeggen. Een pruillip, dat is minder ordinair, maar dezelfde verachting blijft. Het komt ook bij dominees voor - het was weer niks. Je komt iemand tegen die er ook zo over denkt - we zijn te deftig om onze tong uit te steken. Maar we laten wel merken - Heilig Avondmaal - Hij denkt dat ie Gods zoon is. Helemaal niks... ze grijnzen Hem aan, terwijl de engelen hun aangezichten bedekken.

Jacobus Bostius zegt ergens: nu ze de handen niet meer aan Hem kunnen slaan, gaan ze met hun tong nog even door. Pijlen van wreedheid worden als dolken.

V9. Heel laf - ze treffen de Messias in Zijn Godsgeloof. Het meest bittere van alles. Onze vrome vaderen werden geholpen, maar Hij niet - waarom verpletterd God Hem dan: Hij denkt wel dat hij de welgevallene van de Vader is... Sommigen hebben misschien vroeger ook gespot, of zijn jaren uit de kerk geweest, die ouderwetse God en die domme opa, o die God van de Middeleeuwen. Tot God je beet pakte en je liet zien hoe het zat, de spotters van vroeger zijn de zangers van nu. Of niet uitgesproken, maar alleen een blik, het zij je niets. Eertijds, maar nu - een wissel om. Bij sommigen krakend en piepend en bij andere geleidelijk, maar de wissel ging om, daar gaat het om. Ook voor de 19 belijdeniscatechisanten geldt dat.

Ik heb er zo'n smart van dat ik vroeger zo onverschillig was, dat kan ik nooit meer goed maken. Toen ik lacherig deed over het Avondmaal, als puber. God vergeeft, maar je vergeeft het jezelf niet.... daarom zingen ze zo hard - omdat ze weten wat hen vergeven is.

V9. Dat Hij Hem redde – dat was een verzoeking voor de Heere Jezus. Hij kon een woord spreken en het was zo. In Gethsemané nog: Wie zoeken jullie? Jezus - IK BEN, en door dat machtwoord vallen die 600 ter aarde. 12 legioen engelen hadden er kunnen staan, maar dan waren wij onverlost geweest.

3
Maar Gij. Wat een prachtige tekst - u begrijp dat dit mij juist nu aanspreekt. De NBV geeft:
10 U hebt mij uit de buik van mijn moeder gehaald,
mij aan haar borsten toevertrouwd,
11 bij mijn geboorte vingen uw handen mij op,
van de moederschoot af bent u mijn God.

David doet een beroep niet alleen op de God van de vaderen, maar ook op die van zijn kindsheid, van het begin. Ja ervoor nog.
Er is een opwekkingslied – "nog voor je bestond kende Hij je naam". Over die God gaat het. Davids vader heette Isai, de naam van zijn moeder weten we niet, maar ze was godvrezend, want hij was van jongs af op de Heere geworpen. Over David en Davids zoon gaat het hier - over Kerst, de vleeswording. Zo'n Psalm gaat bobbelen. Ik lees er van alles in - het gaat over Pasen (23) , over de wederkomst, al de heilsfeiten komen hier terug. De maagdelijke geboorte. Het heilige dat uit u geboren zal worden. De vrucht van uw schoot.
Doet de verloskundige dat niet? David zag achter de vroedvrouwen de Heere. Uw handen vingen mij op. Ontroerend moment. Ezechiël: u zag mij trappelen in mijn geboortebloed. Zo teer. Van de moederschoot af. Spurgeon zegt: het was Gods koesterende hand, die moeder verloste en zorgde voor een gelukkige geboorte van het kind. Van David en de Heere Jezus. De goedheid van God tegen dat Kindeke teer. Toen was U er al met Uw zorg - o wat kan er veel mis gaan. Navelstreng in de knoop, om het nekje -
Dieren hebben maar een paar uur nodig en dan kunnen ze al staan en lopen. Maar een mensje is zo hulpeloos teer. De ouders zijn de handen van God.
v10 schoot, buik, borst. De moederborst, dat is de beloning, ik ben er zo vol van. Dat is over een paar weken over... Als je voor het eerst voelt toeschieten... dan ben je de koning te rijk. Gelukkig is de moederschoot die u gedragen heeft. Ja, maar ook allen die Mijn woord horen en bewaren.

Ik vertelde u vanmorgen dat Joodse commentaren deze Psalm in verband brengen met Ester, toen ze naar de koning ging, kom ik om dan kom ik om.
Ester was een weeskind. Haar vader, zeggen de rabbijnen, stierf na de conceptie en haar moeder na de bevalling, daarom werd ze op God geworpen. Normaal landt een pasgeboren baby op zachtheid, de moederborst. Zo vies als je bent. Gekoesterd door warmte en zorg en liefde. Begrijpt u hoe diep dat gaat - dat je op God geworpen wordt, dat ik land bij God op zachtheid, het is me goed om nabij God te zijn. Zo dicht nabij God. In al mijn hulpeloosheid. De eniggeboren Zoon, landde op zachtheid, maar dat verliet Hij voor een boze buitenwereld.

Dat het nu mogelijk is voor een verloren zondaar om aan Zijn voeten te liggen, maar dat niet alleen. "Aan Uw voeten hier is de hoogste plaats", zegt een Opwekkingslied, maar het is niet waar! De hoogste plaats is aan de borst van de Heiland - dat kan! Want Johannes de discipel lag daar. Één van de twaalf, die aan het hart van de Heiland heeft gerust, wie was dat vanmorgen - de tafel was vol, maar wie heeft er mogen liggen aan die borst? Daar hoor je Zijn hart kloppen!

Mijn God, vanaf mijn aller eerste tot mijn allerlaatste snik, Mijn God. U bent altijd bij mij, dat mogen wij zingen, als kind van God. En ik ben geweven in de moederschoot, en met u verweven; maar de Heere Jezus kon dat niet zingen. Uw handen zijn altijd voor me, naast me, om mij heen - maar Jezus moest klagen: Heere wees niet verre van Mij. Er is geen helper. De pers alleen getreden. Alleen het verzoeningswerk aangebracht, al Zijn vrienden waren weg. Al de genezenen, zijn broeders, zijn God was weg....de totale eenzaamheid. Als een geamputeerd lid van het lichaam. Heere wees niet ver van Mij….

Hij werd van God verlaten, opdat wij in God een hulp mogen vinden, dat geeft stof tot juichen.

Daarom bent u altijd bij mij. Laat mij rusten in Uw schoot, want dat is de hoogste plek.

Edit