Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-04-02 19:30:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Gestorven en begraven Goede Vrijdag

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jes 53:8,9 Joh 19:38-42 Jes 53:8,9 2010-04-02.1913.mp3 (Preek, 16kPro, 6.4Mb)
2010-04-02C.195.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.2Mb)
2010-04-02T.191.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.3Mb)
Het vierde Knechtslied van Jesaja

Edit| EditReeks
Samenvatting:
In de 17e eeuw was er een beeldhouwer Jean Guillemin, hij moest een groot kruisbeeld maken. Hij wilde een dubbele gedachte er in leggen: Jes 1, het ganse hoofd is bloedend en het ganse hart mat, wonden en striemen. Maar ook de jubel: het is volbracht, moest er in. Het is hem gelukt. Hij maakte een beeld – van rechts bekeken zie je één klomp lijden – de Man van smarten; maar als je het van links bekijkt, zie je een stralende triomferende Jezus aan het kruis. Triomfator.
Daar moest ik aan denken bij deze Goede Vrijdag. Het is zo dubbel: ik moet klagen, ja ik kost Hem die smarten en die slagen - de donkere kant, maar het is ook een Goede Vrijdag - ik kan zingen: liefde in U is al ons leven. Ja Uw kruis heeft ons gegeven wat mij eeuwig juichen doet. Iets van die dubbele gedachte wil doorgeven vanavond, over Jesaja 53:8,9.

Gestorven en begraven
1 (v8) de dood van Christus, 2 (v9) het graf van Christus

Het is allemaal gebeurt op die ene Goede Vrijdag, gekruisigd om 9 uur, gestorven om 3 uur, begraven aan de avond.

1
De plaag op Hem. Wat bedoelt Jesaja, Hij leefde er 7e eeuwen voor. Hij mocht zien wat er ging gebeuren. Dat de Messais zou lijden en ook waarom. Bij de Joden was het Pascha, de uittocht uit Egypte, lang geleden. De verderfengel, hoe ze gespaard waren, het lammetje dat geslacht werd om 3 uur 's middags. Bloed aan de deurposten, ongezuurde broden gegeten en ook 'maror' bittere saus. Ook die mengeling. Denken aan het bittere van de slavernij. Maar ze zingen de lofzang ook. De Heere Jezus sterft in de plaats waar en op hetzelfde moment als het paaslam geslacht werd. Het Joodse volk heeft met het Pesach altijd het Hooglied gelezen - ze voelen het wel aan: Het Lam en de Bruidegom heeft met elkaar te maken. Er mocht geen vlekje aan het lammetje zitten. Mijn liefste is blank, maar wordt rood omdat Gods mes er doorheen gaat… Sparend bloed. Daardoor gaat de verderfengel voorbij.
De plaag – de tien plagen in Egypte – de tiende plaag, met name. De eerstgeborene! Die plaag was op Hem… Al de eerstgeborenen, zelfs van het vee werden afgesneden uit het land der levenden. Toch bleven de Israëlieten in leven. De Joodse eerstgeborenen waren niet beter. Maar het bloed van het lam had hun dood verhoed. Verscholen achter het bloed van het Paaslam. Veilig voor de Verderver.
Er is een volk dat Gods geboden heeft overtreden daarom treft Hem de plaag. De plaag kwam niet op hen, maar op Hem. Weer een eerstgeborene. Hij is plaatsvervangend afgesneden. Hij stierf in het volle leven, zodat wij in leven zullen blijven, als we schuilen achter Zijn bloed.

Ik las eens een voorbeeld uit de Dertigjarige oorlog, lang geleden in Duitsland. Een generaal belegerde een stad. Hij zwoer dat hij alle bewoners zou ombrengen. De soldaten beginnen daar aan, als de stad valt. Er waren er die op de vlucht sloegen, ze keken achterom, zagen wat de soldaten deden. Als ze een huis hadden uitgemoord, smeerden de soldaten bloed op de deur. De anderen wisten – hier zijn collega's al geweest. Men zag dat, slachtte een schaapje en sloeg met bloed tegen hun eigen deur. De soldaten kwamen de hoek om en ze zagen het bloed – 'hier zijn ze al geweest' en ze gingen er voorbij. Allen die daar schuilden bleven veilig in leven voor de verderver.
Veilig alleen achter het bloed van het Lam.

Hij is uit de angst weggenomen – ik denk aan de tuin van Gethsemané, hij begon zeer angstig te worden. Psalm 116 zingt ervan: Daar de angst der hel Hem alle troost deed missen. Het gericht – het Joodse proces, Kajafas – een gerechtelijke dwaling en het Romeinse proces, onschuldig ter dood veroordeeld. Gabbatha, waar Pilatus rechtstoel stond. Geestelijk, burgerlijk proces, maar ook het Godsproces, het proces van God op Golgotha. De vinger wordt gelegd bij de schuld, van mijn volk. Niet Zijn schuld.
Denkt u wel eens na over Gods rechterstoel? We zingen ervan in de boetpsalmen. Maar denken wij nog wel eens aan het rechtvaardig oordeel van God en dan met toepassing op mezelf? Zo Gij in 't recht wil treden. Schuldig voor Uw hoog gericht. Niet te begrijpen, - schuldig stof ontvangt gena.
Als er staat angst en gericht heeft dat alles te maken met mijn zonde en vervloeking. Niet gelijk zeggen, dat is een zware preek – of: dat hebben we vroeger veel te veel gehoord. Maar is de beker wel eens in uw zak gevonden, als bij Benjamin, de beker van schuld? Ik moet terug, als Benjamin, naar de koning, naar Farao, schuldig, schuldig. Ik zeg het niet om zwaar te doen. Als daar iets van ingelezen wordt. Uw doen is gans rechtvaardig, dan gaat er een wonder gebeuren, dan ligt er tussen de aanvaardig van het vonnis en de voltrekking ervan, daar zit de borg tussen, als een Juda – die het opnam voor Benjamin, reken het mij nou maar toe. Mag ik in de plaats van Hem bij wie de beker gevonden is – laat mij maar verloren gaan, als hij maar behouden wordt. Dan ga je jubelend de rechtszaal uit…
Hij onschuldig ter dood veroordeeld opdat wij in het gericht vrij gesproken zouden worden.
Tussen verderfengel en mijn ziel ligt het Lam, het bloed op de deur.

Weggenomen - dat duidt op de dood, toen hield de angst en het gericht op. Wie zal Zijn leeftijd uitspreken, zo jong als Hij was. De KT zeggen 'zijn generatie', zijn geestelijk nageslacht, dat kun je ook vertalen; het getal van zijn verlosten, wie zal het kunnen tellen. Niemand kan die schare tellen, die eeuwig leven hebben door Zijn dood.
Afgesneden – afgekapt als met een bijl. Een gewelddadige dood. Als een groene tak van een boom. – Daarom, om de overtreding van Mijn volk.
De slag, de klap kwam op Hem neer. De Heilige Geest heeft in Jesaja 53 en Psalm 22 steeds maar gehamerd en herhaald – het plaatsvervangende, het schuld overnemende. Voor mijn schuld wilde Hij de straf dragen.

Je kunt er beter over zingen of het uitbeelden in ivoor dan erover spreken.
Och, zie hoe 'k voor uw ogen
hier als een zondaar sta,
en schenk vol mededogen,
m' een blik van uw gena!
Verder breng ik het niet in mezelf, U bent mijn zondedrager, U kreeg de klappen. En ik de kus der verzoening. Ik voor u.
Stel je voor dat je een naamgenoot hebt. Toen de guillotine nog stond in Frankrijk was er een jongeman veroordeeld. Zijn eigen vader had hem bijzonder lief. En hij betoonde het. Toen de lijst werd afgelezen van veroordeelden, antwoordde hij op de naam. Hij antwoordde ja en het werd niet opgemerkt. Hij reed op de kar de dodenrit naar de plaats waar zijn hoofd rolde in plaats van zijn zoon. De jongen kwam vrij. En elke week ging hij naar het graf van zijn vader en zette er bloemen op, mijn vader werd mijn plaatsvervanger, die mijn straf onderging. Die ik had verdiend. Op de grafsteen: hij stierf voor mij.

Dat kan ik beitelen in de preek – hij stierf voor mij, U nam de straf op U die ik had verdiend. Overtreding en straf staat er in v8. Ik geloof dat dat heel nodig is. Tussen de wieg en het graf is een ding nodig, Jeremia zegt het: erken uw ongerechtigheid, die wonden zo diep – Heere Jezus, ik heb zo'n medelijden met U? Nee, dat is oppervlakkig. Tranen van berouw gaan dieper, kijk uit dat je het niet zielig gaat vinden voor de Heere Jezus.
Lijdensprediking moet ontdekkend zijn, elke druppel bloed heeft te maken met mijn zonden voor God, die moesten worden uitgeboet voor God.
Er is ook geloof nodig, dat je gaat rusten op dat plaatsvervangende offerlam. Dat je gelooft dat God de Heere Jezus heeft voorgesteld als de verzoener van je zonde. Ben ik met het Lam tevreden? Dan krijg je vrede, het vonnis wordt maar één keer uitgevoerd. Twee hoeven de dood niet in, zegt Kohlbrugge. Wie heeft onze prediking geloofd? (vers 1 van dat hoofdstuk). De prediking van de plaatsvervanging is het merg van het evangelie.

Hebt U Hem nodig? Velen hebben Hem niet nodig. Een moderne Nederlandse schrijver – Simon Vestdijk zei ooit, "het is mijn eer te na, dat iemand anders zich voor mij aan het kruis laat slaan." In 1959 verscheen op Goede Vrijdag een artikel van prof. Pieter Smits 'het is ook mijn eer te na, ik wens te staan voor de gevolgen van mijn eigen daden. En wat Paulus betreft [wat hij over die plaatsvervanging zei]: Geef mijn portie maar aan Fikkie'.

Gestorven voor mij, zal mijn zwanenzang zijn.

2
Na de terechtstelling, na Zijn dood is Hij op diezelfde dag ook begraven, tegen het vallen van de avond. Bij de goddelozen – : "men" - de Joodse overheid – Jezus moest een oneervolle begrafenis krijgen, op een hoop met de andere misdadigers. Of men liet het lijk hangen - voer voor de roofvogels, of ze werden verbrand in het dal van Hinnom. Of ze werden gedumpt in een massagraf. Zo moest het zijn; de koning der koningen, niet begraven bij de vaderen, maar tussen de goddelozen. Maar God bepaalde anders. De vader zorgde voor de Geest van de Heere Jezus, maar Hij zorgde ook voor Zijn lichaam - bepaald bij de goddelozen, maar in werkelijkheid bij de rijke (enkelvoud). Jozef van Arimatea. Een rijk man. Exact vervuld. Een nieuw graf.
Profetie is altijd precies. Zelfs als het gaat over een ezeltje, Zach 9. Dan zal dat ezeltje er staan! God zorgt voor die rijke, God is een precies God, bij God is het nooit 'ongeveer', maar altijd precies. Dat kwam Hem toe. Hij heeft geen onrecht – geweld (chamas) gedaan. Geen bedrog. Niemand beledigd, beschadigd of bedroefd, niemand heeft over Hem klagen.
Ook Nicomdemus is er bij. Daar gaan ze in de schemer. Ze besteigen de heuvel. Jozef was rijk in geld en in liefde. Er was heel wat moed voor nodig. Om naar Pilatus te gaan om het lichaam van Jezus te vragen. 33 kilo mirre had Nicodemus bij zich…
Wat moet dat geweest zijn, wat een teer moment. Vriendenhanden, geen wrede soldatenhanden. Vol verdriet. De striemen gewassen, ze dragen Hem uit naar het graf, aan hoofd en voeten. Alsof ze de ark optillen, het verzoendeksel erop; twee Levieten die de ark dragen. Op de opstandingsmorgen zitten er twee engelen als bij het verzoendeksel. Zo zitten die twee cherubs in het graf. Ze dragen de Heere Jezus, God en mens, goud en hout. Naar Zijn rustplaats, een coming out! Bij een dode Jezus. Nocodemus was een nachtdiscipelen, maar hier komt hij openbaar. Jozef was een geheime discipel. Vol vragen en vrees. Maar hier komen ze openbaar. Ze doen belijdenis van een gestorven Jezus. Met mirre, doeken. Doeken die er ook waren toen Hij geboren werd. Begraven als een Jona in de vis en de zee van Gods verbolgenheid stilde ….
Twee mannen met een gestorven Heiland in het midden. Avondmaal vieren. Dat is Goede Vrijdag. Een paar vrouwen waren er ook. Dat is Mijn lichaam. Die liefdevolle ogen die nu voorgoed gesloten zijn. De handen waren koud en stijf. Lippen waarop genade was uitgestort, maar ze zijn nu dicht.

Jezus in het midden, Hij is het verenigingpunt, Hij was mikpunt. Als ze Hem in het graf leggen – al mijn zonden neemt Hij mee in het graf. Daar worden die begraven.

Deze Jezus heb ik u verkondigd. Looft u Hem? Die Zijn gelaat heeft laten bespuwen uit zondige mensenmonden. Die Zijn handen liet doorboren. Stel Hij was niet voor mij gestorven, dan zou ik Hem nog lief hebben – dat U zo goed bent dat U voor vijanden wilde sterven…!
Gehoorzaam tot de dood aan het kruis – daarom wil ik bij Hem zijn en mezelf aan Hem geven.

We hebben het gehad over de dood en het graf. Loof Hem! Ik begon met dat ivoren kruisbeeld, lijden en triomf. Ik denk ook aan mijn dood en begrafenis – en daarna? Voor de rechtstoel voor God als een schuldige Benjamin. Als ik nadenk over mijn dood, vroeg of laat, als Jezus niet terug komt – wat hou ik dan over?
Jezus, uw verzoenend sterven
blijft het rustpunt van ons hart.
Als wij alles, alles derven,
blijft uw liefd' ons bij in smart. - Als het er op aan komt
Och, wanneer mijn oog eens breekt.
't Angstig doodszweet van mij leekt,
dat uw bloed mijn hoop dan wekke,
en mijn schuld voor God bedekke.

Ouderen, hebt u ds A Boertje gekend? Hij schijnt gestaan te hebben in Moerkapelle. In 2007 is hij overleden. Hij heeft heel lang mogen preken maar werd soms erg aangevochten. Dan komt het er ook voor een dominee op aan. Er kwam een vriend naar Hem toe in zijn laatste dagen en wees Hem op het heil in de Heere Jezus en ook voor Hem was verzoening gedaan op Golgotha en toen zei hij, verzwakt als hij was, hoera!

Lof Hem, die door zijn kruis en dood
gena‚ voor zondaars heeft bereid!

Halleluja, hoera!

Edit