Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-04-04 17:00:00 ds. S. Meijer (Yerseke) 1e Paasdag

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Luc 23:49;Luc 24:11,34,36 Luc 23:49-24:12 24:30-36 2010-04-04.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 4.3Mb)
2010-04-04C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 25.5Mb)
2010-04-04T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.5Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Wanneer je het evangelie van Lukas leest, dat hij voor Theofilus schreef, dan valt het op: het begint met de soldaten en de schare mensen. Maar de menigte verdwijnt weer van Golgotha, alleen op een afgelegen plaats daar staan nog wat mensen, bekenden. Maar op afstand. Daarmee begint hij het laatste boek van zijn evangelie, voor hij aan zijn tweede boek begint, de Handelingen.
We zouden zo maar over die kleine zinnetjes heen lezen, ze kunnen heel belangrijk zijn. Vers 49: ze staan van verre. Alleen de vrouwen volgen de begrafenis. Een onbekende Jozef verzorgde die, maar zijn directe volgelingen verdwijnen. Als mens begrijpelijk. Ze waren op de vlucht geslagen bij Gethsemané. Stel je voor, dat het jezelf treft. Petrus was door het oog van de naald gekropen, al waren die verloocheningen hem slecht bekomen.
Bekenden bleven op afstand. Zo kan het nog steeds gaan. Wij zijn toch bekenden van Jezus? Zeker als we er mee groot gebracht zijn. Het zijn bekende verhalen, we volgen Hem op de voet. Hij is het hart van Gods Woord. Hij is geen onbekende meer. Als het kruis dan in het zicht komt. Als Hij de dood blijkt in te gaan, op deze manier. Alles breekt je bij de handen af. Iemand anders voor mij door dood en hel. Het kan zo maar zijn, dat wij ook terug deinzen. We bekijken en blijven liever wat op afstand. Durven niet dicht bij de Gekruisigde te komen.
We verschuilen ons achter: ik ben maar mens, hoe zou ik durven. Maar leven, enkel van genade – dan blijf ik liever op een afstand, als doe-het-zelver. We zijn er wel en steeds, als het woord uitgaat. Je kunt het allemaal horen als geschiedenis. We kijken er naar als tekening in een geschiedenisboekje. En zo vieren we dan Pasen.
Was er niet een die dichter bij durfden te komen. We lopen weer weg, we hebben het weer gezien. We kunnen er zo mee omgaan en met het evangelie van het kruis. We kunnen zelfs zo met de Opgestane omgaan. Op afstand, of liever verdwijnen. Want leven bij het kruis is niet aantrekkelijk. Zeker niet als je gehoord hebt, dat je binnen het geloof ook nog eens de strijd zult kennen en dat Hij zegt dat het kruisdragen is… Laten we het nog maar even aankijken – komt tijd komt raad.

Christus brengt die raad op de eerste dag van de week. Het is heilsgeschiedenis. Het is nodig dat ze weer dichter bij komen – ze moeten straks getuigen zijn van Hem. De opdracht aan die bekenden: gij zult Mijn getuigen zijn. Maar als je daarvan wilt getuigen, dan is het wel nodig dat ze dichterbij komen. Maar hoe gaat dat?

Wonderlijk was deze dag, Paasmorgen. Hoe worden ze dichterbij getrokken? De achtergebleven vrouwen slaan een brug naar de anderen. Wat zoekt u de Levende bij de doden. Confronterend en dat hebben we wel eens nodig. We moeten Hem zoeken waar Hij ook te vinden. Niet meer in de dood. Daar is Hij niet. De dood heerst niet meer. Hij heeft het overwonnen. Maar wij moeten leven van Zijn verdienste. Uit ons zelf redden we het niet. Laat staan eeuwig leven tot eer van God.

Ik leef en gij zult leven door Mij! Helaas zijn de eerste berichten niet bemoedigend op deze dag. De vrouwen komen terug met de boodschap. Hun Verlosser, Hij heeft Zijn woord gestand gedaan. Ze moesten bedenken wat Hij zelf gezegd had toen ze nog in Galilea waren. Ze moeten die allemaal horen. Maar een domper op hun blijdschap: de discipelen geloven het niet. Je voelt de teleurstelling in vers 11. Stel je voor , de juf zegt dat je een extra week vakantie hebt, maar thuis zeggen ze, het is vast een 1 april grap… alle vreugde weg…
De vrouwen vertellen geen grap, ze komen met een hemelse boodschap, hun teleurstelling zal des te groter zijn geweest. Het was als 'kletspraat'. Hoe venijnig kan ongeloof zijn, nota bene bij volgelingen van Christus. We kunnen niet geloven dat Hij leeft. Hoe hard kan ongeloof zijn. Petrus moet het eerst zelf gaan controleren. Het getuigenis en het zien van alleen de doeken is niet genoeg. Ongeloof.

Zij waren toch bekenden van Jezus? Het lijkt wel vergeten, wat Hij gezegd had, Hij had zo vaak Zijn lijden aangekondigd. Wat gebeurt hier? We kunnen ook dit slechts lezen als geschiedenis zonder het te lezen als heilsgeschiedenis. De Heere heeft opdracht gegeven hier het Paasevangelie te verkondigen. Waar zoek jij Jezus? In de dood, Hij leeft, en daarom is er voor u en jou eeuwig leven, de dood en hel zijn overwonnen. Onze zonden zijn achter gebleven in het graf. Hij is het die ons wil verheerlijken bij Zijn terugkomst. Daar ontvangt Hij Zijn eer, tot meerdere glorie van Zijn naam. Alleen Christus kan dat, buiten Hem is er geen leven. Daarom is ons geloof geen ijdel geloof. Het is Christus die dit vast vertrouwen ook uitdeelt. Hij stuurt er nog steeds mensen op uit om dit te verkondigen, zelfs aan bekenden die veraf stonden, of misschien wel helemaal verdwenen zijn.
Het kan maar zo hetzelfde zijn met u als hier in Jeruzalem, dat we straks de kerk uitlopen en hetzelfde denken als de discipelen: kletspraat, dat zeggen we niet hardop natuurlijk. Maar uiteindelijk is er geen verschil. Ze geloofden het niet. We vieren de Opstandingsdag elke zondag. En ze geloofden het niet.
Moet dat van iemand van ons, vanavond gezegd worden? Is dat nodig? Hoe teleurstellend is het dan om dit woord te verkondigen? Die teleurstelling is niet voor mij. Maar wat een verdriet heeft Christus ervan – al dat ongeloof dat hier in deze wereld of ons hart gevonden wordt. Is Zijn levenswerk dan voor niets geweest? Wie heeft onze prediking geloof? De Heere is waarlijk opgestaan. En dan? Wat een verdriet zal er in de hemel zijn, wanneer we dat zomaar naast ons neer leggen – het zal wel voor anderen zijn, maar voor mij? Wat is er nu nog meer nodig / in de strijd tegen dat hardnekkige ongeloof? Laten we het eenvoudig houden. Ongeloof betekent dat we te ver van Jezus verwijderd zijn.
Ze stonden te ver van Jezus vandaan, letterlijk en geestelijk. Lege doeken is alleen reden voor verbazing. Ze gaan zelfs naar huis, naar Emmaüs. Voor hen is het helemaal afgelopen. Herkennen er hier deze praktijk? Ik hoop het niet, maar ze zijn er overal dus hier zullen ze ook wel zijn. En ondertussen maar vastzitten in dat ongeloof.

Welk medicijn is er tegen, voor het eerst en weer opnieuw? Christus heeft maar een middel, Hij gaat er zelf op af. Petrus mag Hem zien, dan is de verbazing weg en er is weer geloof. En bij die paar schapen die Jeruzalem verlaten hebben. Dan is het de tijd om ook in eens weer in het midden van hen te staan. Als Jezus daar staat dan moet je wel geloven – maar zo doet Hij nog steeds, dat is Zijn wonder.
Hij weet dat wij de strijd tegen het ongeloof altijd zouden verliezen als we alleen strijden. Daarom is Hij het zelf die ons wil beschermen. Veraf staan of weglopen – Hij is nog steeds dezelfde als toen. Jezus zelf stond in het midden van hen. Als wij dan niet komen, dan komt Hij wel. Zelfs naar hardnekkige ongelovigen. Wij zouden nooit terug komen. Hij komt tot ons.

Hij komt zelf, nota bene in ons midden. Dat hebben we alleen te danken aan ons ongeloof!! Daarom wil Hij ook komen. Er is leven. De dood heeft niet het laatste woord, dat is de vrucht van Zijn werk. Hij is waarlijk, echt opgestaan, Hij leeft en laat zich nog steeds zien. Hij stelt zich in het middelpunt en het klinkt uit Zijn eigen mond: vrede zij u. Shalom met God. Wie zijn wij dan, om daarachter een vraagteken te zetten, durf je dat nog? Vrede zij u.
Dat woord is afdoende tegen elke vorm van ongeloof. Dat woord moet je proeven – shalom. Het waarlijk goede, het ware heil. In die rechtse verhouding met God te komen staan. Daarvoor is Christus gekomen, om vrede te brengen met God.

Dat is het nu. Dat is nu het evangelie. Meer is er niet, maar met minder kunnen we niet. Dit is het ware leven, leef daar dan ook uit.
Werkelijke shalom omwille van Christus' werk.
Daarom zij alle eer en dank aan Hem die op de troon zit en aan het Lam dat staat als geslacht, als een zeker pand, Christus is onze gerechtigheid, Christus is onze vrede voor eeuwig.

Edit