Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-04-11 17:00:00 ds. A.J. Kunz (Katwijk)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Job 19:23-27 Job 19:1-19 Luc 24:1-6 Rom 8:31-39 2010-04-11.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 4.7Mb)
2010-04-11C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.4Mb)
2010-04-11T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.3Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Vanavond de bekendste tekst uit dat verder wat onbekende Bijbelboek Job. Job die rijk was, arm werd. Die de boodschap krijgt dat zijn kinderen zijn verongelukt en ook zijn vrouw min of meer kwijt raakt. En dan die 3 vrienden die eerst gelukkig zwijgen, maar dan hun mond open doen en een kwelling voor hem zijn. Waar hij nog het meest mee zit is dat God zo ver weg is. In Job 19 komt dat er als eerst uit. De hand van God heeft mij aangeraakt. God heeft mij omgekeerd, mij met zijn net omsingeld. Gewaagde woorden. Job voelt zich als een ontwortelde bom, en denkt dat God hem blijkbaar als vijand beschouwt. Hij kan er geen touw meer aan vast knopen.

Er staat over hem geschreven dat hij een oprecht en vroom man is, wijkend van het kwaad. Geen heilige, maar wel iemand die leeft in de vreze van een eerbied voor God. Juist dan is het zo erg als God zich verbergt. Als je God hebt leren kennen is het des te erger als Hij zich verbergt. Het gaat in het boek Job niet om vragen die iedere en wel eens kan hebben. Het gaat niet om het probleem van het lijden in het algemeen,. Maar om het feit dat God zo afwezig kan lijken in het leven van ene gelovige. Is het nog niet erg genoeg dat God al zo achter mij aan zit? Waarom veroordelen jullie mij dan ook nog, zegt hij als het ware tegen zijn vrienden.
Op het moment dat zijn vrienden medelijden met hem gaan krijgen, spreekt Job opeens de woorden van deze tekst. Want er is meer dan al die bange vragen en klachten. Hij stoot opeens door naar de bodem van zijn bestaan. Daar liggen niet alleen zijn bange vragen. Maar ook het rotsvaste vertrouwen op God. Hoor maar: och of mijn woorden nu ook opgeschreven werden...m.a.w. wat nu komt dat moet bewaard blijven!
Uit het verband blijkt dat hij niet alleen de klachten bedoeld, maar ook de woorden die dan volgen. Job zegt dat ze ingegraveerd moesten worden. Ze werden gegraveerd in een rost en dan ingegoten met lood. Het kan zijn dat ik het niet meer beleef, zegt Job. Maar er zal ene dag komen dat God mij recht zal doen. Want : ik weet, mijn Verlosser leeft! Schrijf dat maar in een boek, kras dat maar in een rotswand. Ik weet, mijn Verlosser leeft. In het Hebreeuws staat het woordje ik voorop, met nadruk! Al zeggen al mijn vrienden: ik heb geen heil bij God, al lijkt het alsof God Zijn hand van mij heeft afgekeerd, toch weet Job het: mijn Verlosser is de levende! Als je dat in het tekstverband leest, dan kan dat niet anders zijn dan de Heere God. Het gaat om het ingrijpen van de levende God. Reddend ingrijpen. God is mijn Verlosser. Mijn Goel, slaat er letterlijk. En goel is in het Oude Testament iemand die arme familieleden moet helpen. Denk aan Boaz in de geschiedenis van Ruth. Een losser is dus iemand op wie je een beroep kunt doen.

Maar Jobs probleem was toch dat God zo ver weg was? Ja, maar toch klemt hij zich vast aan God. Een geloof tegen hoop op hoop. Bijbels geloof is geen mooi-weer-geloof. Dat is er alleen als het allemaal goed gaat. Maar bij een zuchtje tegenwind zakt de hele boel in elkaar. Echt geloof is gestaald geloof. Dwars tegen de omstandigheden in. Geen kwestie van redeneren, maar geloof.
Hun bloed, hun tranen en hun lijden zijn kostbaar in Gods oog. Mijn losser is de levende, God zal het voor mij opnemen! Nee, het is hier nog geen Pasen. We hoeven Job geen dingen in de mond te leggen waar hij nog geen weet van had. Maar het Paaslicht begint hier al wel te gloren. Job is daar niet beschaamd mee uitgekomen. Leeft u daar mee na Pasen? Dat “mijn Losser leeft”? Gelooft u het na Pasen?
Gelooft u de Heere God op Zijn woord?Dat is namelijk het middel dat de Heilige Geest gebruikt. U mag geloven na Pasen dat de Heere Jezus de vloek en de schuld wil wegdoen. God maakt een nieuw begin. Want nu de Heere is opgestaan nu vangt het nieuwe leven aan. Niet alleen maar straks, maar nu! We mogen na Pasen geloven dat God eenmaal alle dingen recht zet. Wat merk je er eigenlijk van, na Pasen? Als je om je heen kijkt niet zo veel. Maar er komt een dag dat God alles recht zet. Daar is God al mee begonnen met Pasen. Wij hebben er zo'n kromme zooi van gemaakt in deze wereld. Maar God doet recht. Wie leeft met Pasen, mag er mee leven dat God alle dingen recht gaat zetten. In uw eigen leven: de schuld weggedaan, de zonden verzoend, de toekomst geopend, maar ook in deze hele wereld. Daar hoeft u niet mee af te rekenen. De Zoon van God is geopenbaard om de werken des duivels te verbreken, zegt Johannes. Als Job nu zegt: mijn verlosser is de Levende...Hij is ons in alles gelijk geworden, uitgenomen de zonde. Dan doet Hij dat om u een erfdeel te geven. Uitzicht, verwachting. U hoeft niet te zeggen: daar ben ik niet voor in de stemming. Het is nu zo'n warboel bij me van binnen. Want God komt daar dwars doorheen. Kijk maar bij Job. Het is God die leeft. Ik weet aan wie ik mij (toe)vertrouwe...! Een mens zonder God moet het allemaal maar alleen doen. Zo eenzaam. Job zegt: mijn verlosser leeft! Als Job sterft, dan leeft zijn God. Job weet: God zal de dingen in mijn leven tot een goed einde brengen. Daarachter wordt ook het licht al zichtbaar van die jongste dag. Wie Pasen zegt, belijdt ook gelijk de wederopstanding van zijn lichaam. Hij zal opstaan over het stof. Vroeg of laat moeten we sterven, keren we terug tot stof. Maar Job zegt: God had het eerste woord, maar Hij heeft ook het laatste woord. Hij zal recht doen, opstaan over het stof. Wat mijn ogen zien zullen en niet een vreemde. Ik zal God aanschouwen uit mijn vlees, zegt Job.
Job zegt dit terwijl hij onder de zweren zit, meer dood dan levend lichamelijk bezien. Maar uit zijn woorden blijkt dat hij juist meer leeft dan dood is.
Die lijn van de opstanding is nog verborgen in het Oude Testament. Er komt een dag van het gericht, zegt Job, Hij hoeft daar niet voor te vrezen. Ik zal uit mijn vlees God aanschouwen. Ik zal geen vreemde zien als ik God zie. De lucht breekt hier open met de ene klacht na de andere. Door al die wolken breekt het blauw door met de zon. Ik zal uit mijn vlees God aanschouwen. Daar trilt al iets in van de verwachting van: ik geloof de wederopstanding van mijn lichaam. Niet dat Job alles al begrijpt. Wij immers ook niet. God zal het doen en kan het doen. Ook al begrijpen wij het niet.
Mensen die de Heere kennen: Misschien zit u hier met veel verdriet. Zijn uw ogen vaak vol tranen als een ander het niet eens merkt? Ik mag u zeggen vanmiddag: uw ogen zullen Hem zien! Uw Verlosser leeft! Job spreekt hier over de opstanding van de gelovigen.
O ja, ik weet het wel, er is ook een andere opstanding tot een eeuwige verschrikking... Als je Hem niet kent, dan kun je niet sterven... Maar hier gaat het om die heerlijke opstanding. Ik zal met eigen ogen de Verlosser zien! Dat kan alleen maar omdat Jezus stierf aan het kruis. Job wordt hier om zo te zeggen “op krediet” behouden. Mijn ogen zullen Hem zien. Vrucht van het middelaarswerk van de Heere Jezus. Bij dr. Aalders las ik dat de tekst uit Job 19 in de Septuagint-vertaling nog een paar woorden erbij heeft: want deze dingen die zijn door de Heere aan mij volbracht! God staat er voor in!Aalders zegt dan: je moet dan ook denken aan het kruiswoord: “het is volbracht!” Johannes 19: 30 Daar staat inderdaad in de kantlijn Job 19: 25. Of de Heere Jezus op dat moment specifiek aan Job heeft gedacht weet ik niet, maar ook dit Woord moet door Hem vervuld worden. Hij kwam om de Schriften te vervullen. Het was niet alleen een uiting van: Ik ben er door, dat ook. Maar het zet ook een uitroepteken achter het Woord van God, het was waar, je kunt er van op aan.

Waarom hebt Gij mij verlaten, riep de Heere Jezus aan het kruis. God verbergt Zijn aangezicht, en toch roept de Heere Jezus: Mijn God!
Vader bij u ben ik toch veilig en geborgen? U zult toch alle dingen rechtzetten? Het zal toch niet blijven bij het kruis? Nee, inderdaad niet, op Paasmorgen zet God de dingen recht in het leven van Zijn Kind. Een machtig perspectief. Wie Jezus kent heeft toekomst en verwachting. Mijn ogen zullen Hem zien. Mijn Verlosser en niet een vreemde. Romeinen 8: wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Als God voor ons is. Wie zal er dan tegen ons zijn? Pasen is meer dan opstanding. Hij is ook opgevaren, zit aan de rechterhand van God en bidt voor ons. Verdrukking en benauwdheid hoeft het laatste woord niet te hebben. Gòd heeft het laatste woord. In Christus een Woord vol van toekomst... Mijn ogen zullen Hem zien. Mijn nieren verlangen zeer in mijn schoot. Nieren zijn in de Bijbel de zetel van je gevoel. Je hebt van die mensen die al maar heen en weer gaan, die hun gevoel voorop laten gaan. Laat de belofte van God voorop gaan. Daarop volgt het geloof en daar komt het gevoel in mee. De belofte voorop, dan het geloof, en dan pas het gevoel. Het trilt van verlangen. Dat doet het op Pasen ook; zelfs bij het open graf van allen die in Christus zijn. Trilt van verlangen, Job is niet beschaamd uitgekomen, Gij zijt waardig te ontvangen de eer en de dankzegging en de aanbidding. Daarom verwachten wij die grote dag met groot verlangen om ten volle te genieten de belofte van God in Christus Jezus onze Heere.

Edit