Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-04-18 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Pasen voor een ongelovige broeder

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
1Cor 15:7 Joh 7 1Cor 15 Jac 1:1,12 2010-04-18.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.9Mb)
2010-04-18C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.8Mb)
2010-04-18T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.3Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Pasen voor een ongelovige broeder

Drieluik.

1.zijn houding tegenover Jezus voor Pasen (linkerpaneel)
2.zijn ontmoeting met Pasen (middenpaneel)
3.zijn verandering na Pasen (rechterpaneel)

Als de Heere Jezus verrezen is , is Hij nog 40 dagen op aarde verschenen tussen Pasen en Hemelvaart. Hij heeft in die tijd de Zijnen opgezocht. Voor ieder aan wie Hij verscheen had Hij een woord dat diegene nodig had. Een woord op zijn plaats wat bij je paste. Wandelaars, de Emmaüsgangers, een wenende Maria in de hof, wachtende vissers een wanhopige Petrus, een weifelende Thomas achter gesloten deuren. Voor ieder een woord.

In 1 Korinthe 15 wordt een heel rijtje opgesomd aan wie Jezus verschenen is. Eén naam wordt genoemd, namelijk Jacobus die wordt niet in de Evangeliën genoemd. Wie is hij en wat kunnen we van hem leren? Een drieluik vandaag. Middenin het hoofdmotief en links en rechts vult aan.
Hoofdmotief: de verschijning van de Heere Jezus aan Jacobus. Het linker- en het rechter-luik horen daarbij.

Gezien: Hij is van Jacobus gezien. Daar heb ik wat van geleerd. Gezien, “verschenen” zegt een andere vertaling. Hij heeft zichzelf laten zien. Wat is het tegenovergestelde van verschijnen? Verdwijnen, dat je weggaat...maar bij de Heere Jezus klopt dat niet. Verschenen, in het licht gaan staan, te voorschijn komen. Als de Heere Jezus verdwijnt, wil dat niet zeggen dat Hij weg gaat maar dat Hij onzichtbaar wordt. Stel je voor, je hebt een zaal met een podium en een publiek. Als alle lichten gedoofd zijn kun je de mensen op het podium niet zien. Als de lichten aan gaan, zeg je: o, ze zaten er al, maar nu zie ik ze pas. Met de lampen aan zie je ze. Met de lampen uit zie je ze niet, maar ze zijn er wel.

De Heere Jezus verdwijnt wel uit hun gezicht, maar niet uit hun tegenwoordigheid. Het kan zijn dat je Hem niet ziet, maar Hij is er wel. Hij verlaat je nimmermeer.

1 Korinthe 15 is het hoofdstuk over de Opstanding. Wat preekte Paulus? Jezus Christus en Die gekruisigd, ja maar ook opgestaan! De Heere Jezus is gekruisigd overgeleverd om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking. Paulus gaat in op de vraag of Jezus echt opgestaan is. Als dat niet zo was, was ons geloof zinloos, zegt Paulus. Hij is dood geweest, maar Hij leeft! Paulus verwijst allereerst naar de Schriften. Die opstanding is naar de Schriften. Het hangt niet aan verhalen van mensen, maar het is naar het Woord van God. Vervolgens geeft hij een rijtje van ooggetuigen. Allereerst noemt hij Cefas (Petrus). Waarom is Hij het eerst verschenen aan Petrus? Waarom niet aan Thomas bijvoorbeeld?
De ergste operatiepatiënt moet het eerst geholpen worden. Petrus was er het ergste aan toe van alle discipelen. Het verst gevallen. Hij had het het hardste nodig. Zo is God.
Dan komen we bij Jacobus, bij het linker-paneel. Wie is Jacobus voor Pasen? Ik denk met veel verklaarders dat dat niet een discipel geweest is, maar wel de broer van Jezus. We lezen in Marcus dat de Heere Jezus ook een aantal jongere broers had. Jacobus, Joses, Judas en Simon. We weten niet veel van hem maar wel iets. In Johannes 7 staat: en ook zijn broers geloofden niet in Hem. Er was een voortdurende hardnekkige ongeloofshouding bij zijn broers. Net zoiets als de broers van Jozef in het Oude Testament. Hij ergerde zich aan Jezus. Wat denkt Jezus wel, mijn broer? Denkt Hij echt dat Hij de Messias is? Wat denkt hij wel?! Mijn broer met wie ik gespeeld heb in de werkplaats en gespeeld in de heuvels van Galilea?
Ze hebben alles samen gedaan, maar alleen niet de zonde. Ze hebben dichtbij Hem geleefd, maar Zijn boodschap niet verstaan. Ze hebben Zijn boodschap afgewezen. Toen ging in vervulling psalm 69: Mijn broederen ben ik vreemd, van elk onteerd en onbekend de zonen Mijner moeder.

Dat kan ook ons gebeuren. Je bent van jongs-af-aan opgevoed bij de kerk en op een christelijke school en de ene vereniging na de andere bezocht. Gelovig ouders. Zoveel gezien, zoveel gehoord. En toch, heb je nu een persoonlijke verhouding met de Heere Jezus? Heb je nu een levende band met Hem? Ze kenden Hem wel en toch weer niet. Zo dichtbij en toch zo ver. Ze zitten naast me dominee...ze gaan trouw mee naar de kerk, geen problemen, maar hebben ze nu ook een levende relatie met de Heere Jezus? Weten ze dat hun zonden vergeven zijn? Weet je van je kinderen of ze wederom geboren zijn? Of hebt u een oudste zoon net als de gelijkenis van de 2 zonen en de vader? Dat je leeft altijd in de buurt van de vader, maar dat je Zijn hart niet kent...Godsdienst, jawel, je zingt mee, je gaat naar praise-avonden, fijn. Maar toch...hoe zit het dan van binnen? Een godsdienst zonder persoonlijke band met de Heere Jezus is als een horloge zonder veer.

Afgelopen week is er een meisje uit mijn vorige gemeente overleden aan een hersen-trombose. Ze was trouw op de catechisatie, maar wie was ze van binnen? Moet je dat dan weten? Het lijkt me wel heel fijn als je dat van je kind weet.
Van Jacobus weet ik: zijn broers geloofden niet in Hem. Er was een probleem in dat gezin van Jozef en Maria. Vier broers en ook nog een paar zussen. Er waren ongelovige kinderen en daar heeft Maria verdriet van gehad. Dat is een probleem. Ongelovige kinderen, al zijn ze orthodox opgevoed. Ze zijn besneden, hebben shabbat gehouden, gingen naar de tempel, etc. Maar ze geloofden niet in Hem ondanks alle godsdienst. Ik denk dat Maria hen wel heeft verteld over die wonderlijke geboorte van Jezus hun oudste broer. Ze heeft wellicht verteld van de wijzen uit het oosten die geschenken kwamen brengen. Ze heeft verteld van die herders en engelen die gezongen hebben. Maar ze ergerden zich aan Hem. Zoals Jozef het troetelventje was van vader Jacob...zou Jezus het lievelingskind geweest zijn van Jozef en Maria? Ze zullen het misschien wel zo ervaren hebben. Wel godsdienstig, maar niet persoonlijk. Ik denk dat de Heere Jezus er veel pijn van heeft gehad. Stel dat jij gegrepen bent in je gezin en belijdenis hebt gedaan. Maar je kunt niks kwijt, de deuren zitten dicht. Die pijn heeft de Heere Jezus ervaren. Hij kon niks kwijt aan zijn eigen broers en zussen. Dat duurde heel lang. Jacobus is tientallen jaren ongelovig geweest. Dat ongeloof komt openbaar, ook in Marcus 3. Jezus werpt daar duivelen uit en geneest zieken. Hij heeft zelfs geen tijd om te eten. Ze komen bij de Heere Jezus. En ze willen Hem grijpen. Ze zeggen dat hij buiten zichzelf is. Net vertaald, maar het betekent dat ze Hem voor meskjokke verklaarden, Hij is in extase, zeggen ze. Zijn broers staan buiten en ze roepen u, zeggen de mensen. Wie zijn Mijn broers nu eigenlijk zegt de Heere Jezus? Hij snijdt de familieband dan door en rekent alleen geloofdsbanden...
Geloofsbanden zijn belangrijker dan familiebanden. Hij wordt erbuiten gezet. Dan komt Johannes 7, Zijn broers geloofden niet in Hem. Dat was op het Loofhuttenfeest. De broers van de Heere Jezus gaan ook naar de tempel en ze zegen dan tegen Jesus; als ik jou was zou ik ook maar gaan...je zegt toch dat je de Messias bent? Als je een hoop aandacht wil krijgen, moet je nu naar Jeruzalem gaan....dan doe je een wonder of zo en ze lopen vanzelf achter je aan...De Heere Jezus gaat niet mee naar Jeruzalem. Dat moet pijn gedaan hebben.

Kinderen jullie hebben wel eens ruzie. Dat gebeurt. Twee broers hebben ruzie...maar als er een buurjongen komt en die maakt ruzie...dan help je elkaar gelijk. Want hij zit aan jouw broer. Maar stel dat je broer je dan niet helpt...dat je dan ook nog eens alleen bent! Bij de Heere Jezus was dat ook. De Farizeeërs geloofden niet in Hem...alla, maar zelfs Zijn eigen broers niet! Dat doet nog meer pijn...

Is dat zo gebleven bij Jacobus? Ja. Jacobus ziet in de kruisdood een bevestiging dat Jezus vervloekt is en aan het hout hangt. Zelfs ongeloof kan ook nog met een Bijbeltekst komen...wie aan het hout hangt is vervloekt...

Als de Heiland sterft, staat Zijn moeder bij het kruis. De Heere Jezus zegt: Johannes, neem jij mijn moeder maar in huis. Zoon, zie uw moeder. Hij wijst Maria toe aan Zijn neef Johannes, niet aan Zijn broer Jacobus. Vrouw, ga maar met Johannes mee. Die heeft Mij ook lief, jullie begrijpen elkaar...


2. Daarna is Hij gezien van Jacobus. De Heere Jezus staat op uit de dood. Hij gaat regelrecht naar Zijn broer, Jacobus. Hij zoekt hem op in Zijn liefde. Hij gaat zijn eigen gezin niet voorbij. Hij laat ook thuis weten dat Hij leeft. Zoals Jozef dat ook aan vader Jacob liet weten: ik leef nog hoor! Ik zal Uw naam Mijn broederen vertellen... Jezus en Jacobus, de gestorven broer die herrezen is en de ongelovige broer....daar zijn dingen besproken die wij niet weten, maar het is goed gekomen. De Heere Jezus laat Jacobus niet links liggen. Hij moet rond de 30 jaar geweest zijn. De Heere Jezus gaat hem niet voorbij, hij schrijft hem niet af.
Dat doen wij vaak wel. Zo lang pa en moe nog leven zien we elkaar nog, maar als zij er niet meer zijn, dan zie je elkaar niet meer. O ja...? Dan is er wat mis. Dan zit je nog bij het linker-paneel. De Heere Jezus schrijft Zijn ongelovige broer niet af. Toen is het voor Jacobus persoonlijk Pasen geworden. Een keerpunt in het leven van deze Jacobus. Ik denk dat de Heere Jezus gezegd heeft: om jouw ongeloof en onbegrip en afwijzing ben Ik verbroken...en toen heeft Jacobus gebogen, zijn ongeloof erkend. U bent mijn Broeder en mijn God. ...Wat een bemoediging. Wat wij niet kunnen, kan de Heere Jezus wel...Wat kun je niet leren van de Heere Jezus. Je zou ze graag willen overtuigen, die ongelovige kinderen. Maar wij kunnen hun verzet niet breken, hun hart niet inwinnen hun ongeloof niet verbreken, maar de Heere Jezus wel. Met 1 bezoek. Dan vangt voor Jacobus het nieuwe leven aan...Wat zal hij door de grond gegaan zijn. Ik wilde gewoon niet, maar toch heeft U me opgezocht. Thomas wilde nog wel, maar kon niet geloven. Maar daarna is hij verschenen aan Jacobus. Dat woord “daarna” komt er steeds in voor. Als je als opa en oma een stel kleinkinderen hebt en ze komen om de beurt tot geloof...wat een wonder. Maar wat schrijnt het als er 1 mist...dan mag het gebed blijven. Niet afschrijven. Maria heeft vast gemerkt dat Jacobus bezoek heeft gehad van de Heere Jezus . Zijn omgeving heeft dat vast gemerkt. Je wilde toch eerst niks van hem weten en nu wel? Ja. Het is anders geworden...

Het staat niet in de Bijbel, maar ik denk dat deze Jacobus ook tegen zijn andere broers verteld heeft dat hij zijn oudste Broer heeft ontmoet. Dat Hij opgestaan is. God heeft dat gezegend want in Handelingen staat dat al Zijn broers aan het bidden waren om de Heilige Geest.

3 Na Pasen
Jacobus 1: Jacobus een dienstknecht van God, toegewijd aan Zijn eer. Met woorden en met daden heeft Hij de Heiland mogen dienen. Het heeft vrucht gedragen in zijn leven. In Handelingen 1 vlak voor de hemelvaart zijn ze met elkaar in de bovenzaal. De discipelen, Maria en ook de broers van Jezus. Ze waren aan het bidden om de komst van de Heilige Geest. Als je het tot bekering komt, ga je ook de broers en zussen opzoeken. De Heere Jezus zoekt ze op. Als de Heere in je leven komt, heb je behoefte aan contact met broeders die dezelfde liefde kennen. Jacobus wordt dan een geestvervuld christen. In Handelingen 15 wordt er een synode-vergadering gehouden. Er is een ruzie ontstaan. Toen ook al...
Het liep hoog op. Ze deden allemaal hun zegje. En als Jacobus gaat spreken houdt ieder zijn mond. Wat hij spreekt, geeft de doorslag. Hij heeft zo veel gezag dat hij een scheuring wist te voorkomen....Mooi! In Galaten 1 lezen we hoe Paulus zegt dat hij bij Jacobus op bezoek is geweest. Hij is voorganger geworden van de gemeente te Jeruzalem. Paulus gaat hem opzoeken en zegt daarover: ik heb ze ontmoet en ze zijn steunpilaren van de gemeente. Jacobus wordt een zuil genoemd. Het fundament is Jezus Christus en die gekruisigd en opgestaan, de steentjes zijn de gelovigen. Maar sommigen van die gelovigen gaat God maken tot een zuil, een pilaar.
Wat genade al niet doet met je. Het Godsgebouw is nog niet af, er moeten nog steentjes bij, er moeten nog jongens en meisje tot geloof in de Heere Jezus worden gebracht. Steentjes moeten nog verzameld worden.

Ik eindig met zijn brief. Jacobus een dienstknecht van God en Jezus Christus. Hij noemt zich zelf geen pilaar, geen broer maar een slaaf van de Heere Jezus. Hij heeft dus voor Hem gebogen. Zoals de broers van Jozef voor Hem gebogen hebben. Zo heeft Jacobus gebogen voor Hem. Hij noemt zich zelf een slaaf, had dus kleine gedachten van zichzelf en hoge gedachten van Hem. Mag ik Zijn dienstknecht zijn, dan ben ik al gelukkig...

Jacobus is ene praktische schrijver. Geen dogmatiek, maar: als je geloof niet samen gaat met goede werken, dan is het dood. Je kunt wel een theorie hebben, de thora uit je hoofd kennen, maar het gaat om de praktijk. Hoe is Jacobus aan zijn eind gekomen? Dat staat niet in de Bijbel. Maar in andere oude boeken over kerkgeschiedenis lees je zijn bijnaam: Jacobus de tjsadik, de rechtvaardige. Hij lag zo vaak op de plavuizen vloer van de tempel te bidden dat hij eelt op zijn knieën had gekregen. Anderen noemden hem een rechtvaardige. Hij is als een martelaar gestorven. Ze wilden die pilaar omver trekken. Hij heeft de Heere Jezus niet verloochend en stierf de marteldood. Hij was ongeveer 60 jaar toen hij door een hogepriester genaamd Ananos ter dood veroordeeld. Ze hebben hem naar de tempel gebracht en hem gevraagd om de Heere Jezus te verloochenen. Hij heeft dat toen niet gedaan, maar heeft toen geroepen: mijn broeder en mijn God! Ze hebben hem toen van de tempel afgeduwd en hij is neer gesmakt op de tempelvloer. Daarna leefde hij nog en is gestenigd, al biddende: Vader, vergeef het hun want zij weten niet wat zij doen. Een priester hoorde dat en merkte op: stil eens, want deze rechtvaardige bidt! Toen hij zijn ogen opendeed zag hij zijn Broeder, die zijn Borg was geworden. Zo mocht hij reizen in vrede, verlost van het grootste kwaad; het ongeloof, gebracht in het hoogste goed.
Als je tot geloof komt, dan gaat je omgeving, je familie dat ook merken. Je vrouw, je kinderen, je man. Je hebt dan nog maar 1 doel: dat ik U mag verheerlijken en mijn leven in Uw dienst mag besteden....

Edit