Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-04-25 10:00:00 ds. J. den Hoed (em. te Sliedrecht)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mat 22:29-30 Luc 20:27-40 mat 22:29-30 2010-04-25.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.9Mb)
2010-04-25T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.1Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
"Waar zijn onze doden" is een boek van Prof G.C. van Niftrik` - misschien kent u het. Misschien hebt u die vraag gesteld als kind. Waar is opa nu? Ik had dat vroeger heel vaak. Wij woonden tegenover de begraafplaats. Waar zijn ze, en hoe leven ze, die vraag kom je in de Bijbel ook tegen. Niemand blijft uitgesloten. De mensheid houdt het altijd al bezig. Je word voor ouderwets gehouden, maar het is een Bijbelse vraag. Het mag altijd een troost geweest zijn te weten dat zij die in de Heere zijn ontslapen ook bij Hem zijn in de hemel, ze zullen rusten van hun arbeid (Openb. 14:13).

De wereld wil daar niet aan. Opstanding – hoe kan dat nu? Hoe kunnen verbande mensen, waarvan de as is uitgestrooid op de zee, weer opstaan? Of duizenden jaren totaal vergaan? Hoe rijzen die op? Dat is een dwaasheid, zegt je logische verstand. Ook binnen de kerk ziet niet iedereen dat zitten.
Ook in de dagen van Jezus waren die lieden er. Punt van discussie. Farizeeën hielden het op voortzetting van deze wereld met huwelijken en geboorten. De Sadduceeën geloofden noch in de opstanding noch in engelen. Het was de partij van de aristocratie – de priesters hoorden daartoe – verheven boven het gewone volk. Het domme volk hield die Jezus voor een rabbi – van zo'n lage afkomst – toch stappen ze er over heen, ze kwamen bij Jezus met en vraag over de opstanting - geschrokken als ze misschien waren van Zijn aanhang onder het volk. Hun aanzien werd erdoor ondermijnd. Ze kregen nul op rekest met de strikvraag over belasting.
De Farizeeën waren orthodox, de Sadduceeën rationeel, de Torah was van hoge waarde, maar de rest vab de Tenach niet zo, ze hadden grote bewondering voor de Griekse cultuur. Rede, ratio. De vrijzinnigen zouden wij vandaag zeggen. Geen engelen, geesten of opstanding. Om Jezus te vangen willen ze hun slag slaan met hun vraag. Over opstanding lazen ze niet in de Torah.
Israël kende het leviraatshuwelijk. Een zwager moest zijn broers plaats innemen. Die naam zou worden voortgezet en de erfenis zou bewaard blijven. Stel een weduwe overleeft zeven broers. Hoe wordt dat in dat hiernamaals?
Ze spotten er mee - geen 2 maar zeven broers. Bedoeld is de onmogelijkheid van de opstanding te bewijzen. En zo sterk staan t.o.v. Farizeeën. Zij konden mee dit probleem niet uit de voeten. Maar doel was ook Jezus vast te zetten voor de mensen. Zij zouden zich daarmee dubbel vestigen. Carpe diem was hun devies - na de dood is alles uit.

Deze zegswijze spreekt vandaag boekdelen. We horen hem alom. De Bijbel heeft afgedaan, wonderen zijn fabels goed voor vroeger tijden. Mensen wisten toen nog niet zoveel. Wat een ongekende mogelijkheden heeft de mens vandaag niet bereikt met vernuft, techniek. Je mag je standpunt innemen, maar de meesten leven voor het lieve vaderland weg. Denken niet na over de dood, maken zich wel erg onrustig bij een begrafenis. Je ziet het aan hoe ze zitten te wiebelen en kuchen. Na het laatste woord weer zo snel mogelijk naar buiten. Hoe komt dat? Ze willen de gedachte aan de dood verdringen. Over tot de orde van de dag. Nog afgezien van de oneerbiedige wijze van kleding bij een begrafenis. Het moet uit het bestaan van alledag worden verwijderd.
De tijdgeest, ja. Maar die onrustige geest – de geest van de duivel, die de mensen een rad voor ogen wil draaien.
Toch: Mensen lezen rouwadvertenties in de krant – even lezen of… misschien staat mijn naam daar binnenkort ook wel bij. Niemand weet het uur van zijn dood. Je stelt het uit – opa werd 80 of 90 en ik ben maar 20.
De Heere God wordt zo gehouden voor een LHBO, een Laatste Hulp Bij Ongelukken. Als die herder de Herder is weet men dan ook een schaap ervan te zijn. Een leven zonder uitzicht en hoop, hoe ellendig moeten mensen zich voelen die ziek zijn en geen hoop op beterschap hebben; als je dan maar één keer leeft, wat is dan de zin van het leven nog en wat het doel?

Ik ben de Heere uw God. Jezus zegt dat ook tegenover die vreemde vraag – hij wijst op God. Het is niet waar dat er nog nooit iemand uit de doden is teruggekeerd. Dochter van Jaïrus, jongeling van Naïn, Lazarus en Hij zelf straks ook. Jezus is dood geweest en weer levend geworden. Eeuwige heelrijkheid of eeuwige rampzaligheid ligt erachter.
Hij verwijt ze scherp; gij dwaalt. Dat is ook evangelie. Want je kent de schriften niet, noch de kracht van God, gebrek aan bijbelkennis, toen en nu. Lees je Bijbel, bid elke dag, dat je groeien mag. Is het een open boek, jongelui – in handbereik of ergens in een kast? Als je hem nooit ter hand neemt kun je ook niet groeien in de kennis. Het is je leven, schaam je er niet voor het te doen.
Gedenk aan het woord.. Al 't geen Uw mond aan mij had toegezegd, Gaf aan mijn hart vertroosting, geest en leven. (Berijming van Psalm 199:25), dat begint al bij het jong zijn. Dat jongeren dat mogen overnemen…. Je kent de Schrift niet! De Heere Jezus hoeft niet te kiezen tussen de meningen van Farizeeën en Sadduceeën, hij staat er heel duidelijk: trouwen gebeurt er nu, niet daar. Maar uit de doden opgewekt leven kent dat niet. Nu worden er kinderen geboren. De brieven van Paulus spreken er ook over. Ze kunnen niet meer sterven. Die broer moest trouwen met die weduwe, zodat zijn broer een nageslacht zou hebben. De eerste zoon zou doorgaan voor de zoon van de overleden broer. Naam en erfdeel onder Israël zou niet verdwijnen – door zijn nageslacht had hij deel aan de messiaanse eeuw. Elke vrouw die in verwachting was hoopte dat zij de Messias zou voortbrengen.
Het aardse huwelijk valt dan weg. Het is niet meer nodig, mensen sterven dan niet meer. Het is geen herhaling meer van het leven hier. Niemand zal toegevoegd worden door geboorte en niemand wegvallen door sterven. De kracht van de Heere is zo groot dat het huwelijk van vandaag het daar niet bij haalt.

Openbaring: God haalt de doen overal vandaan. Uit de zee, overal. Wat dat betekent! Hoe het mogelijk is? De kracht van God. Gelijk aan de engelen van God in de hemel; kinderen van de opstanding. Zullen ze geesten zijn? Nee, ze staan juist lichamelijk op!
Dat is je enige troost in leven en sterven. Niet alleen de ziel. Het lichaam. Het is niet zonder waarde. Geen schat van bloemen op een graf maakt de verschrikking minder. Het lichaam dat wij hebben bemind. Dat ons het leven heeft geschonken, mijn moeder. Dat uit ons is voortgekomen, mijn kind…. We hebben een naaste lief, een lichaam dat gezaaid wordt.
Een begraafplaats wordt dodenakker genoemd, waar gezaaid wordt, met het oog op de dag van de oogst. Ze zullen opstaan, wat gezaaid is, zegt Daniël.
Gelijk aan de engelen – geen huwelijksleven dus. Het lichamelijk leven is niet in het geding. Geen gezinsverhoudingen van deze tijd. De Heere Jezus komt terug als het getal vol is.

De grond van het huwelijk is dan weggevallen. Waarlijk de naasten lief hebben als zichzelf, man of vrouw of kind staat niet meer centraal maar Jezus alleen. Het hemelleven is anders opgebouwd. Zullen we elkaar herkennen? "Morgen zie ik je weer" schrijft Peter Marshall, is het waar? Ik weet een ding: er zal een grote schare zijn rondom Één. Niemand zagen ze dan één alleen. Wij worden hier genoemd naar onze aardse vader. In de toekomstige eeuw worden het: kinderen Gods, erfgenamen.
Ik genoot van het zingen van Psalm 16:4,5,6 daarstraks, die Psalm laat zien wat dat is.
De Heere Jezus is voorgegaan om plaats te bereiden. Dat ook gij zijn mocht waar Ik ben – niet waar opa en oma is. Laat het geen zaak van spot zijn! Jezus haalt ze onderuit. God is geen God der doden maar der levenden. In een kinderlijk geloof Hem nodig hebben, daar gaat het om.

Er is ook een andere opstanding – die ten oordeel, tot eeuwig afgrijzen – voor hen die Hem niet gekend hebben. Waar horen wij bij? Je komt er niet omdat je belijdenis gedaan hebt, we moeten uit God geboren worden, staat er. Geloofsleven hebben door de Heilige Geest. Er is een open graf, een levende Heere. We zijn kinderen in deze tijd - we kunnen het er best in uit houden. Maar het is dood in zonde en misdaden- speel er geen spelletje mee - kinderen van de toorn – dat zware woord, dat bij ons in het doopformulier geklonken heeft.
Wij hebben niet de eerste hand uitgestrekt, maar God wel, in de heilige doop. Wat een kracht van die Schrift. Kenmerk van kinderlijk geloof is dat het leven op Hem gericht is. Leven in gemeenschap met Hem. Zo is er ook een levende hoop. Neemt Hij de eerste plek in uw leven in? Dan gaat het niet over hoe het daar in die hemel straks zal zijn. Zullen we elkaar herkennen? - - we denken aan de rijke man en Lazarus in Luca 16; maar niet in dezelfde verhoudingen op de aarde. Weerzien van aardse verwanten zal niet zo belangrijk zijn. Groter dan hereniging met hen is het verlangen naar de vereniging met de levende Heere. Ik leef en jullie zullen ook leven. Mensen die nu nog met het stille verdriet lopen dat ze nooit getrouwd zijn geraakt of geen kinderen hebben gekregen zullen daar geen eenzaamheid of smart meer kennen. In die toekomende eeuw bindt dan alleen de band van de Geest en die zal ons zo vervullen, dat er geen plekje meer zal zijn voor anderen, God zal zijn alles en in allen.
Ik ben de God van Abraham en Izaak en Jakob – die waren al gestorven in de tijd van Mozes – Ik ben nog dezelfde. Ze leven ook al zijn ze gestorven, Hij is een God van levenden. Hoe lang zullen we zelf nog leven? God weet het – maar je leeft uit die zekerheid.
Zelfs de zee zal haar doden weergeven en ze zullen opstaan. Sta op uit de doden en leef. Dat ik met lichaam en ziel niet meer van mij zelf ben. Christus is opgewekt uit de doden, en Hij is dezelfde die opgevaren is opdat Hij alle dingen zou vervullen.

Kohlbrugge:

Wanneer ik eens gestorven ben - maar ik zal nimmer sterven –
en iemand vindt mijn schelde dan, die alle licht moet derven,
dan predike die schedel nog. Ik zie Hem zonder ogen.
Ik mis verstand, toch 'grijp ik Hem, 'k zal eeuwig Hem verhogen.
Ik heb geen lippen meer, geen tong; maar kus Hem, mag Hem loven,
met de belijders van Zijn naam op aarde en hierboven.

Ik, hard en dood, ben wonderbaar versmolten in Zijn liefde
Want Hij ging uit naar Golgotha, waar 't zwaarste leed Hem griefde.
Ik ben hier ver van 't paradijs, op somb're dodenakker.
Toch leef ik het volle leven nu, Zijn liefde riep mij wakker.

Ik ben een dorre schedel slechts, maar alles trilt van 't leven
Dat Zijne liefde wonderbaar mij, arme, wilde geven.
En alle leed is nu voorbij, omdat Hij, wreed geslagen
De vloek van zonde en van dood voor mij, die zondaar, heeft weggedragen.

Dat is wat gemeente, amen!

Edit