Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-05-09 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Meer dan moederliefde Doopdienst van Aron Hendrikus Bac, Marijnus Mattheus van Campen, Tobias Dorst , Mathias Julianus van Horsen

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jes 49:15-16 Jes 49:13-23 2010-05-09.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.5Mb)
2010-05-09C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.0Mb)
2010-05-09T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.7Mb)
Doopdiensten

Edit| EditReeks
Samenvatting:
In veel gezinnen hangt in huis een tegeltje met het gedicht – gebed voor mijn kinderen.
Ik leg de namen van mijn kinderen in Uw handen ..

Hou U ze vast als ik ze los moet laten. Dat begint al bij het doorknippen van de navelstreng, later, na de borstvoeding, dan moet je ze weer los laten. Met 4 jaar gaan ze naar school; weer een stukje loslaten. – als ze gaan trouwen, telkens komt er weer een stukje meer afstand tussen moeder en kind. Laat ze nooit in het schema van de wereld gaan, maar in Uw handen vallen.
Wat voor handen zijn dat ? Wie is God? Wie is Hij – u hebt er allemaal een beeld van.

Meer dan moederliefde
1 Het hart van God (v15) 2 de handen van God (v16)

Al zou een moeder haar kind vergeten, God niet. In beide handpalmen bent u gegraveerd. Het troostboek van Jesaja. De Heere spreekt tot het hart van Sion, Zijn volk. En je kunt het toepassen op ieder die in Hem gelooft. Israël is Gods eerstgeboren zoon. Zijn zoon, Zijn volk heeft hij geroepen uit Egypte, gebracht door de woestijn 40 jaar lang. Hij bracht ze in een land overvloeiend van melk en honing. Daar gaan ze afgoden dienen. Ze zeggen God vaarwel en volgen hun eigen idealen. De Heere zegt: Ik heb kinderen grootgebracht, maar ze zijn afvallig geworden . Wat doet dat zeer… God vergeten. O ja – ik heb daar wel eens van gehoord, ja… Een mislukte opvoeding, daar klaagt de Heere over in Jesaja. Een eerstgeboren zoon hebben we nu allemaal gekregen, en behalve voor ons (familie Van Campen) is het ook het eerste kind. Dat is dubbel erg als je ze een christelijke opvoeding hebt willen geven. Dat God dat moet zeggen, dat Jeruzalem is verworden tot Sodom. Zoveel waarschuwingen door zoveel profeten, ze wilden gewoon niet luisteren, wie God verlaat heeft smart op smart te vrezen. Ze zijn in de ballingschap gegaan. Gedeporteerd naar Babel, 70 jaar... Dan troost God Zijn volk. Ik ga jullie weer terug brengen. De Here heeft ons verlaten – klaagt men bij de puinhopen, door eigen schuld. De klacht van een mens over God! Herkent u dat? God heeft me in de steek gelaten juist toen ik Hem nodig had. Puinhopen van je huwelijk of je mislukte opvoeding of je gezondheid. Nu is God er niet! Of je zit in zwaar weer. In grote droefheid. Baan weg, man kwijt … De Heere heeft me verlaten – dat is niet terecht, dat je dat zegt. Heb jij God niet eerst verlaten? Er zit wat vóór de penarie.
Sion kun je ook een beetje toepassen op de kerk. Sion is genade, soms word je wel eens moedeloos; de Heere heeft de kerk verlaten, denk je dan. Fans gaan helemaal los in de Kuip, tijdens de wielerronde rekenen ze met duizenden; wij rekenen in tientallen. Er waren vroeger zoveel kerken hier. De Koninginnekerk, die vol zat – afgebroken. Verkoop van kerkgebouwen. In die tijd zijn onze kinderen geboren. En dan komt het.

Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten? Jullie denken dat Ik jullie vergeten ben, maar dat is een verkeerde gedachte. Maar Ik zeg: Ik kan je niet vergeten. Wat is er nu sterker dan moederliefde? Met die liefde vergelijkt Hij Zijn liefde voor Zijn volk. Een moeder kan haar baby'tje niet vergeten. Zo'n klein hulpbehoevend lachertje of jankertje. Je hebt er pijn voor geleden. Zo kan de Heere Zijn volk Israël en de gelovigen niet vergeten.
Dat moederlijke in het hart van God, dat vind ik zo geweldig. Later in Jesaja is er ook zo'n ontroerende tekst: zoals iemands moeder hem troost, zo zal Ik u troosten. Psalm 131: David vindt rust bij God en hij vergelijkt het met een baby'tje dat tot rust komt bij mama. Dicht bij het hart van God. Bij mama komt het baby'tje tot rust. God zal alle tranen van de gelovigen afwissen, zoals de moeder de tranen afveegt van de wangen van een kind… ik zie dat op heel wat plekken terug. God vergelijkt zich met een beroep dat vrouwen uitoefenen, namelijk een weefster. Psalm 139: borduren in de moederschoot. Een vroedvrouw. ,ik heb u uit de baarmoeder uitgetrokken, psalm 122. Met een wasvrouw (psalm 51) was mij geheel.

Dat zij zich niet “ontferme” – in het Hebreeuws staat daar hetzelfde woord als het woord voor “baarmoeder”. Gods ontferming is zo diep gevoelig.

Er is een schilderij van Rembrandt over de terugkeer van de verloren zoon (1668). Die vader legt zijn beide handen op de rug van de verloren zoon. Een mannelijke hand en een vrouwenhand heeft Rembrandt geschilderd: een hand die stevig vast pakt en de andere hand die koestert en streelt. Zo is God. Dat is het mooiste beeld van God. Zo intens en zo diep en teer. Die kleine rakker is nooit uit je gedachten. Je bent bezig met je was, en je denkt – nog een kwartier en dan moet hij gevoed. Bij de eerste ga je wel eens kijken – ademt hij nog? Als het bang is – koester je het in je armen. Als ie vuil is – boenen. Als het in gevaar is, dan vecht je ervoor.

De Heere Jezus vergelijkt zichzelf ook met een moederdier. Jeruzalem, Jeruzalem – hoe vaak heb Ik je bijeen willen vergaderen onder mijn vleugels; daar is het veilig. Er was eens brand op een boerderij. Achteraf zag de boer een zwarte klomp liggen en hij schopte er tegen aan; er kwamen levende kuikentjes onder vandaan! De hen was verbrand, maar de kuikentjes bleven in leven. Onder de schaduw, onder de vleugels van de Heere Jezus verscholen. Hij is verbrand onder Gods toorn op Golgotha, ben je dan onder die vleugels? Hoe vaak heb Ik het gewild maar jullie wilden niet…

En als het kind ziek is, offer je je nachtrust op. Als het volwassen is en het trapt op je hart- dan denk je er als moeder dagelijks aan. Een peilloze diepte is het hart van een moeder. Moeders leven niet eeuwig. Dat oog dat jou in de gaten hield zal eens gesloten worden; die armen zullen eens stil liggen en haar stem, die liedjes zong bij de wieg zal eens zwijgen, maar Gods liefde kan niet sterven.

Heb je wel eens nagedacht over de hemel – wat is dat nu eigenlijk? Kinderen, weet je wat dat is? Er zat eens een moeder aan het ziekbed van haar doodzieke kind, het kind ging sterven. De moeder probeerde haar te troosten met het vooruitzicht op de hemel. Alles is licht in de hemel, er is daar geen duisternis meer, zei ze. Maar het kind zei – ik kan het licht niet verdragen aan mijn ogen, mama!. Alleen maar mooie muziek is er in de hemel, gouden harpen die ruisen, zei de moeder. Maar mama, zei het kind het geluid van muziek doet al zo'n pijn aan mijn oren. Toen wist de moeder niets meer te zeggen. Ze pakte zijn hoofdje in haar schoot en hield zijn wangetjes vast – zo is de hemel, zei het kind toen. Als Hij je straks dwars door de dood opneemt in Zijn schoot. Rusten aan het hart van God, in de schoot van de Heere Jezus.

Ik weet het wel – dat er ook ontaarde moeders zijn, die hun kinderen verwaarlozen of zelfs vermoorden – maar zo ben Ik niet, zegt God.

2
Gegraveerd in Zijn handpalmen – ik kan je niet vergeten. Ik word dagelijks aan jullie herinnerd. God die een tatoeage heeft in Zijn handen…. Al die namen… dan moet God wel grote handen hebben – jazeker, al de namen van Zijn kinderen staan erin. Zie – een zichtbaar teken. Ik houd Mijn handen vlak bij je ogen – lees je je naam erin vanmorgen? Kijk er maar eens goed naar. Een zeeman had de naam van het schip of zijn vrouw in zijn arm getatoeëerd. Als waren ze door de zeeën gescheiden. Ik draag je met me mee. Welke hand Hij ook opheft – Hij ziet die namen altijd. Zelfs als Hij Zijn aangezicht verbergt dan ziet Hij nog die namen.

Er staat niet dat God u aan een kettinkje heeft, of een ring – die kun je af doen… niet op een kleed, want dat kan Hij uitrekken. Niet op een gedenkzuil op de muur aan het Vaderhuis – wat als Hij dat vaderhuis verlaat zou Hij die namen niet meer zien. Niet alleen in een boek, want stel dat dat boek kwijt zou raken – Zijn handen kan Hij niet afleggen. Waar Hij is, zijn Zijn handen ook; niets kan ons scheiden van de liefde van God in Christus. Niet geschreven met pen. Dan kan het weg gewassen worden, of met verf die kan afbladderen. Graveren, Hij kerft ze er diep in. En het is opvallend. Hij heeft Zijn handen ook open – heel vaak, een gevend God als Hij is. Ik hoorde eens een eenvoudige man zeggen: ik sta in Zijn beide handpalmen gegraveerd, niet in één. Al zou Hij een hand verliezen, dan sta ik nog in die andere…. Hij kan ze nooit vergeten. Niets kan mij scheiden….

Met een eeuwige liefdeband leidt Hij u aan Zijne hand
en uw naam staat ongedeerd in Zijn handpalm gegraveerd
Gij zijt 's Vaders dierbaar pand; niemand rukt u uit Zijn hand!
Ja, ik kan verzekerd zijn: ik ben Zijn en Hij is mijn.
(JdH 534)

Graveren doet pijn. Zeker als er diep ingekerfd wordt. Het heeft de Heere heel wat gekost. Ga maar mee, buiten de muren van Sion daar heeft en kruis gestaan, door de handen van de man van smarten gingen spijkers. Dat ijzer was als het ware de graveerstift waarmee de namen van allen die in Hem geloofden geschreven zijn. In Spijkerschrift gegraveerd. Dat ging diep door huid en vlees heen; het gaat er nooit meer uit.

Donderdag is het hemelvaart – weet je hoe Hij omhoog ging? Hij zegende hen, Zijn handen over hen uitgestrekt. Zo konden de discipelen in Zijn handpalmen zien. Heb jij je eigen naam daar gelezen? Voor je neus, in de prediking. Hij strekt Zijn handen naar je uit. Zo staat Hij voor me, met mijn naam naar mij toegekeerd. Alleen door de doorboorde handen van Christus kom je in de gegraveerde handen van de Vader. Ga er onder staan vanmorgen, onder die zegenende handen, of loop je een blokje om? Of laat je je in die handen vallen? Tegen zulke moederliefde kan ik niet op.

Het is een bijzondere dag vandaag, 9 mei 2010. Vijf jaar geleden, 9 mei 2005 was de dag dat ik aannam naar Rotterdam. Het is 45 jaar geleden, deze maand 23 mei 1965 dat ik gedoopt werd in Rotterdam, in West-IJsselmonde – in dezelfde doopjurk als die kleine straks. Dominee Goudswaard preekte over Zacharia 13:7b Ik zal Mijn hand tot het kleine wenden. Want deze God is onze God voor eeuwig en altoos Halleluja.

Edit