Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-05-09 17:00:00
cand. G.R. Mauritz (Cillaarshoek)
Twee gebeden en verhoringen

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Num 11:4-23 Num 11:4-23 mat 4:1-11 2010-05-09.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 4.6Mb)
2010-05-09C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.2Mb)
2010-05-09T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.8Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
1 Van het volk en 2 van Mozes

1
Het volk heeft het weer te pakken, in de mineur, aan het klagen. Een voedselprobleem is weer de aanleiding. Vlak na de uittocht hadden ze inderdaad niks. God gaf het Manna. Dat was een goede gave, God vergist zich niet. Vier, vijf verzen gaan over het manna hier. We moeten er niet overheen lezen. We moeten nl. begrijpen : waarom klagen ze eigenlijk?
Het komt mee met de dauw. Het volk kon het zo oprapen. Korianderzaad wordt wel gezegd. De kleur van bedolah - balsemhars. Geel, wit, donzig - ik denk aan een soort popcorn…. Misschien zit ik er naast. Het smaakte naar het vochtige uit de olie… je kunt het ook vertalen als: oliekoeken. Je kon het bakken. Vochtig.
Je kon het bereiden, denk maar aan een aardappel. Je kunt het malen, aardappelzetmeel, maïzena. Stoten – fijnstampen in de vijzel. Die pap kun je bakken, aardappelkoekje. Koken in een pot en je kon het bakken. Geweldig product! Zouden wij zeggen – dan word je niet gauw zat. Het staat niet zomaar tegen. Maar het volk ging klagen. Niet omdat er gebrek was aan dat manna. Het was niet ongezond. Waarom wel? Omdat ze zich gingen richten op wat ze niet hadden.

Dat is een valkuil… dan ga je vergeten wat je wel hebt. Vlees, vis, verse groente hadden ze niet. Look, uien, knoflook. Dat hadden ze allemaal wel in Egypte. Het gemene volk was ermee begonnen. Gemengd volk. Egyptenaren die meegetrokken waren. Wij willen beter voedsel – ze steken het hele volk aan. Dat vlees eten in het oude Israël was alleen bij bijzondere gelegenheden. De verloren zoon komt thuis. Nu moet het gebeuren: slacht het gemeste kalf. Bijzondere aangelegenheden, het was niet zomaar te verwachten dat er vlees en vis zou zijn. Als u een lange reis gaat maken, neemt u dan alles vers mee? Wat was het onredelijk, verse vis en vlees, groente…
Een geestelijke reden is er ook om te klagen – in Egypte konden ze de blauwe plekken tellen. De verdrukking van Mijn volk daar ziet God op, niet de groente en het vlees. Ik heb hun smarten opgemerkt. Gelukkig maar dat God daarna keek. Dat waren ze vergeten, dat God hen bevrijd had, tot een volk gemaakt een land in het vooruitzicht, een tabernakel en wolkkolom en vuurkolom. Hier was het helemaal weg uit hun blikveld. Daarom is het zo erg dat ze klagen. God heeft het gehoord. Iedere familie hoorde Mozes klagen. Dan was hij in de tabernakel met God en daar hoorde hij het nog. En dus God ook. Voor de oren van de Heere hebt gij geweend.
Als u nu in gebed gaat – hoe lang is het geleden, een persoonlijk gebed? Houd dan altijd in je achterhoofd – wat heb ik al veel gekregen van God. Paulus had het heel druk, voelde zich zwak, Col 1: wij houden niet op om te bidden en te begeren, de Vader dankende. Daarom had hij goede moed in het vragen. M.a.w. houd vast: tel uw zegeningen 1 voor 1. Wat ga je dan anders naar de Heere toe – met verwachting. En goed toevoorzicht… er blijft steeds veel over om te bidden. Maar we gaan in vertrouwen. Het dagelijks brood – daar gaat het hier over.

Niet geef ons heden ons dagelijks brood en vlees en groente. Wat ik nodig heb (dat brood) zal Hij me altijd geven. De luxe – als het er een keer niet is, is het ook goed. Er is een flink probleem in Nederland met de economie – er kunnen zorgen zijn, maar kunnen we ook zeggen tegen elkaar dat het ook wat minder mag en kan – God geeft wat we nodig hebben en Hij geeft vaak w at extra's . Geef mij dat ik tevreden ben met wat ik nodig heb. Salomo had het allemaal. Beter is weinig met gerechtigheid dan veelheid van inkomst zonder recht. Beter een gerecht van groenmoes waar liefde is, dan een gemeste os en haat. Spr 15, beter weinig met de vrede des Heeren, dan een grote schat met onrust erbij.
Wat ga je brengen – ipv halen – in deze maatschappij. Consuminderen moeten we leren. Leer ons dat Heere.

Ben je wel eens aangeraakt door God? Heb je die innerlijke schat, de genade van de Heere Jezus. Geef me die echte band met U. Ik geloof dat ze dat misten in de woestijn. Ze deden wel mee maar ze kenden dat niet van binnen, dan heb je nooit genoeg.

En ze krijgen toch verhoring. Geklaagd om vlees en nu komt het en de toorn des Heeren ontsteekt. Ik dwing God iets af, ik krijg het en het is geen zegen. Je kunt krijgen wat je wilt, maar ze sterven eraan. Een straf! En het kan dus ook een zegen zijn, als u niet altijd krijgt wat u wilt…!

Er komt Een uit uw midden – naar Hem zult gij horen. In Matt. hebben we het gelezen. Hij ontwijkt de klippen van de armoe en de rijkdom. Al heb ik honger, ik leef bij de woorden van God. Het manna dat verborgen is, daarom kon Hij zonder brood. En al de koninkrijken van de wereld – nee de Heere uw God zult Gij alleen dienen. Van Hem kunt u het leren, niet van mij, verbind u vanmiddag door een oprechte overgave aan Hem. Dan hebt u dat grote geluk – vraag erom als u het niet hebt of zelf kunt! Als je vraagt om meer zal God het je ook geven. Die heeft, aan hem zal gegeven worden.

2
Mozes' gebed en Gods antwoord

Groot voorbeeld en ook een profeet. Maar hier gaat hij door de knieën, hij is zo moe geworden van het geklaag. Hij kan het niet meer aan. Heel eerlijk van de Bijbel dat dat er ook in staat, we kunnen er naast gaan zitten. Ik moest denken aan dat rapport over de ambtsdragers na hun termijn. Velen zijner helemaal moe en moedeloos van geworden - vraag me voorlopig niet meer. Sommige willen zelfs de kerk niet meer in. Hoe doet u dat met ds Van Campen en de kerkenraad. Of wordt er hier niet geklaagd? Het zou zo maar kunnen dat het zo moedeloos maakt , als wij klagen – het maakt hen zo moe… Mozes raakt er van in de put. We hoeven de ambtsdragers niet op handen te dragen maar respecteer ze, God heeft ze geroepen.

Mozes is het helemaal zat. Wanhopig. Hij zegt bijna godslasterlijke dingen, waarom doet U mij kwaad aan…. Dat had de Heere niet gedaan. Heel de last van dit volk ligt op mijn schouders. Heb ik het dan gebaard? Hij gebruikt een beeld van de moeder voor de trouwste zorg voor het volk…. Moederdag. Ik kan het volk niet meer dragen. U hebt ze toch uitgekozen? Waar moet ik dat vlees vandaan halen – als U mij zo behandelt, maak me dan maar dood, als ik genade heb gevonden - genade wil dus zeggen: maak mij maar dood. Hij zit tot aan de grond, net als Jeremia, Job. Maar er is een verschil – hij houd het niet voor zichzelf, geen pastoraal gesprek met Aäron. Maar hij gaat er mee naar God toe. Daarom is die verhoring zo anders. Stort voor Hem uit je ganse hart, als je vol problemen van school naar huis fiets. Niet als psychologische verwerking. Maar dat je de Heere deelgenoot maakt van je diepste zorg. Hij nodigt je hiertoe uit. De Heere gaat met hem in gesprek.
Er zal vlees komen, - dat kan helemaal niet! Voor 600.000 mensen. Dan heeft de Heere hem. Misschien zegt u dat ook wel: al die rijke zegeningen – eigenlijk is het te groot voor mij, ik zeg het niet hardop, maar – het is te groot, dat zal de Heere niet verhoren. Dan komt de Heere met Zijn laatste vraag. Zal dan de hand van de Heere verkort zijn – vingers afgemaaid…. Staat er letterlijk. Mozes wordt omgebogen. Uw macht heeft U Heere. U hebt die macht. Ook al zie ik het niet.
Dat vraagt Hij aan iedereen. Met alle problemen die u heeft, rekeningen die betaald moet worden.. - zou dan Mijn hand voor u verkort zijn? Dan hoop ik dat u ook over dat punt heen komt. Ik heb u in de woestijn gespijzigd met Manna, water uit de keirots. Opdat u in uw hart niet zou eggen, mijn kracht en de strekte van mijn hand, maar zodat u zult gedenken, het is de Heere uw God, hij geeft kracht - er is geen andere weg voor een christen dan altijd weer door de diepte anders weet u het alleen in theorie. Heb dan goede moed, gemeente.
Ik bouw op U. daar gaat het om. Mijn schild en mijn verlosser
Ik bouw op U, mijn Schild en mijn Verlosser.
Niet eenzaam ga ik op de vijand aan.
Sterk in uw kracht, gerust in uw bescherming.
Ik bouw op U en ga in uwen Naam.


Daar gaat Mozes, 70 mannen komen aan. Ik ga maar in de rij staan, en dan houdt maar uw hand op, dit is wat ik heb, Heere. Niets en wat ik heb is bevlekt maar geef mij ook van die Geest. Die profeet uit uw midden, Jezus Christus, de Vader heeft de Zoon lief en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven. Want God geeft Hem de Geest niet met mate maar in een overvloedige hoeveelheid, u kunt aansluiten in de rij, meer dan 70 is ook goed.
Zodat u het in Zijn kracht kunt. Als u met Hem verbonden bent, kunt u het ook. In Zijn kracht. Kom dan in uw hart tot Hem vanmiddag. Begin niet maandag zonder Hem, ga met Hem. Ik zal U niet laten gaan, tenzij U mij zegent. Het lijkt ongepast maar dat is het niet. Hij is daarvoor gekomen. Hij heeft het verdiend voor verloren mensen. Zo ontzettend ruim. Zo is het echt. Ik zoek Israël en ook nog schapen die van deze stal niet zijn en dat bent u.

Ga niet alleen door ’t leven,
die last is je te zwaar.
Laat Eén je sterkte geven,
ga tot je Middelaar!
Ga tot die Middelaar en laat Hem besturen, waken: ’t is wijsheid, wat Hij doet,
zo zal Hij alles maken, dat ge u verwond’ren moet,

Zijn hand is nog niet verkort.
Ik hoop dat u allen zegt: amen ja. Want dat is Hij waard en u zult het zien in uw leven, dat het waar is.

Edit