Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-06-20 10:00:00
ds. S.J. van der Vlies (Rotterdam)
Roepen uit de diepte

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jon 2 psa 130 2010-06-20.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 3.4Mb)
2010-06-20C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.0Mb)
2010-06-20T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.7Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Roepen uit de diepte

Psalm 130 begint met woorden uit de diepte. We denken al snel aan een moeilijke situatie. De achtergrond van deze psalm is niet bepaald lichtvoetig. Ieder kent in zijn leven moeilijke periodes en daarover gaat deze psalm. Voor iedereen herkenbaar dus, een situatie die zo moeilijk is dat je je afvraagt hoe je verder moet. Geen leuke periode om aan te denken, maar wel heel reëel.

Waar?
Waar begint deze psalm? Uit de diepste diepte. We weten niet wie de dichter is en wat zijn omstandigheden zijn, maar dat kan het ook gemakkelijker maken om je eigen leven hiernaast te leggen. De dichter is stilgezet. Het leven gaat zijn gang, en dan opeens word je stilgezet en staat je leven op zijn kop. Door ziekte, geen werk, kinderen die de andere kant op gaan, etc. In jouw waarneming stort je leven in, de gewone dingen krijgen een andere kleur. De grens tussen dat hele gewone leven en daar waar je wordt stilgezet is flinterdun. Er is niet veel voor nodig. Je lichaamstemperatuur 2 graden hoger en je ligt al anders in het leven. Wat doe je dan? Hoe reageer je op zo'n situatie? Iedereen reageert anders, maar vrijwel iedereen stelt vragen. Wat is er gebeurd? Hoe heeft dat kunnen gebeuren? Waarom? Zouden wij zonder die diepte ook roepen? Of hebben wij daar de diepte voor nodig? Als ons leven zomaar voort kabbelt, worden we dan niet oppervlakkig? Wordt niet juist in de kwetsbaarheid van het leven de weg naar God gevonden? Zonder dieptepunten misschien ook wel geen hoogtepunten…

Waarheen?
Waar ga je met die vragen naar toe? Naar familie, vrienden, naar de overheid, of zie je het als “de loop de dingen”, het is nu eenmaal zo? Of ga je naar God? Je kunt uiteindelijk 2 kanten op. Je kunt van God weg groeien en je kunt naar God toegaan. Deze dichter kiest ervoor om in de diepte naar God toe te gaan. Sommige mensen worden ernstig ziek en gaan dan eerst nog gauw op vakantie, dan hebben we dat nog maar gehad...Het ligt niet voor de hand om in alle gevallen naar God te gaan met de vragen die je hebt. Je kunt ook die vragen voor jezelf houden. Het is waardevol om naar mensen te gaan met je vragen, maar als het daarbij blijft dan is het wel heel beperkt. We staan met die vragen tegenover God. De dichter kiest ervoor om terug te gaan naar de Bron van het leven. Je hoeft je niet te beperken tot je eigen leven. Boven onze vragen is er een Vader die in Jezus Christus voor ons zorgt. De God die we leren kennen door wat Jezus Christus heeft gedaan. Hij is groter dan onze vragen of problemen. Ik hef mijn ziel op tot de Heere….”ziel” betekent dan levenskracht, daar waar je energie uit put. God wil dat je tot Hem roept. Iemand vroeg eens aan een rabbi: “Waarom krijgen de aartsvaders zo moeilijk kinderen en hebben ze zoveel moeite gekregen?” “Omdat God verlangt naar het gebed van een rechtvaardige…”was het antwoord. U denkt misschien: God ziet me aankomen...nu ik het moeilijk heb, heb ik Hem nodig...Maar: God heeft nooit iemand verweten dat hij naar Hem toe is gekomen, ook al is dat in nood.

Waarmee?
Waarmee gaat hij naar God? Wat gaat hij tegen God zeggen? Ik weet God, dat als U naar mijn leven kijkt, dat ik niet kan blijven bestaan. Als u denkt aan al mijn misstappen en overtredingen, dan kan ik niet in het leven blijven…Als de dichter nadenkt over zijn leven, dan komen de ongerechtigheden boven. Dat is opmerkelijk. Deze dichter komt met ongerechtigheden, met zijn zonden. In onze tijd zijn we niet gewend om daarover te spreken. Kennelijk is deze dichter zo open, en kijkt hij zo met Gods blik naar zijn leven, dat hij er achter is gekomen dat hij te kort schiet en schuldig is tegenover God. Heere, als we het daarover ga hebben, ga ik onderuit. Als u gaat rechtspreken dan val ik om, dan zie ik dat ik een schuldig mens ben. Ik denk dat wij ten diepste ook best wel weten dat wij niet zulke lieverdjes zijn. Als je echt wil weten hoe de mens van binnen in elkaar zit, ga dan naar een oorlogssituatie, dan zie je de mens op zijn puurst.
Wij maken deel uit van een wereld die gebroken is en wij dragen bij aan onze eigen diepte. Deze dichter erkent dat, geeft dat toe. Uit de diepte roep ik tot U o Heere. Hij gaat naar God met zijn zonde, met zijn tekort. Hij gaat ons als het ware voor. Ga met dat wat zondig is naar God!

Waarom?
Waarom doet hij dat? Is het wel verstandig om met zijn zonden naar God te gaan? Dat moet je eens bij mensen doen…is het wel verstandig als je weet dat je zult omvallen tegenover zo'n rechtvaardige God? Moet je met dat wat tegen Hem is, wel naar God toegaan? Ja, zegt de dichter, want ik weet dat er meer is. Ik weet dat er bij U vergeving is, daarom kom ik. Zo is God. Hij wil gevreesd worden, juist omdat Hij een vergevend God is. Daarom gaat de dichter, ook al heeft hij er een rommeltje van gemaakt. Omdat ik weet dat Hij een God is die vergeeft. Ook al zal ik omvallen als Hij denkt aan mijn ongerechtigheid. Want ik weet dat er bij Hem vergeving is. Ik doe een beroep op Gods goedertierenheid. Hij haalt zijn vrijmoedigheid uit Gods goedertierenheid. Goedertierenheid is een combinatie van goedheid en trouw. Goedheid tussen 2 personen, genegenheid, betekent het Hebreeuwse woord. Wie ik ook ben, wat ik ook zeg, God is mij genegen. Het betekent ook dat je altijd meer goeds van God krijgt dan je verwacht als je naar Hem toegaat. Dat is de vrijmoedigheid die de dichter gebruikt om naar God toe te gaan met zijn zonden en tekort en de gebrokenheid van de wereld waarin hij leeft. Ik weet, God , U bent mij genegen. Betekent dat dan direct dat er zoveel verandert? De dichter is nog steeds in de diepte. De situatie lijkt hetzelfde te zijn. Soms is geloof niet meer en niet minder dan roepen naar God, dan het weten dat Hij vergeeft. We zien dat de dichter niet teleurgesteld is, maar zijn diepte is niet weg, zijn omstandigheden zijn niet veranderd, maar hij vindt rust in het roepen naar God. Omdat hij weet dat God vergeeft…

Wanneer?
Wanneer komt God dan wel met verlossing? Daar lijkt de dichter wel naar uit. Hij wacht op de woorden van God en kijkt uit naar de verlossing? Hoe lang zal dit gaan duren voordat God eindelijk in mijn leven komt met Zijn verlossing? Soms moet je wachten. Wij weten niet wanneer God komt. Soms duurt dat lang, zeker in onze waarneming. Een van de dingen die je moet leren is dat God God is en dat Hij alle macht heeft, ook over mijn leven en ook over de zorgen waarmee ik te maken heb. We krijgen God gelukkig nooit in de vingers. God is groter dan wij kunnen bedenken. We geloven dat God de verlossing geeft. Maar we weten dat dat ook kan betekenen dan het lang kan duren. Kijk ook naar ons zelf. Misschien hebben wij God wel lang laten wachten. Maar de dichter vindt rust in het feit dat de verlossing echt komt, ook al weet hij niet wanneer. Ook al duurt het lang. De dichter zegt dat die verlossing niet alleen voor hem zal komen maar ook voor het hele volk.

Ik weet niet in welke periode u zit in uw leven. Maar ik hoop dat u net als de dichter naar God toe zult gaan met uw diepte.

Edit