Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-06-20 17:00:00 ds. G.C. Kunz (em. te Dordrecht) Gelijk een vader doet

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Luc 15:11-32 Luc 15:11-32 2010-06-20.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 4.9Mb)
2010-06-20C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 25.5Mb)
2010-06-20T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.5Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Een drieluik van de Verloren Zoon – de vader op het linker paneel, hij staart zijn zoon achterna. Hij wil niets meer met zijn vader te maken hebben. De zoon leeft in overdaad, het kan niet op. Totdat hij aan lager wal raakt – een berooide bedelaar. Vader is buiten beeld.
Op het middelpaneel weer de vader – hij is blij en dankbaar; zijn verloren zoon is thuis gekomen, een ontroerend moment! Hij mag thuis komen, wat de duivel hem ook influistert.
Er is een derde paneel, weer de vader, die luistert naar zijn oudste zoon. Kom toch mee naar huis.


Een bedroefde, barmhartige en smekende vader.

1
We kijken naar het linker paneel om te beginnen. Het licht valt op een vader. Let op de smartelijke trek, hij is diep bedroefd. Vader staart hem verdrietig na. Zijn kind wilde vrij zijn. Eigen wegen gaan, bij zijn vader vandaan { en hij verklaart zijn vader dood! – Hij wil de erfenis…}. Hij had het daar goed gehad – de vader hield van hem. De broers hadden alleen de bloedband zo te zien. Er woonde geen liefde in dat huis. Geen wederliefde voor de liefde van de vader. Die zoon gaat zelf zijn leven uitstippelen. Doet wat zijn zondige hart hem ingeeft. Dan houden we ons hart vast. Wat leeft er niet op de bodem van ons hart? Nu al wil hij genieten van zijn portie en hij krijgt wat hij hebben wil. Eindelijk kan hij genieten van wat de wereld biedt. Met zijn kapitaal gaan deuren open, overal is hij welkom. Hij geniet met volle teugen. Aan zijn vader denkt hij niet meer. Overdaad schaadt, zeggen we toch?
Het kan niet op. Vaders hart is bedroefd, maar dat van zijn zoon is vol van andere dingen. Hij voelt zich geen verloren zoon. Dat klinkt modern. De reklamemakers willen ons doen geloven dat zo'n leven pas de moeite waard is. Overdadig – een liederlijk leven, zegt het Griekse woord. Het gaat van kwaad tot erger. Halen wat er te halen valt. Nu komt openbaar wat er leeft in zijn hart.

De Heere Jezus zegt dat uit het hart van een mens .. boosheid, bedrog, ontucht, lastering, onverstand etc komt. Dat komt dicht bij. Hij zei erbij, dat deze slechte dingen ons leven verontreinigen. Spreekt de Zaligmaker soms in raadsels voor ons? Weet u het niet, hoe gemakkelijk wij ons bevuilen?
We kunnen wel denken dat we opgelucht adem halen als we de Heere de rug toekeren, maar de lucht van deze wereld is uitermate schadelijk. Ons hart wordt gevuld met andere dingen, die rijk lijken, maar het is een illusie. Sportidolen kunnen ons leven gaan beheersen, sluimerende hartstochten worden aangewakkerd. In de greep van het materialisme. Er hoeft niet zo veel te gebeuren of wij zitten op een hellend vlak, onbijbelse gedachten over relaties. Gevoelens van leegte en angst kunnen ons beheersen. Los van God moeten we het ergste vrezen.
Die overdaad was een schreeuwend gebrek. Maar die jongen zag dat niet. Wat deerde het hem, dat zijn ziel intussen schade leed.
Zullen we bedenken dat de wereld waarin we leven ons oogverblindende schatten kan tonen – die schatten willen ons bedwelmen, vermaak en verstrooiing bevredigen ons niet. We komen er achter: laat u niet inpalmen. Laat het een baken in zee zijn. Hij had niets over aan het eind. Geen geld, geen vrienden, geen eten.

U weet hoede Bijbel denkt over zwijnen, in bittere armoede. Het doorlopende feest is een doodlopende weg geworden. Hij is alles kwijt. Hij is aan een eind gekomen. Waar alle hoop hem ontviel. Het is niet niets om je los te rukken van een vader die het beste met je voor heeft. Spiegel je aan hem, want het is ronduit dwaas hem te volgen op een heilloze weg. We doen God de Vader verdriet. Niet luisteren hoor, zegt de duivel die vlak bij je staat. Kun je nog terug – heeft het nog zin om de hemelse Vader nog te vragen om vergeving? Kijk naar de jongste zoon. Op het dieptepunt van zijn leven gebeurt er iets. Een wonder. Andere gedachten beginnen zijn hart te vullen. Een heimwee naar vroeger ontwaakt. Schuldgevoelens – wat was hij verblind geweest. Hij ziet het verschil met thuis duidelijk. Hier blijven zal zijn dood betekenen. Hij zal terug gaan en schuld belijden, vragen of hij bij zijn vader knecht mag worden. Hij gelooft het. 't Is nog niet te laat.

Hij staat op en gaat naar huis, naar Vader. Het laatste wat we zien op dit paneel.
Voelt u zich aangesproken? Onthoud dan: bij de Vader van Christus is raad voor mensen, die er berouw van hebben dat zij het ruime genot van de wereld als hun heilgoed achtten. Het bloed van de Heere Jezus wast de zwaarste schuld weg. Dat bloed reinigt van alle zonden. Blijf dat woord herhalen. Ook als de boze het u zo moeilijk maakt. Verloren zondaren zijn Hem niet te min. Onze God ontfermt zich op het gebed.

2
We kijken naar het grote midden paneel. De vader is beeldvullend. Hij kijkt uit en hij ziet zijn jongste zoon van verre. Hij is het echt. Hij komt thuis! Wat een barmhartigheid van deze vader! Zijn hart loopt over van liefde voor zijn zoon, met liefhebbende ogen, wat zien ze ver. Houd daar maar rekening mee. Gods vaderogen zien ons en elke stap die we zetten. We moesten maar niet te ver van huis gaan. Hoe vaak zal de Heere al niet met bedroefde ogen naar ons hebben gekeken. Liefde tot Hem en de medemens vraagt hij. Wij haakten niet af, bleven naar de kerk gaan, maar zijn we dan innerlijk van de Heere vervreemd geraakt? Dan kan toch? Gods ogen hebben ons hele leven gezien. Ook toen de Heilige Geest ons onrustig maakte. We zagen die hoog opgelopen schuld in ons leven.

Innerlijk met ontferming bewogen. Medelijden vult zijn hart. Zijn zoon die hij verloren waande komt terug. De ontvangst is rijk. Het middenpaneel staat er vol mee. Vaders liefde is niet verkild na wat er allemaal is gebeurd. Het hart van een vader is vol dankbaarheid. Ben ik niet te lang weg geweest? Heb ik de Heere niet te vaak op zijn Vaderlijk hart getrapt? Ben ik niet te ver weg gezworven? Het kan u allemaal tot schuld worden, een dominee kan ons niet onrustig maken. Maar de Heere wel. Hij gebruikt er soms een knecht voor maar dat hoeft niet. Wij kennen elkaar niet, maar ziet hier misschien een arme zondaar, die ontgoocheld werd door het klatergoud van de wereld?
Kunt u de Heere alleen maar vuile handen tonen. Denk aan 't vaderlijk meêdogen,
HEER, waarop ik biddend pleit;
Milde handen, vriend'lijk' ogen,
Zijn bij U van eeuwigheid.
Sla de zonden nimmer gâ,
Die mijn jonkheid heeft bedreven;
Denk aan mij toch in genâ,
Om Uw goedheid eer te geven.

God toont zijn liefde nog.
Omdat Zijn Zoon die vreselijke lijdensweg wilde gaan tot het einde toe – daarom kan God de Vader Zijn hart laten spreken. Zo goed is God.
De Vader van alle barmhartigheid.

Hij loopt op zijn zoon toe en valt hem om zijn hals, hij kust hem. Een opmerkelijk weerzien. Vader blijft niet aan de grond genageld staan. Vader kan niet wachten. De zoon krijgt niet de gelegenheid om zich neer te buigen! Vader houdt hem hoog. Vol liefde omarmt hij zijn kind, dat vieze hoofd in zijn schone handen. Want het is het hoofd van zijn kind. Die ene kus zegt meer dan duizend woorden. Wat een vader, wat een liefde! Houd dit beeld vast. God de vader roept al zijn aangenomen kinderen tot zich. Bij Hem mogen ze eeuwig blijven. Waardig kinderen van God genoemd te worden, ook die waardigheid danken we aan Hem, onze oudste broeder.

3
Het derde paneel toont een heel ander beeld. We zien de vader staan, op de achtergrond het vaderhuis, daar is het feest in volle gang. Vol van dankbaarheid is het hart van de jongste zoon. Hij heeft zoveel gekregen, onverdiend.
De vader vraagt de oudste binnen te komen. Hij deed zijn werk trouw en nauwgezet, zijn hart trok niet naar die wijde wereld. Een andere instelling dan die broer van hem. Trouw en vele jaren diende hij zijn vader. De vreugde in het vaderhuis is groot. Zijn broer is terug, ja, ja, de schandvlek van het gezin. Die het durfde om het vaderlijk erfdeel er door heen te jagen. Die zijn vader zoveel verdriet had gedaan. Hij is terug. De oudste kan niet blij zijn en steekt zijn verontwaardiging niet onder stoelen of banken. Hij was een steunpilaar voor het bedrijf geweest, maar nooit een feest voor hem. Een vrolijk samenzijn met zijn vrienden – onbestaanbaar. Haat en bitterheid vullen zijn hart.
Ziet u de vader staan, een smekende vader. "Kind, gij zijt altijd bij mij, en al het mijne is uwe. Men behoorde dan vrolijk en blijde te zijn; want deze uw broeder was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden."
Maar vader spreekt tot dovemans oren. En verdrietig slot van een mooie gelijkenis. Hier zien we de èchte verloren zoon.

Een bekend Bijbelgedeelte. Lang geleden vertelde de Heere Jezus het. Hij sprak tegen mensen die zich voorbeeldig hielden aan de wet. Maar het leven van deze mensen was vol van iets anders. Vol bedenkingen als een verloren zoon werd stilgezet en ging luisteren naar de stem van God. Nog altijd leven deze mensen, ga maar niet te ver uit de buurt. We hebben zo'n hoge dunk van onszelf. We kunnen zoveel, we dienen de Heere, gaan niet zomaar buiten de gebaande wegen. God heeft ons inderdaad Zijn woorden toevertrouwd – genade dat God onze verre voorouders heeft opgezocht met het evangelie en dat we hem nog altijd in vrijheid mogen dienen. Beleven we dat ook als een geschenk – is dat niet maar een dun vernisje? Op ons weerbarstige hart?

Weten we wat het betekent om gered te zijn? Dat God ons in onze verlorenheid wilde opzoeken? Dienen wij de Heere wel met een oprecht hart, is het misschien kil van binnen, of is er een vuur? Brandt onze liefde voor Hem - zijn we blij als we horen van iemand die als een beest geleefd heeft – als een zondaar in Rotterdam zich bekeert tot God? Laten we ons hart nog maar eens inspecteren, gaf u waar Hij recht op had? Weet u al dat u alleen van genade kunt leven? Met eigen gemaakte vroomheid leven we niet tot Gods eer. Wie zich herkent in die oppassende oudste zoon, moet het ergste vreze, dan hebben we de kern van de dienst van de Heere niet begrepen.
Hij is barmhartigheid – mensen met een eigenwillige godsdienst laat Hij niet begaan, smekende komt Hij ons tegemoet. Smekend klinkt Zijn stem: kom toch bij mij. Waarom zou je sterven, voor eeuwig verloren gaan?

Als wij er achter komen dat wij die liefde missen – het is nog niet te laat. Ook die oudste zoon kon behouden worden, hij hoefde niet buiten te blijven – vader smeekte hem om naar binnen te komen. De gelijkenis zegt niet hoe het afliep. Het heeft een open einde, alle hoop is nog niet verloren.
Verhard uw hart toch niet, kom als die jongste zoon – beleid hem uw liefdeloze of oppassende dode leven, gebruik de middelen die God gegeven heeft. Het is nog genadetijd - de deur van het vaderhuis staat nog open, eerstdaags zal het feest beginnen. Gods liefde wordt dan met diep ontzag geprezen. Wat zou het vaderhart blij zijn, waarneer hij op dat feest zijn beide zonen mocht. Men behoorde dan vrolijk en blijde te zijn; want beide mijn zonen waren dood, en ze zijn weder levend geworden; en ze waren verloren, en zijn gevonden.

Eenmaal zal de Vader al Zijn kinderen om Zich heen verzamelen, eerstdaags. De vreugde van al Zijn kinderen zal groot zijn.

Daar zit de zoon, die het beter dacht te weten.
Zijn geld is op, hij heeft geen eten meer.
In armoe zit hij bij de zwijnen neer.
Hij mag zelfs van de zwijnendraf niet eten.

De zoon kan hier niet langer meer verkeren.
Bij hem is schuld. Hij heeft geen enkel recht.
Toch staat hij op, terwijl hij zuchtend zegt:
Nu zal ik tot mijnvader wederkeren.

Nee, niets heeft hij zijn vader meer te bieden
Waarom die hem als zoon erkennen zou.
Hoe schandelijk verachtte hij zijn trouw.
Hoe trachtte hij zijn liefde te ontvlieden

Maar vaders liefde voor hem is gebleven
Die liefde trekt, al weet de zoon dat niet
O wonder, als de vader hem straks ziet
Blijft er geen plaats meer voor zijn vrees en beven

Nooit wist die vaderliefde van verkouden
Hij kust hem, hij ontvangt hem als zijn kind
Dat hij verloren had en wedervind
De zoon is thuis. Hij is voorgoed behouden.

Edit