Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-08-29 10:00:00 Ds. G. van Wijk (Dordrecht) Jezus en Bar-Timeüs

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mar 10:46-52 Mar 10:46-52 2010-08-29.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.7Mb)
2010-08-29C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.0Mb)
2010-08-29T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.8Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Zal de zoon de mensen geloof vinden op de aarde? Vlak voor Zijn wederkomst zal de kerk als tot niet gekomen zijn. Het zal zijn als in de dagen van Noach.
We weten niet wanneer Hij terug komt, maar we zien toch een teken in de verduistering van nu. 60% van de Amerikanen gelooft niet meer in de maagdelijke geboorte etc. Die vraag is voor ons persoonlijk. HeBartimeüs u geloof in de Zaligmaker? We kunnen bij de blinde Bar-Timeüs terecht – ga heen, uw geloof heeft u behouden. Wat is dat voor een geloof, en heb ik dat? Bartimeüs had Jezus niet gezien, maar over Hem gehoord en hij vertrouwde zich geheel en al aan Hem toe.

Laten we samen eens naar Jericho gaan. Dat was de stad, die niet herbouwd mocht worden. Door het geloof zijn die muren gevallen. Zonder zwaard of spies. Zo mochten ze het land Kanaän in nemen, het was een teken wat geloof vermag. Het mocht tot in eeuwigheid niet meer worden herbouwd. Een monument van geloof. De goddeloze koning Achab heeft Jericho toch weer herbouwd en de vloek komt openbaar. Bouwmeester Hiël met zijn twee zonen komen om het leven (1 Kon 16:34). Ik kan niet begrijpen, dat eeuwen later de Heere Jezus naar die vervloekte stad om ziet. Misschien zitten er mensen in de kerk die zich er in herkennen. Zou de Heere nog naar mij omzien? We kunnen er mee tobben, zeker als we net als Paulus moeten zeggen, dat we de grootste der zondaren zijn. God wil het wel vergeven, maar de doorn in het vlees kan soms nog zo drukken, ons in twijfel brengen. We mogen zien naar de Heere Jezus. Die vervloekte stad gaat de Heere niet voorbij, opnieuw richt Hij tekens van geloof op. Zacheüs – de muren van zijn versteende hart worden verbroken. Een vervloekte stad - daar kan niet meer hoop uit geput worden, nooit meer zegen, de Heere gaat daar dwars door heen. Als we ergens de genade zien, de liefde van christus .. dat Hij daar komt!
Marcus vraagt onze aandacht voor een blinde als we de stad weer verlaten. Bar-Timeus is zijn naam. Mag uw leven een teken zijn van geloof.

Jezus en Bar-Timeüs

1 Van Jezus gehoord, 2 tot Jezus geroepen 3 door Jezus genezen


1
We zien het voor ons, het is een drukte van belang. Nu buiten de poorten is het al niet veel anders. Een blinde man, een bedelaar, Zoon van Timeüs – Timeüs betekent 'eerwaarde', 'hooggeplaatste'. Er woonden veel priesters in Jericho. Misschien een zoon uit een aanzienlijk geslacht. Wij waren allemaal eens zonen en dochters van de allerhoogste God, maar wat is er van geworden, we zijn tegen God opgestaan. De satan zegt: als je die vrucht eet gaan je ogen pas echt open … je krijgt inzicht zoals God dat heeft. Door die ene opstand zijn wij blind geworden tot op deze dag,. Van nature blind voor God en onze naaste en ons overtreden, voor wie we zelf zijn. Zo tekent ons de Schrift wie we zijn. De duivel kan ons alle wijsmaken. God heeft de wereld daarin niet willen laten. Om te openen de ogen van de blinden, zo zegt Jesaja en de gebondenen uit te voeren uit de gevangenis van de duisternis. Daarom is deze genezing een bewijs dat Jezus de Christus is. Het gaat naar een climax toe, wat is er aan de hand – nou, een blinde wordt genezen. Ja, dat is letterlijk zo. Maar let op de context: het is nog maar één week en het volk zal roepen "Weg met Hem!" Het gonst in heel Israel: wie is Hij? Een bedrieger? Dat kan niet, zeggen sommigen, Hij geneest de zieken. De Heere gaat nu zelf het "bewijs" leveren, dat Hij de beloofde is. Zoals Jesaja de Messias mocht uittekenen.
Als u zo'n toonbeeld mag zijn als Bartimeüs dat Hij de Christus is, thuis, op de werkvloer. In die context staat deze geschiedenis. Aan Bartimeüs kunnen ze straks zien wie Jezus is. Ik werd benauwd van alle zijnde en ik roep de Heere aan. Hij verhoorde mij in het lijden en deed mij in de ruimte gaan.
Hoe wist Bartimeüs het nu? Het is toch zien en dan geloven – hij staat op achterstand als blinde. Maar het is niet waar – het geloof is uit het gehoor. Uw geloof heeft u behouden. Dat geloof wordt niet bewerkt door wat hij zag, maar door wat hij hoorde. Hij hoorde over Jezus. Het gonsde van de geruchten. Blinde mensen kunnen ontzettend nieuwsgierig zijn. Ze horen met oren zoals zienden dat niet kunnen. Ze horen de klank en de emotie in uw stem. Zie Bartimeüs zitten en zie hem horen. Zou ook een blinde genezen kunnen worden – zie Joh 9. O, maar dan is er hoop voor mij. Mocht Hij in Jericho komen, zal ik me aan Hem vastklampen. Vertel me nog eens van die man uit Nazareth. Telkens zie ik een glimlach op zijn gezicht verschijnen – zo is het toch ook in uw leven? Als we een leven hebben dat tegen ons getuigd, dan kunt u niet genoeg horen over het bloed dat reinigt; het is als hemelse muziek die landt in uw hart – wist u dat nog niet? Ja, natuurlijk weet u dat, maar u kunt er geen genoeg van krijgen. Hij moet het misschien wel honderd keer gehoord hebben. Vertel nog eens over die Jezus.
Laat ons het niet onderschatten, wat het woord van God doet –ons angstvallig hart zegt - wat heeft het voor zin – er is zo'n grote kloof… Bartimeüs was het verteld, zonder dat had hij niet geloofd, dat zaad heeft God willen gebruiken. Had ik maar twee ogen, dan kon ik zien; maar misschien was het maar goed , begrijp me goed – dat hij blind was – Jezus had geen gedaante of heerlijkheid, een mens van gelijke beweging als wij, maar des te meer heeft Bartimeüs gehoord en begeerd dat Jezus Hem zou genezen.
Jesaja 35 en 42 – als dan zullen der blinden ogen opengedaan worden. Natuurlijk had Bartimeüs wel gehoord over de discussie rondom Jezus – hoe kan Hij een bedrieger zijn, als hij de duivelen uitwerpt. Een huis kan niet tegen zichzelf verdeeld zijn. Zo is deze Bartimeüs in het verborgene een discipel van de Heere Jezus en dat werd hem tot zaligheid.

2
Tot Jezus geroepen.
Hij hoort het tumult op straat. Wat is er aan de hand? Jezus zal voorbijgaan. En nu het geloof. Het geloof in uw hart - weet dat zelfs daar zegen in schuilgaat. Het ongeloof zegt, wat heb ik daar aan? Hij gaat voorbij. Hij moet inkomen, dominee, het moet worden toegepast, dominee. En dat moet Gods Geest doen, dominee… Het ongeloof heeft altijd een excuus. Het geloof vindt zelfs in het voorbij gaan van Jezus hoop en troost – en Hij komt voorbij, in het gewaad van Zijn woord. Wie weet, ik word gezegend. We komen samen, het geloof klamt zich er toch aan vast. Jezus gaat voorbij. Hij laat zich daardoor niet ontmoedigen, het is nu of nooit! Hij gaat Jericho verlaten naar Jeruzalem. Om misschien wel nooit meer terug te keren. Het geloof breekt er door heen. Leven of dood. Zaligheid of verderf – leeft u in die spanning of geloof u het allemaal wel? Het is erop of eronder weer krijgen we Jesaja: roept hem aan terwijl Hij nabij is. Jezus! Het moet er uit als een impuls. Jezus! Hij roept zonder schaamte, uit alle macht. Ontferm u over mij! Deze Bartimeüs begint met een belijdenis – wie is Hij? Voor Bartimeüs is het vast en zeker, Hij is de Zoon van David. Wij belijden Hem aan het begin van de dienst – dat is wezenlijk en zeg niet – 'maar het is niet zaligmakend' – wie Mij belijden zal voor de mensen, zal ik belijden voor Mijn Vader die in de hemel is. Zone Davids, is een groot ding te midden van al die mensen. Ook in ons gebed! Dat is een Messiaanse uitspraak. Gij zone Davids, dat kreeg Jozef ook te horen. U bent die belooft is uit het huis van David. Jezus gij zone Davids. Hij zegt niet 'ik ben de zoon van Timeüs. Dat is niet belangrijk. Zijn naam moet eeuwig eer ontvangen, Hij heeft nog maar een naam, de naam van die zoon, Davids grote zoon, die we zien in psalm 72. Hij zal de nooddruftigen redden. Is Hij niet die ellendige die zelf geen Helper heeft? Hij zal roepen met alle kracht en macht. Ik neem tot u de toevlucht. Hij laat de Heere Jezus helemaal vrij. We hebben al gauw een lijstje paraat - wilt u dit en dat doen Heere, en wilt U dit niet vergeten. Maar daar begint Bartimeüs niet mee: ontfermt u zich over mij. U weet wel wat ontferming is, ik hoef U dat niet voor te schrijven. U weet wat goed voor me is. De dingen aan Hem overgeven zonder voor te schrijven wat Hij moet doen – is dat geen geloof? In het besef leven dat Hij beter weet wat goed voor ons is. In tegenspoed geduldig en in voorspoed dankbaar. In die tegenspoed komt u nog tot uw doel. Wat een toonbeeld van geloof. Je mag best bidden om werk, als je werkloos bent. Of bij financiële zorgen, of de bekering van je kind, Bartimeüs wordt straks ook heel concreet – dat hij ziende mag worden.

De domme schare ziet het geloof van Bartimeüs niet. Hou je mond, we horen niet wat die rabbi zegt. Zullen we niet blindvaren op wat de goegemeente vindt en belijdt. Wat mensen goed vinden, godsdienstig vinden. In de tempelhandel zag geen mens kwaad. Weg er mee, zei de Heere. En de discipelen vonden het geen goed idee als die kinderen om de Heere Jezus hangen en die roept hij. Bartimeüs had heel de schare tegen - misschien wel de ervaring van uw hart, misschien heeft u wel het idee de weg van de Heere te gaan en niemand valt u bij.
Als God voor ons is, als Jezus nu de roepstem hort, dan zal ik voor tienduizenden niet vrezen… die zelfs Zijn Eigen zoon niet gespaard heeft, hoe zal hij ons dan met Hem niet alle dingen zegenen. Zijn geloofsoog is op Jezus gericht. Het echte geloof breekt er door heen. Mijn stem moet de oren van Jezus raken. Hij roept dan des te harder, hij roept misschien wel 3 of 4 keer, geen redenering, gewoon hetzelfde gebed,… wat is geloof: volharding, het echte geloof dat beproefd wordt, groeit tegen de verdrukking in. Het schijngeloof niet. Zie de gelijkenis van het zaad. Op steenachtige bodem – dat is een christen, zeg: nog maar net in de kerk – dan de tegenslag en terstond verdort het. Nu dat echte geloof van u, naar ik hoop en bid – als het aangevochten wordt - het echte geloof moet zo sterker worden. Die blokkade is een filter. Het schijngeloof loopt erop stuk. Laat ons volhouden te midden van de misère van deze grote stad. Vreest niet, die volharden zal tot het einde die zal zalig worden. Hij roept des te harder! Overstem de schare, hij bereikt de oren van de Zaligmaker.

3
Jezus, stilstaande.
De Jezus heeft echt van Bartimeüs geweten. Hij hield zich als of hij verder zou gaan, als bij de 'Emmaüsgangers', waarom zou de Heere dat nu doen? Ik ervaar zo weinig van de Heere. Vroeger wel maar de tinteling is weg. Wat een boodschap hier - je bent machteloos en afhankelijk van Hem. Wij beslissen niet wat wij ervaren in ons leven. Maar juist daarin, dan wil de Heere ons als het ware uitdagen en prikkelen. Hun hart was brandende geworden, alles haalde Hij uit de Schriften. Hij houdt zich of hij verder zou gaan – of Heere waar bent u toch, opdat ze nu gaan roepen – och Heere blijf bij ons, loop niet verder, kom onder ons dak en Hij laat Zich dwingen!! Jezus stilstaande - ik zeg niet dat het van uw roepen afhankelijk is, maar richt u met geloof op Hem. Kom ik om dan kom ik om. Jezus stilstaande - het lijkt op heilige onverschilligheid, opdat we ons steeds meer op Hem zouden wenden.
Hij zei dat men hem roepen zou. Een bijzonder thema: het herhaalt zich tot op deze dag. De schare vormde een blokkade, een cordon. Deze zelfde mensen worden nu door de Heere Jezus ingeschakeld - roep hem, wat een genade, straks roepen ze: "weg met Hem! " Heel de wereld, Jood en heiden heeft Hem verworpen. Petrus spreekt tot al die mensen: deze Jezus, die gij gekruisigd hebt! Bekeert u. En ze mogen gedoopt worden, die zelfde mensen die eerder een blokkade vormden, worden door de Heere Jezus ingeschakeld. Onder ons kan het weleens zo zijn, als wij iets hebben met onze naaste. Het kan zo niet blijven – we spreken er over en we geven elkaar de hand. Maar bij ons blijft altijd iets hangen. Al heb je het goed gemaakt, het is vergeven, maar --- daar heeft met eerbied gesproken de Heere Jezus geen last van. De mensen worden ingeschakeld, eerst: houd je mond, dan: houd moet, Hij roept u.
Bartimeüs werpt zijn mantel achter zich. Petrus de zegsman van Marcus, hij ziet het nog voor zich. Bartimeüs is niet alleen bind maar ook bedelaar. De mantel is het enige wat hij had - het mocht hem nog eens hinderen om naar de Zaligmaker te gaan. Ben je er wijzer van geworden - van je overtreden van de afgelopen week? Werp het maar achter je – om zo spoedig mogelijk bij Jezus te zijn.

En dan de vraag: wat wilt gij dat Ik u doen zal? De Heere vraagt het u persoonlijk. Iemand werd geplaagd door de duivel en een predikant 'dwong' hem om hardop te zeggen, wat het was. U ziet het toch wel wat hij wil? Rabbouni – mijn meester, ik ben discipel van u, dat ik ziende mag worden. Dat is geloof. Wij zijn geneigd om te bidden, onze zorg, onze nood, we bidden om iets dat er vlak bij ligt – de gevreesde ziekt openbaart zich: we bidden, dat de medicijnen gezegend worden, dat de behandeling mag slagen – we bidden om verlichting – maar nu: geloof…. Laat deze woorden eens landen in uw hart, dat gaat dwars tegen alles in: dat ik ziende mag worden! Dat een zondaar bidt om vergeving – van het ene naar het andere uiterste. Om een eeuwige erfenis te mogen ontvangen, hij bidt het onmogelijke – en dan, eenvoudig: ga heen, uw geloof heeft u behouden. Waar geloof is, daar is leven.

Zouden wij dan ook maar niet aanhoudend roepen, in de belijdenis, de Heere vrij latend, maar ook concreet onze noden bekend maken. Nu hij ziet, zegt hij niet: nu wil ik wel eens Jericho zien en mijn ouders, maar hij volgde Jezus op de weg. De muren zijn gevallen en opgebouwd, de mens kan het ongedaan maken, maar Jezus richt de tekens van geloof weer op. Laten wij ook tekens zijn van het geloof, in deze stad.
Wat zal dat zijn – het eerste wat Bartimeüs zag, was zijn Zaligmaker. Als dan zullen zij zien - u ook? - van aangezicht tot aangezicht!

Edit