Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-09-12 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Tot een volkomen verzoening van al onze zonden Bediening Heilig Avondmaal

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Lev 19:22 Lev 1:1-9 Lev 19:22 2010-09-12.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.9Mb)
2010-09-12C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.6Mb)
2010-09-12T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 13.9Mb)
De offers uit Leviticus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
We gaan letten op het zoenoffer. Drie kernwoorden:
1 handoplegging
2 plaatsvervanging
3 bloedstorting

Waarom vieren we avondmaal? Omdat de Heere Jezus het heeft gezegd: doe dit tot Mijn gedachtenis. Hem niet vergeten. Waar denken we aan dan? Niet aan Zijn woorden, gelijkenissen, wonderen, gebeurtenissen, Zijn verheerlijking. Maar in het bijzonder denken we aan Zijn lijden en sterven. Mijn lichaam dat voor u gebroken wordt. Mijn bloed dat voor u vergoten wordt. Dat is het fundament. Het grote werk aan het kruis volbracht. Hoe God daar verheerlijkt is, zonden vergeven, het oordeel gedragen, liefde die lijdt, liefde die Zijn leven gaf tot een losprijs voor velen. Al denkend, nemend, proeven kan het niet anders of er komt ook een danklied in ons hart voor wat Hij heeft volbracht. Het gaat om dat Lam , het offer dat gebracht is. Zo diep, heerlijk, mooi, zegenrijk.

Het offer van de Heere Jezus is zo rijk. Zo groot. De Heere Geest had er 4 Evangeliën voor nodig om ons dat te vertellen. Niet 4 keer hetzelfde, maar in elk evangelie worden verschillende facetten belicht van dat ene offer. Ook in het Oude Testament is dat offer op Golgotha voorafgeschaduwd. In de tabernakel, in de tempel. In het Oude Testament gaf God ons plaatjes om te verduidelijken en verbeelden wat de Heere Jezus zou gaan doen. Plaatjes tot onderwijs. De Israelieten brachten 4 offers, overeenkomstig de 4 evangeliën. Het brandoffer: Leviticus 1, brandoffer, zondoffer, dankoffer of vredeoffer en het schuldoffer.
Dat komt overeen met Mattheüs, Markus. Lucas en Johannes. Johannesevangelie komt overeen met het brandoffer, Marcus met het zondoffer, Mattheüs het schuldoffer en Lucas het vredeoffer.

Het offer is een plaatje bij het werk van Christus. Als je die 4 OT-offers verstaat, versta je veel van het werk van de Heere Jezus. De rol des boeks is met Zijn naam vervuld. Psalm 40 komt ook overeen met het brandoffer….

Eerst een inleiding. Offeren betekent eigenlijk aanbieden. Offrire in het Frans. De aanleiding is de zondeval geweest. Door de zondeval is er een breuk gekomen tussen God de schepper en Zijn maaksel. De zonden hebben scheiding gemaakt tussen God en mens. Ieder mens die voelt dat er wat moet gebeuren om het goed te maken tussen God en mij. Dat hebben ook veel heidense godsdiensten: offers.
De eerste keer in de Bijbel dat van een offer sprake is, is bij Kaïn en Abel. Zij weten dat ze niet zo maar tot God kunnen naderen. Kaïn komt met de vruchten van het veld. Hij komt met zijn prestaties bij God aan en God neemt dat niet aan. Abel komt niet met zijn prestaties, maar komt met de dood van een lammetje. Abel voelt: ik kan bij God alleen maar komen door de dood van een offerdier, dat voor mij plaatsvervangend de dood sterft. Of ik moet sterven, of een plaatsvervanger. En God nam Abel en zijn offer aan. Hij komt op grond van de dood van een Ander. De dood van een onschuldige plaatsvervanger. Dat is het merg van het evangelie. God is de beledigde partij,d e schuldeiser. Wij zijn schuldenaars. Hij is een schakel tussen een heilig God en een zondig mens, een plaatsvervanger die het weer goed maakt tussen mij en God. Dat is Genesis 4.

Verder naar Noach. Daar lees je het eerst van een altaar. Een verhoogde vuurplaats, waar vuur ontstoken wordt. Daar heeft Noach reine dieren geofferd tot een lieflijke reuk voor de Heere. Het was een rustgevende reuk. Rust vond hier mijn geweten, want Zijn bloed o heilsfontein, heeft van al mijn zonden mij gewassen blank en rein.
God kon er in rusten. God kon de mensheid nu aanzien, verdragen en niet meer wegspoelen.
Gen 22: het offer van Abraham. Hier eist God het offer niet meer, maar Hij gèeft het! Daar hoeven wij als mensen niet voor te zorgen, maar God zorgt er zelf voor.
Zie je daar de Vader gaan met de Heere Jezus? De beledigde partij, de Heere God, begint zelf. Hij neemt het initiatief tot behoud. Hij wacht niet tot wij gaan komen. Hij baant de weg van het heil. En de zoon is bereid om het heil aan te brengen!

Exodus 12; daar lezen we voor het eerst van het bloed. Het bloed van het lammetje moest vloeien, opdat het oordeel van God voorbij zou gaan. Schuilend achter dat bloed, ben ik veilig voor het oordeel. Dan komen we bij de wet. Dan gaat God al die geboden geven. Vanaf de hoog verheven berg, de Sinaï. Maar het volk kan die wet niet houden en God moet straffen, zelfs met de doodstraf. Ook aan ons. Een verloren zaak? Nee. Het vonnis moet over ons leven gaan. Maar met de wet tegelijk geeft God ook de tabernakeldienst, waar de verzoening wordt uitgebeeld! Wet en evangelie. 15 hoofdstukken lang gaat het over de verzoening in Leviticus!
Het hart van het evangelie is de verzoening!

De dood van een onschuldig dier. Daardoor wordt een zondaar gered van de dood, zo was het in het OT. Onschuldig, plaatsvervangend.
Lev 9: 22, onze tekst, daar zie je de principes van de verzoening. Hem zal vergeving geschieden van zijn zonden. Je ziet hier een ram, een dier, een zoenoffer. Dat verzoening zal doen voor mij, de schuldige. De kippoer = verzoening. Van het werkwoord Kafar, bedekken. Wiens wanbedrijf waardoor hij was bevlekt, voor 't heilig oog des Heeren was bedenkt, door het bloed van het offerdier. De vrucht van die verzoening is vergeving. Dat mijn zonden vergeven worden. Als ik denk aan de Heere Jezus, afgebeeld als een rein lammetje. Een rein dier. Volkomen gaaf. Het beste van het beste. Geen zwak dier uit de kudde. Volkomen zoals de Heere Jezus. Een volwassen dier, een mannetjesdier. Om aan te geven dat de Heere Jezus op volwassen leeftijd het offer zou brengen. Ik in plaats van jou, met de bedoeling opdat jij vergeving van zonden zouden ontvangen. Hij verlaten, wij nimmermeer verlaten. Dat is het doel van zijn dood. Wonderlijke ruil.

Handoplegging.
Als we nu naar de tafel kijken, zien we stoelen, wit kleed, beker brood schaal, wijn, mensen die aangaan. Allemaal elementen. Als ik kijk naar het brandofferaltaar in de voorhof, die je ook offeraar, priester, vuur, mes hout, vuur altaar. Ook allerlei elementen. Ga in gedachten maar eens mee met zo'n tabernakelganger mee. Richting het huis van goud, van God. Als je aan komt lopen, zie je een omheining van wit linnen. 2 meter hoog. Verblindend wit. Ik kan er bij God niet in. Het avondmaal ook wit linnen, maar toch een opening. Dat is de deur van de voorhof, lammetje mee. Wit, tekens van reinheid heiligheid. Priester in wit linnen keurt mijn schaapje, dat ik meegenomen heb. Beestje wordt gebonden aan de hoornen van het altaar. Gekeurd door de priester. Voordat dat dier gedood wordt, moet die offeraar zijn handen leggen op het hoofd van het lammetje, zwaar leunen, kop naar beneden drukken. Leunen op dat offerdier. Je identificeert je ermee. Jij end e plaatsvervanger. Wat jou aangedaan zou moeten worden, waar je toe veroordeeld bent, moet dat lam gaan dragen. Waarmee kom je naar God toe? Met een plaatsvervanger. Maar ook hoe kom ik? Hij moet zijn concrete zonden noemen, belijden bij de priester. Met die belijdenis ging die zonde als het ware over van de offeraar naar het dier. Dat dier ging de zonden van die schuldenaar op zich nemen. Hoe komen die zonden dan op hem? Omdat ik mijn hand er op leg en het belijd. Die handoplegging wil eigenlijk zeggen, niet de handoplegging van het geloof. Niet vragend, niet met de palm naar boven maar met de palm naar beneden. Toeëigenend, zwaar steunend en leunend op mijn Liefste. Niet eventjes in contact met Hem, maar leunend op Hem. Geloof is je hand op Jezus leggen, je hand op Zijn offer leggen. Dan wordt Hij de jouwe op dat moment. Anders deel je niet in het heil. Zo krijg ik er deel aan. Dat woordje plaatsvervanging is uitgevonden in de hemel.

Hij wilde het zware vuile werk doen, Hij nam het van mij over, Hij nam het op zich en nam het weg. Kunt u zich nog herinneren dat u van uw zondeplak verlost bent? Dat Hij het van mij over nam? Waar liggen nu jouw zonden? Of op jouw nek of op het hoofd van het Godslam! Als ze op de Heere Jezus zijn komen te liggen, ben je vrij. Voordat je tot persoonlijk geloof kwam was je angstig, onrustig en bang, geen gewetensrust want je was je pak nog niet kwijt. Toen mocht je helemaal op Hem leunen, als Hij valt, val ik ook. Je vertrouwt je helemaal aan Hem toe. Dat is het. Wat een vreugde toen je mocht zien, dat ze liggen op de rug van de Heere Jezus. Hij die geen zonden gekend heeft, is voor ons tot zonden gemaakt. Om ons voor het aangezicht van God te verzoenen.

Bloedstorting. Lammetje is gekeurd, de zonden beleden. Daarmee is de kous niet af. Ik geef jou een mes in je hand en jij moet het lam doden. De overtreder moet het zelf slachten. Hij moest het zelf doen, villen, in stukken delen en de ingewanden wassen. Dat heeft hij niet zomaar gedachteloos gedaan. Hij heeft dat in het diepe bewustzijn gedaan, dat dat dier nu moest sterven terwijl het onschuldig was. Ik had eigenlijk moeten sterven. Ik kan mij indenken dat het gemoed van de offeraar volgeschoten is. Toen hij het dier hoorde loeien, het rund. Onder zijn handen ging dat schaap dood. Met het bloed wat er uit gutste vloeide dat leven weg. God laat de zonden niet gestraft. Hij geeft met het offer ons een les. Als God in het recht gaat treden moet ik gedood worden. Dat is Gods recht. Maar Gods liefde zegt: nu zal Ik in jouw plaats iemands anders dat recht laten ondergaan. Er is er 1, op grond van dat bloed.
Ik denk dat die offeraar daar gestaan heeft met Psalm 51 in zijn hart. Wat is dat erg, wat ben ik zondig, dat dit nu moest gebeuren. Maar ook met een grote verwondering dat er nou een plaatsvervanger is. Ik mag leven, maar een leven door Zijn dood bereid. Ik ben verlost, maar het heeft wel Zijn dood gekost. Het vonnis heb ik verdiend. Wat een moment dat hij met dat mes de halsader van dat beestje doorsnijdt. Het gutst eruit. Doe dit tot Mijn gedachtenis. Herinneren. Als je in gedachten bij het kruis staat, en Hij bloedt daar leeg. Dat maakt me verdrietig, want is het is door mij. Maar ook voor mij en dat maakt me blij. Ik denk aan die zwarte stroom van mijn ongerechtigheden. Maar nu wordt die zwarte stroom bedekt door het bloed van de priester. Het bloed van het nieuwe verbond. De priester sprenkelt het bloed over het altaar en ook onder het altaar. Het wordt op het hout gelegd, en dan komt het vuur er ook nog eens aan te pas. Niet alleen het mes dus. Zonder bloedstorting is er geen vergeving. Dat bloed is nodig om te bedekken. In Gods ogen ben ik witter dan de sneeuw. Atonement - Je hoort weer bij een, God en mens worden door het offerdier weer bijeen gebracht. Zonder breuk.

Drie partijen. Een heilig God. Dat kun je zien aan de rook die opgaat, maar ook wat bent U heerlijk. Wat ben ik een ellendig mens, dat dat nou nodig was. En als je kijkt naar het slachtoffer: ik dank God want nu is het weer goed tussen God en mij. Als ik in gedachten sta, bij het kruis van Golgotha. Gedachtenis. Het mes van Gods recht, het vuur van Gods toorn. Dan zie ik Gods heiligheid, maar ik zie ook Gods liefde. Niet jij die het verdiend hebt, maar in plaats van jou Mijn Zoon.
Bij de Heiland is ook voor mij vergiffenis!

Onthou het goed: Plaatsvervangende Borg. Bloedstorting (verzoening is nooit goedkoop), hoe krijg ik daar nu deel aan? Strek je vuile handen maar uit, en leg ze op het hoofd van de Heere Jezus. Belijd je schuld. Zo mag ik door mijn schuldbelijdenis mijn handen gelovig naar Hem uitstrekken. Er is bij het Avondmaal verdriet door mij, maar ook vreugde voor mij.

Edit