Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-10-03 10:00:00 ds. W. Meijer (Tholen) Silo, plaats van rust

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
joz 19:51 joz 18:1-10 19:49-51 2010-10-03.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.4Mb)
2010-10-03_1000.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 64.0Mb)
2010-10-03C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.9Mb)
2010-10-03T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.3Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Het gaat over die plaats met de naam Silo.

Het wordt tijd voor rust voor het volk Israel. Het heeft grote strijd moeten leveren t/m hoofdstuk 12. Tussen 85 en 90 was Jozua: je mag nu een rustiger taak doen dan het leger aan voeren. Er is al een groot deel van het land verdeeld, Juda in het zuiden en Efraïm, Manasse in het Noorden. Maar ook langs de kust en de Jordaan, die nog niet veroverd waren, waren al wel verdeeld.
In Silo vinden we rust, voor dit moment.

We zien een verhuizing plaatsvinden. Silo ligt in Efraïm. Tussen Jeruzalem en Sichem, in het midden van Damaria. Goed bereikbaar, centraal gelegen. Midden in de bergen dus ook. Dat is een voordeel. Hier moet een geweldige akoestiek zijn geweest. 500 meter kan de menselijke stem daar dragen, 10.000 mensen in een keer bereiken. Dit is immers Gods huis, dat hier verhuisd wordt, het had steeds bij Gilgal gestaan, de tent der samenkomst, sinds ze daar de Jordaan over waren gegaan.
Samenkomst.Met elkaar en God met ons. Deut 12 had Mozes al gezegd. Hier moest het zijn, wist Jozua. Siloh – rust. Een plaats bij uitstek waar de Heere wil wonen en werken, de werkplaats van de Heilige Geest, te midden van onze onrust wil de Heere hier een andere rust schenken, laten vinden. Omdat we zoekende zijn, toch?
Het staat ook in de lijn van de profetie van Jakob – 'totdat Silo komt' (Gen 49:10). Alleen had hij die woorden niet tot Efraïm gesproken. Er zou ook onrust komen in Silo. Het land werd verdeeld.
H16 en 17 lezen we van de toedeling aan Efraïm en Manasse . H18 Ruben, en de rest dan, krijgen die niet? Wordt hun geduld op de proef gesteld..? Geduld? Nou er is ook iets anders aan de hand. Eliazar en Jozua verdelen in de voorhof van de tabernakel . Onder aanroepen van Gods naam. Het lot werd in de handen van God gelegd. Nu Efraïm zijn deel heeft , moet de tabernakel op zijn plek komen. Er lijkt echter een verzadigingspunt bereikt – moegestreden is men. Het hoeft niet meer zo. Efraïm eindigde in H17 ook zo. Die steden die je ons gegeven hebt, worden nog bewoond door de Kanaännieten, nu moeten we weer strijden. Ook al beloofde God dat Hij hen zou helpen – ze lieten de Kanaännieten in hun midden wonen…
7 stammen moeten nog een gebied krijgen: in v3 klinkt een verwijt. Slap. Dat woord wordt gebruikt. Men blijft in het tentenkamp. In Silo nu. Jozua moet hen terecht wijzen.
Een terechtwijzing voor Gods aangezicht. De Heere is getuige. De houding is niet juist meer, er zit geen beweging meer in. Vinden jullie het niet de moeite waard, Gods erfenis? Hoe lang houdt u zich zo slap… De andere stammen zijn kennelijk vertrokken. Het zuiden en noorden is al weg. Jozua duldt geen uitstel meer. Silo mag een plaats van Rust zijn, maar dat betekent niet dat we maar slap kunnen berusten. De rest had ook geen zin meer in strijden, strijd om in te gaan. Gods erfenis in.
Strijden? Toch maar liever niet, dat ligt ons niet zo. Dan ben je aan het verkeerde adres bij Jozua of Jezus. Strijden in de kracht van God. Niet rustig bij elkaar gaan zitten en denken we hebben het goed met elkaar en dan zal de rest ook wel goed komen. Er zijn al genoeg heftige jaren omgegaan, laat het nu even rustig zijn.

Jozua stuurt drietallen op pad. Het is kennelijk niet meer helder waar er nog plaats is. Alles moet opnieuw beschreven worden. Silo, rust. Ja, maar in eerste instantie is dit een plaats van Gods heiligdom waar ze beschuldigd worden. 'Hier wordt de rust geschonken', maar wel op deze manier. Als je voor het aangezicht van de Heere wordt geroepen is dit het resultaat. In gaan in Gods rust? Dat hebben we nodig. Zeker. Hoognodig. In de meerdere Jozua. Als afspiegeling is de tabernakel hier opgericht. Het verzoendeksel. Gods troon in het midden van Zijn volk.
Maar tegelijkertijd: hier komen we in het licht van Gods heiligheid te staan.

En wat doen je dam? Als je die heiligheid werkelijk ziet dan doe je niet zo veel meer. Al het redeneren van onze kant stopt. Dat zien we gebeuren. H18 – er valt niets tegen in te brengen. In Openbaring blijkt dat je dan alleen nog goed bent om uitgespuugd te worden, niet koud en niet heet, niet tegen maar men loopt er ook niet meer warm voor. Leg ons leven er maar naast, gemeente. … Ook nu zijn we in Gods heiligdom geroepen. Dat is een van de werkingen van de Heilige Geest. Slap. Lauw…

Strijd om in te gaan, ontwaakt, gij die slaapt. Wrijf die slaap eens goed uit je ogen? Ga er op uit om te kijken, waar is er nog plaats om te wonen in Gods erfenis? Er worden een commissie gevormd, dat deden ze toen ook al.
Er wordt aan gewerkt. Er komt een rapport. De laatste zeven krijgen het lot geworpen. De beschrijving van die delen volgen. Het lijkt een dorre opsomming. Maar dat is het niet. Als je kijkt waar deze stammen terecht komen, valt op: in het zuiden – heel Juda wordt onder de loep genomen – er is nog ruimte. Tussen Juda en Efraïm in, Benjamin en Dan. Dan moet nog wel veroveren omdat zij met teveel zijn. Simeon komt zelfs midden in Juda terecht, dat is niet zomaar.
Gen 49 moet je er bij nemen. Het sterfbed van Jakob. De zegeningen van Jakob blijken profetieën te zijn, die hier gedeeltelijk vervuld worden. Simeon en Levi bijvoorbeeld. Daar had Jakob van gesproken. Ik zal hen verstrooien onder Israël. Vanwege de moorden die ze in hun leven gepleegd hebben. Een vloek als zegen van je stervende vader. Simeon in het grote Juda, later vinden we er niets meer van terug en Levi krijgt zelfs helemaal geen erfdeel. Levi mag later dienen in het heiligdom, maar eerst is het een vloek – des te groter het wonder van genade, dat Levi mag dienen.

Zebulon zou wonen aan de zee, zo Jakob, en het gebeurt hier. Voor die vijf stammen boven Manasse is leven aan de rand, op de grens met het heidense buitenland, ook al geen zegen… dat zijn niet de gemakkelijkste gebieden om trouw te blijven. Groot risico om weg te groeien bij de tempeldienst vandaan. Besmettingsgevaar! Hoe verder weg van Silo en Jeruzalem. Des te groter het gevaar.
Het deel dat ze krijgen is een zegen, maar het kan ook een verzoeking blijken te zijn. Kaleb had Hebron gekregen in H14. Met hem is de verdeling begonnen en met Jozua eindigt de verdeling. Die twee trouwe verspieders - zij zijn de eerste en de laatste bij de verdeling van Gods erfenis, zij waren getrouw gebleven aan God en hadden vertrouwd op Gods belofte. Ondanks de rest. Zijn werden staande gehouden door Gods genade. Dicht bij Silo.

Waar wonen wij eigenlijk? En wat is de verbinding met Gods heiligdom? En daardoor met God zelf. Verstrooid of op de grens – zo is het nog steeds. Laten we dat niet vergeten. Hier wordt de rust geschonken in Jezus Christus, maar wonen we wel echt in Gods huis? Is er wel die vaste verbinding met Hem? Het gaat niet meer over letterlijke afstanden – tot in het buitenland kan er meegeluisterd worden. Het maakt niet uit, waar wij in een land wonen, overal zijn er Godshuizen, en kunnen we het horen en lezen. Maar doen we dat ook nog wel? Is er honger om voedsel te ontvangen uit Gods hand? Dorst naar gerechtigheid uit Gods hand, Zijn erfenis te ontvangen en daaruit te leven. Of vinden we het wel goed allemaal? We hebben het op Zijn tijd aardig met elkaar - een sociaal netwerk hebben we nu een keer nodig en daar is een christelijke gemeente goed in. We komen in de kerk of leven en luisteren op afstand mee. Ik zie wel wat de uitkomst is. H18 houding, slap.
Liever dorpelwachter dan bij de heidenen? Al de dagen van mijn leven wonen in het huis van de Heere? Iedere dag naar de kerk? Zou dat een straf zijn, dan? Of leven we in een ander uiterste, straks leggen we de Bijbel weer in de kast en volgende week komt ie er weer uit op zijn vroegst. Er zijn er die denken dat dat een christenleven is. En we vinden het vreemd als ons nageslacht de Bijbel niet meer leest? Betrekken we hen wel bij ons Bijbellezen of lezen we alleen maar voor?
Waarom wilde David iedere dag naar Gods huis? Waarom was het zo'n zegen voor Efraïm dat ze dicht bij Silo woonden, andere moesten dagen reizen. David zingt – om de lieflijkheden des Heeren te aanschouwen. Gods goedertierenheid, barmhartigheid - om die te zien, ook al was het nog maar schaduwdienst, een verwijzing naar de komende Messias, daar krijg je geen verdriet van. Het voedt juist dit verlangen – totdat Silo komt. Dat staat centraal, ook door de weeks. Kringwerk, catechisaties. Maar laat het dan ook in het teken staan van Silo, rust. Hier wordt de ware rust geschonken. Hier het vette van uw huis gesmaakt. Totdat Silo komt en Hij is gekomen. Uit Juda's stam, niet uit Efraïm. Niet meer in het Silo van Efraïm. Hij had het altaar daar weggenomen. Juda, gij zij het. Van het aardse Silo zou niets overblijven dan alleen maar wat opgravingen tegenwoordig. Dat is het gevolg als je niet in de gaten hebt, wat daar in Silo te krijgen is, de Rust.
Alle traagheid van onze kant moet wijken. Het gaat hier ergens over - het ware leven. Daarom gaat het evangelie open. In de werkplaats van de Heilige Geest. Dat is niet zomaar iets. Het is de Heere te doen om jou en mij. Daarom laat Hij Zijn dienst steeds door gaan.
Offers voor de schuld voldeden uiteindelijk niet. Het waren vingerwijzingen naar Jezus Christus. De schaduwdienst is voorbij, we mogen leven uit de vervulling. Doen we dat ook?
Jezus Christus wordt als het ware steeds weer uitgedeeld. Neemt, eet, als fijnproevers. Gods genade uit Zijn Woord dat leven is en kracht, het roept dode zondaren tot leven in Hem. Liefdeloze brengt het in de werkelijke liefde van Hem, rustelozen in Zijn rust. En daardoor steeds meer in het verlangen naar die Eeuwige Rust.

Dan kun je daar toch niet koud onder blijven? Als Hij zo laat blijken dat het Hem werkelijk om ons te doen is. Hij wilde Zijn eigen Zoon geven. Durf je dan nog te zeggen – ik vind het maar zo zo, die dienst van God? En is het dan nog mogelijk om dat goede Woord van God alleen op Zondag open te doen? Als je ziet wie Jezus is? Als je ziet wat Hij voor ons heeft overgehad. Dan komt toch vanzelf de luist en liefde op om te zingen van Hem?

Of is het: o gij onverstandigen en tragen van hart. Traag in de dienst en het geloven, in de strijd van het geloof. De wereld, duivel, het vlees voelen eigenlijk wel goed. Traag naar het verlangen naar de vervulling van Gods beloften. Maak uw roeping en verkiezing vast, zegt Petrus…. De Heere heeft Zijn genademiddelen gegeven, woordverkondinging, sacramenten, de gebeden, de gemeenschap. Als je die niet wil gebruiken, dan is het niet vreemd als er innerlijk onrust blijft en er geen zekerheid van het geloof is.

Jozua troept ook ons voor zijn Gods aangezicht, datzelfde aangezicht. De Heere God richt Zijn gezicht naar ons toe, in genade, laat dat helder zijn, vanuit Silo, net als Jezus Christus. Hij spreekt tot ons: mensekind, keer je eens om, laat die traagheid van jezelf eens los, die slapheid, of wellicht nog die volledige koude. Zie eens wat Ik hier voor je heb, Goddelijke erfenis voor u, voor jou, voor mij. Uit Gods hand, en ik zal u rust geven. Dat is het woord van Silo. Wanneer je dat woord van Jezus meekrijgt in je hart. door de Heilige Geest. Heb je dan nog last van traagheid of slapheid, lauwheid? Nee toch! Ik hoor dan een paar mensen in de Bijbel iets anders zeggen: was ons hart niet brandende in ons, toen Hij tot ons sprak, toen Hij de Schrift voor ons opende? Het verlangen naar steeds meer, naar de volmaaktheid zelfs. Die er nu nog niet is. Totdat Silo nogmaals komt. In het verlangen daarnaar is het ondertussen proeven, smaken, drinken, wanneer je de diepte van Christus` genade dan proeft, dat Hij zich zelf zo over heeft voor ons. Hier wordt de rust geschonken, ja hier wordt elk in liefde dronken. Schuilend achter het Lam.

Edit