Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-10-10 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Het spijsoffer

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Lev 2:2 lev 2:1-13 lev 6:14-18 2010-10-10.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.5Mb)
2010-10-10_1000.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 65.0Mb)
2010-10-10T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.6Mb)
De offers uit Leviticus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Het Oude Testament is vol van beeldend onderwijs, met name in de tabernakeldienst. In het licht van het Nieuwe Testament zien we dat die hele tabernakel spreekt van het werk en het offer van de Heere Jezus. De plaatjes bij het werk van de Heere Jezus. Zichtbaar materiaal. We zijn bezig met een serie over de vijf offers, vier bloedige en een onbloedig offer. Meel. Geen bloed vloeide er bij, het gaat niet over de verzoening, maar wat anders.
Het spijsoffer, of het graanoffer. Broodgift zegt de Naardense vertaling.

Het spijsoffer
1 de uitlegging 2 de uitbeelding 3 de uitleving

1
v1 Als er iemand is, die de Heere vrijwillig iets wil offeren, uit dank of liefde voor God. Omdat hij veel van de Heere houdt. Hij gaat naar de keuken en bakt zijn eigen brood. Meel en olie. Iets van het alle daagse leven. Meelbloem (het fijnste deel) olie en wierrook. Geen oneffenheden. Gezuiverd. Olie van de olijf. Gemengd of bestreken (v4). De Engelse vertaling heeft 'anointed' – gezalfd, dus. Onthouden. Of er in gekneed of ermee gezalfd. En wierook, niet er doorheen, dan was het niet meer eetbaar. Maar er bovenop. Het kringelde omhoog. Een liefelijke reuk voor de Heere, Hij werd er “blij” van.
Hij ging naar de voorhof, de priester nam een deel op het altaar. Een gedenkdeel (v2) – het grootste gedeelte mocht de priester zelf houden. Een heiligheid. De priesters aten dat niet thuis maar in de voorhof. Die gewend zijn aan de Heere.
V11: er mag geen zuurdeeg bij, platte koeken dus. Zuurdeeg is verzuurd deeg, gist. Dat is eigenlijk een beetje bedorven. Dat mag niet aan de Heere aangeboden worden, ook geen honing,dat werd overal aan toegevoegd, maar wel zout. Zout als behouder. Het ging het bederf tegen. Het maakte ook smakelijk. Zoutverbond. Tenslotte. Je kon het maken op drie manieren, een gebak van de oven, zegt de SV. Een baksel, wat gebakken werd inde oven. Of v5 in de pan gekookt. Beter: een bakplaat. In stukken breken, of v7 ketel (een pan).
Dit is de letterlijke uitleg.
Wat moet je ermee. Calvijn, Matthew Henry, KT helpen me hier niet verder.

Wat me geholpen heeft is Dächsel, een beetje, en met name Andrew Bonar, 19e eeuw. Hij wijst mij hier op de Heere Jezus. De geestelijke betekenis. De mensheid van de Heere Jezus, Zijn zuivere reine onbevlekte mensheid vanaf de mens wording tot aan Zijn kruisdood. Hoe Hij als mens op aarde heeft geleefd. Philp2: Hij is mens geworden en is slaaf geworden, tot aan de kruisdood. Gewandeld geleefd, gediend, gesproken op aarde. Catechismus: waarachtig en rechtvaardig mens. Die ene unieke zondeloze mens. Iedereen was afgeweken, maar die ene Zoon was volkomen rein. Hij kon Zich niet inhouden. Hij scheurt de hemel: In Hem heb Ik Mijn welbehagen gevonden! En, na drie jaren dienst te hebben gedaan: Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem!

Fijn meel van tarwe is een aanwijzing, Hij zegt zelf dat Hij tarwegraan is, gezeefd, Hij was zo volmaakt. Oneffenheden zie ik onder Gods kinderen wel. Paulus maakte de hogepriester uit voor een wittige wand, Petrus is haantje de voorste. Maar de Heere Jezus was nooit te fel, hoefde nooit ergens op terug te komen.
Wat was het meest kenmerkend van de Heere Jezus? Dat is niet te zeggen, Van Paulus: geloof, Johannes: de liefde. Petrus: de hoop. Maar van de Heere Jezus: alles is aan Hem gans begeerlijk. Alles even volmaakt. Alles tot eer van de Vader.
Olie – dat is niet moeilijk, een beeld van de Heilige Geest. Gemengd en gezalfd. Die twee zien we ook bij de Heere Jezus. Met olie gemengd, die menselijke natuur. Maria: de Heilige Geest zal over u komen, Hij zal de Heilige van God genaamd worden. Vanaf het begin al, zat die Heilige Geest er in, meel en de olie gemengd. Dat is Allerheiligst. Gemengd, van het uur van Zijn ontvangenis af. En ook gezalfd. De Geest die Hij kreeg bij Zijn doop Luc 4.

Wierook: een beeld van het gebed. De Heere Jezus was een en al gebed. Het kringelde omhoog voor de Vader. Het brandoffer is het eerst en daarna het spijsoffer. Brandoffer – als verzoeningsoffer, maar spijsoffer als beeld van Zijn leven. Ze horen bij elkaar. Zonder het reine leven van Christus had er geen verzoening plaats kunnen vinden. Mijn liefste is blank, spijsoffer en rood – bloed.
Nadenken over wie Jezus was als mens. Dat is goed, spijsoffer is Zijn dadelijke gehoorzaamheid, het brandoffer Zijn lijdelijke gehoorzaamheid.

Het gedenkdeel heeft alles te maken met het Heilig Avondmaal, doe dit tot Mijn gedachtenis. We denken aan Zijn lichaam, dat voor ons gebroken werd! Zijn handen hebben voor ons gewerkt, Zijn hart voor ons geklopt, Zijn ogen op ons tot op het laatst. Ik denk aan Zijn voeten, Zijn zij, Zijn rug.

Een deel voor God. Dat is voor God. Hebt u er wel eens over nagedacht over Wie Hij als mens is geweest voor God? Wij denken vaak, wie Hij voor ons was, maar er zit ook een deel voor God in. Moest ik niet zijn in het huis van Mijn Vader? Vader in Uw handen... wat moet het voor het Hart van de Heere zijn geweest. Zo was het bedoeld. Wat een liefelijke reuk..

Er was ook priesterdeel. Die mogen er van nemen en genieten. Die eigenen het zich toe. Lev 6. As wie dat zal aanroeren – daar gaat een heiligende werking van uit.

Geen zuurdeeg, geen enkel stukje bederf. Geen zelfrijzend bakmeek, je gaat zo de hoogte in. “Ik ben nederig van hart” – als ik dat zeg denkt u; dat een hoogmoedige dominee. Maar de mensen zagen dat het echt zo was bij Hem. Geen bitter woord, geen rijzende hoogmoed. Zo zuiver.

Ook geen honing, de suikerklontjes van het Oude Testament. Geen zoetheid – zelfs niet in de menselijke verhoudingen. Ook niet richting Zijn moeder. Geen natuurlijke liefde mocht in het spel zijn. De wijn is op – wat heb Ik met u te doen, Mijn ure is niet gekomen. Ze heeft geen streepje voor. Mijn moeder en familie zijn diegenen die de wil van de Vader doen.
Klaagvrouwen – ween niet om mij, maar om u zelf. Omdat het mijn kind is, dan..... ik ben normaal heel scherp, wie gaat er verloren, maar als het dichtbij komt, dan zoeken we naar een puntje honing.

Wel zout. Er zat altijd zout in de woorden van de Heere Jezus. Col 4 met zout besprenkeld, dat het niet smakeloos is. Niet clichématig, “Gods zegen”, goed gemeend. Maar pittig, pakkend. Niet zuur of bitter, maar met zout bestrooid. De overspelige vrouw: heeft niemand je veroordeeld, dan Ik ook niet: maar dan gelijk er achteraan: ga heen en zondig niet nemer. Dat is het zout.


Oven, bakplaat en pan. Alle drie vuur. Niet van het oordeel over de zonde, daar gaat het niet om. Dat is pas aan het kruis. Maar dit is het vuur van de beproeving, verzoeking van mensen en satan. Hij heeft geleden in Zijn leven. Zichtbaar, maar ook veel wat onzichtbaar was, in een oven kon je niet kijken, vroeger:

De heilige – Hij is kind geweest. We weten niet veel daarover, maar Hij moet geleden hebben. Als enige zo anders te zijn dan alle andere kinderen, nooit gelogen, nooit ongehoorzaam, nooit kattenkwaad uitgehaald, als Hij het zag bij anderen, die wel ruzie maakten en logen en lelijke woorden spraken, dat moet een stukje lijden hebben betekent.
Hij hield zijn intredepreek in Nazareth, nooit een zonde – ze moeten Hem hebben veracht, ze worden woest en ze willen Hem van de steilte afwerpen. De zondigheid van een gevallen mensheid. 40 dagen verzocht door de satan, we weten alleen die laatste drie. Wat moet er al niet op Hem afgekomen. Het was lijden....
Als hij bij de dove komt. Hij zuchtte, Effata. Dat diepe zuchten, wat zit daar in... zuchten onder de verwoestende gevolgen van de zonde in een schepping die Hij mee heeft gemaakt.
De tranen bij het graf van Zijn vriend Lazarus.

Of: 'Je hebt zelf een duivel', als je mensen ervan bevrijd... veracht, bespot.

Bakplaat, in stukken breken. Wanneer is Hij in stukken gebroken, zoals wij zeggen: ik was er kapot van. Aan het einde van Zijn leven: je hebt een paar goede vrienden. Hij ziet de beker van de toorn op Hem afkomen, en driemaal slapen Zijn discipelen. En ze vluchten allemaal weg, je houdt niemand meer over, dan knakt er wat.
Een van zijn drie beste vrienden: ik ken die Mens niet, met vloeken en zweren.
Ook Judas, de Heere Jezus weet te voren wie hij was...Drie jaar lang.... en Hij krijgt een kus, verraad jij Mij nu met een kus... Hij was de koning, maar Zijn eigen volk roept, kruisig Hem, ipv Hoseana.

3
De uitleving - wat kunnen wij ermee. De les van ons als kinderen van God – de Heere wil ook dat wij ons leven zouden geven , 'tot een levende offerande' voor God wel behagelijk. Vanaf de keuken – alle details van mijn leven. Mij tong en mond en handen en voeten, neem mijn leven laat het heer, toegewijd zijn aan Uw eer. Ziel en geest en lichaam, Heer, leg ik op uw altaar neer. Met ziel en lichaam gekocht.
Geen zuurdeeg meer. Dat leggen we af.
Wierook – gebed moet je hebben. Biddende mensen, het gaat om de kwaliteit, niet de kwantiteit. Wat voor geur zit er aan mij, ruikt het naar oppervlakkigheid, wetticisme, misschien?
En ook zout. Ook pittig. De dienst van God is niet flauw. Niet een hele pot, maar laat eens een korreltje zout zijn, niet zuur of bitter praten, of honingzoet zijn.

Hoe rijk is de symboliek van die offerdienst --

Maak ons een volk, volkomen en rijn
dat U, Heer, volkomen steeds toegewijd zal zijn.

Edit