Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-11-07 10:00:00 ds. A.W. van der Plas (Waddinxveen) God schijnt in harten

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
2Cor 4:6 2Cor 3:1–4:7 2010-11-07.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.4Mb)
2010-11-07T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.9Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Je snapt iets iet, en toen ging 'me het licht op'. Paulus weet, dan wordt alles anders in je leven. Hij dacht de gelovigen ketters waren en Jezus een bedrieger. Hij ging op weg naar Damascus. Daar zou hij ze ook wel krijgen. Maar hij werd zelf gearresteerd. Een licht uit de hemel omscheen hem. Toen was het anders geworden in zijn leven. Hij ontdekte dat Jezus leeft en tot Hem sprak. Wat wilt U dat ik doen zal Heere? Hij bad drie dagen en vastte. Tegen christus had hij zich verzet, blind voor de heerlijkheid van de Heere Jezus Christus, in het donker gelopen, terwijl hij dacht in het licht te zijn. Toen Paulus het woord hoorde en Hem geloofde, zag hij de wereld met andere ogen. Een nieuw schepsel in Christus Jezus. Als dat gebeurt, dan ga je er van getuigen. Hij werd een lichtdrager. Dat is toch die Saulus, die de gemeente vervolgde? Mensen dat komt omdat ik een ander mens geworden ben. De Heere Jezus heeft mij opgezocht. Ik kan niet anders dan Hem groot maken.

Hierop grijpt Paulus terug. Er was veel met hem mis volgens Corinthe. Hoe meer er bij jezelf mis is, hoe meer je het gemis bij een ander zoekt. Anderen zeiden: geloven is niet zo simpel, je moet diepere kennis hebben, die kunnen wij je geven, ingewijd in verborgen dingen. Weer anderen zeiden, geloven betekent de Joodse wetten onderhouden. Ze waren druk met theologische kwesties, ze praatten wat af, en intussen leefden ze in allerlei zonden. Ze praten wel over het geloof, maar leefden er niet uit. Je merkte weinig van die vernieuwing die Christus brengt. Paulus verkondigt de rijkdom van Gods genade. Bij al die verhalen die jullie hebben – ik wil het nergens anders over hebben dan over Jezus Christus en die gekruisigd. Vergelijk het maar met de schepping: het licht uit de duisternis, ook in ons hart. Het begin lag niet in ons.
Het is niet om te bevatten – er zij licht. Een wonder van God, heel die schepping. Hij stond aan het begin, niemand vroeg naar Hem. God riep het allemaal tevoorschijn. Je loopt er vast mee, als je het probeert te begrijpen.. In het begin was God er. Hij is de levensbron. Zo gaat het nu ook in het leven van jongeren en ouderen, het evangelie is vol van kracht. Een kracht tot zaligheid, tot redding. We horen niet zomaar een beetje mensenwoorden. Maar het woord van de levende God, vol van de kracht van de Heilige Geest. Het licht schiep Hij, dat er niet was – zo werkt Hij nog in harten.

Niet alleen zichzelf bedoelt Paulus, maar ook die mensen in Corinthe. De een is in de kerk groot gebracht, bij de ander brak het door, bij de ander geleidelijk. Als kind al zo veel van de Heere Jezus gehouden. Maar hoe we leven, van onszelf zijn we mensen met een doods hart, zonde heeft ons in zijn greep. Mensen staan in de rij om naar de Kuip te komen. Anderen zoeken het in eigen vroomheid. Geen zicht op de heerlijkheid van de Heere, levensgevaarlijk. Het is voor deze bedeling. Alles wat je hebt buiten God, is voor een tijd, het gaat voorbij. Het is zo donker in de wereld al lijkt het anders om – de mens de maat der dingen. Een tijd van overvloed. We beschermen onze rijkdom, je moet er vooral van genieten. Nu kunnen we er nog van genieten, dominee. Consumeren uit alle macht. Geestelijk steeds armer, op zoek naar geluk, maar buiten God is het niet.

Hoe is het met uw hart, Christus is het licht van de wereld. Weet u er van? Of is het aardedonker bij u van binnen? Het licht van deze wereld is reddend verschenen. De Heere werkt in mensen harten; bidt om de Heilige Geest, om geopende ogen, God geeft dat nieuwe leven, dat hoef je niet zelf te maken, niet te graven in je hart of er nog een spoortje leven of licht is. De zon gaat voor niets op – zo gaat het. Hij doet het gratis, uit genade. Zoals hij het licht uit de duisternis riep. – Hij is degene die in onze harten geschenen heeft. Daar kun je diep ontroerd van worden. Het verwondert je meer en meer – in mijn hart. Daar leeft van alles wat niet deugd. Chaos, meer verkeerde gedachten, hoor eens hoe Jezus het beschrijft, van overspel tot laster(Marc 7:21-22). Juist in die donkere diepte wil de Heere werken. God heeft in onze harten geschenen.

Een vervolger van de gemeente. En jullie in Corinthe leefden in afgoderij. Maar het stond God niet in de weg. De zon kan zo door de wolken heen vallen. Je kunt je er zo tegen verzetten. Je kunt doen wat je wilt. Je ogen zijn aan de duisternis gewend. En dan komt God en Hij maakt de gevangenen los. Het vernieuwt en reinigt je van binnen. Zonder licht geen leven, zo is het in de natuur ook.

Je moet van je zonde verlost, het licht gaat schijnen, je ziet de Heere Jezus staan met wijd uitgespreide armen. Hij trekt je naar Gods licht, je gaat de zonden los laten, alleen Hij is de uitkomst voor je.

De blindgeborene – wie Hij is weet ik niet, allemaal vragen, maar ik weet dat ik blind was, maar nu zie – dat is wedergeboorte. Je krijgt de Heere lief door het geloof en dat dat merkbaar wordt in je leven. Anders doen en anders denken. God wil je dat ook leren. In Christus kom Ik u tegemoet.

Heerlijkheid Gods – dat staat vaak in de Bijbel – die wolkkolom, vuur in de nacht, het ontoegankelijk licht waarin God woont, daar kun je niet in kijken. We kunnen dat niet binnen gaan. Het licht van Gods heiligheid zal ons verteren. Misschien is dat uw moeite, wist je maar Wie God echt is, Mozes wil dat ook graag weten: Heere, toon mij Uw heerlijkheid, ach Mozes dat kan niemand! Maar in het voorbijgaan, legde Hij Zijn hand op Mozes ogen en op het laatste moment mocht Hij iets zien. Zijn gezicht schitterde. Hij moest er een sluier op leggen. Hij weerkaatste iets van de heerlijkheid van God.
Er ligt een sluier op wanneer Israël het Oude Testament leest. Als je weten wil wie God is, moet je bij Christus zijn. Je ziet God zelf in het leven van Christus, zie het Lam van God, dat de zonde der wereld wegneemt. Hoe hij op Golgotha al de vloek weg draagt. Daar heeft die heerlijkheid de Heiland verteerd in het oordeel. Zo haalde Jezus het oordeel weg, voor ieder die geloofde. Ik ben de weg – niemand komt tot de Vader dan door Mij. Als je Mij gezien hebt, heb je de Vader gezien.
Met wijde armen aan het kruis. Zo roept God u tot Zich. Hij kijk t je vanmorgen aan, en zegt: Ik heb de pijn gedragen, je ziekte, zorgen, je zonde op mij genomen. Zou je Hem dan niet liefhebben? Laat je niet misleiden. Zie op Christus, zoals de Bijbel Hem ons laat zien. Gestorven maar opgewekt.
Het licht van Gods heerlijkheid schijnt in de Heere Jezus. Zo komt Hij tot ons. We zien Gods heerlijkheid in het aangezicht van de Heere Jezus christus en dat doet wat met je.

Ons leven staat of valt met geloof. Als ik Hem maar ken – ik vraag niet wat weet u van catechismus of belijdenis of zelfs de Bijbel weet, maar heeft u de Heere Jezus lief gekregen als Uw Heiland, dan leer je ook God als Vader kennen. Je krijgt ook ontzag en eerbied voor alles wat van Hem is. Maar je gaat het ook uitdragen. Moet je zoveel? De kern van de zaak heeft Paulus niet van mensen geleerd, maar van de Heere zelf. Hoe meer ik op Christus zie, des te duidelijker wordt het – je hebt de Vader gezien, je leven is geborgen bij God. Verlichting van de kennis van God. Je wordt dan ook een lichtdrager. Overal waar je komt, mag je het evangelie verspreiden. Je kinderen gaan het merken. Zelf in het licht gezet. Mensen gaan de Vader in de hemel verheerlijken.
Ik ben maar zwak en alleen maar het evangelie is zo groot en ik draag het als een schat rond. Nog een lijn naar ons leven: Je wordt geroepen lichtdrager te zijn. Laat je licht zo schijnen en dat ze je vader in de hemel gaan verheerlijken. Geef het door. Je wordt daar zelf weer in gezegend. Des te meer je Christus groot maakt, des te meer wordt je bevestigd in je geloof, leven uit de volheid van Gods genade in Chistus. Dan gaat het niet om jezelf. Maar vraag elke dag om dienstbaar te zijn. Dan draagt je leven vrucht.

Ik wandel in het licht met Jezus,
En 'k luister naar zijn dierb're stem,
En niets kan m'ooit van Jezus scheiden,
Sinds ik wandel in het licht met Hem.

Ik wandel in het licht met Jezus,
O mocht ik zelf een lichtje zijn,
Dat straalt te midden van de wereld,
Die gebukt gaat onder zorg en pijn.

(Glorieklokken 63, koor en vers 4)

Edit