Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-11-07 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Een scherpe prediking van de wet

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 44 1Joh 1 1Joh 2 2010-11-07.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 6.1Mb)
2010-11-07_1700.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 66.0Mb)
2010-11-07T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 11.1Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Dit is de slotpreek uit een serie over de Tien geboden, aan de hand van de Heidelbergse Catechismus.
Johannes de Heer had toen hij nog onbekeerd was een portret van Mozart aan de muur hangen, omdat hij erg hield van diens muziek. Maar na zijn bekering merkte hij dat zijn liefde voor muziek hem in de weg stond om zich op God te richten. Hij verving toen het portret van Mozart door een lijstje met daarin de Tien geboden, en probeerde door de werken van de wet God te behagen. Maar hij liep vast en ontmoette de Goede Herder. Toen verving hij de wet door een afbeelding van de Goede Herder met een schaap in Zijn armen. Wat zou u ophangen in uw kamer?

De rijke jongeling ervoer dat hij niet via de ladder van de wet kon opklimmen tot de hemel. Hij kwam net één sport tekort. Maar toch is het nodig dat de wet gepreekt wordt.

Thema van de preek: Een scherpe prediking van de wet.
1. Alleruiterste (HC. Vr. 113) – God eist het alleruiterste van ons
2. Allerheiligste (HC. Vr. 114) – Zelfs de allerheiligste kan de wet niet houden
3. Allernodigste (HC. Vr. 115) – Het is nodig dat je door de wet je zonden leert kennen, zodat je ook de genade leert kennen

1. Alleruiterste: In vraag en antwoord 113 worden veel sterke, veeleisende woorden gebruikt. Zo staat er dat wij ‘te allen tijde van ganser harte aller zonde vijand’ moeten zijn. Dat lukt niemand. Wanneer je zo de hemel probeert te verdienen, geldt: ‘Vervloekt is een ieder die niet blijft in hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen’ (Gal. 3:10). Maar achter onze vervloeking staat geen punt, maar een komma. En achter die komma staat het offer van Christus: Hij deed het alleruiterste om onze zonden te verzoenen.

2. Allerheiligste: Vraag 114 gaat over gelovigen, die God op de eerste plaats hebben staan. Kunnen zij Gods geboden perfect houden? Ze willen het wel, maar ze kunnen het niet. Bekeerden zijn wel eerlijk gemaakt, maar niet volmaakt.
De Catechismus leert geen perfectionisme (zie 1 Joh. 1), maar het lijkt alsof het tegenovergestelde wordt geleerd: een armezondaarsgeloof. Het wordt wel erg negatief gesteld, is dat wel helemaal bijbels? Het werkt verlammend op een christenleven: als zelfs de allerheiligsten maar een heel klein beginsel halen, wat moet dan een doorsneechristen? Andrew Murray zegt hierover: ‘Dit mag niet gebruikt worden om de oproep tot leven in gemeenschap met God te ondermijnen.’
De uitspraak van de Catechismus is onder meer gebaseerd op Romeinen 7: ‘Als ik het goede wil doen, ligt het kwade mij bij.’ En ‘Ik, ellendig mens…’ Maar is dat het normale christelijke leven of is het abnormaal? Er komt toch ook een Romeinen 8 in de Bijbel voor, over de Geest die mij vrijmaakt van de wet?
De Dordtse leerregels spreken over ‘een overblijfsel van de zonde’, dat is een heel ander perspectief. We zingen niet ‘Zij gaan van zwakheid tot zwakheid steeds voort’ maar ‘van kracht tot kracht’! Onbekeerden willen de wet niet houden. Bekeerden willen het wel, maar kunnen het niet uit zichzelf. Maar zij krijgen de kracht van de Geest om de wet te houden.
Het is niet óf perfectionisme óf het arme sukkelige leven. Dan doe je de Geest tekort. In het wedergeboren hart zit ook nog een stuk vlees, maar die heerst niet meer over je. Als je het de ruimte geeft, kan het wel goed fout gaan. Zie bijvoorbeeld Salomo, Petrus, David, Abraham en Jakob, die allen ernstige zonden deden na hun bekering. Als je dat vergelijkt met hoe Jezus leefde en hoe het in de hemel zal zijn, is er nu inderdaad maar een klein beginsel van gehoorzaamheid. Maar het is niet normaal voor een kind van God dat het kwaad hem in al zijn daden altijd aankleeft, dat zijn leven voor 95% bestaat uit ongehoorzaamheid. De zonden zijn wel inwonend, maar niet meer heersend. Hij valt er weleens in, maar leeft er niet meer in. Een christen is niet meer in zijn element in de zonden.
Een kenmerk van de allerheiligsten is niet dat zij spreken over hun eigen zondigheid, maar juist dat zij alleen nog gericht zijn op de volmaaktheid van Christus. De gelovige heeft een nieuwe natuur ontvangen: hij is Vaders kind geworden en wil Vaders wil doen. Dat is niet iets wat van buitenaf wordt opgelegd, maar het komt van binnenuit. Jezus’ juk is zacht: zijn geboden zijn niet zwaar. De gelovige wil Hem graag gehoorzamen, om Hem een plezier te doen.

3. Allernodigste: waarom is het nou zo nodig dat ons Gods geboden worden voorgehouden? Drie redenen:
1. Om onze zondige aard meer te leren kennen
2. Om begeriger te worden naar Christus
3. Om meer het beeld van God te gaan vertonen
Je leert je zondige aard niet gelijk kennen bij je bekering, maar de Geest laat je het meer en meer zien. Daarbij hoef je niet te twijfelen aan je redding. Je kunt steeds meer zondebesef krijgen, zonder ooit te twijfelen aan je zaligheid in Christus. Maar hoe meer je toeneemt in zondebesef, hoe meer Gods genade gaat schitteren. God is mijn Rechter niet meer, Hij is mijn Vader geworden. Ik ben geen zondaar meer, ook al doe ik nog wel zonden, ik ben Gods kind geworden door genade. Hoe groter je zondekennis, hoe dieper je voor God gaat buigen, maar ook: hoe harder je gaat zingen. Als je iets van jezelf verwacht, valt het altijd tegen. Je gaat meer en meer putten uit Hem.
We hebben nu nagedacht over het alleruiterste, de allerheiligste en het allernodigste, maar we eindigen met de Allerliefste: Hij die de eis van Gods wet heeft vervuld. Ik bid en beijver me om hoe langer hoe meer op Hem te gaan lijken (Rom. 8), voor 100%. Dat lukt niet in dit leven, maar straks zullen we die wens verkrijgen. Dan zullen we nooit meer zonden doen.
Halleluja!

Edit