Edit|
EditReeks Samenvatting:
De profeet Jeremia is aan het werk in Jeruzalem en ineens krijgt hij daar de opdracht: ga door de straten, ga door de wijken van Jeruzalem (en laten we meteen onze eigen stad invullen, Rotterdam), zie toe, neem waar en ga kijken of er 1 is die recht doet, die eerlijk is en als je die ene vindt, dan zal ik de hele stad, Rotterdam genadig zijn. Op zoek naar een rechtvaardige in de stad. Wat zou hij tegen komen?
Vers 2:mensen die vals zweren
vers 3:mensen die door God met de ene crisis na de andere crisis geslagen zijn, die er helemaal niets van geleerd hebben, juist harder geworden zijn
vers 4: ik moet naar de andere groep toe, naar de vorsten, de profeten, zij kennen de wet van God wèl. Maar zij hebben er bewust mee gebroken. Ze hebben ervoor gekozen om God los te laten.
Vers 6:daarom komt er een oordeel over de stad
vers 17: er wordt oogst en brood, zonen en dochters opgegeten, schapen en koeien, zelfs de steden en de versterkte steden
Als Jeremia niemand kan aanwijzen die rechtvaardig is en streeft naar eerlijkheid dan zal dat oordeel komen.
God heeft er moeite mee en Jeremia ook, en Hij moet het uitleggen hoe dat tot stand gekomen is. Ik kan de zonde niet ongestraft laten. Als er mensen wonen in huizen vol gestolen goederen, als Ik niet zou ingrijpen dan zou dit almaar door gaan over de rug van de zwakste van de samenleving; dan zal Ik, God medeplichtig zijn. Daarom (vers 15) grijp Ik in. Ik ga naar een machtig volk. Een eeuwenoud volk,veel ervaring; dat volk zal Mijn woorden maken tot een vuur dat alles verbrand. Vers 18: er blijft nog wel iets over maar dat is om te laten zien dat het God niet om de verwoesting zelf gaat. Als er in de hele stad niemand te vinden is die rechtvaardig is en eerlijk, dan kan het niet anders.
Waarom doet God dat? Een oordeel uitspreken en uitvoeren? Waarom heeft de Heere onze God al deze dingen gedaan? Zou God dat ook in West- Europa kunnen doen? In Rotterdam? Waarom doet God zulke dingen? Over die vraag wil ik met u nadenken. Waarom oordeelt God?
1. Het gaat om het sociale onrecht, het kwaad dat de ene mens de andere aandoet, zoals dat nu in Jeruzalem gaat. Verschil tussen rijk en arm dat door de rijke landen in stand wordt gehouden. Wij kopen goedkope kleren omdat kinderen elders dat werk doen. Je kunt het ook in je eigen omgeving zien. Mensen die andere mensen kwaad doen. Jeremia krijgt niet de opdracht van God om bij de tempelpoort te gaan staan om te zien hoeveel er wel niet de tempel binnengaan. Zo doen wij dat. Hoe vaak gaat u naar de kerk? Leest u wel eens in de Bijbel? Dat zijn de dingen die wij tellen. Zo zijn erin Rotterdam zo'n 50.000 die trouw naar de kerk gaan. 9 procent, dat is nog gunstig t.o.v. de andere grote steden, denk ik.
Maar God telt anders. Ga de wijken van Rotterdam eens in en ga eens op zoek naar mensen die niet knoeien met de BTW, naar mensen die tijd uittrekken voor anderen, ook voor asielzoekers of Marokkanen of Turken. Wie is er vrijwilliger in de kerk? Wie houdt rekening met de schepping als-ie op vakantie gaat, op hoeveel mensen zouden we dan uitkomen? Zouden we bij dezelfde mensen uitkomen als we onze eigen methode gebruiken? Zou God onze stad genadig zijn? Als Jeremia hier in Rotterdam zou zoeken iemand die rechtvaardig is, zou hij dan bij God mijn naam noemen?
Merkwaardige opdracht die Jeremia krijgt. Het gaat Jeremia nu niet om de tegenstelling tussen mensen die naar de kerk gaan en mensen die eerlijk zijn. Er zijn niet veel mensen geweest die deze preek in dank afgenomen hebben. Jullie hebben het geloof min of meer versmald tot een heel persoonlijk geloof dat vooral bij ons aan de binnenkant zit.
We hebben er prachtige liederen over: Mijn Jezus, mijn redder. De Heere Jezus leerde ons niet bidden: mijn Vader, maar ònze Vader. Het Oude Testament is er vol van: als je spreekt over jezelf, spreek je ook altijd direct over je naaste, de zwakken van de samenleving die hulp of aandacht nodig hebben. Als wij lezen van het oordeel, dan wordt er niet direct gevraagd: ben je bekeerd, heb je Jezus aangenomen? Maar wel: Heb je zieken verzorgd, heb je hongerigen gevoed, naakten gekleed, vreemdelingen geherbergd? God moet eerlijk zijn: Ik kan het niet langer tolereren dat de zwakken de rekening moeten betalen.
2. De tweede reden waarom God oordeelt is deze: Zijn volk doet aan afgoderij. Er zijn andere goden naast God komen te staan. Vers 7 ze hebben God verlaten en gezworen bij andere goden vers 11: ontrouw en bedrog, vers 12: Natuurlijk ze gaan naar de tempel en lezen de schriften, maar ze doen het niet in de praktijk. Ze hadden hun Schepper moeten dienen. Hij stelt de grenzen aan de regen en de oogsten. Maar door de zonde hebben ze de orde van vroege en late regen verstoord. Ze kunnen de welvaart niet vasthouden. De God van de schepping, ze zijn weg gegaan en hebben Hem vergeten. God kan niet begrijpen dat ze hun Schepper niet dienen.
Wij hebben de afgoderij niet in de vorm van offers aan beelden, maar we komen zeker heiligdommen tegen in ons land; er zijn zeker heel veel rituelen en afgoden. Hoeveel mensen zullen op radio en tv idols zijn, die bepalen wat mensen doen. Elementen in de cultuur waardoor je eigenlijk vergeet dat God de Schepper is en niet iets dat daar naast staat.
Niemand nam het Jeremia in dank af. Op die naam “afgoden” moeten we ons eens concreter bezinnen in ons eigen leven.
a. Alles en iedereen kan een afgod zijn. Ook mensen die goed en vriendelijk zijn, je werk, je huis,je auto, je kleding, je lichaam etc. een goede loopbaan, een fijn gezin,het werk in de kerk. Zaken zelf zijn geen afgoden. Geld is geen afgod. Je kinderen of kleinkinderen zijn geen afgoden, maar je kunt het er wel van maken. Je computer etc.
b. Afgoden maak je zelf. Afgoderij organiseer jezelf. Je kiest ervoor om iemand in je leven zo'n grote plaats te geven. Ze bepalen hoe jij je voelt, wat jij vindt van je leven. Wat je koopt. Als ik dat maar heb, dan is het goed, dan tel ik mee. Als ik die kleren maar draag, dan kan ik mee. Met dat lichaam kan ik voor de dag komen. Als ik dat programma mis, ben ik chagrijnig. Bij mijn baas moet ik dat salaris hebben anders ben ik niet gelukkig. Ze komen op de plaats van God te staan. Als er afgoden zijn in je leven dan heb je die zelf gemaakt.
c. Hoe weet je nu dat je te maken hebt in je leven met een afgod? Wanneer is iets voor jou een idol geworden, een namaakgod? Het is lastig om ze in je eigen leven te herkennen. Als een afgod. Je groeit er langzaam naar toe, het gaat niet van de ene dag op de andere dag. Meestal groeit iets langzaam uit tot een afgod. Wanneer is het nu zo belangrijk geworden en staat het op het niveau van God. Hoe kan ik mezelf erop betrappen dat iets een afgod is geworden. Ik wil pogen dat aan de hand van een woordenpaar duidelijk te maken.
“Verdriet en wanhoop” : hoe reageer ik bij verlies van iets of iemand? Stel dat je je werk verliest Daar reageer je met intens verdriet op, heel veel dingen worden onzeker. Verdriet wil zeggen: het doet pijn, maar het is niet je één en al. Er zijn meer dingen in het leven dan je werk. Als je in God gelooft, dan weet je dat God je zal dragen, met alle vragen en zorgen die je kunt hebben.
Het is wel erg, maar je bent niet wanhopig. Als het een afgod is geworden, kun je niet meer gelukkig zijn; de vrede zie je niet meer bij God liggen maar bij je werk.
In Israël waren er heel wat dingen die moesten concurreren met God. Mensen gingen wel naar de tempel, maar God stond op een gelijke plaats. Denk ook aan de Schepping die wij kapot maken. Eigendom van onze Schepper.
Jeremia 5 wat heeft het ons te zeggen? De God van de Bijbel is een God die ook straft en ook oordeelt. De 2 redenen: het sociale onrecht tussen mensen en afgoderij. Ja maar, Jezus dan? Moet Jeremia daar nu niet naar verwijzen? Ik stel voor om dat vandaag eens niet te doen. Laten we eens een paar vragen mee naar huis nemen:
1.hoe sta ik ten opzichte van mijn naaste?
2.hoe denk ik over het verschil tussen rijk en arm dat wij in stand houden; wat betekent dat voor mijn koopgedrag?
3.hoe denk ik over mijn naaste thuis, op mijn werk, in de kerk; kan ik die ander recht in de ogen zien?
4. hoe sta ik tegenover God? Laat ik me leiden door het besef dat Hij mijn Schepper is?
5. Bij wie ben ik mijzelf?
6. Tenslotte hebben we nog onze eigen stad. Zou God onze eigen stad genadig zijn? Jeruzalem is verwoest 20 jaar na dato. Aangrijpend.