Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-11-28 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Heere leer ons bidden

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 45 Luk. 11:1-13 2010-11-28.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 1.1Mb)
2010-11-28_1700.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.3Mb)
2010-11-28T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 0.8Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De Catechismus bestaat uit drie delen: ellende, verlossing, dankbaarheid. We hebben in de afgelopen tijd de geboden met elkaar overdacht, nu gaan we nadenken over het gebed.
Calvijn schreef de Institutie, een prachtig boek; het langste hoofdstuk daarin gaat over gebed. Dat is ook één van de mooiste hoofdstukken: het is niet dogmatisch, maar het is een aansporing tot verdieping van onze omgang met God.

Wat zegt Bijbel over betekenis van bidden? Vanavond en volgende week krijgen we daarop een inleiding. Er is veel over te zeggen.

Heere, leer ons bidden!

Wat? Gebedsbetekenis
Wie? Gebedspersonen
Tot wie? Gebedsadres

Wat?
In Lukas 11 staat dat Jezus aan het bidden is. Zijn discipelen zijn stil tot Hij ophoudt met bidden; ze zijn onder de indruk. Dan vragen ze: Heere, wilt U ons leren bidden? Ook voor ons is de vraag om te leren bidden een goed begin. Heere, leer mij bidden.
De Vlaamse priester-dichter Guido Gezelle zegt in een gedicht: ‘Gij badt op ene berg alleen, en Jesu, ik en vind er geen waar ‘k hoog genoeg kan klimmen.’ En hij sluit af met: ‘O leer mij, arme dwaas, hoe dat ik bidden moet.’
Als je eerlijk bent: heb je dat ook weleens? Dat je je knieën buigt en wilt bidden, maar niet op woorden kunt komen? Dan moet je maar zuchten, want de Heere weet ook wel wat daarin ligt. Maar als je ook niet kunt zuchten? Ik wijs patiënten in het ziekenhuis er weleens op, als ze bij het raam liggen, dat ze hun ogen kunnen opslaan naar de lucht. God weet wat ze nodig hebben

Vroeger gebeurde het wel eens (misschien nu nog wel) dat een gezin voor het eten even stil was. Niemand bad hardop, iedereen bad zacht voor zichzelf. Eens zei een dochter van 17 tegen haar pa: waarom bidt u niet hardop? Vader: Ik zou wel willen, maar ik kan dat niet! Dochter zei: Maar u kunt het toch leren? Dat klopt, bidden kun je leren. Je moet het zelfs leren, nu! Want op je sterfbed is het te laat. Sommige mensen hebben hun hele leven niet gebeden, dan moet op het sterfbed de dominee komen bidden. Zij hadden het eerder moeten leren, toen het nog niet te laat was.

Maarten Luther zat bij zijn kapper, Peter Westerdorf. Die kapper wilde beter leren bidden en vroeg Luther om tips. Luther schreef hem toen een brief waarin hij vergelijkingen maakte tussen het kappersvak en het gebedsleven. Een goede kapper houdt zijn gedachten bij het werk en zijn ogen blijven gericht op scheermes en schaar. Als hij te veel praat, loopt hij risico een stuk oor mee te nemen. Ook bij gebed moet je er met je hele hart en ziel bij zijn.

De Heere Jezus zegt niet alleen hoe het moet, maar doet het ook voor. Zijn discipelen hoorden en zagen hem bidden. Het is niet de bedoeling dat de dominee vertelt hoe het moet. Zou het fijner vinden als u en ik het gaan doen: gewoon beginnen. Engels leren lukt niet uit een boekje, je moet gaan praten. Leren zwemmen moet je oefenen, dat geldt ook voor bidden. Je kunt pen en papier pakken en opschrijven voor wie of wat je wilt bidden en danken.

Bidden kun je nooit los zien van Bijbellezen. De Heere heeft ons twee roeispanen gegeven, je moet ze allebei gebruiken om recht te kunnen varen. Twee roeispanen: bidden én Bijbellezen. Door de Bijbel spreekt God tot mij, door gebed spreek ik tot Hem. Als je alleen bidt en niet uit de Bijbel leest, is dat God een gruwel. Spreuken 28:9: Wie zijn oor afwendt van het horen van de wet, is de Heere een gruwel. Het is dan eenrichtingsverkeer: dan moet God wel naar mij luisteren, maar ik niet naar Hem. ‘Hoor, Heere, want uw knecht spreekt,’ zeg je dan eigenlijk.

Wat is bidden?
De leeuwerik is zangvogel, hij komt in vroege lente en blijft tot late herfst. Als hij gevaar ziet, fladdert hij al zingend naar boven. Als hij ziek of gewond is, klapt hij vleugels in en stort hij naar beneden.
Als wij van geestelijke hoogte wereldgelijkvormig dreigen te worden en neer dreigen te storten, komt dat omdat wij onze gebedsvleugels niet gebruiken. Als je hoger wilt stijgen, moeten je gebedsvleugels in actie komen, liefst met een lied erbij.

Mooiste omschrijving van gebed is bij Hanna: zij stortte haar hart uit voor het aangezicht van de Heere. Net als een glas vol water, dat je in één keer leegkiept. Zo mag ik ook mijn hart uitstorten voor God; dan is het leeg en zal Hij het vullen met vrede en troost. God vraagt dat van ons: Stort voor mij uit uw ganse hart, ik ben een toevlucht te allen tijde. Wat er ook in het hart zit: dankbaarheid, bitterheid, zegeningen, zegen: stort het voor Hem uit.
Doe je mond wijd open, zeg het maar tegen de Heere, en Hij zal je vervullen. Onvoorstelbaar dat dat mag. Wij als zondige, dwarse, nietige mensen mogen komen bij de Heilige God, om Jezus wil. Altijd, niet alleen in deze gewijde ruimte, maar ook in de trein of de tram, waar dan ook.

Bidden is hetzelfde als bellen. In Engels hetzelfde woord: ‘call’ is aanroepen, maar ook telefoongesprek. Bidden en bellen doe je met twee personen: één hier, één boven. Er is contact mogelijk tussen mij hier beneden en Hem daarboven. E ander is niet zichtbaar, maar luistert wel. Een telefoongesprek is een vertrouwelijk gesprek tussen twee personen, net als een gebed. Hoe lang duurt het gesprek? Hangt ervan af wie je aan de lijn hebt: hoe bekender en liever de ander is, hoe minder je op je horloge kijkt. De lengte van een gebed doet er niet toe.
Als je alles tegen Hem zegt, gooit God niet de haak erop. Zoals het kinderliedje zegt: ‘Er is een Vriend die op je let en die luistert naar ’t gebed.’ Ook Ps. 119 zegt het: ik heb U mijn wegen verteld en Gij hebt mij gehoord. Persoonlijk gebed is heel teer.
Het langste gebed in Bijbel is ongeveer 6 minuten: gebed van Salomo bij inwijding tempel. Het kortste gebed is dat van Mozes voor zijn zus: ‘O Heere, genees haar toch’. Maar de Heere Jezus was ook de hele nacht op de berg om te bidden. Lengte doet er niet toe, als je hart er maar bij is.
Bidden is bellen. Je hebt alleen geen gesprekskosten, maar het kost wel tijd. Maar dat is geen verloren tijd. God kan je vullen met nieuwe kracht en frisse moed, zodat je er des te meer tegenaan kunt.
Er zijn volwassen dochters die elke dag even hun moeder willen bellen. Elk kind van God wil elke dag even contact hebben met zijn hemelse Vader. Als ik met mijn moeder bel, ben ik zo klaar. Maar als mijn zus belt, is ze veel langer bezig. Zo mag je ook met God omgaan. Gewoon tussendoor of op vaste tijden, het mag allemaal. Er is een directe verbinding, er zijn geen wachtenden voor u. Jezus heeft de verbinding hersteld; de zonde, die scheiding maakt tussen God en mijn ziel, is verzoend.
Wat is het nummer van God? Zijn nummer is 5010. Ps. 50:15: roep mij aan in de dag der benauwdheid, en ik zal u uithelpen en gij zult mij eren.
Heeft Hij ook een alarmnummer, voor als er echt haast bij is? Ja: 333. Jer. 33:3: roep tot Mij en Ik zal antwoorden.
Daar kan God niet vanaf. Hij zal antwoorden.
Bidden is het sterkste wapen dat er is in de geestelijke strijd. Het is het domste wat er is in de aardse strijd: soldaat die het slagveld opgaat en eerst even knielt, wordt gelijk aan flarden geschoten. Maar gebed is het beste wapen tegen satan, die zal ervoor wegvluchten.
Bidden is op audiëntie gaan bij God. God zit op de genadetroon. Daarvoor ligt de rode loper van het bloed van Christus, daar mag ik zomaar overheen gaan, naar Hem toe. Niet alleen hebben wij vrije toegang tot God, maar we mogen ook vrije omgang hebben met God, de Koning der koningen, die mijn God en vader wil zijn om Christus wil.
Bidden in Grieks kent twee woorden: het ene betekent ook ‘vragen’, het andere ‘een nederig verzoek indienen’.
Bidden is ademhaling van geestelijk leven: als je dertig dagen niet bidt, ben je geestelijk dood. Daniël kon dat ook niet: toen hij dertig dagen niet mocht bidden, negeerde hij dat verbod. Gelovige die niet bidt, is als levend mens die geen adem haalt. Dat kan niet.

Gedicht: ‘Bidden is je handen vouwen/ alles aan God toevertrouwen/alles wat je hartje zegt/ aan zijn voeten neergelegd.//Bidden is hem alles zeggen/ in zijn hand je leven leggen/ en je hart, je ziel, je oog/ op te heffen naar omhoog.// Bidden is bij ‘t amen zeggen/al je zorgen te verleggen/ en wat hij besluit of doet/ dan is het alleen maar goed.

Wie?
Jezus was als mens één en al gebed. Eén en al afhankelijkheid, vertrouwensverklaring aan God de Vader. Soms had Hij het te druk om te eten, maar Hij maakte altijd tijd voor gebed. Jezus bad altijd voorafgaand aan belangrijke momenten. Zijn werkzaamheden waren geworteld in gebeden. Alle wezenlijke gebeurtenissen tijdens zijn rondwandeling op aarde werden gedragen door gebedsgebeurtenissen:
Bij zijn doop: Hij bad, en toen scheurde de hemel en werd een stem gehoord.
Bij het kiezen van discipelen
Bij de verheerlijking op de berg
In Gethsemané: Hij bad driemaal ‘Abba, Vader’: dat zou een Jood nooit zeggen in die tijd; zo intiem, zo eigen met God
Op Golgotha: Jezus is gestorven met een gebed op zijn lippen: Vader, in uw handen beveel ik mijn geest.

Een bekend gebed van Jezus is het hogepriesterlijk gebed. Daarin bad Jezus voor allen die tot geloof zouden komen door het woord van discipelen. Jezus bidt nu nog, voor allen die door hem tot God gaan. Hij is de grote voorspraak.

Wie bidt nog meer? God bidt. Wij hebben een biddende God. Dat staat in de Bijbel: God bidt vanavond of hij zijn genade in uw hart mag verheerlijken. 2 Korinthe 5:20: ‘Wij zijn dan gezanten namens Christus, alsof God Zelf door ons smeekt. Namens Christus smeken wij: laat u met God verzoenen.’ Preken is smeken namens God.
De Schotse dominee Andrew Gray (hij is maar heel even dominee geweest, want hij is jong gestorven) zei: ‘Je hoort geen preek, of Christus ligt op zijn knieën en Hij roept u toe om vergeving te aanvaarden.’ De beledigde koning smeekt aan zijn rebellerende opstandelingen: ik wil jullie zo graag weer bij me hebben. Als dat tot je doordringt kun je het niet meer uithouden. Zo veel liefde.
Er wordt vaak gezegd dat kinderen maar veel moeten vragen om een nieuw hartje. Dat is onzin. God vraagt aan die kinderen: ‘Mag Ik je zalig maken?’ Een kind hoeft niet vaak te vragen om een nieuw hartje, God is vaak en veel en lang aan het bidden of Hij mag redden. Deze God is onze God, en al het andere is vrome prietpraat. Moet ik vaak bidden tot God eindelijk te vermurwen is? Nee, niet de mens moet God smeken, maar God smeekt ons. Dat is evangelie. Niet: ik heb zo vaak gevraagd of U mij wilt bekeren, maar U wilt niet luisteren. Andersom: God heeft zo vaak aangeklopt, ‘maar mijn volk wou niet naar mijn stemme horen’. Moet God niet klagen over al die onverhoorde gebeden aan uw adres? Je zou je kapot schamen.
Wij hebben geleerd dat we Hem moeten vragen of Hij zich alstublieft met mij wil verzoenen. Maar God vraagt aan mij of ik me met Hem wil verzoenen.

Wij zijn ook gebedspersonen. Iedereen die Hem aanroept. Niet alleen een goede bidder, maar ook degene die alleen een half gesmoorde zucht kan uitstoten. Ook dat hoort de Heere. Hij weet wat erin ligt. De moordenaar aan het kruis bad één gebed. Een zucht, een regel, een zin tot Christus en heel zijn verleden van zonden werd weggevaagd. De Heere hoort het gezucht van iemand die het niet zo mooi kan zeggen, en Hij luistert ernaar. Luther zei: ‘Een geringe zucht is in Gods oren als krachtig roepen, het vervult hemel en aarde.’ Iemand die voor zijn bed ligt en niet verder komt dan zuchten, dat hoort de Heere. Daar gaat zijn oor meer naar uit dan naar het zingen van de engelen.
De Heere hoort ook het kindergebed, daar heeft Hij zijn voorkeur bij. Als kindje knielt voor ledikantje, luistert de Heere. Dat vindt Hij fijn, hoe gebrekkig het kind ook bidt. Een moeder verstaat het gebrabbel van een kind, ze begrijpt wat het bedoelt, terwijl anderen er niets van verstaan. Ook de Heere heeft zo aan een half woord genoeg: er staat dat Hij de stem van jonge raven hoort. Raven zijn roofdieren, ze zijn onrein. Heb je weleens een raaf horen krassen? Dat is geen gehoor, ik hoor liever een leeuwerik. Maar de Heere hoort zelfs de stem van jonge raven.

Tot wie?
Tot de God van Abraham, Izaäl en Jakob. Het adres: de God van de Bijbel. Hij noemt zichzelf ‘Hoorder van het gebed’. Daar mag ik op pleiten: Hij zegt zelf dat hij luistert. Hij moedigt aan: als je bidt, zal ik geven, als je aanklopt zal voor je worden opengedaan.
Zo mooi: er staat zeven keer in het oude testament dat God zich laat verbidden. Het is niet waar dat van eeuwigheid alles tot in detail vastligt, dat onze gebeden dus feitelijk geen zin hebben. Gods Raad staat vast, maar God heeft een weg met ieder van ons. God kan onze gebeden verwerken en gebruiken, Hij reageert op ons.
Anne van der Bijl van Open Doors schreef een boek met de titel: ‘And God changed his mind’ (God bedacht zich). Is dat niet Arminiaans? Nee, dat is Bijbels. God zei tegen Hiskia dat hij zou sterven, maar Hiskia bad en God liet zich verbidden. God spaarde Ninevé op het gebed. Hij erbarmt zich, reageert op smeekgebeden van mensen. Hij laat zich snel overhalen, wil gebeden zijn.
Van Izaäk en Rebekka lees je dat ook: ze baden zeer voor het aangezicht des Heeren. Rebekka was onvruchtbaar, maar de Heere liet zich verbidden. De kinderen kwamen wel pas op Zijn tijd, na twintig jaar, maar Hij luisterde wel.
Hij is bij machte overvloedig te doen boven ons bidden en denken. God kan en wil verhoring geven (‘Gij, Die ons helpen wilt en kunt, Die in uw Zoon verhoring gunt’).
We bidden tot de Vader als hoorder van het gebed, tot Jezus die Middelaar is en tot de Heilige Geest die helpt bij het gebed. We bidden tot God als Vader: er mag een relatie zijn. De moslim heeft ook zijn gebedstijden; vijf keer per dag op de knieën richting Mekka. Maar er kan voor hem nooit een vorm van gesprek zijn met Allah. Gebed is voor de moslim een uiting van onderwerping aan Allah, nooit een intiem gesprek. Voor christen wel.
O Allerhoogste majesteit – dat kan een moslim meezeggen. Maar de volgende regels, die uitmonden in: ‘wij roepen U als Vader aan’ zijn alleen voor een christen mogelijk.
Volgende keer gaan we verder met praktische lessen, adviezen om online te blijven, in te loggen bij God.
Wordt er ook geluisterd aan andere kant? In Psalm 116 staat: ‘God heb ik lief, want Hij hoort mijn stem, mijn smekingen, mijn klagen. Hij neigt zijn oor’. God houdt bij wijze van spreken zijn hand achter zijn oor om geen woord te missen van wat jij zegt. God luistert, kijkt, leest mee als je bidt, knielt, huilt, hem een brief schrijft zoals Hizkia. Jesaja zegt tegen Hizkia: ‘God heeft je gebed gehoord en je tranen gezien.’
Als de Heere vanavond zijn oor neigt, hoort hij dan wat bij ons? Of hebben we nu geen tijd? Het gebeurt weleens: dan ga ik bij huisbezoek ambtelijk gebed doen, maar heb ik het eigenlijk te druk gehad om in mijn binnenkamer te bidden. Een dag zonder persoonlijk gebed is een verloren dag.
Waarom wil God dat wij bidden? Hij weet toch alles al? Ja, maar hij wil ook dat jij het weet en dat je het hem bekend maakt. Toon mij uw gedaante en doe mij uw stem horen, zegt de bruidegom tegen zijn bruid. De Heere wil graag onze stem horen. Zoals een moeder haar dochter wil horen, een dochter haar moeder. Het gebed is niet om God informatie te geven, maar om de relatie met Hem te onderhouden.

Ten slotte een prachtig voorbeeld. Ds. J.J. Poort moest naar een jongetje van 12 jaar in het ziekenhuis. Hij moest hem gaan zeggen dat hij zou gaan sterven. Het jochie had op een christelijke school gezeten en van Jezus gehoord en bidden geleerd, maar zijn ouders geloofden niet. Toen de dominee zijn moeilijke boodschap gebracht had aan het jongetje en hand in hand met hem naast zijn bed zat, kwam z’n vader binnen. Aarzelend bij de deur vroeg de vader of hij het nu wist. Het jongetje zei: ‘Ja, pa.’
Vader zei toen, omdat er iets gezegd moest worden: ‘Nu hoef je ook niet meer te bidden dat je beter mag worden, hè.’
Zijn zoontje keek vanuit het bed naar zijn vader, die nog steeds bij de deur stond, en zei: ‘Ik blijf toch bidden, pa.’
‘Maar waarom dan, je weet toch dat het niet meer helpt?’
‘Omdat ik het zo fijn vind om met de lieve Heer te praten, pa.’
Ds. Poort zegt: Sindsdien weet ik altijd: Bidden hoeft niks te maken te hebben met verhoring, maar alles met verhouding,met onze relatie met God, het eeuwig verbond.

Edit