Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-12-25 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Gods Reddingswerker

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
1 Tim 1:15 Joh 1:9-18 1Tim 1:12-17 2010-12-25.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.7Mb)
2010-12-25T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.6Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
We zouden deze tekst boven de stal kunnen zetten. Ik zou nog best wel eens bevindelijk, gevoelig door de kieren naar die kribbe willen kijken. Of de deur wagen wijd open en niet alleen gevoelig maar vooral een gelovige blik werpen. Wat is zalig maken? Redden, verlossen, behouden, dat hebben we kunnen zien dit jaar. Wie denkt er niet aan die 33 geredde mijnwerkers in Chili, 700m onder de grond, 30 graden, in het donker, ingesloten. Je bent beneden volkomen afhankelijk van boven, ze konden zichzelf niet redden. Ondertussen werd boven van alles gedaan, een heel Campemento d'Esperanza, kamp van de hoop ingericht. Heel de wereld keek toe en heel Chili dankte – alle 33 een voor een behouden. Een treffend ogenbik, velen gingen op hun knieën: gracias a Dio, Signor, tot aan de president toe. We zijn gered. De auto's toeterden, de vlaggen gingen uit, iedereen juichte en lachte. Wat een mooi beeld.
Bonhöfer gebruikte ook een beeld van een mijn. Advent is wachten en bidden om verlossing van de andere kant. Ook zo'n adventssituatie, van de buitenkant af een opening, ik lag gebonden. Gij komt en maakt me vrij. Om de zondaren te redden.
Hij kwam van de KHRM, de Koninklijke Hemelse ReddingsMaatschappij. Hij dook onder om mij te redden. En die gered is, gaat zingen, Gij hebt mijn ziel beveiligd voor de dood. En je wilt maar een ding: naar Zijn bevelen leven.

Gods Reddingswerker
1 een getrouw schriftwoord
2 een gekomen Zaligmaker
3 een geredde zondaar

1
Paulus schrijft, op leeftijd, aan de jonge ambtsdrager Timotheus. Iets over zijn eigen verleden. Hij doet een boekje open over zijn vroeger leven. Ik dank Hem die mij bekrachtigd heeft. Geloofsgeschiedenis, geestelijk dagboek. Ik was een vervolger, maar mij is barmhartigheid geschied. Ik mag Gods knecht zelfs worden, niet alleen Gods kind. Hij loopt niet te koop met zijn eigen bekering.
Dit is een getrouw woord, zo rijk is het evangelie.

Getrouw is het woord, staat er in het Grieks. Paulus zegt niet waarachtig is mijn woord. Ik ben echt een kind van God. Bijzonder was mijn hemelse ervaring: opgetrokken tot in de 3e hemel. Nee, ook niet: ik heb zo veel jaren ervaring. Maar: trouw is het woord. 100% geloofwaardig. Je kunt er van op aan. Daar kom je niet bedrogen mee uit. Daar valt geen sterveling mee om. Hij werpt Timotheüs terug, niet op zijn eigen bevinding, of bekering, maar op het woord. Niet mijn eigen gevoelens en bevindingen. Als de engel weg is, blijft het woord achter. Ook de herders, geweldig wat een ervaring, het werd echter weer donker. Ik zie niks meer, maar het woord bleef, komt laten we kijken naar het woord dat geschied is. Dat is de weg die God gaat met zijn kinderen. Ik geloof dat je als kind van God gaat leren in je geloofsgeschiedenis, dat je met alles wat je ervaren hebt – dat Hij je gaat terugwerpen op Zijn woord. Als de duisternis weer over je ziel valt en je tastend je weg gaat. Kent u dat? Geen grond van je bekering, je 'keuze voor Jezus', en je geloofsbelijdenis. Je bent bang dat je jezelf bedrogen hebt, om dan te zien dat de Heere je daar dwars doorheen op Zijn woord terug werpt. Dat geeft me vastheid, Ik roem in God ik prijs het onfeilbaar woord. Welk woord? Nou dit, dat Hij in de wereld gekomen is, om zondaren zalig te maken.

Een persoon, Hij is gekomen. De Heere. God die mens is. Joy to the world, heugelijke tijding. Daar werp ik u vanmorgen op. Dat woord prediken wij aan iedereen, want iedereen heeft gezondigd. Het is zo belangrijk om te zeggen: Hij is mijn Redder. Een voor een, niet met bakken tegelijk.

2
Een gekomen Zaligmaker
Gekomen van de overkant, over de grote kloof heen. Van al zo hoge, van al zo ver. Van boven naar beneden. Van de Vader naar de zondaars. Eenrichtingsverkeer. Hij kwam van boven naar ons toe, niemand ging naar Hem toe. De sterkste en scherpste kant van het evangelie. Van ons was het een afgesneden zaak. Niets dwong Hem, maar Zijn liefde zat er achter. Hij kwam bij ons, heel gewoon. En diende ons als Knecht.
Een mooi trefwoord met Kerst is “nabijheid”. Gisteravond was er heel klein toneelstukje. Ik vond het wel mooi. De kern was, een nette kerkganger en een zwerver, die had behoefte aan een knuffel, iemand die zegt: ik hou van je. Hij komt naar mij toe. Tot waar ik me bevind. Wij sturen een kaartje maar Hij komt zelf. Wij laten een pakketje bezorgen, maar Hij kwam zelf. Een telefoontje misschien, een aandenken een fotootje; Oma dat kunt u dan op uw kastje zetten. Maar Hij kwam zelf.

Om de zondaren te redden. Dat is nodig. Te redden van het oordeel van God. Om zalig te maken. Hij komt nog niet om de aarde te richten, dat gebeurt nog. Hij kwam niet als toerist om de bezienswaardigheden te bekijken. Maar als een Reddingswerker. Naar armzalige mensen.
Een groot en onmogelijk werk is dat geweest. Hij hoef de maar te spreken om de wereld te scheppen, maar om een zondaar zalig te maken moest Hij sterven. Die liefde van God is onze huid gekropen. Dat vlees moest opengescheurd. Handen, voeten, rug en zij. Een kruisdood. En Hij is die weg gegaan. Jezus betekent natuurlijk ook Zaligmaker. De Heere redt. Zo doet Hij ook. Die naam is naar waarheid mijn Jezus ook waard, want Hij kwam om zalig te maken op aard, Hij wilde sterven voor u. Kent gij die naam nu nóg niet? Die om ons te redden, de hemel verliet. Heb ik dat woord geloofd? Wie heeft onze prediking geloofd?
Voor wie? Voor zondaars. Een afschuwelijk woord eigenlijk. Het stelt mij schuldig voor Gods aangezicht; een angstaanjagend woord. Geen zondaar zal het verderf ontkomen. Als dat nu mijn toekomst is. Er is een verschil met die mijnramp: die 33 waren slachtoffer. Maar wij zijn als zondaars geen slachtoffer, maar schuldenaars. Wij zijn niet zielig, maar zondig, dat was een ongeluk, maar in het paradijs was het opstand; geen lot maar schuld.

Dat woord houdt stand in eeuwigheid, zei Luther. De duivel: je bent een zondaar en je zult dus ontkomen. Geen twee dingen tegelijk, duivel.. Ik ben een zondaar ja, maar er staat: Jezus is in de wereld gekomen om zondaren zalig te maken, zo heb ik de duivel met zijn eigen zwaard verslagen, omdat hij me niet kan neerslaan door me zondaar te noemen.

Er staat geen bijvoeglijk naamwoord voor. Zonder onderscheid. Niet: teerhartige zondaars, dan zou het voor mij verloren zijn. Ik heb geen teer hart. Het is overleven die feestdagen. Zit je zo in de kerk, sta je zo op de kansel. Of voor wenende zondaars, die hun berouw voor God uitwenen. Ik krijg er geen traan uit. En zelfs niet: voor hun zonde gevoelende zondaars,uitverkoren, ontdekte, bekommerde zondaars. Gewoon zondaars. Niets in hun hand en niets wat ze voelen. Gewoon zondaars, welke huidskleur ook, zwart, blank en bruin. Welke nationaliteit ook, mannen en vrouwen. Jongens van 16 en oma's van 88. Welke opleiding je ook hebt, hoog begaafden en zwakzinnigen, een net kerkelijk mens of schurk en schoft.

Zondaars kunnen gered worden. Terwijl je luistert. Trek eens een conclusie: erken je vanmorgen dat je daarbij hoort, ik vraag niet of je het voelt of uitsnikt. Maar als je dat woord niet bij je zelf wilt plakken dan ben je te hoog voor het evangelie. Ja, dat ben ik. Maak dan eens een rekening op: als de Heere gekomen is voor zondaars en ik ben zondaars, dan is hij gekomen om mij te reden. Dan bedoelt hij vanmorgen ook mij!! Ja ook jou, dat is een betrouwbaar wordt.
Het is geen rekensom – maar je moet wel lezen wat er staat, – alle aanneming, alle instemming waardig. Ja Heere, zeg je dan. Ik dank u Heere. Toe neem dat nu aan, het is echt waar. Wat God zegt. Accepteer je dat nu? Aannemen staat er hier. Een Arminiaans woord in de Bijbel. Niet voor kennisgeving aannemen, maar omhelzen, staat er in het Grieks. Toe neem het aan. En schuif je gelovige hand er onder. Dank u Heere..

God komt met Zijn Reddingswerker en hij steekt zijn hand uit. Een gelovige hand die ontvangt. En met dank aanvaart.

KHRM Koninklijke Hemelse Reddingsmaatschappij. En hij springt in de diepte om drenkelingen te redden. Zonde tegen de wet is verdoemelijk, maar daar is de Reddingswerker voor gekomen. Maar als je Hem niet aanneemt, maar verwerpt, retour afzender, dan ga je gewis verloren. Wetsovertreden – dan lig je in het water. Sla je de redding af, dan verdrink je. Houd de Reddingswerker niet buiten de deur!

Paulus verkondigt het niet alleen. Maar hij dringt erop aan, dat u het aanneemt. Alle aanneming. Niet aller, in eerste aanleg. Maar volledig aannemen. Daarnaast ook alleR, dus de aanneming van iedereen. Iedereen moet het aannemen. Dat zou het mooiste zijn. Hoe meer aannemers hoe meer vreugde in de hemel. Mensen moeten gewaarschuwd worden. Gods kinderen wel, die een zijpad ingaan. Maar zondaars moeten gered worden!

3
Paulus schrijft aan Timotheus
Ik sta niet boven jou, jongen. Ik ben de primus, de eerste, koploper, dat zegt hij niet om trots op te zijn, nederige hoogmoed, maar het is echt. Ik ben een voorbeeld van voor wat voor slag mensen de Heere in de wereld gekomen is. In zijn referentiekader was Paulus onberispelijk, ijver meer dan zijn leeftijdsgenoten. Naar de wet precies / hij zag neer op de schare die de wet niet kende. Maar hij spuugde op de grond voor Jezus van Nazaerth. Dat maakte hem tot een van de zwaarste zondaars. De voornaamste ben, niet was. Dat heb je toch achter de rug, als kind van God? Genade maakt kleine mensen, geen grote mensen. De volste halmen buigen het diepst. In ootmoed voor God. Paulus zegt, schep moet uit mijn behoudenis.
Maar als je weet, hoe ik me verzet hebt tegen Jezus – dan ben ik de ergste.

Of moet ik het lezen, dat iedere gelovige groeit in de diepte. Jij zegt wel dat jij de voornaamste bent Paulus, maar ik denk, dat ik dat ben. Ik ken de plaats van het hart het beste. Een ander hart ken ik niet.
Wie het verst gevorderd is, in het leven met de Heere, hebben het diepste besef van hun eigen zondigheid. Dat is genade. Een grote Zaligmaker en een groet zondaar. Hoe gelijkvormiger je wordt aan de Zoon van God, hoe dieper gevoel je hebt van alles in je leven, dat daar nog in strijd mee is. Het heeft niets te maken met onzekerheid over de zalig heid, maar uit welke nood en dood jij bent verlost.

Een indrukwekkende rij van zondaars die langs de stal en kruis zijn gegaan, allemaal gered door de Heere Jezus. Een groet schare die niemand tellen kan, een hoeveelheid zonde die niemand tellen kan.
Koning Manasse, die Israel zondigen deed. Die de straten van Jeruzalem vulde met het bloed van Gods kinderen. Maar hij is gered.
Of Rachab de hoer, de slet, die haar lichaam verkocht voor geld, Rachab – gered.
Mattheus de Tollenaaar. Leefde alleen voor zijn geld en goed – gered
De Samaritaanse vrouw, 5 x getrouwd met de zesde woonde ze samen – gered
De moordenaar aan het kruis. Op de rand van de hel, in de kaken van de muil van de satan – gered

Salamo en Abel en de stokbewaarder – doe je zelf geen kwaad! Hij nam het aan. Adam was misschien wel de grootste zondaar. Hij heeft het hele menselijke geslacht in de vernieling geholpen. – gered.
De God nu van de eeuwen. Hem zij de eer. Heer ik prijs Uw grote naam.

Zit jij daar nu ook bij?
Ik eindig met een voorbeeld uit de Schotse kerkgeschiedenis.

Januari 1774. Hector McFail ligt op zijn sterfbed en hij krijgt strijd. Alle grond, zijn bediening, bevinding, allemaal weg. Zwarte pakkie uit, in je pyjama. Wat is dan je hoop en houvast. Hij wordt de wanhoop nabij. Hij krijgt een droom van de Heere. Hij zag zichzelf buiten de poort liggen van het hemelse Jeruzalem. De poort was dicht. Hij keek en klopte. En het ging niet open. Hij hoort een hele stoet. En de hemelpoort gaat open: Noach, Abraham, de aartsvaders en allemaal gaan ze binnen, maar voor zijn neus gaat de poort dicht. En weer een stoet, Mozes, Aaron, Salomo, David, en marcherend gaan ze de stad binnen. En deur gaat weer dicht, en dan een derde stoet, de apostelen, de martelaren. Een vierde, Luther, Zwingli, Calvijn, een 5e: zijn grootvader en moeder en vrienden die al boven waren. En voor hem is het nog dicht. En dan komt er een pelgrim aan. Hij herkent de goddeloze koning Manasse. Hij pakt de mantel van Manasse vast en al kruipend gaat hij achter Manasse aan, en het licht van God schijnt op Manasse en hem en de poort gaat achter hem dicht. Binnen, maar achter Manasse aan. Gered, als de voornaamste der zondaars, door Jezus Christus.

Edit