Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-12-26 10:00:00 ds. J. Geene (Katwijk) Een Zoon is ons gegeven

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jes 9:5a Jes 9:1-6 Luc 2:1-14 2010-12-26.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.4Mb)
2010-12-26_1000.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 64.6Mb)
2010-12-26T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.6Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Door Gods goedheid verblijd door de geboorte van een zoon, dochter: een christelijk geboortekaartje. Een goede gewoonte. Het blijft een heel bijzonder iets. Daar mag je Gods naam wel noemen. Blij en dankbaar. Wat voel je je rijk als vader en moeder als het in je armen ligt. Misschien zijn er zorgen geweest – zal alles goed gaan, zal het gezond zijn. Wat een blijdschap als het nieuwe leventje er eindelijk is. En dankbaarheid.

Eigenlijk is de tekst van vanmorgen ook een soort geboortekaartje. Maar er is iets merkwaardigs, wij doen het als het kindje geboren is. Maar dit geboortekaartje is verstuurd heel lang voor dat het Kind geboren werd. Het geboortebericht van onze Heere Jezus Christus. 700 jaar tevoren mag Jesaja spreken over die geboorte. En dan niet in de toekomende tijd: Er zal een Kind geboren worden. Maar inde voltooide tijd. Hij doet of het heilsfeit al plaats gevonden heft. Zo zeker is het. Een kind IS ons geboren.
Jesaja wordt wel de evangelist van het Oude Testament genoemd. En dat is terecht. Hij spreekt meer dan de anderen over de Heere Jezus en Zijn werk. Jes 53 bijv. over het lijden en sterven van onze Middelaar. Maar ook over de geboorte – een maagd zal zwanger worden en een Zoon baren (Jes 7), of Jes 11 een rijstje uit de afgehouden tronk van Isaï. En dan onze tekst. Een Kind is ons geboren, een Zoon ons gegeven.

Jesaja sprak dit woord waarschijnlijk in de tijd van de Judese koning Achas. Hij stamt van David af, maar is totaal anders. Een goddeloze man, hij doet de tempel op slot en dient openlijk de afgoden. De massa van het volk is geen haar beter. Juda wordt bedreigd door Rezin van Syria en Peka van Israel, het Tienstammenrijk (Jes 7). Achaz vertrouwde niet op de Heere, maar op Assyrië, de grote wereldmacht in die dagen. Jesaja moet het oordeel van God uit spreken. De straf komt juist door middel van de Assyriërs. In de tijd van koning Hizkia werden de steden van Juda ingenomen door de Assyriërs. En Jeruzalem belegerd, door Sanherib. Duisternis en grote nood zal er zijn. Maar hij mag ook nog iets anders profeteren, in die duisternis zal een groot licht op gaan. De Heere zal zijn volk verlossen. Hij heeft woord gehouden. De Engel des Heeren sloeg het leger der Assyriërs en zo werd de stad bevrijd.

Maar er ligt nog veel meer in de profetie van Jesaja. Meestal nemen de profeten hun uitgangspunt in een conrcrete gebeurtenis in eigen tijd. Maar daar blijft het niet bij - in een adem spreken ze dan ook over de heilstijds van de Messias en dat is hier ook het geval. Het volk dat in duisternis wandelt, is in eerste instantie het volk van Juda. Maar het gaat ook over een zondaarsvolk dat begenadigd wordt. Een groot licht in de schaduw van de dood. Hij zal verlossen en blijdschap geven, het juk van zonde en duivel zal worden verbroken. Te vergelijken met de bevrijding van Israël uit de greep van de Midianieten (Gideon), net als de uittocht uit Egypte leefde dat voort als een grote uitredding. Zo zal een zondig volk verlost worden.

Jesaja mag vertellen door Wie dat komt. Wie het licht der wereld is. Want een Kind is ons geboren, een Zoon gegeven. Wonderlijk, raad, sterke God, Vader der eeuwigheid. Vredevorst.
Hij is onze Middelaar. Hij redt uit de duisternis van de zonde en de schaduw van de dood. Hij alleen. 7 eeuwen voor de geboorte van Christus klinkt hier al de kerstboodschap. Die al de volken wezen zal. – dat u heden geboren is de Zaligmaker, Christus de Heere.

De geboorte van een kind is altijd een wonder. Je kunt je toch niet voorstellen – uit een vrouwelijk eicel en een zaadcel een kind... Alles er op en alles er aan – is dat geen wonder? Ik denk wel eens; hoe is het mogelijk dat er zoveel mensen zijn die niet van God willen weten. Die het bestaan van God ontkennen. Wat kun je anders doen dan de Heere loven en prijzen als je zo'n kind in je armen houdt.

De geboorte van de Heere Jezus is een wonder boven wonder. Hij draagt toch die naam Wonderlijk. Hier schiet ons verstand te kort. We kunnen niet anders doen dan neer knielen en gelovig aanbidden. Komt, laten wij aanbidden die Koning. Hij is wel mens, echt mens als wij ,maar geen gewoon mens. Hij is niemand minder dan God de Zoon. God geopenbaard in het vlees.

Dikwijls heeft men zich ertegen verzet, dat de Heere Jezus waarachtig God is. Maar gelukkig is Hij het wel, anders was Hij niet opgewassen geweest tegen de toorn van God. Hij ligt daar om onzentwil. Hij is mens geworden.

Gods Zoon kwam niet in een warm huis, dat bereid was voor Zijn komst. Hij lag een voerbak. Een gewone baby, geen stralenkrans. Alles lag achter Zijn mensengedaante, de gestalte van een dienstknecht, wat een vernedering voor Hem. Voor ons! Omdat wij God de rug hadden toegekeerd.

Een Kind is ons gegeven. Ons, Adamskinderen, die uit zichzelf niet naar God vragen, maar in de schaduw wandelen. Niet geboren in een ontoegankelijk paleis, maar een stal waar je zo binnen kon lopen. Geen bord 'verboden toegang' , maar “kom allen tot Mij die vermoeid zijn. Ik zal u rust geven”. Je moet wel in dat Kind de Zaligmaker zien! Maar hoe lang we gezondigd hebben, Christus stoot ons niet af. Hij werd als Een van ons.

Geboren als wij. Gelukkig wel. Hij had best als volwassen man op aarde kunnen komen. Dat had voor God niet te wonderlijk geweest. Maar we zouden dan blijven zitten met onze erfzonde. Maar nee, Hij is kind geworden. Maria is negen maanden in verwachting geweest.

Er is een verschil: wij hebben er niet voor gekozen om geboren te worden. Dat is ons overkomen, zo gezegd. We bestonden slechts in de raad van God. Maar de Heere Jezus is God de Zoon van eeuwigheid af. Dat gaat ons begrip te boven, maar we moeten het belijden. En Hij koos er voor om mens te worden. Omdat wij gezondigd hebben.
Er is nog een verschil. Wij hebben een vader en een moeder. De Heere Jezus had op aarde geen vader. Hij is ontvangen van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria. De Heilige Geest bewaarde de Heere Jezus voor de erfzonde. Zo is Hij onze volkomen Zaligmaker. Ook in Zijn geboorte is Hij onze Middelaar. Wij zijn met zonden op de wereld gekomen. Je zou het niet zeggen dat zo'n klein babytje een zondaar is. Maar je komt er snel achter als ouders, dat ieder baby'tje een eigen zondig willetje heeft. Alleen al door de erfzonde zijn we verloren.
Er is maar een toevlucht, Hij heeft mijn zonden, waarin ik geboren ben, voor Gods aangezicht bedekt.

We krijgen een kind, door de Heere. We moeten dat maar goed vast houden. Mensen vandaag zeggen: dan en dan nemen we wel een kind. Wat een goddeloos gepraat. Alsof er iets genomen kan worden. Wat doet dat kinderloze echtparen pijn en wat kunnen ze het er moeilijk mee hebben, als de mensen die zo spreken ook nog een kind krijgen ook. Wij kunnen Gods besluiten niet altijd begrijpen. Gods wegen zijn hoger dan onze wegen. Maar vast blijft staan, dat ieder kind door God gegeven is. Maar heel in het bijzonder geldt dat van de Heere Jezus Christus.

Het liefste dat de Vader heeft. Stel je hebt maar een kind, dan geef je hem toch niet over aan ander, en helemaal niet in de dood, en zeker niet voor iemand die je altijd dwars zit. Wat is het verschrikkelijk wanneer ouders ontaard zijn. Ieder kind is uniek. God de Vader heeft dat wel gedaan, Zijn eigen eniggeboren gegeven. Voor ons dwarsliggers. Mensen die altijd tegen Hem in gaan. Hij gaf ook aan het kruis op Golgotha. En daar liep Hij Zijn toorn neerkomen. Wat is dat een wonder van genade...

Komt dan verwondert u hier mensen . Christus is Gdso onuitsprekelijke gave en wat hebben we Hem nodig! Allemaal hebben we met God te maken. God die barmhartig is, maar die ook rechtvaardig is. En aan de rechtvaardigheid van God kan niet getoornd worden, het moet zijn loop hebben Voor mijn schuld moet betaald worden, maar ik kan dat zelf niet. Is dat al eens op ons afgekomen. Ik kan Gods wet niet vervullen. Als ik het zelf met God in orde moet maken, dan red ik het nooit.

Maar nu is het Kerstfeest geworden, God de Vader heeft Zijn Eigen lieve Zoon gegeven. Hier schittert Gods zondaarsliefde, alzo lief heeft God de wereld gehad, hier past ons ootmoed en verwondering. Twee ingrediënten van het ware geloof.

Hij is gekomen om zondaars zalig te maken. We mogen dat gedenken. Maar hoe doen we dat? Hoe vieren we Kerstfeest. Laten we het Kind aanbidden en ons met lichaam en ziel aan Hem toevertrouwen. Als we het zelf denken te kunnen, wat moet je dan met een Zaligmaker? Kerstfeest leren we alleen verstaan bij het licht van de Heilige Geest. Kerstfeest kan niet zonder Pinksteren. Die Geest laat ons zien wie we zijn. Hij maakt plaats voor Christus, in de herberg van ons leven, waar eerst geen plaats was. Wat een zegen als je Hem niet meer kunt missen en op Hem vertrouwd. Wat een wonder dat U Uw leven gegeven hebt – ook voor mij. Een Zoon is ook mij gegeven. Mij, de voornaamste der zondaars. Dan kunnen we getroost het nieuwe jaar in gaan. Want we mogen weten: wat de toekomst brengen moge, mij geleid des Heeren hand.

Edit