Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2002-06-30 17:00:00 ds. P. de Vries (Elspeet)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
psa 102:14-18 psa 102:1-29 2002-06-30.1711.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.5Mb)
2002-06-30.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.5Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Psalm 102 staat bekend als de 5e boetepsalm. De kerk in Nederland is in nood, brokkelt af. De Heere werkt ook nog in ons vaderland. Klein is het aantal mensen dat nog onder het woord komt. Dat moet ons toch beklemmen? Want het geloof is uit het gehoor. Alleen zo weten we van de Here Jezus.
Psalm 102 werd gedicht in de ballingschap, een dieptepunt in Israëls geschiedenis. Zo vervallen is de kerk in Nederland ook. In deze psalm lezen hoe we God moeten en mogen aanroepen. Heere sta op!
Sommigen hebben het in Babel goed gehad, andere voelden zich er niet thuis ook al ging het ze voor de wind. Ze hielden open vensters naar Jeruzalem.
Israël was in Babel door eigen schuld. De duivel valt aan: als er dan verlossing en genade is, dan niet voor jou. God wil ons daardoor heen naar Zich toe trekken, de duivel wil een mens moedeloos maken.
Genade is geen automatisme, een kind zegt bij een groot cadeau, is dat echt voor mij?
Ook met troost is het zo: als de duivel ons troost is het om in ons zelf genoeg te laten hebben, als God het doet is het om Hem groot te maken.
De dichter van Psalm 102 voelt zich niet thuis in Babel. Het gebed blijft als enige over.

Het gaat erom om God aan te roepen. De psalmist belooft: Hij zal het doen. Gij zult opstaan, Gij zult u ontfermen. Hij baseert zich op de belofte van God. Een klein groepje riep Hem aan. Maar met God ben je altijd in de meerderheid. Niets kan ons scheiden van de liefde van Christus. Hij zal Sion herbouwen.
Andere volken zijn verdwenen, maar het Joodse volk bestaat nog steeds, aan de ballingschap is een einde gekomen. Maar de profetie is daarmee niet volledig vervuld. Dat geldt voor meer profetieën, sommgen gaan pas met Christus' wederkomst geheel in vervulling.
Ook in de bloei van de Nieuw Testamentische kerk komt de profetie van Psalm 102 uit.
De kerk in Nederland bloeit niet. Er komen geen nieuwe gemeentes bij, als de Heere met Zijn Geest gaat werken wordt die beweging omgedraaid. Het woord wordt dan weer overal recht bediend. De ware kerk heeft de boodschap van het evangelie. Waar Paulus spreekt worden harten geopend, dat doet de Heilige Geest, ook al zijn wij nog zo getrouw in het ambt aller gelovigen. Dan gaan mensen erkennen dat ze voor God niet kunnen bestaan. Dat gaat tegen de geest van de tijd in.
Dat is het gebed, dat het woord recht bediend wordt en dat harten geraakt worden. Zou het nog kunnen? We hebben het geloof slechts van een mosterdzaadje nodig.
Jeruzalem lag in puin. Er waren er die medelijden hadden met hun gruis, die zich niet verhieven boven andere, maar wisten dat God het moest doen. En daarom zijn ze getrouw. Wie had gedacht dat de Reformatie zou komen? Maar slechts een deel van de kerk is uitgeleid uit de 'ballingschap' van Rome. We mogen ook vragen of in onze tijd die Reformatie uitgebreid mag worden. Dat het woord van God het enige richtsnoer is. Protestant, protest tegen de tijdgeest.

De vervulling is ten principale vervuld in de terugkeer van Israël, maar er komt een bloeitijd waneer Israel tot bekering gekomen is. Mischien valt dat samen met verdrukking, het zou kunnen! Er zijn bloeipriodes geweest in een land, in een dorp, wanneer de Heere zich ontfermde.
Er is ook geloof dat de Nederlandse kerk nog een bloei zal meemaken. Dat te geloven of niet is geen slijt-zwam, zoals 'wat dunkt u van de Christus' dat uiteraard wel is. De kerk is daar waar het woord recht bediend wordt, waar mensen bijeen komen om Christus te verheerlijken.
De konibgen der aarde (v. 16), ze zijn er geweest die de heerlijkheid des Heeren hebben gevreesd. We moeten ook voor ze bidden. De eerste christenen baden voor de Romeinse regering, en toen kwam Constantijn de Grote.
Gods knechten die de Naam des Heeren beminnen, zullen het Nieuwe Jeruzalem mogen binnengaan. Dan mogen wij vragen, Maranatha, ja kom haastiglijk, Amen.

Edit