Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2002-07-21 17:00:00
ds. J. Belder (Dordrecht)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
heb 11:17-19 gen 22:1-14 heb 11:17-19 2002-07-21.1711a.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.3Mb)
2002-07-21.1711b.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.1Mb)
2002-07-21.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.8Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Psalm 42 - dat had Abraham wel kunnen zingen. Het was nacht in zijn leven toen die opdracht kwam. Dat God roept op de offerweg is niet vreemd; maar deze vraag om het kind Izaak zal toch een crises gebracht hebben in Abrahams leven. Izaak, "de Heere heeft een lachen gemaakt". 's Avonds ziet Abraham al de sterren - zo talrijk heeft God belooft je nageslacht te maken. Hij had geen kind, maar Abraham heeft God geloofd. Met heel zijn hart. Het is een voorrecht te mogen leren dat je met God nooit beschaamd uit komt. Uit hem kwam het Lam van God voort, dat in de wereld kwam om te dienen. Met Zijn dood en opstanding. Met Zijn kruis, en alle zegeningen en vruchten die Hij verworven heeft. Sommigen mensen aan de rechterkant spreken God op een vrome manier tegen en zeggen, ja maar.
Want een zegen als Izaak geboren wordt en opgroeit. Neem uw zoon, en ga naar het land Moria en offer hem daar. Wat gaat God doen? Abraham moet Izaak aan God terug geven. Abraham wordt beproeft, niet zo zeer verzocht; dat staat er wel, maar God verzoekt niemand. Woorden verschuiven wel eens wat in betekenis. Het hebreeuws kan beide betekenen. De Here Jezus sloeg de duivel af met het woord. De wapenrusting. De boze doet alsmaar een appel op onze boze hartstocht. De beproeving van God is om Zijn werk in ons naar voren te laten komen, te laten schitteren, te doen groeien in het geloof, om het op stamkracht te brengen.
Maar je zult zo'n opdracht van God maar krijgen... Izaak is ook onderpand van talrijke andere beloften. Dit is toch in strijd met de belofte? Is het onmenselijk van God? De mensenoffers keurde Hij toch af? Wij moeten God niet de les lezen; dat doet Abraham ook niet. In het geheel niet. Ook al begrijpt mijn ziel u niet; leer mij volgen zonder te vragen. Hij laat God God.
Hij heeft geofferd zegt de Hebreenbrief. Maar dat is toch niet zo? Wel in de intensie - dat wordt voor vol geteld, het geloof houdt vast aan God. Daar heeft hij ook kracht uit ontvangen.
Hij overlegt, in de bekering wordt het verstand niet uitgeschakeld. Het is onderworpen aan God en vraagt telkens, Heere wat is het dat U wilt dat ik doen zal? Hoe zou zonder Izaak de moederbelofte uit kunnen komen? Geen Christus, geen kerk, geen zaligheid voor Jood en heiden. Waar is de Heere mee bezig! De duivel zal met plezier hebben toegekeken. Ook wij worden op de offerweg geroepen: Mijn zoon geef Mij uw hart. Daar gaat het om. Soms moet je bijv. als zakenman nee zegen tegen een zeer aantrekkelijke tansactie, omdat dat niet samen kan met de dienst des Heeren. Je kunt verkeren hebben waar bij dat niet fijn zit - de ander zegt bijv. Carpe diem, leef, neem het er van. Zo komen we misschien op de offerweg.

Abraham staat voor een dilemma. Ongehoorzaam zijn? Uit de bevinding weet je dat God alles kan. Maar Hij kan niet van Zijn eigen woord af. Hij kan niet ontrouw zijn aan zichzelf. Abraham heeft Gods almacht ervaren. Ook toen de zaak bij hem vastliep. 'Zijn plannen falen niet'.
Abraham gaat op reis. Drie dagen hebben ze erover gedaan. Een geloofsdaad was het ook om de knechten achter te laten aan de voet van de berg. Hij zegt, '*wij* zullen tot jullie terug komen'. Het staat voor Abraham als een paal boven water dat Zijn weg de juiste is, en dat Hij Zijn belofte houdt.
Hij wil ook dat wij vandaag tot Hem terug komen op die belofte. Hij houdt van zondaars, Hij wil uw vrede zijn. Ook vandaag.
Izaak draagt het offerhout. Het steile pad omhoog. Izaak vraagt, waar is het lam? Een geweldige vraag van een kind! De vraag naar het lam. Abraham heeft zijn jongen onderwezen over de hoofdzaak van de godsdienst.
Daar zal God zelf voor zorgen. Dat is geloofstaal. We lezen niet dat Izaak zich verzet heeft. Overgave aan God in stil vertrouwen. God claimt in de doop ons leven. Het laat je niet neutraal. Hij gaat door naar een mens te vragen. Is de uitwerking dat u bent gaan horen? En zegt: Heere hier ben ik? Wat een beproeving? Wat een geloof! Overwegende dat God almachtig is Izaak uit de doden op te wekken. In dit geloof is Abraham niet beschaamd uitgekomen.
God komt tussen beide. Nu weet de Heere dat hij godvrezend is; dat wist God al, maar iedereen moet het zien, dat Abraham met God wandelt.
Het zou erg zijn, wanneer je het Lam dan niet ziet. Abrahams ogen zijn geopend. Dat wil de Heere ook vandaag nog. Abraham offert de ram aan de Heere, die Zijn eigen kind NIET heeft gespaard. Voor rebellen, voor opstandelingen, voor zondaren. Een ieder die in Hem gelooft ...
Voor de Here Jezus is het niet 'bij gelijkenis'. Hij gaat echt de dood in. Voor Izaak was een plaatsvervanger. Jezus is de Borg zonder borg. Op de Berg des Heeren is voorzien. Voor uw en mijn zonden. Het allerliefste wat Hij had heeft Hij gegeven.
De profetie is vervuld, en wij worden nabij gebracht. Hoe gaat u naar huis? Met een blijdschap in uw hart? Omdat u iets bent gaan zien van de oneindige liefde van God? Zo niet: opnieuw staat de Zaligmaker voor u, met ogen vol van liefde, en zegt: Laat u zaligen. Kom, wat hebt u er op tegen?

Bent u met Mijn Lam tevreden? Zo ben Ik met u tevreden.

Edit