Edit|
EditReeks Samenvatting:
In voorspoed en tegenspoed is de Heere mijn Herder.
David is zelf herder geweest. Hij weet waar hij het over heeft. Heerlijk als je een herder hebt, of als je een herder bent. Heel mooi en boeiend werk. Dan heb je ook iemand nodig die voor zorgt. Als voorganger ben je herder maar ook schaap.
Een idyllisch beeld. Tijden dat alles goed gaat in je leven. Vaak komen zorgen later - een onbekommerde jeugd. God was goed voor mij.
Hij verkwikt mijn ziel. Als de schrift open valt, als je weer kunt bidden.
Hij gaat mij voor in het rechte spoor. Het moet verder in het leven: Je kunt niet bij de grazige weiden blijven. De kudde breekt op. Je moet verder. Gods volk onderweg. God gaat mee. Laat mij niet optrekken als uw aangezicht niet mee gaat. Spoor der gerechtigheid, het leven is een pelgrimage. Het is niet bekend of de val van Davids leven met Bathseba nog moest komen: je kunt ontsporen. Dat gaat sneller, verdwalen, dan op het rechte spoor blijven. Eigenwijs als we zijn. Een schaap, vol wol, schijnt zichzelf niet meer te kunnen oprichten al ie gevallen is. Als niemand hem helpt verhongert hij.
JHWH, Ik ben er bij. Jullie denken wel dat Ik jullie niet hoor. Het is een persoonlijke psalm van David, maar het schaap hoort wel bij de kudde, die heb je nodig. Wij, schapen, zingen Gods eer.
De Heere is ook mijn herder in tegenspoed. De kudde gaat de bergen in, langs ravijnen. In het dal kan de kudde ook nog zonder, in een wei. Maar in de bergen is een Herder nodig. Als je leven langs afgronden gaat en je geen grazige weiden hebt, zeg je dan nog de Heer is mijn herder?
David zegt: al ging ik door een dal van doodsschaduwen. Want U bent met mij, hiervoor had hij het over `Hij`, nu spreekt hij Hem aan. Nood leert bidden, nou het kan ook verharden. De geest leert ons bidden en Hij kan de nood gebruiken.
David is niet bang voor de dood, hij verliest zijn ballans niet. In psalm 22 vraagt hij wel: waarom verlaat Gij mij. Maar in ps 23 blijft hij dicht bij de Herder en daarom is hij niet bang. In ps 23 komen geen zonden voor. Als je zonden zijn vergeven ben je niet bang voor de dood. Als je nog voor eigen rekening leeft schrik je van alles wat mensen overkomt, omdat het jou zou kunnen overkomen.
Onbekeerde mensen leiden Gods 'houding' af uit de omstandigheden. Maar dat is niet juist.
Zoek God in je jeugd; als de omstandigheden veranderen zie je dat God niet verandert. Begin met God die goed is. Ik kende die stok (knots) en staf al, nog voor het langs ravijnen ging. Soms heb je de Heere niet mee in het oog, maar dan hoor je nog die stok en staf tikken. Ik hoor het.
Joh 10 'Ik ben de Goede Herder.' Het beeld is precies hetzelfde. Die Mij kennen, volgen Mij. Zij kennen Mijn stem, dat is een nieuw beeld. Daar herken je de Herder aan. We komen de Here Jezus eerst tegen in Zijn profetische bediening. Eerst weidt Hij ze, dan komt het kruis. Kent gij reeds de Goede Herder? Hij zoekt het verlorene, en Hij vindt het ook.