Edit|
EditReeks Samenvatting:
Is het moeilijk of makkelijk om zalig te worden? Eerder moeilijk dan makkelijk? Kunt u niet zo uit de voeten met hen die het altijd over God hebben, die vertrouwen op de goedheid van God die natuurlijk hun Vader is, en dat het gemakkelijk is en dat je je hand uit moet steken. Maar dat is wat gemakkelijk? Denkt u aan hen die bang zijn zich wat toe te eigenen, wat hen niet toe kwam? En zelf bent u ook in onzekerheid, en bang voor de dood?
Zalig worden is een moeilijke zaak, er staat in de Bijbel een enge poort en een smalle weg. Er staat toch dat de rechtvaardige nauwelijks zalig wordt? En als het al voor een rechtvaardige geldt, laat staan voor een zondaar.
Wat is de achtergrond van vers 18? Petrus schrijft aan de verstrooiden die het niet zo gemakkelijk hebben. Maar niet omdat ze worstelen met de vraag of ze wel zalig worden. Dat is nou het verschil tussen de christenen toen en ons. Zij hebben de poort gevonden, en zijn er door naar binnen gegaan. Hun strijd is: Hoe moeten ze met het lijden, de tegenstand omgaan. Ze maken wat mee in het leven; de brief staat er vol van. Een christen die uit Christus leeft, lijdt. Door een diep dal - er moet veel worden afgebroken; geheel aan de Here Jezus leren toevertrouwen. De weg is nauw. De tegenstand is groot. Boven het huisgezin van God pakken zich donkere wolken samen. Het is de tijd dat het oordeel begint van het huis Gods; het is nu de tijd. Nu in het einde der dagen; na de uitstorting van de Heilige Geest loopt de geschiedenis op haar einde. Je hoort de voetstappen van de Here Jezus. Eens zal het oordeel van God over de wereld gaan - maar dat klinkt te afstandelijk. Die wéreld toch. Maar vergeet u zelf niet. Die wereld is niet zo ver weg. In uw huis, en in uw hart. Het oordeel treft ook een kerk die in het duister leeft. Juist.
Petrus zegt het niet in een sombere bui, maar door de Heilige Geest. In het O.T. vinden we het al, ook aan Israël ging het niet voorbij. God stelt orde op zake, te beginnen in eigen huis. Alleen ambtsdrager als je je eigen huis wèl kunt regeren. In het tuintje van de buren groeit genoeg onkruid, maar zie dat van u niet over het hoofd.
Voor u gaat klagen over de toestand van land en volk, klaagt u eerst over uw eigen omgeving. Wat doet u aan die wantoestanden thuis, als uw kinderen hun eigen weg gaan?
Gods oordeel begint bij eigen Huis, uit bewogenheid. Hij is trots op zijn Huis. De heiligheid is tot sierraad en tot eer. De uitverkorenen van God, geroepen door de Vader, gewassen door de Zoon, geheiligd door de Geest. Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus die ons heeft wedergeboren. Het is God als muziek in de oren wanneer er leven is, leven gemaakt is. God heeft Zijn hand uitgestoken, ook al reik je niet naar Hem.
Zijn we waardige bewoners van het huisgezin van God? Zondags ziet het er goed uit, maar hoe zit het door de week? Laat niemand van u lijden als doodslager, of dief, of bemoeial. Dat kan dus ook! Nee, het kan niet. Het huis van God mag niet verontreinigd worden. Daarom blijft God Zijn huis reinigen. Via het oordeel, bijv het lijden. Tuchtigen - schoonmaken.
God is geduldig. Veel te geduldig volgens ons soms, veel trager tot toorn dan wij...! Voor hij de wereld onder handen neemt neemt Hij u onder handen. Vanmorgen klonken weer de tien woorden, de Tien Geboden. Hebt u uw ogen neergeslagen? Hebt u uw vonnis gehoord? Ook al zit u nog zo netjes in de kerkbank. U wordt onder handen genomen, uw buurman die aan het vissen is nog niet.
Petrus haalt Spreuken 11:33 aan. De rechtvaardige wordt gestraft, hoeveel te meer de zondaar. De weg van de rechtvaardige is een smalle weg en wordt nauwelijks zalig. Dwz hij wordt niet zalig dan door vele beproevingen, kastijdingen; maw niet zonder moeite. Het luister nauw. De tekst wordt wel eens anders gebruikt. 'Je wordt niet zomaar zalig, je zult wel een hoop moeten meemaken. Het gaat niet zomaar'. Dat is geestelijk nood en ervaringen, die de mensen van toen niet uit hun duim hebben gezogen. Deze tekst is echter niet het bewijs hoe moelijk het zou zijn voor mensen die God kwijt zijn om God te vinden. En dat het een en al getob is, voordat onrechtvaardigen rechtvaardig voor God zijn. Deze mensen durven niet toe te eigenen; maar Petrus heeft het niet over dat soort mensen. Dat rechtvaardigen nauwelijks zalig worden is niet dat er bij God geen ruimte is of dat Hij de deur slechts op een kiertje zet... Of dat er allerlei voorwaarden zijn -eerst zoveel berouw en zoveel zondenkennis. - het gaat niet om onrechtvaardige en zoekende zielen die rechtvaardig willen worden, maar over mensen die al rechtvaardig ZIJN, door het geloof; die de Here Jezus gevonden hebben. En dan moeten leren: wij kunnen niet anders dan door vele verdrukkingen het koninkrijk binnen gaan. Het gaat niet over de weg tot Christus, maar over de weg IN Christus. Maar dan heb je ook een leidsman om je vast te houden op die moeilijke weg. Want zalig worden als zodanig is NIET moeilijk. Ga tot de Heere zoals je bent in alle zonden en schuld en nood. Wat moet ik doen zegt de stokbewaarder. Stuurt Paulus hem weg: Dat kan nauwelijks? Nee, hij zegt: Geloof in de Here Jezus en gij ZULT zalig worden. God wil niet dat sommigen verloren gaan. Geloof is de kortste weg. Kan het niet duidelijker gezegd worden.
Als je op weg wandelt komen de moeiten. Maar voor die tijd mag u God niet de schuld geven, alsof die deur niet open staat! Vastgesteld worden op de belofte van de Here Jezus. Maar als je in die ruimte staat, buigen de muren zich wel eens naar je toe. Tijden dat je hijgt en dorst. Het oordeel werpt zijn schaduw. Daar is dat leed over uw kind, uw man, uw broer of zus. Over hen die altijd weer iets lelijks moeten zeggen over de kerk. Leed over die zonde die u niet onder de knie krijgt, dat hinken op twee gedachten; de zuigkracht van de wereld. Het niet begrepen worden; plaaggeesten op school en op je werk. Waarom is mijn weg in Christus niet voorspoedig. Ik ben rechtvaardig voor God; ik heb de gerechtigheid van Christus aangedaan. Hij nam mijn ongerechtigheid op Zich en schonk Zijn gerechtigheid, en dan toch met moeite zalig worden. Toch die strijd. Het zijn de schaduwen van het oordeel, dat Hij reinigt, dat Hij vernieuwt. Benauwd en toch ruimte en toch moeite.
Op de weg gaat de Heere met mij mee en bewaart Hij mij voor Zijn heerlijk koninkrijk.