Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2002-09-22 10:00:00
ds. A. van Vuuren (Amstelveen)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
phip 3:14 phip 3:1-16 2002-09-22.1011.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.3Mb)
2002-09-22.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.5Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Eén ding...

Wat is het doel van uw, van jouw leven, uw levensideaal? Piloot worden, een eigen zaak beginnen, gelukkig getrouwd zijn, promoveren? Je zet alles op alles om dat te bereiken. Beter dan leeglopen, maar ze zijn toch te kort en te smal voor de eeuwigheid. We moeten hetzelfde ideaal hebben als de apostel Paulus. De prijs is de roeping Gods.
Velen zoeken een voorbeeld figuur, waaraan men zich kan optrekken. Kan Paulus dat zijn? Wees toch mijn navolgers, zegt hij. Dat iedereen het hem zal nazeggen: Eén ding doe ik. Natuurlijk doet hij vele meer dingen, maar alles moet dienstbaar zijn aan dat ene.
Wat doet hij? Jagen. Niet op wild of geld of goed, of het doen van goede werken, godsdienstige prestatie, maar als een geestelijk jager vanwege de liefde van God.
Geeft dat geen kramphouding? De dienst van de Heere moet ontspanning geven en vreugde, zo niet dan klopt er iets niet. Niet de zweep erover, maar vanuit de ontspanning van de genade.
Paulus gebruikt hier sporttermen in het Grieks, hij past het toe op het geloof. De renbaan is voor de Grieken wat voor ons voetbal is. Natuurlijk geen verafgoding, maar de volkssport van zijn dagen dient wel degelijk als beeld voor het geestelijke, nergens doet hij de sport af als onnuttig. Een hele prestate, als je kampioen wordt, maar zijn we ook op jacht naar de kroon der rechtvaardigheid, de duur betaalde prijs van Golgotha, de ere kroon? Dat is pas een 'beker'!

Wij worden niet zalig *door* ons jagen, maar geen zaligheid zonder dat. Als je opgeeft of niet van start gaat, win je niet. Die niet jaagt die niet wint. Het is een persoonlijke zaak, ieder jaagt. Voor elk alsof er maar één kroon is.
De volmaakte kennis van Christus, volmaakte heiligheid voor God.
Niets moet ons hinderen, een renner is op zoek naar het pak met de minste weerstand, geestelijk van alle ballast bevrijd, zondige gewoontes. Zondigen is een ding, maar volharden in zondige gewoontes is iets anders.
Vergeving van zonden - dan drukken ze niet meer als een last, wat dat wil niet zeggen dat je er helemaal geen last van hebt. In schaamte, ook Paulus denkt aan het vervolgen van de gemeente, wat hij deed. Maar het vergeten wat achter is, betekent hier afstand doen van zijn wettisch verleden. Hij leeft uit vrije genade. De ogen van degene die zien, zullen niet terug zien, zegt Jesaja. De vrouw van Lot bleef hangen aan het Sodom wat achter haar was.
De ware christen is progressief in de ware zin: hij strekt zich uit naar het heil. Je hoeft er niet jong voor te zijn, het kan zijn dat een oudere broeder je er uit loopt. Voor Paulus begon de race op de weg naar Damascus. We zijn er nog niet. Gearriveerd christendom is niet echt. Ook Paulus had het nog niet. Ik jaag ernaar of ik het ook grijpen mocht. Wie zal mij verlossen uit dit lichaam van de dood. Groei in heiligmaking is kleiner worden, groter zondaar in eigen oog. Wij zijn rechtvaardig en heilig in de ogen van God, aangezien in de Zoon, maar in ons zijn we niet heilig en volmaakt.
Wij dwalen als wij niet jagen: 'er is toch niets te verwachten van een zondaar', en ook als wij denken dat er niets meer te jagen valt. Nondum (wat ook Herman de Man onder zijn manuscripten schreef), 'nog niet', nog niet volmaakt, ik jaag ernaar.
Die broeder, die het bloed onder de nagels vandaan haalt, je probeert niet uit te vallen, maar het lukt niet; je beloofde anderen niet onder je dieet te laten lijden, na een tijd ben je toch humeurig; of die weduwe telkens beloven te bezoeken, maar al 3 maanden niet aan haar gedacht, enz. -- niet dat ik het alreeds gekregen heb, maar ik jaag ernaar.
Misschien kijkt u op naar een kind van God in de gemeente; die zal zeggen: ik heb het niet, ik jaag ernaar.
In de gemeente van Philippi waren er velen die zeiden dat ze heilig en vroom waren. Daar reageerde Paulus fel op. Hij wil de gemeente beschermen voor gevaar. Een preek is geen diplomatiek praatje, niet op de winkel passen, maar waken over de kudde. Dwaalleraren wederleggen.
De tegenstander zal proberen je concentratie te breken, maar een wolk van getuigen om je heen, de kinderen van God ondersteunen elkaar. De gemeenschap in de gemeente is daarom ook zo belangrijk.
In het geestelijke is de prijs uit genade, geen verdienste, maar we moeten niettemin jagen. Allen die zijn verschijning hebben lief gekregen, Ik zal hem geven de kroon des levens.

Edit