Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2002-11-03 10:00:00 prof. dr. W. Balke (Em. te Den Haag)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
luc 7:7 2kon 5:8-14 luc 7:1-10 2002-11-03.1011a.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.2Mb)
2002-11-03.1011b.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.3Mb)
2002-11-03.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.6Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Het gaat in dit bijbelgedeelte over Christus, niet over de hoofdman. Hij is in het midden en wij aan de kant. Jezus werd een dingend verzoek overgebracht van een Romeinse hoofdman over 100, in dienst van Herodes Antipas. Hij heeft van Jezus gehoord, en daaruit is zijn geloof. Zijn knecht is ziek, de hoofdman is geen slavendrijver maar heeft oog voor zijn personeel. Ernstig ziek, stervende wellicht. Hij roept de hulp in van de Here Jezus. Jezus is niet één van vele helpers, maar de enige die helpen kan. Hij heet immers Jezus, Redder.
Hoe Hem te benaderen, echter. Een vreemde en een heiden. Hij houdt Hem zijn nood voor en trekt eigenlijk in z'n schulp. Durft niet zelf naar voren te komen.
Gods genade is genade metterdaad. Daar had de hoofdman niet op durven rekenen. Nu Christus in het midden komt, gaat hij aan de kant. Ik ben niet waardig dat u in mijn huis komt. Naäman was verontwaardigd. Deze hoofdman tobt niet over zijn eigen eer. Het dringt tot hem door hoe onwaardig hij is. Ik ben niet toereikend. Ik heb overal een onvoldoende voor.
Zijn streekgenoten zeggen: dat valt wel mee: wij zijn erg over hem te spreken. De meest rechtzinnige ouderlingen van de synagoge kunnen niet anders zeggen: hij heeft het verdiend. Nee, zegt de hoofdman. Bij Christus komen we met God in aanraking. Dan blijken we alles onvoldoende te hebben.
De hoofdman leidt echt niet aan een minderwaardigheidscomplex, of fingeert nederigheid. Nee hij heeft het moeilijk met het feit dat Jezus onder zijn dak zou komen.
Wat een wonder dat mijn onvoldoende op Christus' rapport komt. Onze waardigheid zou Christus maar in de weg staan. In de Reformatie weten we: het gaat niet om de verdienste van een mens. Ook niet in de vorm van de coöperatie, samenwerking. Nee, het is genade alleen. Moeten we een gevoel van onwaardigheid opdringen, nee, wij prediken Christus en die gekruisigd.

De hoofdman stelt een feit vast: onwaardig. Dat doet de deur dicht. En daarmee ook hopeloos. Nee, dat opent juist de poort. Een groot geloof, want Hij... Hij laat alles aan Christus over, geeft het Hem in handen.
Deed Abraham dat ook niet? En deed Israël dat niet? In vertrouwen zal uw sterkte zijn.
De hoofdman houdt Jezus voor de Christus Gods. Spreek het woord van God, dat doden levend maakt en zieken geneest, dat alles ten goede en tot heil keert. Dat woord is Hem door Zijn Vader gegeven. Een soort vermogen, maar niet als geld, dat ons in de steekt laat in dood en ziekte. Zijn woord is een vermogen, een kracht Gods tot zaligheid een ieder die het gelooft, erop vertrouwd. Dat hervormende woord moet gesproken en het is genoeg.
De godsdienst was verworden tot waardigheden, verdiensten. Het beste bederft tot het slechtste. Het was een niet-geloven geworden grotendeels. En de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.
Hij is gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls. Nu komt er een heiden op Zijn weg. Een schaap van buiten.
Maar de vraag steeds weer: wie is Jezus van Nazareth voor ons, en wat vindt Hij onder ons?
Hoe verder men het schopte met hun verdienste hoe meer zij in het midden kwamen.
De hoofdman staat buiten die cirkel, waarin alles draait om het eigen ik. Hij had kennelijk belangstelling en eerbied voor het Joodse geloof. Een heiden stond buiten het geloof, dat was hem geleerd, zoals Jona: Nineve? Die horen er niet bij. Hij ergert zich aan Gods barmhartigheid.

Het geloof van het evangelie is geen gevangenis, daar zit ruimte in. Wij zouden ook graag iedereen uitsluiten die zich niet net zo gedraagt en denkt als wij.
Hoe staat het met het geloof? Hebben wij vertrouwen in Jezus? Hoe staat het ermee in de gemeente waarin Zijn naam bekend is gemaakt. Opdat gij gelovende het leven hebt in Zijn naam.
Ik ben onwaardig, hoe zou ik kunnen geloven? Die onwaardigheid is niet strijdig, maar evenredig aan het geloof. Doet u de stekker van het geloof in de contactdoos van uw waardigheid, dan vindt er kortsluiting plaats.
Kom in het vertrek waar mijn knecht ligt te sterven en hij zal genezen worden.

Edit