Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
lezing 2009-05-28 19:30:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Bijbellezing Openbaring 21

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Open 21 AG1594.__5.mp3 (, 48kPro, 27.6Mb)
Bijbellezing Openbaring [zie ook preekreeks]

Edit| EditReeks
Samenvatting:
I, 1-4 een nieuwe hemel en aarde
II, 5-8 God zegt Ik maak alle dingen nieuw
III, 9-27 het nieuwe Jeruzalem

De lijn van de hoofdstukken: In H20 is sprake van een 1000-jarig rijk; van het begin en het einde wordt verhaald. Hij verschijnt op het witte paard in het begin. Het begint met de vernietiging van de legers in Armageddon. Het derde wat aan het begin gebeurt is het vastbinden van de satan in de bodemloze put. Geen strijd meer in de lucht. De eerste opstanding wordt voltooid. Dat is het begin.
Wat er gebeurt tijdens het duizendjarig rijk, daar lezen weinig over in Openbaring, maar de OT profeten gaan daar uitgebreid op in. De Heere Jezus zal regeren. Een bijzondere uitstorting van de Heilige Geest, bekering van het hele volk Israël, rechtvaardige regeringen, de koningen zullen buigen voor Christus. De schepping zal zonderling vruchtbaar worden (Brakel), geen vervuiling en verzuring meer. Lichamelijke zegening, ziekte en dood zullen uitzonderingen zijn. De aarde zal vervuld zijn met Zijn Vrees, de kennis van de Heere. Zo de profeten.

Nu het einde van het 1000-jarig rijk, de laatste opstand. Vuur uit de hemel, de satan wordt in de hel geworden, het laatste oordeel zal plaatsvinden, het oordeel over de doden.
Maar dan?

H21. De eeuwige staat, toestand. De eeuwigheid breekt aan. Wat betekent dat? We kunnen er weinig over zeggen.

I
V1. Het oude verdwijnt, het nieuwe verschijnt. In Gen 1:1 schept God de hemel en de aarde en in Openb 21:1 een nieuwe hemel en aarde. God komt tot Zijn doel. Tussen Gen 2 en Openb 21 is het (wellicht) 6000 jaar ellende bloed tranen, maar het einde zal beter zijn dan het was.
Gaat het oude helemaal weg, of vernieuwt God het oude? Ik denk het laatste. De oude wereld vergaat door vuur – tot as? Ook bij Noach loste het water de wereld niet op. Het werd schoongespoeld, zo misschien hier – het vuur reinigt de oude aarde van de smet van de zonde.
Denk ook aan ons lichaam – het opstandingslichaam is ons lichaam, maar wel op een nieuwe manier. Een tarwekorrel in de aarde – daar komt iets prachtigs voor terug.
Er zal geen zee meer zijn. Het merendeel van de aarde is nu zee. Zeeën van ramp en verdriet – prachtige toepassingen, maar dat raakt de uitleg niet.
Een nieuwe hemel, zonder wolken? Zonder dat er engelen zullen vallen, een aarde zonder doornen.

De nieuwe aarde zal niet door mensen worden bewoond zegt Brakel. Ik weet dat nog niet zo erg. Ik vermoed dat de nieuwe aarde de mensenkinderen gegeven is, in de hemel zijn dan God en de engelen en de bijzondere Bruid van Christus, de gemeente. Tussen hemelvaart en opname. Wij denken er aan met grote afstand – maar dan zal het veel meer een eenheid zijn.
Het blijft maar stamelen, vanavond…

V2. Het nieuwe Jeruzalem – wat is dat? De hemel hebben we vaak gedacht, maar dat klopt niet. De stad is bruid, de gemeente, dat zegt ook Matthew Henry, Spurgeon, een verlost volk, de Kerk. Een Bruidsgemeente voor haar Man versiert.

V3-4. Een stem van een engel. Een kort lied over het leven van de nieuwe schepping. God zal bij de mensen zijn en ze zullen zijn volk zijn, één verloste mensenschare. Geen onderscheid tussen Israël en de volken. God woont bij de mensen in een tent, zo was het in de woestijn. Zo dicht bij. Tent der samenkomst.
Je kunt makkelijker zeggen wat er niet meer zal: geen tranen. Zoals mama alle tranen afwist, de laatste tranen. De dood zal er niet meer zijn. Rouw voor de achterblijvers. Geschrei, huilen. Alle pijn zal voorgoed voorbij zijn. Adam kende geen pijn en was gelukkig. Maar als je tranen gekend hebt, maar ze worden gedroogd, dan is de vreugde groter. Niet alleen de boze maar ook het boze zal weg zijn.
Hoe zal het verder zijn? Één grote verrassing… Het zal heerlijk zijn, wat geen oor heeft gehoord en geen oog heeft gezien en in geen mensenhart is opgekomen.

V5. Zie Ik maak – hier is rechtstreeks sprake van de stem van God zelf. Een troonrede. Ook een troostrede. Zonder dat het ooit zal verouderen of vervelen. Schrijf dat maar op, want het gaat echt gebeuren. Diezelfde God die de aarde schiep, riep ook mij en Hij zal zeggen, Ik maak alle dingen nieuw. Nu is er ook al wat nieuw: een nieuw schepsel ben je zelf geworden als je in Christus bent. Niet: Ik maak alle mensen nieuw, maar alle dingen.
V6 het is geschied, één woord in het Grieks, omdat de Heere Jezus eens zei: het is volbracht. Alfa en Omega, Hij is de bron, en ook het doel, alles uit Hem en alles is ook tot Hem, doeleinde. God is geen doelmisser, wij wel.
Sta je er nog buiten? Hoe kan ik straks in die heerlijkheid delen: als je dorst hebt naar dat nieuwe, naar Mij, kom dan, want er is water des levens om niet. Ik geef het nu kosteloos.
V7 – een woord voor een kind van God. Zoon en erfgenaam, wat een intieme relatie!
V8 Maar ---- ook daar wordt nog gesproken over een eeuwige straf. Er is geen alverzoening. Wat zijn de vreesachtigen – vooraan staan ze. Johannes werd vervolgd, hij moet denken aan hen die niet voor Christus uit durven komen, uit vrees voor vervolgingen of verlies. Die Hem in de praktijk verloochenden. Ongelovigen, niet: klein gelovigen. Ontrouwen, kun je ook vertalen. Leugenaars worden meerdere keren genoemd, een vreselijke zonde in Gods oog.

De beslissingen vallen niet dan. Die vallen nu. Waar stellen wij ons vertrouwen op? Kiezen wij door genade de kant van het Lam? Waar zoeken wij ons houvast?

III 9-27
Er zijn al wat liederen gemaakt over het Nieuwe Jeruzalem.
Johannes moet geschrokken hebben, de verderfengel die de schaal uitgoot komt weer. Hij komt echter niet met verderf. Hij toont hem de Bruid, de gemeente. Hij ziet een stad, dat is dus geen beeld van de hemel, maar een beeld van de verheerlijkte kerk, een symbool van de verloste gemeente. Het licht op de Bruid.
In H17 wordt Johannes de hoer getoond, de valse kerk, en nu de Bruid, de vrouw van het Lam. Bijna dezelfde woorden worden gebruikt. H17:1 - woestijn, vrouw bekleed met purper. Het grote Babylon. Maar hier: Bruid, niet in de woestijn, maar een hoge berg. Niet Babylon, maar het Nieuwe Jeruzalem. De hoer zit op een beest uit de afgrond, maar de Bruid daalt neer uit de hemel. De hoer was bekleed met versierselen, maar de Bruid met de heerlijkheid van God.

We mogen meekijken met Johannes. Kernwoord is in v11, de heelrijkheid van God. Overkleed met Gods glorie. Massief, zuiver, doorzichtig goud. De Gouden heerlijkheid van God. Symbool en werkelijkheid lopen doorheen. We hebben allen gezondigd, Rom 3, we derven de heerlijkheid Gods. Rom 5: vrede bij God (2: hoop op de heerlijkheid Gods – hier zien we dat die hoop werkelijkheid geworden is.

Zeven kenmerken van die stad.

1. v11 een lichtstad. Het fonkelt. De lichtglans die lijkt op de steen jaspis. In H4 zijn we hem al tegen gekomen. De muur, de veiligheid, en een van de fundamenten, de grondslag van die stad – de heerlijkheid van God.
2. Een veilige stad is het. Op twaalf poorten twaalf engelen, de namen van de twaalf stammen van Israël, geen vrees ooit voor een vijand of slang. Geen klooster – twaalf poorten. Niets onreins zal de stad ingaan. Waarom die twaalf stammen: je hebt nu bijv. de Damascuspoort, die weg loopt daarheen. De stad daalt uit de hemel neer; er staat niet dat het op aarde komt. Een stad is ook een bestuursorgaan. De poorten leiden naar die stammen. Een stad tussen hemel en aarde, wellicht? Als een soort Jakobs ladder die hemel en aarde verbindt. De aarde zullen ze zegenen en regeren. Dat is niet zo’n vreemde gedachten. Denk aan de Israëlieten in de woestijn, boven de tabernakel was een wolk. Dat was een beeld van de heelrijkheid van God.
Denk ook aan de Heere Jezus op de berg der verheerlijking. De discipelen zijn op de berg. Elia Jezus en Mozes – en een wolk kwam op de berg en zij gingen in de wolk. Ook daar dus aardse mensen en mensen die heel nauw met de Heere Jezus verbonden zijn. Zo zou het best kunnen zijn.
Moeilijke vraag: H21:1-8 Nieuwe hemel en aarde. Maar dat nieuwe Jeruzalem – gaat dat over de nieuwe aarde, of is dat in het duizend jarig rijk er ook al? En gaat dat mee naar de nieuwe hemel en aarde? De Bruid wordt beschreven, maar het gaat over 1000-jarig rijk.
Argumenten:
1 er wordt gesproken in v27 over verontreinigd en een gruwel – in de nieuwe hemel en aarde is dat er helemaal niet meer.
2 H22:2 de bladeren vd bomen zijn tot genezing van de volkeren, dat is ook niet op de nieuwe hemel en aarde.
Hier is sprake van een flashback op het duizendjarig rijk, nog een keer het contrast tussen hoer en kerk.
3 22:2, de boom die elk maand vrucht geeft – alleen al: elke maand – tijdsrekening, dus geen eeuwigheid.

De vernieuwing van het aardse Jeruzalem: zie Ezechiël! Maar naast dat aardse volk en het aardse Jeruzalem is er ook een hemels Jeruzalem en moet de gemeente zijn. Een troon van David, een vorst van David zal er op aarde ook zijn.

3. de grote van de stad (15 e.v.) 12.000 stadiën, een kubus, wellicht. 2400 km, van Amsterdam naar Athene… enorm. Spurgeon: het aantal van de verlosten moet dan wel zeer groot zijn, als ze zulk een woonplaats behoeven! Het kan ook een piramide zijn, dan is ook lengte, breedte en hoogte gelijk! Het Lam bovenaan , de rivier van het levende water golft af, het licht omstraalt die hele piramide. Maar het Heilige der heilige was ook een kubus.
v17: de muur is 75 meter, dan moet dus de dikte van de muur zijn
4. de schoonheid van de stad. Allerlei juwelen: safier –blauw. Smaragd –groen, sardonis – vlees rood,chrysoliet is geel, beryl is zeegroen, topaas is goudgeel, chrisopaas groen, amethyst violet, de kleuren van de regenboog. Als het licht op de fundamenten vallen schittert het adembenemend. Het flonkert. Het zijn ook de edelstenen op de borst plaat van de hogepriester! Straks in de verheerlijkte staat is niet alles zuiver goud, maar ieder heeft zijn persoonlijke heerlijkheid. De heiligen zijn zo verschillend van elkaar. Die fundamenten zien er zo prachtig uit, wie ziet dat? Waarom niet de top? Wij zien maar wat zichtbaar is. Maar voor God geldt altijd het onzichtbare, wie jij bent in het verborgene? Dat is voor Hem kostbaar.
(21) reusachtige parels als poort. Die parel van grote waarde. De straat was van goud een brede hoofdstraat. Van de poort naar het paleis van de koning, Matthew Henry – ze hebben gemeenschap ook met elkaar. De heiligen zullen met elkaar spreken – het gespreksonderwerp is Christus. Onze kennis zullen we ruilen en uitwisselen, vertellen van de liefde die we op aarde hebben mogen leren kennen, we hebben ons eigen verhaal; ieder heeft een kant gezien van de goedertierenheid van de Heere. Iets te bevatten van Zijn liefde.
Zuiver goud en doorzichtig. Alles transparant, we wandelen niet meer in raadselen.

5. een Godsstad. Er is geen tempel meer. Geen ziekenhuis en begraafplaats dat begrijp ik. Maar ook geen tempel, dat was het hart van het aardse Jeruzalem. De hemelse stad zal een en al tempel zijn. Hier en nu worden kerken afgebroken – zonder God, maar daar is het een en al het Lam.
Het licht van God schijnt in de stad. Niet direct, maar in de vorm van een Lamp, dat is het Lam. Zo straalt de stad, en zo naar de inwoners en koningen van de aarde, die in haar licht wandelen (24), weer het beeld van een stad tussen hemel en aarde….

6. Een geëerde stad. 24. Het beste wat een mensen heeft voortgebracht gaat mee het duizendjarige rijk in. Niet terug naar de prehistorie, maar ook de cultuur zal het beste zijn, geen wapentuig meer. Dat is misschien bedoeld met eer en heerlijkheid.

7. (27) een heilige stad. Niets onreins zal daar binnen gaan. Dat kan van geen aardse stad gezegd worden.

Wat is nu het verschil? In het duizendjarig rijk is de ellende geminimaliseerd, dood is uitzondering, maar er zijn ook mensen met sterfelijke lichamen. Als je openbaar zondigt is er bestraffing, maar in de eeuwigheid is er geen sterfelijkheid meer en alle gevolgen van de zonde zullen voor goed weg zijn. Christusregering in het duizendjarig rijk. In de eeuwige toestand is er de Godsregering.


Zie ook de overzichtstekening

Edit