Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2002-11-17 17:00:00
dr. C.A. van der Sluijs (em. te Veenendaal)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 10 gen 22:1-14 2002-11-17.1711.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.3Mb)
2002-11-17.1712.mp3 (Catechismus, 16kPro, 0.2Mb)
2002-11-17.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.8Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Zondag 9 bleek dat God alles geschapen heeft en nog altijd alles onderhoudt en regeert. Dat laatste is even wonderlijk als het eerste. Dat kan alleen geloofd en zo begrepen worden.
Zondag 10 vult die voorzienigheid in. Een van de meest aangevochten delen van de catechismus, met name sinds de Tweede Wereld oorlog, Auschwitz. Heeft God daar Zijn hand in gehad, dat kleine Joodse kindertjes in de verbrandingsovens gegooid werden? Is het niet Godslasterlijk dat te zeggen?
De moderne theologie antwoordde: dit kan zo niet meer. Dat brengt God in de problemen. Onhoudbaar en theologisch onverantwoord; fatalisme.
De wereld lacht om de voorzienigheid van God. Maar de kerk zelf heeft er ook moeite mee gekregen. Misschien wij ook wel. Als het erop aankomt begint het te kriebelen. Bovenhuids rechtzinnig maar onderhuids onrechtzinnig. Je moet eens heel erge dingen meemaken, en dan zeggen dat God alles regeert? Verdring het ook niet, want dat breekt je op, op den duur.

'Zondag 10 knoopt vooral vast bij een agrarisch wereldbeeld van vroeger. Je had niets in de hand, maar nu kun je dat toch niet volhouden in onze technische wereld. We zijn zo veel verstandiger dan vroeger - dit kan niet meer. Een almachtige kracht van God, dat is te onpersoonlijk, een noodlotsgedachte.' Het lijkt eelijdn prachtige belijdenis. Een wereld waarin ieder geborgen is en een plaatsje heeft; ja - als ze ons ze maar niet te na komt. Ik vermoed nl. dat ik en u dan de grootst mogelijke moeite krijgen hiermee, zonder genade.

De moeite die hiermee is genomen, ligt ook een beetje aan de formulering van de catechismus zelf. Het woord "voorzienigheid" komt niet in de Bijbel voor. Dat is er het gevaar dat het een eigen leven kan gaan leiden. Wel het werkwoord "voorzien". Zoals in Genesis 22. God zal voorzien. Als werkwoord gaat het om de dynamiek. Het wordt duidelijk in het handelen van God. 'Voorzienigheid' is een statische vermagering van 'voorzien'.

De enige keer dat 'voorzien' voorkomt in de schrift. Geen begrip dat dus overdreven veel aandacht mag krijgen. Met een overdreven aandacht ervoor in ons eigen leven kan het een noodlotsgedachte worden.

Gods voorzienigheid houdt direct verband met dat ram; in het Lam Gods heeft Hij voorzien in onze grootste, diepste nood, onze verlorenheid voor God. In onze van-God-los-beweging. Als Hij daar niet in voorzien had, zou Hij voor geen andere kunnen zorgen. Maar nu kan Hij ook in al die kleine dingen voorzien. Als Vader, niet als fatum, noodlot.
Een Vader, maar een Almachtige Vader. Mijn vader kan alles, zegt een kind.

'Als er een God bestaat, dan....' is het verhaal van de wereld. 'Hoe kan God toelaten, ....' Dat is de wereld op z'n kop. Eigenlijk zegt men: Als die God er is, leidt hij kennelijk zijn eigen leven en trekt zich van ons niets aan'... Maar we moeten zeggen aan de andere kant: Hoe kunt u leven zonder God? Dat is de juiste invalshoek.
Geldt dit ook niet voor onszelf? Is de God waarmee u het moeilijk hebt, met hoe Hij Zijn gang is gegaan in uw leven, eigenlijk uw Vader geworden? Heeft God nog steeds moeite met mij, met u? Omdat er misschien nog geen vrede gesloten is? Wel veel godsdienst en geloverigheid, maar geen vrede in het bloed van het Lam?
In het echte geloof kan Vader niets kwaads doen. Heel persoonlijk doet God ons moeite toekomen. Hij regeert ons zo, dat niets bij toeval maar vanaf Zijn Vaderlijk hand ons toekomt. Dit is niet te verstaan zonder geloof.

De wereld gelooft in toeval, noodloot, de horoscoop, en in onzekerheid zoekt de mens zijn zekerheid. De horoscoop regeert het leven, je wordt geleefd. Schepping, mens, God. Maar het moest zijn: God, mens, schepping, in die volgorde.

In tegenspoed geduldig en voorspoed dankbaar. De Heere heeft gegeven en genomen, de naam des Heeren zij geloofd - past u op dat u deze tekst vooral te pas citeert. Ik zou een dominee de deur wijzen die me dat zou zeggen als mij iets vreselijks was overkomen. Citeren als troost. Het evangelie, niet een nieuwe wet. Niet: overkomt je wat, dan moet je dat maar accepteren.
In voorspoed dankbaar, dat zal wel gaan, toch? Maar weten we dat het de Vader is die je het geeft? Hoe kan ik God het vergelden dat Hij mij genadig is geweest? Wat zou ik daar tegenover kunnen zetten? Het is net zo moeilijk als in tegenspoed geduldig zijn.
De Schrift zegt nergens dat Gods kinderen altijd geduldig en dankbaar zijn... Job was wel vreselijk ongeduldig en wilde er helemaal niet aan. Job heeft gevraagd: Heere hoe kan het, als U werkelijk God bent? Elia, die alle moed verloor. Ik kan me het levendig indenken. Johannes die twijfelde in de gevangenis, 'is Hij het nou wel?' Jezus komt niet snel naar hem toe: maar met het woord, dat zieken genezen en doden opgewekt worden, mag je doen. Jeremia die z'n geboortedag vervloekt.
Wie door z'n geloof heen zakt gaat merken in de praktijk wie God is, en geeft zich over aan genade. Hij heeft het alleen te vertellen.
Nee, we zijn niet zo geduldig en dankbaar. We mogen het zijn.
In alles een vertrouwen op de Heere God. God helpt door het tegendeel. Als Hij me doodt, maakt hij me levend, als Hij me verbrijzelt heelt Hij mij. Daar is genade voor nodig, maar geloof zonder genade kan bij het huisvuil gezet worden.
Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten, zo diep je ook zinkt: Hij is dieper gegaan. Hoe het ook ga, mijn leven is in Zijn hand.

Heeft God het geweld gewild in het Midden Oosten? Nee, maar het loopt God niet uit de hand, Hij heeft er de doorboorde hand van Jezus in. Allen dingen moeten meewerken ten goede, degene die geroepen is, en dan geldt: Eind goed, al goed, want God is goed. Looft Hem te saam.

Edit