Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2002-12-15 17:00:00 ds. C. van den Bergh (em. te Ridderkerk)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
exo 33:14,18 exo 33:1-23 2002-12-15.1711.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.5Mb)
2002-12-15.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.0Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
In deze adventtijd - met welke verwachting zie we de kersttijd tegemoet? Eigenlijk kunnen we buiten de adventtijd niet andere verwachtingen hebben. Wij verwachten altijd. Een kenmerk van dit aardse leven. We zien iets tegemoet met vreugde of met vrees. Vult u zelf maar in. Dat geldt voor jong en oud. Doorlopend advent, maar wat voor verlangen? Wat verwachten wij van de Heere wat Hij ons moet geven om ons 'gerust' te stellen? Zoals Jakob zegt: ik heb alles.
Moet Mijn aangezicht met u meegaan om u gerust te stellen, vraagt God. Het volk Israël is op reis naar Kanaän. Daar zouden ze bij God wonen. Hier hebben zij de belofte van God verbruid. Ze hadden een gouden kalf gemaakt. Mozes had de twee stenen tafelen in stukken gegooid. De Heere had gezegd, ik zal dit volk verbrijzelen. Hij verhoorde Mozes echter.

Een land van melk en honing, dat lijkt ons ook wel wat. Een rustig leven zonder angst en vrees. Geen terrorisme. Het advent van de wereld. Die reclame voor gezellige kerstdagen gaat aan ons voorbij. Alleen de Heere kan gezegende kerstdagen geven. Wij zoeken Hem daarvoor, eigenlijk alle dagen van ons leven.

Waarom zoeken wij God? Zoals iemand die iets nodig heeft uit het magazijn de magazijnmeester zoekt. En nadat het gevonden is, zegt de magazijnmeester hem niets meer... Of, zoals een boer een paard gebruikt voor zijn wagen. Nadat de wagen gekomen is waar het moest zijn, en dan spant hij het uit...
Als Hij ons maar brengt in het beloofde land. Dat belooft de Heere, een engel gaat mee, Hijzelf dus niet. Het volk droeg leed. De genade was niet genoeg. God moest hen weer aannemen als Zijn volk. Niet alleen zeggen dat het goed is tussen hen en God, maar dat het bevestigd wordt. 'Moet dan Mijn waarneembare aanwezigheid met u meegaan?'
Ja anders liever in de woestijn. Een beloofd land zonder God is geen heerlijkheid. 'Om u gerust te stellen?'
God doet geen onrecht als Hij ons niet meer wil zien... onrust aan de wortels van je bestaan. Verlos ons, toon ons het liefelijk licht van Uw vertroostend aangezicht. Dat is de bede van Mozes. Geen Kanaän zonder Gods aangezicht.

Hoe zal ik weten dat ik genade gevonden heb? Heb je Gods stem ook wel eens gehoord, dat de Heere overkwam met Zijn woord en Geest, overtuigd dat het goed was tussen jou en God? En niet voor even maar voor eeuwig. Dan is de begeerte van je hart gegeven.

Mozes heeft nog een vraag: Toon mij Uw heerlijkheid. Mag ik zien, dat U feitelijk meegaat? Wie is er nooit jaloers geweest op de herders of Simeon, die zágen. Wij kunnen het slechts geloven. Mozes zoekt bevestiging. Die is broodnodig, van tijd tot tijd.
Denk dan aan het avondmaal. Daar zie je wat.
Toon mij Uw heerlijkheid, de stal van Bethlehem; verlicht door de Heilige Geest. Gods heerlijkheid in doeken gehuld. Simeon zegt: mijn ogen hebben Uw heerlijkheid gezien.
Wie Mijn heerlijkheid heeft gezien, heeft die van de Vader gezien, zegt de Zoon van God.

Zouden wij dan een andere verwachting koesteren in deze adventsweken, dan dat Gods aangezicht met ons meegaat? Wij hebben Zijn aangezicht gezien, God met ons, zegt Johannes, wij hebben Zijn heerlijkheid gezien. Vol van genade en waarheid. God zelf had gezegd: noem Hem Immanuël. God met ons.
Gezegend kerstfeest, zeggen we dan. Wees nu eens niet zo gauw tevreden, vraag om het rijkste wat Hij te geven heeft. Mijn ogen hebben Uw heerlijkheid gezien. Uitziende naar Christus' wederkomst. Hoe moet dat met ons, als u Hem nooit gezien hebt? 'Ga weg van Mij, Ik heb je nooit ontmoet.' Zoek Hem dan terwijl Hij te vinden is, en roep Hem aan terwijl Hij nabij is. Komt, gij gezegenden des Vaders en beërft het Koninkrijk. Die heerlijkheid: God te aanschouwen van aangezicht tot aangezicht.
Wij zullen Gods volk zijn en God zal zelf onze God zijn.

Edit