Edit|
EditReeks Samenvatting:
Het welbehagen des Heeren:
in de wereldgeschiedenis
in de heilsgeschiedenis
in de levensgeschiedenis
Gemeente,
Advent. Jezus Christus kwam in de wereldgeschiedenis. Is Hij één van de grote historische figuren op het toneel van deze wereld? Is hij een Alexander de Grote, of … een Socrates … een Ghandi van de 1e eeuw? Nee; Hij is geen paragraaf uit een wereldgeschiedenisboek; Hij is de goddelijke Auteur van de annalen Zelf. Hij kwam Zelf in het hart van de geschiedenis. Hij maakt Zichzelf vrijwillig tot onderdeel van de geschiedenis. “En het geschiedde in diezelfde dagen …” “Ziet, hier ben Ik.”
Wereldgeschiedenis en heilsgeschiedenis liggen beide in de handen van Christus. Hij komt om het welbehagen des Heeren te volvoeren. Jezus komt om te sterven. In de ontmoeting met Hem wordt Zijn geschiedenis vervlochten met mijn geschiedenis.
In deze goddelijke geschiedenis ligt tevens de toekomst. Advent: de verwachting van Hem Die is, en Die was, en Die komen zal. De Heere laat niet varen de werken Zijner handen; wat Zijn hand begon, zal Hij voltooien. Zijn raad zal bestaan en Hij zal al Zijn welbehagen doen!
I. Het welbehagen des Heeren in de geschiedenis van de wereld
Stellen wij ons vertrouwen op de goden van deze wereld (politiek, wetenschap) of wachten wij af wat het lot brengt? Jesaja noemt Bel en Nebo, de babylonische goden die ook hun impact hadden op Israël. Bel, de hoofdgod. Nebo, de god van de toenmalige wetenschap. De Heere spreekt in Jesaja met bijtend sarcasme over de afgodendienst.
De afgoden worden gedragen door lastdieren. Wellicht wordt hier profetisch gesproken over de ondergang van Babylon. De goden worden haastig uit de belegerde stad in veiligheid gebracht – stel, dat de vijand de beschikking kreeg over je goden! Waar bleef dan je heil en je veiligheid?
Elke afgodendienst is dienst waarin je wordt geslingerd tussen hoop en vrees. Wat steekt de dienst van de Heere daarbij heerlijk af! Hoor naar mij, o huis Jakobs! Ik heb u gedragen van de baarmoeder af … en Ik zal u dragen tot de grijsheid toe. U behoeft Mij niet te dragen … Ik draag u.
Met wie zou je deze God kunnen vergelijken? Hij is die God, Die de tijden omspant en Die ook mijn tijden in Zijn hand heeft. Calvijn zegt: “Wij kunnen veilig ons vertrouwen op Hem kan stellen.”
Zie eens naar de machtigen in de wereldgeschiedenis … Nebukadnezar, Alexander de Grote, Nero, Napoleon, Hitler … waar zijn zij? Waar is hun rijk, waarover de zon nooit onderging? Het ene koninkrijk gaat, het andere komt … totdat uit de bergen een steen wordt afgehouwen zonder handen, die het beeld aan de voeten slaat en vermaalt (Daniël 2).
Het welbehagen des Heeren in de wereldgeschiedenis is gegeven in de handen van Jezus Christus. Dat lezen wij in de Openbaring aan Johannes. Wie is waardig het boek met de zeven zegelen te openen? De Leeuw, uit Juda’s stam is heeft overwonnen, om het boek te openen, en zijn zeven zegelen open te breken.” “Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder …”
II. Het welbehagen des Heeren in de heilsgeschiedenis
De Heere spreekt in Jes. 46 tot overtreders. “Ik breng Mijn gerechtigheid nabij, zij zal niet verre wezen, en Mijn heil zal niet vertoeven; maar Ik zal heil geven in Sion, aan Israël Mijn heerlijkheid.” Er klinkt na het oordeel één woord: Maar … Maar God, Die rijk is in barmhartigheid …
Het heil des Heeren wordt ten volle geopenbaard in de Verlosser, Die komen zal. Heil voor Sion, heerlijkheid aan Israël … en dat is nog te gering! Ik heb U ook gegeven tot een Licht der heidenen, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde. Advent!
Wie is er een God gelijk Hij? Hoe kan de Heere een behagen hebben in het geven van heil en heerlijkheid – tot aan de einden der aarde? Het antwoord vinden wij in de nadere beschrijving van de Verlosser Israëls, de Knecht des Heeren in Jes. 53: Doch het behaagde den HEERE Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt; … Dat is het wonder van advent: “Het behaagde de Heere Hem te verbrijzelen … “ Hij heeft ook Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven …
Het behaagde Jezus Christus de raad Zijns Vaders te dienen en het welbehagen des Heeren te volvoeren. Zie, Ik heb lust Uw wil te doen, o God! Jezus lijdt naar de bepaalde raad en voorkennis Gods.
Nu gaat het welbehagen des Heeren door de hand van Christus: Jes. 53: 10 … als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien; en het welbehagen des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan.
In Gethsemané en op Golgotha wordt de Knecht des Heeren met de overtreders geteld. Hij stort Zijn ziel uit in de dood. Hij bidt voor overtreders. Dat is des Vaders welbehagen!
Nu kan Jezus zalig maken allen die door Hem tot God gaan. Wie is Deze, Die ook de zonden vergeeft? Hij eet en drinkt met hoeren en tollenaren; en zo gaat het welbehagen des Vaders gelukkiglijk (dat is voorspoedig) door de hand van de Knecht des Heeren.
In de nacht van Kerst, zingen de engelen: “In mensen een welbehagen”. In de Engelenzang is het Ere zij God verbonden met het welbehagen in mensen. Dat is de heilsgeschiedenis. De heilsgeschiedenis draagt de wereldgeschiedenis. Vanwege de heilsgeschiedenis is de wereldgeschiedenis er.
In mensen een welbehagen – dat is Gods algemene roeping. In de bedding van dat algemene welbehagen betoont de Heere Zijn verkiezende liefde. Daartoe bestuurt de Heere wereldgeschiedenis, heilsgeschiedenis en kerkgeschiedenis. En daar raakt de heilsgeschiedenis mijn levensgeschiedenis:
III. het welbehagen des Heeren – in mijn levensgeschiedenis
Deze Koning is een Koning is met onderdanen. In mensen een welbehagen! Hij is met overtreders geteld, Hij heeft voor de overtreders gebeden. Daar zijn de overtreders uit Jes. 46!
Welbehagen is niet abstract, afstandelijk; niet een gedachte of een idee, maar verbonden aan een Persoon: Jezus Christus.
Dit welbehagen des Heeren is Zijn hartstochtelijk verlangen tot uw en jouw behoud. “Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve.” De Heere heeft een hartstochtelijk verlangen naar uw behoud. Dat is Zijn geopenbaarde wil. Zijn belofte luidt: “Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, zal niet ledig tot Mij wederkeren; maar het zal doen, hetgeen Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zende.” Hoewel wij geen behagen hebben in God en Zijn wegen, heeft God in Christus een behagen in mensen.
Hoe kan ik behagen krijgen in Zijn wegen? Wie heeft lust de Heere te vrezen? Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem! De Vader heeft een behagen in Zijn Zoon, en een behagen in allen die Hem horen. Hoort Hem!
Bij de bruiloft te Kana zegt Maria tot de hofmeester: “Doe wat Hij u zegt!” Dat geldt ook ons: “Doe wat Hij u zegt!” Wat zegt Hij? Klopt, en u zal opengedaan worden, bidt, en u zal gegeven worden. Want een ieder, die bidt, ontvangt.
Wanneer? “Mijn gebed is tot U, o HEERE; er is een tijd des welbehagens …” In die tijd van welbehagen komt de Heere – onder de prediking, tijdnes het lezen van je Bijbel, in je gebed. En je ervaart … de Heere heeft lust aan mij. Dan krijg ik lust in de wegen des Heeren. God is immers de God der blijdschap. Dat raakt mijn gehele leven. ”Maar zijn lust is in des HEEREN wet … “
Wie zo leeft uit het welbehagen, verlangt met een groot verlangen naar die grote dag van Jezus Christus. Op die grote dag zal God zal alle tranen van de ogen van de Zijnen afwissen … Maar alle overtreders, die de Zoon van Gods welbehagen hebben tegengestaan, zullen dan een rechtvaardig oordeel ontvangen: ook daarin geldt: Mijn raad zal bestaan en Ik zal al Mijn welbehagen doen.
Eénmaal, op de dag der dagen, komen wereldgeschiedenis, heilsgeschiedenis en Kerkgeschiedenis samen in één brandpunt. “En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.” Want … Mijn Raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen. Amen.