Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2002-12-31 18:00:00
dr. C.A. van der Sluijs (em. te Veenendaal)
Oudejaarsdag

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
lev 24:4 lev 24:1-4 psa 90: 1-17 1joh 1:5-7 2002-12-31.1811a.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.1Mb)
2002-12-31.1811b.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.3Mb)
2002-12-31.1811c.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.1Mb)
2002-12-31.1813.mp3 (Preek, 16kPro, 5.3Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Oudejaarsdag.

Een kaarsje wat uitgaat. Het beeld van deze laatste uren. Dan valt de nacht over 2002. Hebt u er erg in gehad dat het oude jaar eindigt in de nacht. En ook dat het nieuwe jaar begint in de nacht?
Nacht; verbonden met gevoelens van onzekerheid, beklemming, angst en somberheid. In de nacht kun je niet leven, maar beter slapen. Genesis: God zag het licht en noemde het goed! Duisternis hoort niet bij God!
Laat ons nu ons licht opsteken bij Gods Woord. Het volk Israel op weg naar het beloofde land. Wat was het bijzondere? Gód was met dit volk onderweg! Ook wij zijn op reis. Vroeger zei men: Op weg en reis naar een nimmer eindigende eeuwigheid. Voor ons de klemmende vraag: reist God met ons mee? Hoe kon Israel dat weten? De tabernakel stond in het midden van het volk. Dát kon iedereen zien. In die tabernakel stond het Heilige en het Heilige der Heiligen. In het Heilige kwamen de priesters. En daar stond ook de Menorah: de zevenarmige kandelaar. En die moets elke nacht aangestoken worden. Door Aäron. Zijn taak. Een voortdurend sysmbool van de tegenwoordigheid van God. Maar Israel zelf zag het nooit! Ze moesten het hebben van de toenmalige prediking: door middel van het verhaal van de priesters.
Wij, hebben wij het van God horen zeggen? Hebben wij in de bediening van de verzoening Gods Naam horen spellen? Jahweh; Ik blijf Dezelfde!
En hebben wij in Zijn licht gewandeld, het afgelopen jaar? (Dat licht wat je overkwam in de nacht van je leven!) Hoe kan dat licht branden tussen al die donkere zonden? Die Menorah stond vlak bij de ark. Achter het voorhangsel plengde één maal per jaar de hogepriester het bloed der verzoening. Dáár werd God tevreden gesteld. Daarom kon Aäron gedurig die lampen aansteken. Daarom was het in het Heilige nooit donker!
Er staat: een loutere kandelaar. Puur goud dus. Onvermengd goud (denk aan de wijzen uit het oosten). Dit wijst op Christus. Zevenarmig: Heenwijzing naar het volmaakte licht. Oudejaarsavond 2002. We beleven donkere tijden. Irak. We leven in het einde der tijden. (De kandelaar komt terug in Openbaring!) Hoe het ook zal gaan: De gouden kandelaar zal lichten! Stil, majestueus! Er is hoop voor een wereld in schuld.
Jezus zegt: Zie, Ik ben met u, tot aan de voleinding der wereld.
Wat kan het ondertussen in uw leven donker zijn, soms door eigen schuld. Huwelijk, kinderen. Wat kan dit knagen. God, hoe moet het nu?
De kandelaar brandt! In de nacht van je schuld! De hele nacht! Het Heilige is verlicht. En daarachter is de plaats der verzoening. We hebben zo’n lieve God in Christus Jezus! Hij sluit niemand uit. Hoor het dan: zeven vlammetjes. Volmaakt. Nog even en daar zal geen nacht zijn. Bent u zo door Woord en Geest in het heilige gebracht? In Gods licht het Licht gezien? Er is door het gescheurde voorhangsel toegang tot Hem, tot het Heilige der Heilige. In dát licht vindt u uw troost. Pas op voor eigen licht en voor nieuwlichters.
Het geheim van een christen: Eertijds duisternis, maar nu licht in de Heere. Het licht van de kandelaar valt nu over het verzoendeksel. (Er valt nu licht over de verzoening.) De kandelaar verdwijnt: Jezus Christus verschijnt. In Zijn licht wandelen, hier aanvankelijk, straks eeuwig.

(De gouden kandelaar moest worden verzorgd door Aäron. Afhankelijk van een mens.... Wij? predikanten? Hier komen we dichtbij de mogelijkheid van het uitblussen van de Heilige Geest.)

In de diepste duisternis kan het soms zijn dat de nacht licht als een dag. Vanwege de drie uur durende duisternis op Golgotha!

Alleen God belooft veel heil en zegen!

Om Jezus’ wil.

Edit