Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2003-02-16 17:00:00 ds. H. Visser (em. te Barneveld)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
mar 6:34 mar 6:30-44 2003-02-16.1710.mp3 (Votum en Groet, 16kPro, 0.1Mb)
2003-02-16.1711.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.3Mb)
2003-02-16.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.3Mb)
2003-02-16.1719.mp3 (Zegen, 16kPro, 0.0Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Schare of schapen

Op de schare wordt en werd neergekeken. Een stelletje ongeregeld. De schare die de wet niet kent. Wat ze hebben meegekregen zijn ze vergeten of ze doen er niets meer mee.
De grote schare die Jezus zag, toen Hij aan land kwam. Een deinende stroom van mensen beweegt zich langs 's Heeren wegen. Ze kijken niet verder dan hun neus lang is; natje, droogje. De schare is ons keurig kerkelijk pakkie niet aan.... toch?

De toenmalige geestelijkheid kon er niets mee beginnen. 'De hele wereld loopt Hem achterna'... Meester, stuur dat mens weg, we schamen ons voor haar, de heidense vrouw, of ze zouden de bliksem van de hemel neer doen dalen. De discipelen konden er niets mee en wij ook niet: Kerk zijn voor gelijkgezinden. Als het een millimeter afwijkt: `waar moet dat heen en waar komen we in terecht`.
De schare loopt Jezus voor de voeten soms. Voor Hem uit, nu eens juichen ze Hem toe, dan weer verdringende ze Hem, Hosanna de ene dag, kruisig Hem de andere dag. De schare heeft met Jezus afgerekend, maar God niet met de schare. Jezus doet alles aan de schare. Hij kon er niet van loskomen. Hij zag de schare. De rand- en onkerkelijken. De verloren zonen. `Passieven` in het kerkelijk bestand. Misschien zijn ze hier, die zeggen, niemand ziet me meer. We hebben onze handen vol met de meelevenden, tenslotte... Jezus zag de schare.

Zie jij die schare nog, dominee?
Ziet u de schare nog, gemeente?
Ziet de kerk de schare nog?

De schare waar niemand het mee op heeft: Jezus zit er aan vast. Omdat de schare Hem tegemoet komt halverwege? Nee, dit ligt in de vrederaad tussen Vader en Zoon. Zie Ik kom om Uw welbehagen te doen, o God. En dat welbehagen gaat uit naar de schare.
In het contact met de schare komt het verzonkene van vroeger ook wel weer eens boven drijven, zoals bij Manasse. Soms ontstaat er een besef van leegheid, van angst. En dat is soms het begin van een weg terug naar God. De ogen van Jezus, ze zegen ons dat Gods liefde met ons wil blijven.

Er is echter niemand die God zoekt. Van de schare noch van hen die te boek staan als zij die er veel aan doen. Niemand. Er is nog maar één grote hoop zondaren. Niemand steekt boven die schare uit. Buigt u uw hoofd? Van huis uit niemand die God zoekt.

Een golf van diep medelijden gaat door Jezus heen. Hij weent over Jeruzalem. Een moeder haalt een kind aan en haalt de tijd niet meer op dat je schopte en haar pijn deed, geen woord daarover. Dat kun je niet uitleggen, dat moet je voelen, haar innerlijke ontferming. Prostituees, dieven en moordenaars, eenzamen en mislukkingen, drugsverslaafden. Verloren zonen èn oudste zonen, die binnen denken te zijn, maar feitelijk buiten willen blijven. Outcasts. Wij schrijven ze af, maar Hij noemt ze schapen. Kom tot uw Heiland, toef langer niet.

Jezus zag de schare als schapen die geen herders hadden. Geen herders meer, of van het type dat waakt dat er niet eentje per ongeluk onterecht zalig wordt, want de hemel mocht eens overbevolkt raken...

Je moet heel dicht bij Jezus leven en van Zijn liefde op de hoogte zijn, om met Hem dit stukje lijden mee te leven. Niet oppervlakkig over de schare oordelen, en ze weg schoppen als schurftige schapen. Jezus roept Zacheüs uit de boom, in hun thuissituatie komt Hij ze na.
Dan hoor je soms een gesmoorde schreeuw naar God. God verlost werkelijke zondaren. Zijn liefde gaat uit naar deze verloren schapen. Er is geen tijd te verliezen. We hebben soms geen tijd meer met al ons vergader en geschrijf.
De oogst is groot, zegt Mattheus. Hij of zij die deel heeft aan Jezus gaat Zijn spoor na, de schare na. God zoekt je op in je verlorenheid. 'Hoe hebt U mij kunnen vinden?' Hij kan ons gebruiken om door te geven; Alzo lief heeft God die wereld gehad. De wereld; wat onbekeerd in de kerk zit of onverschillig buiten loopt.

God en het verloren schaap moeten weer bij elkaar komen, ingesloten in Zijn liefde. Met elkaar verzoend. Niet al te eenvoudig. Het gaat niet zonder verbrijzeling. Van Gods kant is het Lam daardoor heen gegaan.

In het geloof aan Zijn voeten knielen, zo komt het schaap in de stal. Om het eeuwig welbehagen. Zo wordt de kudde tot de grote schare voor de troon van God en het Lam.
God heeft nog andere schapen, die van onze en Zijn stal niet zijn. Hij zal ze toebrengen, en wil ons daarvoor inzetten.

Edit