Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2003-05-04 10:00:00
cand. A. van Kralingen (Ridderkerk)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Rom 10:9-10 Rom 10:1-21 2003-05-04.1010.mp3 (Votum en Groet, 16kPro, 0.0Mb)
2003-05-04.1011.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.4Mb)
2003-05-04.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.1Mb)
2003-05-04.1019.mp3 (Zegen, 16kPro, 0.1Mb)
2003-05-04.1710.mp3 (Votum en Groet, 16kPro, 0.1Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:

1. Waartoe geloven? - ‘zo zult gij zalig worden …’ (het perspectief van het geloof)
2. Wie geloven? - de Heere Jezus (de Persoon van het geloof)
3. Wat geloven?- Jezus is Heere/ God heeft Hem uit de doden opgewekt (het programma van het geloof)
4. Hoe geloven?- met de mond belijden, met het hart geloven (de praktijk van het geloof)

Gemeente,
Op deze dag (4 mei) herdenken wij hen die vielen door de machten der duisternis. Ook nu is vrijheid in onze wereld een groot goed. Wij hebben de vrijheid over de Heere te spreken en van Hem te zingen. De Bijbel zegt dat nog sterker: we moeten van Hem spreken! Alles wat adem heeft, love de Heere!
Zo herdenken we de doden, maar de Kerk kan toch het leven niet vinden bij de doden. Wij vinden het leven immers bij Hem, Die dood geweest is, en nu leeft: Houd in gedachtenis, dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt. Deze gedachtenis is een gedachtenis aan de levende Christus; dat is het geloof, dat door de liefde werkt.
Dit geloof omhelst de levende Christus – het is die overtuiging door de Heilige Geest, dat Jezus Heere is, dat Hij is opgewekt uit de doden (en alles wat daarmee wordt gezegd! en: dat Hij de mijne is, en ik de Zijne.
Dit geloof moet spreken! Het belijden met de mond en het geloven met het hart zijn niet twee stations: het zijn twee wielen van één fiets.


1. Waartoe geloven – het perspectief van het geloof

In de Naam van Jezus alleen moeten wij zalig worden. In onze tekst wordt het geloof in de opwekking van Jezus uit de doden verbonden met de zaligheid. Het gaat om geloven met het hart – de opperzetel van de persoonlijkheid. Het geloof wordt geschonken in een overtuiging door de Heilige Geest. In onze tekst wordt aan het belijden met de mond en het geloven met het hart onze zaligheid gekoppeld!
Zalig worden betekent gered worden, behouden worden van de toorn van God over de zonde. De werkelijkheid van ons leven is dat wij moeten sterven. “Maar dit is geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods; en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam.”
Het perspectief van het Evangelie is onze persoonlijke zaligheid. Het geloof ziet op Jezus – het perspectief is Jezus en de zaligheid; de zaligheid is immers in geen Ander; in Hem alleen. Het geloof is uw geestelijke bril. Door het geloof ziet u Jezus de Heere, Die opgewekt is uit de doden.

2. Wie geloven – de Persoon Die wordt geloofd

Eigenlijk vallen de punten 2. en 3. samen: Zijn Persoon en wat ons over Zijn Persoon wordt geopenbaard. Als je van iemand houdt, wil je immers alles van hem/ haar weten! Het christelijk geloof kent geen ervaring zonder inhoud. De Schriften getuigen van Hem en het Nieuwe Testament tekent Hem uit.
Wie is Hij dan? De profeet zegt, dat Hij veracht was, en de onwaardigste onder de mensen. Hij had geen gedaante noch heerlijkheid. ‘Velen wandelden niet meer met Hem’. Zo wordt Hij verlaten: door Zijn vijanden, door alle mensen, en tenslotte … door Zijn vrienden. Hij hangt aan het kruis – Hij wordt bespot, gehoond, gesmaad. Wie is Hij?

1. Deze Jezus is HEERE.
2. God heeft Hem uit de doden opgewekt.

Paulus noemt eerst dat Jezus Heere is, en dan de achtergrond: God heeft Hem uit de doden opgewekt. De Naam Heere (Kurios) is ook de Griekse vertaling van de Naam JHWH: Ik ben. Jezus draagt in het Nieuwe Testament de Naam JHWH! “In Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk.” Jezus is Heere. Hij zegt tot Johannes: “Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste.” De Amerikaanse theoloog Warfield zegt: “Het gehele NT is een getuigenis aangaande de godheid van Christus!”
Jezus is Heere, en God heeft Hem uit de doden opgewekt. Dat zijn niet twee gescheiden geloofsartikelen; dat is eigenlijk één belijdenis.


3. Wat geloven – het programma van het geloof

Christus is opgewekt uit de doden – dat brengt ons bij de vraag: Waarom is de Heere der heerlijkheid gestorven? Christus is gekruisigd en gestorven om onze zonden. Zo heeft Hij een eeuwige gerechtigheid verworven – nu is Hij de Heere onze gerechtigheid. In Christus is alles wat nodig is tot zaligheid! Paulus: wij prediken u Christus, de Gekruisigde! Waarom? In Hem alles.
Op Golgotha riep de Zoon met grote stem: “Het is volbracht!” De Vader wekt de Zoon op – na de verlating op Golgotha, bezoekt de Vader de Zoon en betoont Zijn welbehagen in Hem: de rekening is betaald! De Vader zegt hier tot de Zoon: “Het is volbracht!” De kern van het christelijke Evangelie ligt in de samenhang van Goede Vrijdag met Pasen! Hij kon van de dood niet gehouden worden. De God des vredes, heeft den grote Herder der schapen, door het bloed des eeuwigen testaments, uit de doden wedergebracht, namelijk onze Heere Jezus Christus.
In deze vroege geloofsbelijdenis “God heeft Hem opgewekt uit de doden.” ligt de gehele Christologie en onze gehele zaligheid.


4. Hoe geloven – de praktijk van het geloof

Hoe geloven? Geloven, zo schrijft Paulus met het hart en belijden met de mond Maar: in Rotterdam zeggen we toch: “Geen woorden maar daden …!” Wat heb je aan woorden die mooi klinken, als de daden nooit komen? Zegt Jezus Zelf het ook niet? “Dit volk nadert Mij met hun mond, en eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich verre van Mij.” ?
Gaat het nu in de praktijk van het geloof louter om hart en mond? Het gaat in de Romeinenbrief eerst en vooral om de verhouding God en mens. Hoe word ik gerechtvaardigd voor God? En Paulus heeft juist gezegd: niet uit de werken der wet! Daarom spreekt Paulus hier over het hartelijke geloof in de Heere Jezus Christus, dat letterlijk uitmondt in belijden! Hebben wij niet een over-aandacht voor levensheiliging, ten koste van de cruciale betekenis van de dood en de opstanding van de Heere Jezus Christus?
Paulus noemt hier, als een samenvatting van het leven met Christus hart en mond – de bron en het opwellende water. “ … want uit den overvloed des harten spreekt de mond.” Hart en mond gaan samen. Maar dan geldt ook: Gij zult de Heere uw eden houden! Laat zijn uw woord ja, ja; neen, neen; wat boven deze is, dat is uit den boze. Zo hangen onze daden terdege samen met ons geloof en onze belijdenis.
Wat is belijden? In onze tekst: hetzelfde zeggen (als anderen); samenstemmen met de Schrift en met de Kerk van alle eeuwen en plaatsen. Hoe wordt dit geloof en deze belijdenis ons nu eigen? “ … niemand kan zeggen, Jezus den Heere te zijn, dan door den Heiligen Geest.”
Als de opgestane Jezus Thomas ontmoet, tast Thomas met de handen van het Woord des Levens. Op het woord dat Hij met de macht der liefde spreekt gaat Thomas belijden – hij kan niet zwijgen. Mijn Heere en Mijn God! Jezus Kurios!
Geloven is niet moeilijk, maar zonder de Heere Jezus Christus onmogelijk. Echter: Christus is opgestaan uit de doden om ons door Zijn kracht op te wekken tot een nieuw leven. De Heere Jezus kan ons levend maken! Hij leeft! Hoe maakt Hij levend? Door Zijn Woord. Levend maken is scheppen. Christus, Die het Begin der schepping Gods is, is door Zijn opstanding ook het Begin der herschepping. Zo mogen wij Hem aanroepen: Want een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden.
Eens zal in den Naam van Jezus zich buigen alle knie in den hemel en op de aarde en alle tong zal belijden, dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid Gods des Vaders. Wat dunkt u van deze Heere Jezus Christus? Is Hij uw Heere en uw God? Dan zult u Hem ontmoeten, in Wie u geloofd hebt. En omdat Hij uit de doden is opgestaan, is uw geloof niet ijdel. Hier op aarde is elk gebed een belijdenis en elke belijdenis een gebed. Voor de troon van het Lam is de belijdenis een eeuwige dankzegging. Hart en mond spreken dan één taal, in het machtige akkoord van alle gekochten met het bloed van het lam, uit alle volken, tong en natie. En in hun mond is geen bedrog gevonden; want zij zijn onberispelijk voor den troon van God. Amen.

Edit