Edit|
EditReeks Samenvatting:
Waarheen leidt de weg?
Waar kom je vandaan en waar ga je naar toe; de belangrijkste vragen van het leven. Er zijn nogal wat antwoorden op gegeven. Maar daarmee weten we de weg nog niet.
Hagai is de woestijn in gestuurd. Niet het bos van Mamre. Voortvluchtig in de brandende zon. Voor schimpende woorden.
God treedt in een verbond met Abram. Op een uitschieter na in Egypte na was het redelijk goed gegaan allemaal. In de alledaagse gang kunnen allerlei zorgen liggen. 'Doch Sarai baarde Abram niet'.
Maar misschien lukt het met de dienstgmaagd. Ze is geen bijvrouw oid, maar wordt een wettige vrouw van Abram. Geen slecht plan wellicht, maar het is niet volgens de belofte. God heeft zojuist een verbond met Abram gesloten. Maar sluiten Sarai en Abram een eigen verbond, een eigen plan.
God verschijnt dan aan de dienstmaagd. Niet aan Sarai of Abram. Niemand ontfermt zich over Hagai. De Heere maakt zich bekend. Het is de eerste keer dat een engel zo aan iemand verschijnt. De Engel des Heeren. Hij stelt niet zomaar een vraag, maar stelt haar vraag.
Waarvandaan, waarheen. 'Ik ben vluchtend'. De engel weet dat wel; het is een vraag voor Hagar.
De Engel des Heeren is immers de Here Jezus in Zijn voorgestalte. Later zit hij bij een Samaritaanse vrouw bij een waterput. Er is iemand die naar je vraagt, in je vlucht; en de vragen van je hart stelt.