Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2003-08-10 10:00:00
ds. H.J. Catsburg (Stad aan `t Haringvliet)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
gen 4:1-25 gen 4:1-25 2003-08-10.1010.mp3 (Votum en Groet, 16kPro, 0.1Mb)
2003-08-10.1011.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.5Mb)
2003-08-10.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.3Mb)
2003-08-10.1019.mp3 (Zegen, 16kPro, 0.0Mb)
2003-08-10.1710.mp3 (Votum en Groet, 16kPro, 0.1Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Kaïn en Abel

Een van de oudste geschiedenissen, maar veel is er niet veranderd in onze tijd.
De eerste zoon van Adam en Eva is Kaïn, ze verwachten veel van deze zoon, `een man van de Heere gekregen`. Hun verwachting, hun toekomst, de vervuller van de moederbelofte. Abel's naam wordt niet uitgelegd. Kennelijk minder belangrijk. Het betekent 'adem, damp', het stelt weinig voor. In Prediker komt het voor: ijdelheid der ijdelheden: "abel, abelim". Misschien waren ze wel teleurgesteld, weer een zoon. Je bent lucht voor ons. Een ongewenst kind… Kaïn moet landbouwer worden, naar zijn vader. Abel kan wel op de dieren passen. De schrijver van Genesis stelt Abel echter voorop in die opsomming.

Kaïn komt op het idee om te offeren. Niet waarschijnlijk dat dat al een vuuroffer was, maar de Heere kwam bij Kaïn en Abel. De Heere spreekt nog rechtstreeks tot Adam en Eva, Kaïn, Noach, Abraham. God komt op bezoek. Hij zet een offergave apart. `In natura`.
De Heere God kijkt naar Abel en gaat in eerste instantie aan Kaïn voorbij, die gewend is nummer één te zijn. Hij wordt woedend. Zijn broer, die lucht is, wordt als eerste aangezien. Het gevaar van woede, drift; Kaïn laat dat in zichzelf onsteken, als een bosbrand in een droge tijd. Het loopt uit de hand. Laten we dat vuur niet in onszelf aansteken.
De Heere heeft ook Kaïn gezien: waarom is uw aangezicht vervallen? Doe wel en ontvang verhoging. Als je geen goede dingen doet: De zonde ligt aan de deur, met begeerte tot ons; Gode zij dank staat er nog Iemand aan de deur, Die binnen wil. Gij zult over hem heersen, je moet die zonde de baas blijven. Zonde en vuur wil je leven in beslag nemen.
Adam en Eva lopen vast in hun verlangen de belofte vervuld te zien: dit is de man van God ontvangen. Dat gaat niet door, dan word je moedeloos. Twee zonen in één keer weg: de een dood, de ander dolend op de aarde. Zodra het tegen zit, laat de duivel je twijfelen aan Gods belofte. God heeft Zijn belofte vervuld, weten wij uit het Nieuwe Testament. Niet ja en nee (vandaag wel, morgen niet) maar ja en amen. Je bidt ergens om en je krijgt het niet: we twijfelen of God wel genadig is. Wij moeten denken niet: hebben wij geen rekenfout gemaakt? Het geloof mag de belofte en genade van God verwachten, maar we moeten voorzichtig zijn die concreet in te vullen. `Hij gaat mij beter maken`. Vertrouwen en de vervulling in de hand van God laten. Het geloof houdt de belofte zelf vast en de uitkomst laten we aan de Heere over.

Kaïn is nooit geleerd om klein te worden; Hij is gewaarschuwd: doof dat vuur uit, maar hij heeft naar de Heere niet gehoord. De Heere zegt (voor het eerst) vervloekt zijt gij. Kaïn laat zich niet leiden door de genade van God. De vloek was niet vanwege de zonde (Gen 3) maar voor die het Woord en de waarschuwing van God in de wind slaat. Niet naar Zijn stem horen.
Je was zo boos, dat Ik eerst naar Abel keek, maar nu stel je jezelf buiten de genade van God. Door te weigeren de stem van Gods heil te horen en daar met vallen en opstaan naar te leren leven.

Verbannen van de aardbodem naar de aarde, die `aardbodem` bracht nog wel vruchten voort, dichtbij het paradijs, maar die `aarde` dus niet. Ik zal het zelf wel doen, maar je komt terecht waar het geen vruchten meer voortbrengt. Staat met lege handen.
Kaïn belijdt nu wel zijn schuld. Maar kennelijk niet om vergeving te vragen, maar uit angst voor de gevolgen: al die mij vindt zal mij doodslaan. En toch is Gods barmhartigheid over Kaïn nog geweldig groot: Hij geeft hem bescherming en een teken. Als we voor God op de knieën gaan, en gaan ijveren om te leven volgens Zijn geboden, omdat het onze levenswens is, omdat we Hem lief hebben, omdat Hij ons lief heeft, - ook als we dat niet doen, dan is er *nog* een tijdelijke zegen. Wat doen we ermee?

De duivel wil er best zeven geslachten over doen (Lamech), in onze tijd heeft hij er minder geslachten voor nodig. Kaïn bad nog wel om een tijdelijke zegening, maar als het niet oprecht is, is er niets meer van over. Ga je zelf minder naar de kerk, je kinderen gaan alleen nog maar met Kerst, je kleinkinderen weten niets meer van de Bijbel.

Het volgende kind is Enos, 'mens', een niet zo'n hoogdravende naam. Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt. Daar wordt de eredienst geboren - de Naam des Heren aanroepen. Een mens is ook geen lucht, maar mens, die de Heere mag aanroepen.
Kaïn ging het op zijn eigen manier doen; als je meer wilt zijn dan je bent, verlies je alles. Ouders; ga uw kinderen daarin voor.
De Heere staat aan de deur, 'Ik zou mijn Eigen zoon willen geven.' Als je het afwijst, krijg je nog tijdelijke zegeningen, zodat je nooit aan Gods genade zou twijfelen.
Elk hef' met mij de lof des Heeren aan.

Edit