Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2003-08-31 10:00:00 prof. dr. W. Balke (Em. te Den Haag)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Job 1:21 Job 1:1-21 2003-08-31.1010.mp3 (Votum en Groet, 16kPro, 0.1Mb)
2003-08-31.1011.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.6Mb)
2003-08-31.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.0Mb)
2003-08-31.1019.mp3 (Zegen, 16kPro, 0.0Mb)
2003-08-31.1710.mp3 (Votum en Groet, 16kPro, 0.1Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Wat een getuigenis wordt van Job gegeven, zeldzaam in de Bijbel. Bijna een mens van vóór de val. Vroom, oprecht, wijkend van het kwaad. Toch moeten we Job niet zien vanuit Adam, maar Christus.
We ontmoeten hem als hij nog een rijk man is, en aan de avond was hij doodarm. 's Ochtends nog brengt hij een offer als een priester in zijn gezin, en dan volgen jobstijding op jobstijding, slaven gedood, moord, brand, wervelwind. Eén van de slaven blijkt telkens te ontkomen om het hem aan te zeggen. In één moment totaal geruïneerd, daar valt geen verslag van te geven. Hij scheurt zijn mantel en scheert zijn baard af - het past niet bij zijn rouw. Hij bonst niet tegen de grond van wanhoop, maar buigt zich neer, dwz hij aanbidt. Vanuit de diepte ziet hij omhoog, tot God.
Het levensschip van Job loopt vast en er dreigt schipbreuk, hij houdt niets over dan het naakte bestaan. Alles wat er tussen geboorte en graf ligt moet ons niet misleiden, rijkdom, bezit, geluk, zelfs ons gezin, onverhoeds kan het ons ontvallen. Job is echter geen nihilist (het is toch allemaal niets) of fatalist, die stom het noodlot ervaart. Hier is een man aan het woord, een man van God, die ontdekt wat hij eigenlijk is voor God. Als wij dat bedachten zouden we niet zoveel hechten aan bezit. Als wij God kennen roepen wij Zijn naam aan in voor èn tegenspoed. Alles wat ik had, heb ik gekregen zegt Job. God heeft het genadig aan hem geleend, daarmee is het zelfs meer waard. Je kunt niet God alleen erbij halen als het tegen gaat - verwijtend dan ook nog. Kijk eens met nieuwe ogen naar uw gezin en uw bezit. Je kunt er ook wel eens zo blij mee zijn, dat je er bang van wordt (om het te verliezen): Een heidense angst, als waren de goden vol jaloezie en afgunst op de mensen.

De Heere heeft gegeven en genomen. Daar is een ontzaggelijk verschil tussen. Job eert het recht en de macht van God, Hij doet geen onrecht. Wij zouden in opstand komen tegen het `afnemen`. Job niet: de Heere die neemt is dezelfde die geeft. Het `geduld` van Job is geloof, en dat ontspringt aan de kennis van God. Hij neemt zijn toevlucht onder schaduw van Gods vleugelen, daar verbergt hij zijn leed. `De Heere heeft gegeven en genomen` is al heel wat om te zeggen: Job gaat verder en looft en roemt de naam des Heeren. Hoe is het mogelijk; maar wat anders dan? De Naam verzwijgen of vervloeken of heidens bang zijn zoals zijn vrienden? Zij zeggen, biecht maar op Job, want God straft niet zó als je toch niet stiekem iets heel verkeerds hebt gedaan. Maar Job spreekt goed van de Heere God.

Als Job dat kan - ik kan dat niet; ik klaag al zo snel; en dan loven wanneer je alles wordt ontnomen? Job is niet uniek in de Schrift. Habakuk zegt ook dat hij zal opspringen in de vreugde van God al staat er geen koe meer op stal. Dat is het `nochtans` van het geloof. Geloof draait niet om de mens, maar om God; de Vaderlijke barmhartigheid die alles te boven gaat. Daar verbergt hij zich tegen alle aanvallen van de duivel. Daar zijn ook zijn kinderen geborgen. Gehoorzaam en ongehoorzaam - daar ligt niets tussen. Denkt u: dat kan ik toch niet…? U leert dat niet `bij daglicht`. Hoop op God, want ik zal Hem nog loven. Hoe is het mogelijk - wij zijn altijd bereid kwaad van God te denken en spreken als het ons maar even niet naar de zin gaat. Hoe is het in de wereld mogelijk? Niet dus. Want daar kent men de Heere niet.

Satan was de troonzaal van God binnen gekomen; ik heb die schepping van U eens bekeken, en er deugt er niet een van; en als er al een is als Job, dan is het om het voordeel. Hij kent slechts een godsdienst van verdienen; een deformatie van de ware godsdienst. Job weet er niets van. Wij weten het wel, en wij kijken gespannen, en denken: wie heeft er gelijk. De satan kan zich niet indenken dat het anders is, want hij kent God niet.
God zegt, Job dient mij oprecht - omdat hij Mij liefheeft en kent, die liefde hangt niet af van voordeel of nadeel; het geheim van alle ware liefde is immers de trouw.
`Als je hem alles afpakt is het afgelopen.` Probeer het maar eens, zegt de Heere. De duivel beweegt zich alleen maar binnen de macht van God; hij kan geen stap verder dan de Heere hem toelaat. God levert Job niet uit aan de satan. Sabeeërs, Chaldeeërs, weer en wind wordt ingezet. De satan organiseert het kwaad, maar toch loopt het God nergens uit de hand. Job is de prooi van de satan, denkt hij. Voor Job zijn mond opent, buigt hij zich neer. De duivel denkt, hij valt met zijn hele godsdienst om, maar nee, hij buigt zich in vreugde, èn in verdriet. Het is een ergernis, een mysterie voor de satan. Wat uit God is verstaat hij niet, en het vergramt hem.

Wij moeten niet te sterk naar Job kijken of op zijn `prestatie` - zou hij zelf niet willen, maar we moeten langs hem kijken naar de meerdere: Christus. In Gethsemané en Golgotha daalde over Hem de helse nacht, en werd het gebied van de satan binnen gebracht - daar boog Hij zich: niet Mijn wil, maar Uw wil geschiedde, en Hij hing aan het vloekkruis. Strek uw hand niet uit tegen Job, maar dat herhaalde de Heere niet toen Hij Zijn eigen Zoon overgaf aan de godverlatenheid. Jezus ging veel dieper, en God trok zich helemaal terug. En toch hield Hij zich aan Zijn God vast: Mijn God. En dus komt niemand van de Zijnen ooit ergens in terecht waar Hij niet eerder geweest is, en waar Zijn voetstappen staan, hoe donker de weg ook mag zijn.

Ook Job volgt in de voetstappen van de Heiland. Omdat Hij opgestaan is, sterft zijn geloof niet.
Satan had gezegd, U heeft hem alles gegeven wat hij heeft - wat liggen er hier een vragen: waarom geven om te nemen, en dan de rol die de satan mag spelen…. Job komt eruit, hij laat zich niet weglokken van zijn God. Hoogte noch diepte kan hem scheiden van zijn God. Net het omgekeerde van het de duivel bedoelde. "Ik zal Hem nog loven", zolang ik nog ben. Groot en goed van God denken en spreken. Maak God met mij groot.

De duivel dacht, Job heeft makkelijk praten, maar nu kan hij dat niet meer beweren. Job weet van de Vaderlijke goedheid waarin hij geborgen is met al de zijnen.Hij buigt zich neer en ziet omhoog - wie heb ik nevens U in de hemel? Al bezwijkt mijn vlees en mijn hart - geloofd zij God.

Edit