Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2003-09-07 17:00:00 ds. T. Cammeraat (Veenendaal)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Luc 13:23-24 Luc 13:22-30 2003-09-07.1710.mp3 (Votum en Groet, 16kPro, 0.1Mb)
2003-09-07.1711.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.2Mb)
2003-09-07.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 4.4Mb)
2003-09-07.1719.mp3 (Zegen, 16kPro, 0.1Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Het gaat in de tekst om zalig worden. Iemand stelt Jezus een vraag erover. Hij geeft een antwoord aan iedereen en waarom dit antwoord?

De vraag
Jezus reist van stad naar dorp, al prekend, naar Jeruzalem (v. 22). Gewoon een mededeling? De Zoon van God gaat langs steden en dorpen met de goede boodschap van leven en eeuwige heerlijkheid. Dat moet de godsdienstige mens toch wel bijzonder hebben aangesproken, om Jezus te horen spreken. Dat willen we toch? Door Jezus onderwezen worden? Dat zongen we althans. Zo laat hij nu ook preken - Zijn woord. De boodschap gaat uit over de wereld.

Spreekt het de mensen aan? De vraagsteller heeft goed geluisterd. Het gaat niet om wetenswaardigheden, maar om je leven! Meer dan godsdienstigheid. Alleen door het geloof in Hem ga je het koninkrijk van God in, en dat je je leven moet verliezen, en je kruis op moet nemen, je vertrouwen niet op geld of goed leggen… Maar wie kan dan zalig worden, hadden de discipelen geroepen. En ook een nakomeling van Abraham zijn is niet genoeg. Hij heeft het allemaal gehoord…: Het is kennelijk niet eenvoudig om behouden te worden.
Hij spreekt Jezus aan als Heere, Kurios, niet als meester, rabbi; m.a.w. hij verwacht de autoriteit om de vraag om te kunnen antwoorden. Je kunt je afvragen: wat heeft de vraag voor hem zelf voor nut? Ook al zou de Heere zeggen, dat valt best mee, een ontelbare schare: daar kan hij voor zichzelf nog geen conclusie uit trekken. Of als Hij zegt: zeer weinigen: wat dan?
Er zit nog een element in de vraag, hij weet er wat van, maar hij houdt het buiten zijn hart. Het komt niet verder dan zijn verstand. En de vraag of hij zelf zalig kan worden, komt kennelijk niet in hem op. Daar zou Jezus ja op hebben gezegd, en als je zelf al zalig wordt, dan zullen het er wel zeer veel zijn!

Het antwoord
Jezus zei, - tot hen; niet zozeer de vraagsteller dus. Strijd om in te gaan door de enge poort. Geen persoonlijk antwoord op zijn vraag. Sommigen kunnen precies vertellen wat de heilsorde van God is, maar niet wat de betekenis daarvan is in hun eigen leven.
Strijd ervoor, span je ervoor in, dat je erbij bent bij al die mensen die zalig worden. Jezus wil niet dat we aan de kant staan en een beetje een mening even. Strijd!

Wie is die vijand waartegen gestreden moet worden? En wat is die poort dan? Wat ligt erachter?
Velen zullen willen binnen komen, *nadat* de Heer des huizes de deur heeft dicht gedaan. We horen de gelijkenis van de 5 dwaze en 5 wijze maagden - ze vallen in slaap. De bruidegom komt, ze steken hun lampen aan; de deur werd gesloten voor de vijf dwaze maagden; Heere doe ons open, en dan zegt hij ook: ga weg van Mij ik ken u niet.
De bruidegom komt, alle oog zal Hem zien. Dan zal de deur dicht gaan. Alsnog zoeken er velen om in te gaan, maar kunnen het niet. De toegangsport dus, tot de hemel, het koninkrijk van God. Door die poort moet je dus gaan in dìt leven. M.a.w. de Heere Jezus. In de gelijkenis van de goede herder zegt hij ook: Ik ben de deur. Het is hier een `enge` poort - dat heeft te maken met de oproep om te strijden; je glipt er niet doorheen met een beetje godsdienstigheid.

De gedurige strijd tegen de vijand, een worsteling. Hij zet alles in, om je bij Jezus vandaan te houden. Het is niet ín één keer gedaan; strijd de goede strijd van het geloof, zegt Paulus tegen Timotheus, waartoe je geroepen bent. Ik heb de goede strijd gestreden en het geloof behouden, zegt hij aan het einde van zijn leven.
Zoeken in te gaan en niet kunnen. Niet best - waarom niet eigenlijk? Het is te laat en de deur zit dicht. Geen ongodsdienstige mensen: ze hebben in Zijn tegenwoordigheid gegeten en gedronken, Hij heeft in hun straat geleerd. Ze hebben de verwachting in te gaan, zoeken het te doen, maar kunnen niet. Andere zochten en streden maar konden wel…? Maar Jezus zegt op dat latere kloppen: Ik ken u niet. Wij hebben geen kennis aan elkaar, er is niets tussen ons. Petrus had het gezegd: ik ken die mens niet! Later vraagt Jezus niet: kennen je mij nu? Maar hebt gij Mij waarlijk lief…. de kern van het kennen!

Hoe zit dat bij ons met dié kennis? Heeft de Heere Jezus de liefde van ons hart? Met minder kan het niet en wil Hij niet! Hij vraagt van ons wederliefde. Zo veel dat je ook wil strijden om in die liefde te blijven. Indien gij Mijn geboden bewaart, zo zult Gij in Mijn liefde blijven: het gebod van de liefde. God lief te hebben boven alles. Door dicht bij de woorden van Zijn genade te leven; op iedere bladzijde van de Bijbel kun je dat lezen.
Mist u dat? Heft u er zo uw twijfel en vragen over? Staat u wat aan de zijlijn?

Zou u bij die mensen willen horen, die menen in te gaan, en het niet kunnen? Ik denk het niet. Wat als het zo is? Wat doen we ermee? Blijft het erbij of neemt u het woord ter harte: strijd om in te gaan - daarbij zul je dingen verliezen, jezelf, je leven. Maar het schijnbare verlies werkt een eeuwige winst uit. We zijn allen geroepen tot die strijd. Het is de moeite waard om te strijden, en eenmaal in te gaan in het koninkrijk dat komende is.

Edit