Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2003-10-05 17:00:00
dr. C.A. van der Sluijs (em. te Veenendaal)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
2Kon 7:8-9 2Kon 7:1-9 2003-10-05.1710.mp3 (Votum en Groet, 16kPro, 0.0Mb)
2003-10-05.1711.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.4Mb)
2003-10-05.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.2Mb)
2003-10-05.1719.mp3 (Zegen, 16kPro, 0.1Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Jezus is het Brood des Levens. Er zijn heel wat mensen die dit brood nooit eten, gewoon omdat ze niet weten dat het te krijgen is. Ongelofelijk. Het brood waardoor je nooit meer zult sterven. Sommigen weten het wel, maar ze lusten het niet. Ze hebben geen honger. Aan dit Brood mankeert echter niets. Maar het mankeert ons van nature aan trek. Wie echt honger heeft, gaat zelfs een levensgevaarlijke trektocht maken om brood. De alleroudsten weten dat nog: de hongertochten, de hongerwinter. Te voet vanuit Rotterdam naar de Wieringermeer vertelde een kerktelefoon-luisteraar eens. Je moet maar honger hebben!

Samaria is ingesloten door het leger van de Syriërs. De voedselvoorziening loopt spaak. Dat gebeurt nog: denk aan Irak begin dit jaar. Er komt honger: zo erg zelfs dat een moeder haar eigen kind dood en opeet. Zo erg was het zelfs.
In die stad is ook een profeet. Een man van God. Morgen om deze tijd zal er eten zijn, brood. Dat moet je wel geloven. Alle winkels en kelders zijn leeg. In de stad Samaria gelooft men het niet. Ze spotten er zelfs mee. `Zou God misschien brood laten dalen uit vensters in de lucht? Geloof je dat?` Je moet maar niets te eten hebben en de stad is geheel omsingeld…
Nog even en niemand kan meer leven. Maar buiten de stad is het niet beter. Daar wonen vier melaatsen, die besmettelijk ziek waren en niet konden genezen. Ze moesten buiten de stad blijven. Voor hen is het eigenlijk gevaarlijker, geen eten en dodelijk ziek. Geen medicijn tegen gewassen. Voorheen kregen ze eten uit de stad. Ze zullen binnenkort sterven van de honger. Ze zeggen tegen elkaar: als we hier blijven sterven we, in de stad ook. En als we in handen van de vijand vallen, - misschien doden ze ons; maar daar is wel eten. En ze gaan op weg. Ze komen bij het kampement, maar er is niemand meer. Ze dachten aangewezen te zijn op de genade van de vijand, van de Syriërs, maar ze krijgen te maken met de genade van de God van Israël. Die God had een enorm geluid laten horen, alsof er een heel leger opkomst was. Ze hadden tegen elkaar gezegd, dat gaat mis. Er zijn natuurlijk bondgenoten gemobiliseerd, en daar komen ze - ren voor je leven! Er waren geen paarden en wagens. Een geluid van `niks`. Er is niemand meer in het leger. Er is leven voor mensen die eigenlijk moeten sterven, de vier melaatsen.

Vindt u de sprong erg groot, van ons, naar die melaatsen? Kunnen wij ons inleven in hun situatie? `Zijn wij melaats dan? Ik heb gezond vlees, geen HIV virus; zijn wij dodelijk ziek? Nee ik ben toch gezond? Die melaatsen waren onrein. Ben ik dat? Vergelijk het met AIDS patiënten; ik ben niet besmettelijk ziek… of bedoelt u dat anders? (In de kerk doen ze altijd zo moeilijk). OK we zijn niet volmaakt, ik rook en drink te veel; Je omgeving verzieken, ja dat ook wel eens`. En honger? `U bedoelt geestelijke honger - ? Ja ik voel wel eens een bepaalde leegte in mijn leven dat ik met drinken en muziek e.d.. probeer op te vullen, als u dat bedoelt…`

Niemand kan die sprong maken naar die vier melaatsen, in elk geval net niet. Zonder dat de Heilige Geest van God erbij komt en je dit laat voelen en zien. `Dus dat is het aparte van de kerk`.
Ik kan het niet eenvoudiger maken. We hebben het allemaal zo vreselijk hard nodig om dit horen en te ondervinden. Psalm 51 zegt dat we melaats zijn door de zonde. Dat zeg je als chique kerkmens zonder genade nooit. Al weet je nog zovel van de Bijbel. Of zoals een profeet zegt: er is niets geheels van de hoofdschedel af. M.a.w. van top tot teen bedorven. Dat snapt een doorgewinterde kerkganger niet zonder de Heilige Geest.

Dit is een kwaal waar je aan moet sterven. Kent u de honger naar God? Kent u de honger naar de gerechtigheid? Kent u de honger naar Gods gemeenschap? Lieve God ik moet met u leven anders ga ik dood. Waar komt die knagende honger vandaan? Het formulier bij het Heilig Avondmaal (achter in je Bijbeltje) zegt dat dit door de zonde komt. Weet u wat dat is, zonde? Het is wat scheiding maakt tussen God en je ziel, onverdraaglijk, dat draag je niet meer.
Wie ontdekt wordt aan zichzelf - dat je de situatie in de gaten krijgt - die heeft de dood voor ogen. Wie zo blijft, is verloren. Daar mag iedereen wel eens over nadenken, ook die zondag aan zondag in de kerk zit. Je kunt je storten in van alles en nog wat, maar overal grijnst de honger je aan. Dan kom je om. Dan moet er wat gebeuren.

Ga dan met je melaatse leven en de honger van je hart naar God toe. Bij de Heere Jezus is het brood van het leven. Maar zal God mij willen hebben? Ik ben zo onrein, zo onheilig, zou God mij niet doden? Wie deze heilige schrik voor de Heilige God niet kent, kent de Heilige God niet. In ons is er niets dat ons aanmoedigt om tot God te gaan, in tegendeel, maar om weg te blijven.
Maar die alles moet verliezen heeft niets meer te kiezen. Zoals Esther: "kom ik om dan kom ik om".

Met de dood voor ogen en op de hielen komt een zondaar tot God. En valt aan Gods kant op genade of ongenade. Eenvoudig. Indien wij leven, zullen wij leven. Geen keus. John Bunyan zegt in een van zijn boeken: als de Heere Jezus met getrokken zwaard voor me had gestaan had ik me erin gestort, liever dan bij Hem weg te blijven. Geen tijd om te theoretiseren. Bij God moet ik wezen. Om te ervaren dat het voor eeuwig meevalt. Valt het mee met het Heilig Recht, zegt een ervaren kerkganger? Nee, maar hier is een wonder gebeurd, de oorzaak van de zonde is weggenomen; nu is Hij geen vijand meer maar een vriend. En onze vijand de duivel is in geen velden of wegen meer te bekennen. Waar een zondaar had moeten sterven, ontvangt Hij het leven in Christus. Er gebeuren nog wonderen in de kerk. We zien het maar doorgronden het niet.

De melaatsen aten en dronken en namen zilver en goud, ze drinken van het water des levens om niet; sierraad voor as en gewaad des lofs voor een benauwde geest. Om mee te nemen, voor het oprapen.

Zo veel, zo wonderlijk dat men er vaak niet voor durft uit te komen. Zo verlegen, dat ze het niet durven zeggen tegen andere mensen. De melaatsen verborgen het. Maar dat wordt hun te machtig; we doen niet recht, we mogen niet zwijgen. Een dag van goede boodschap - "evangelie". Hoort wat mij God deed ondervinden. Je mag het niet verbergen. Morgenochtend komt het toch aan het licht.
Deze is de dag van het goede boodschap, evangeliseer in Samaria en in Rotterdam en omgeving. Want God was in Christus de wereld met zichzelf verzoenende, hun zonden niet toerekende.
Wij bidden van Christuswege, laat u met God verzoenen! Want het evangelie wil worden geëvangeliseerd. Voor niks gekregen, dan ga je het voor niks meedelen. Zo gaat dat.

Edit