Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2003-10-12 10:00:00
dr. C.A. van der Sluijs (em. te Veenendaal)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
1Kro 13:10,11 1Kro 13: 1-14 2003-10-12.1010.mp3 (Votum en Groet, 16kPro, 0.1Mb)
2003-10-12.1011.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.4Mb)
2003-10-12.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.4Mb)
2003-10-12.1019.mp3 (Zegen, 16kPro, 0.0Mb)
2003-10-12.1710.mp3 (Votum en Groet, 16kPro, 0.1Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De Kerk hoort op haar plaats te zijn.; op de plek waar zij thuishoort.
Zeker in deze maanden van fusie van kerken, niet door ons begeerd. Immers: Als het goed is heeft de Kerk de voornaamste plaats in ons leven. Dit is ook te zien in de geschiedenis van David. David: theocratisch heerser, in de tegenwoordigheid van God. En die tegenwoordigheid wordt gesymboliseerd door de Ark van God.
De dienst van God was verachterd in de tijd van Saul (vs.3) En was die Ark niet meer op haar plaats op de berg Sion bij Jeruzalem. Er staat hier: de Ark Gods des HEEREN. De Verbondsnaam dus.
David organiseert een ‘ontmoetingsdag’. Er wordt besloten dat de Ark naar Sion gebracht wordt. Zo te zien een goed besluit. Er wordt volop muziek gemaakt, wat een uitbundigheid. Helaas: Er blijkt hier dat de tegenwoordigheid Gods niet gegarandeerd is. Uza, lopen naast de Ark, is hoogstwaarschijnlijk geen priester of leviet. En die wagen (nieuw!), dat kan niet! De Ark mag alleen door de priesters gedragen worden. (Is hier onbewust het voorbeeld van de Filistijnen overgenomen?)

De kerk behoort op haar plaats te zijn… Maar zijn wij wel op onze plaats?
Ondanks alle lawaai kan het toch een dode godsdienst zijn. We denken er te weinig over na hoe God over deze dingen denkt. Wij vinden, wij denken….
Vraag: Staan de priesters naast de Ark, op hun plaats? En wij: Staan de priesters naast het geheim van de aanwezigheid Gods in de Verzoening door voldoening op hun plaats?
Nog een vraag: Hebben wij van de belijdenissen niet een houten (=dode) wagen gemaakt waarop die Goddelijke nabijheid in de toekomst gegarandeerd moet blijven??
Of wordt het geheimenis van de verzoening uitgedragen door de priesters en Levieten, in een levende
traditie van levende (levendgemaakte) mensen?
Zijn er nog ambtsdragers en gemeenteleden die de Heere (zo) kennen? Daar gaan we niet automatisch van uit! De Kerk komt nooit op haar plaats met de –dode - letter van de belijdenis. Dat gaat fout. De runderen struikelen, de wagen wankelt, en Uza zal de Ark redden. En daar is God blij mee….
“En toen ontstak de toorn des HEEREN, en sloeg hem, omdat hij zijn hand had uitgestrekt naar de Ark” (Num. 4: 15; Zij zullen de Ark niet aanroeren, dat zij niet sterven) Het was toch met de beste bedoelingen? Kijk uit! (Matth. Henry: We moeten niet denken dat goede bedoelingen een slechte daad verontschuldigen) Wat weten we eigenlijk nog van Gods heiligheid? Gods zaak wordt hier niet gedragen door een levende, priesterlijke bediening, maar door een dode belijdenis,

De Kerk behoort op haar plaats te zijn…
Jawel gemeente, maar dan zet God ons eerst op onze plaats. Zijn wij al geplaatst? Met Christus gestorven, en levendgemaakt met Hem? Op die plaats brengt God Zijn Kerk.
David wordt boos (vs. 11) ( een mengeling van boosheid en verdriet) Omdat de Heere een scheur gescheurd heeft aan Uza.. Hij is het niet met God eens. De Ark moest immers op zijn plaats! Maar David was niet op zijn plaats. Zullen we het op onszelf betrekken? Omdat met Gods heilige tegenwoordigheid niet te manipuleren is. We worden boos, omdat de Heere een scheur onder ons scheurt. Onder Gods toelating. Daarom noemde David die plaats: Perez Uza. Toen en toen voltrek zich de breuk! U kent dat uit de geschiedenisboeken, er geldt: wordt vervolgd.
In dit teksthoofdstuk is geen sprake van verootmoediging, offers of beslag van Zijn tegenwoordigheid te vinden. (Alleen in het sterven van Uza!)
David: We gaan zo echt niet verder! Stop! Hier is een huis van Obed Edom. Een niet-Israëliet! Daar krijgt de Ark een tijdelijke plaats. Tot zegen van Obed Edom en de zijnen.
Een heiden wordt gezegend, waar een Israëliet stierf!

De kerk behoort op haar plaats te zijn… Maar zijn wij wel op onze plaats?
Daar ben ik pessimistisch over. Zal de Heere daarom eerst Zijn tegenwoordigheid brengen tot de heidenen? Alleen in het inleven van de rechtvaardiging van de goddeloze, in die weg komt de Kerk op haar plaats.
En wordt ’t geheim van de Godstegenwoordigheid overgedragen in een priesterlijke bediening. Zo niet; dan gaan er doden vallen, en scheuren ontstaan.
En door ’t tijdelijk verblijf van de Ark wordt de heiden gezegend… Met de bediening der verzoening!
En wie dat ziet en Hem ziet, komt op z’n plaats.
(En wie dit geheim niet verstaat moet zich onthouden van kerkelijke discussies; dat kan je leven kosten…)
Zalig, wie het (Woord) hoort en bewaart.

Edit